Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2019-202035300-IV nr. 45

35 300 IV Vaststelling van de begrotingsstaten van Koninkrijksrelaties (IV) en het BES-fonds (H) voor het jaar 2020

Nr. 45 BRIEF VAN DE MINISTER VAN BINNENLANDSE ZAKEN EN KONINKRIJKSRELATIES

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 28 januari 2020

Met deze brief doe ik uw Kamer verslag van mijn reis naar de Benedenwindse eilanden Aruba, Bonaire en Curaçao van 13 tot 17 januari 2020. De directe aanleiding voor de reis was het halfjaarlijkse Justitieel Vierpartijen Overleg (JVO), waaraan ik vanuit mijn verantwoordelijkheid voor Koninkrijksrelaties en in het bijzonder het versterken van de rechtsstaat deelnam. Eveneens informeer ik u over de bespreking die ik voerde met de Minister van Justitie van Curaçao over de situatie in de vreemdelingenbewaring bij het Sentro di Detenshon i Korekshon Kòrsou (SDKK). Hiermee kom ik tegemoet aan het recente verzoek van de leden van de vaste commissie voor Koninkrijksrelaties die begin januari deel uitmaakten van de Nederlandse delegatie bij het IPKO, om de omstandigheden in de vreemdelingenbewaring bij het SDKK tijdens mijn reis aan de orde te stellen. Over het JVO zullen de Minister van Justitie en Veiligheid en ik uw Kamer in een aparte brief verslag doen. Daarin zullen wij ook melden hoe we gehoor hebben gegeven aan het verzoek van het IPKO om een intereilandelijke taskforce detentie in te richten.

Aruba

Op Aruba besprak ik achtereenvolgens met gouverneur Boekhoudt en Minister-President Wever-Croes de actuele politieke situatie. De staat van de overheidsfinanciën en het financieel beheer vormden een belangrijk onderwerp van gesprek. De begroting voor het jaar 2020 zal naar verwachting binnen enkele weken door de Staten van Aruba worden behandeld. Na vaststelling door de gouverneur beoordeelt het College Aruba financieel toezicht (CAFT) of aan de normen is voldaan. Mocht dit niet het geval zijn dat meldt het CAFT dat aan de Rijksministerraad. De Minister-President verzekerde dat de gemaakte afspraken zullen worden nagekomen, ook die over de wettelijke basis voor het financieel toezicht. De crisis in Venezuela plaatst Aruba voor forse uitdagingen. De financiële en praktische hulp van Nederland heeft geholpen daaraan het hoofd te bieden. De Minister-President sprak hiervoor haar waardering uit.

Indrukwekkend was het bