Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Eerste en Tweede Kamer der Staten-Generaal2019-202033845 nr. AC;40

33 845 Interparlementair Koninkrijksoverleg

AC/ Nr. 40 BRIEF VAN DE MINISTER VAN BINNENLANDSE ZAKEN EN KONINKRIJKSRELATIES

Aan de Voorzitters van de Eerste en van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 11 maart 2020

De vaste commissies voor Koninkrijksrelaties van de Eerste en Tweede Kamer hebben mij d.d. 16 januari 2020 verzocht om, namens het kabinet, de beide Kamers te voorzien van een reactie op de afsprakenlijst van het Interparlementair Koninkrijksoverleg (IPKO) van januari 2020. Naar aanleiding van de verzoeken die door het IPKO zijn gedaan en de actualiteiten waar het kabinet waarde aan hecht, ga ik in deze brief in op de economische ontwikkeling op Curaçao, de voortgang van de werkgroepen, wederzijdse verkiezingswaarneming en de situatie in Venezuela.

Daarnaast heb ik in het verlengde hiervan d.d. 4 februari 2020 als coördinerend bewindspersoon Koninkrijksrelaties 83 vragen ontvangen van een aantal leden van de commissie Koninkrijksrelaties uit de Tweede Kamer die onderdeel uitmaakten van de IPKO-delegatie van Nederland. Per brief van 21 februari 2020 heb ik uw Kamer geïnformeerd dat ik u de antwoorden op deze vragen binnen afzienbare tijd doe toekomen.1

Economische Ontwikkelingen

Tijdens het IPKO sprak u met de commissievoorzitters van Aruba en Curaçao over recente ontwikkelingen. Het kabinet deelt de zorgen van het IPKO ten aanzien van de raffinaderij, de bankensector, de toenemende werkloosheid en de teruglopende economie op Curaçao. Minister Hoekstra van Financiën en ik houden de vinger aan de pols bij de bankencrisis en hebben ook technische ondersteuning aangeboden.2

Het kabinet heeft daarnaast, met het oog op de teruglopende economie en de noodzakelijke aandacht voor goed financieel beheer, in juli 2019, zoals bekend, een onderlinge regeling afgesloten met Curaçao om op deze wijze ondersteuning te bieden waar dat nodig is (het Groeiakkoord).3 De voortgang in de uitvoering van het Groeiakkoord wordt gemonitord door een gezamenlijke voortgangscommissie. De eerste rapportage van de voortgangscommissie d.d. 26 februari 2020 is in een separate brief naar u gestuurd.4

Voortgang IPKO werkgroepen

Het kabinet waardeert de inzet van de verschillende werkgroepen. Graag ga ik in op de verzoeken die door u zijn gedaan. Tevens besteed ik aandacht aan een aantal actualiteiten.

SDG People

De werkgroep Sustainable Development Goals (SDG) People heeft via de regeringen in overweging gegeven de CBS-en in de landen te verzoeken om dezelfde methodieken te gebruiken voor het bepalen van de SDG’s. De CBS-en zijn hiermee bezig. Hierover heb ik u geïnformeerd in de kabinetsappreciatie d.d. 28 augustus 2019.5

Daarnaast staat het kabinet positief tegenover samenwerking in het Caribisch deel van het Koninkrijk bij het aanbod van beroepsonderwijs en hoger onderwijs, zowel op het terrein van horeca- en toerismeopleidingen als ten aanzien van andere opleidingen. In het Vierlandenoverleg Onderwijs en Cultuur voeren de landen hierover het gesprek. Uitgangspunt is daarbij de autonomie van elk van de landen op het terrein van het onderwijs.

Het IPKO heeft gevraagd de toegankelijkheid tot de Nederlandse staatsexamens voor de inwoners van de Caribische landen van het Koninkrijk te verbeteren. Het belang van goede toegankelijkheid tot het doen van staatsexamens wordt erkend. Deze toegankelijkheid wordt geborgd, doordat de havo- en vwo-diploma’s die in de andere landen worden afgegeven, in Nederland gelijkelijk toegang geven tot het hoger onderwijs als de Nederlandse diploma’s. Wie een Nederlands staatsexamen wil doen, kan terecht op Bonaire of in Europees Nederland.

Integriteit van bestuur

Het kabinet waardeert de inzet van de werkgroep Integriteit van bestuur om meer beeld te krijgen bij de integriteitsregels en -voorzieningen die gelden in de parlementen van de landen. Het kabinet ziet met belangstelling uit naar de uitkomsten van de werkgroep. Het kabinet hecht immers waarde aan integriteit van bestuur. Dit blijkt onder meer uit het feit dat de Integriteitskamer één van de voorwaarden was voor het beschikbaar komen van middelen voor de wederopbouw in Sint Maarten. De benoemingen van alle leden (inclusief de Raad van Toezicht) zijn bijna rond en dit voorjaar wordt gestart met de werkzaamheden.

Bij brief van d.d. 13 februari6 hebben de Minister van Justitie en Veiligheid en ik u reeds geïnformeerd over het besluit dat tijdens het Justitieel Vierlanden Overleg (JVO) is genomen inzake het instellen van een intereilandelijke taskforce detentie.

Zo hebben Aruba, Curaçao en Nederland besloten om deze intereilandelijke taskforce detentie in te stellen en zich te richten op de mogelijkheden voor de verbetering van de detentieomstandigheden in de detentie-inrichtingen. De bevindingen uit de jaarlijkse inspectierapporten van de Raad voor de Rechtshandhaving en de Inspectie JenV zullen hierbij als uitgangspunt dienen. Deze taskforce zal tevens voorstellen formuleren voor alternatieven voor detentie en resocialisatie van ex-gedetineerden die aansluiten bij het initiatief van het gevangenisdirecteurenoverleg, om samenwerking op het terrein van resocialisatie te intensiveren. In verband met afwezigheid van Sint Maarten bij voormeld IPKO, zal Sint Maarten bij schriftelijke ronde bekend maken of zij deelnemen aan deze taskforce.7

Statuut

Het kabinet is blij om te zien dat er binnen de werkgroep Statuut aandacht is voor de verdeling van verantwoordelijkheden binnen het Koninkrijk. Deze kwestie vormt ook het onderwerp van de motie van het lid Van Raak c.s., die is gericht aan de regeringen van de vier landen van het Koninkrijk.8 In het najaar van 2019 heb ik met de uitvoering van deze motie een start gemaakt. Ik heb de vorming van een ambtelijke werkgroep schriftelijk voorgesteld aan de minister-presidenten van Aruba, Curaçao en Sint Maarten waarin de betreffende materie door vertegenwoordigers uit de vier landen kan worden verkend. Op dit voorstel heb ik inmiddels van de minister-presidenten van Aruba en Curaçao een positieve reactie ontvangen. Ik ben nog in afwachting van een inhoudelijke reactie van de Minister-President van Sint Maarten. Nu de vorming van een nieuw kabinet daar bijna is afgerond, ga ik ervan uit dat deze reactie niet lang meer op zich laat wachten. De werkgroep zou, in geval van een positieve reactie, vervolgens op afzienbare termijn haar werkzaamheden kunnen beginnen. Het kabinet hoopt dat deze ambtelijke werkgroep in de eerste helft van 2020 aanvang kan nemen. Ik kan niet toezeggen of de werkzaamheden van deze werkgroep voor het jaar 2021 reeds zullen uitmonden in een gezamenlijk gedragen visie door de regeringen van de landen op het onderwerp van verantwoordelijkheidsverdeling, zoals het IPKO verzoekt. Immers, het betreft een juridisch complex en politiek gevoelig thema. Het kabinet zal zich evenwel steeds inspannen voor een voortvarend verloop van het proces en u dienaangaande op gezette tijden berichten.

Wederzijdse verkiezingswaarneming

Het kabinet is van mening dat het wenselijk is dat onafhankelijke verkiezingswaarneming geborgd is binnen het Koninkrijk. De bijdrage die onafhankelijke waarnemingsorganisaties leveren aan het versterken van vrije en eerlijke verkiezingen in de vier landen van het Koninkrijk achten wij van groot belang. Het kabinet hoopt dat het IPKO tot structurele afspraken kan komen op het gebied van deze onafhankelijke waarnemingen.

Situatie in Venezuela

Het kabinet deelt de zorgen die door het IKPO naar voren zijn gebracht over de genoemde opgaven die zich op diverse terreinen op de Benedenwindse eilanden manifesteren (mede) als gevolg van de situatie in Venezuela. Hierbij onderschrijf ik het motto «samenwerking» tussen de landen in het Koninkrijk, zoals ook door de deelnemers aan het IPKO is onderstreept. De samenwerking in het kader van Venezuela vindt onder andere plaats door interlandelijke werkgroepen die rapporteren aan het JVO. De Minister van Justitie en Veiligheid en ik informeerden u onlangs over deze uitkomsten.9

Op 6 september 201910 heb ik uw Kamer geïnformeerd over de ondersteuning die Nederland aan Aruba en Curaçao in 2020 biedt, onder andere bij het optimaliseren van vreemdelingenprocessen, het versterken van maritieme grenzen, het verbeteren van de omstandigheden van de vreemdelingenbewaring bij het SDKK en het realiseren van diverse bijstandsprojecten in Aruba. In dit kader zijn de eerste stappen samen met Aruba en Curaçao gezet. Zo verzorgden de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) en de Dienst Terugkeer en Vertrek (DTenV) diverse trainingen in Aruba en Curaçao ten behoeve van het afdoen van verzoeken om bescherming en bejegening van migranten en het bevorderen van het terugkeerproces. De Minister van Defensie heeft uw Kamer in het jaarplan van de Kustwacht nader geïnformeerd over hoe de versterking van de maritieme grenzen in 2020 gestalte krijgt. Van de ter beschikking gestelde financiële middelen zal de Kustwacht mobiele radars, camera’s en drones aanschaffen, als ook een botensteiger op Bonaire aanleggen.11 Tevens liet ik uw Kamer per brief weten dat het Ministerie van Justitie van Curaçao, ondersteund door de Dienst Justitiële Inrichtingen en het Rijksvastgoedbedrijf, werkt aan een project- en implementatieplan om de vreemdelingenbewaring te optimaliseren. Voor de uitvoering hiervan stelt het kabinet middelen beschikbaar.12

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, R.W. Knops


X Noot
1

Kamerstuk 33 845, nr. 39

X Noot
2

Kamerstuk 35 300 IV, nr. 45

X Noot
3

Kamerstuk 34 269, nr. 5

X Noot
4

Kamerstuk 34 269, nr. 6

X Noot
5

Kamerstuk 33 845, nr. 35

X Noot
6

Kamerstuk 35 300 IV, nr. 48

X Noot
7

Kamerstuk 35 300 IV, nr. 48

X Noot
8

Kamerstuk 35 099 (R2114), nr. 23

X Noot
9

Kamerstuk 35 300 IV, nr. 48

X Noot
10

Kamerstuk 29 653, nr. 58

X Noot
11

Kamerstuk 35 300 X, nr. 55

X Noot
12

Kamerstuk 35 300 IV, nr. 45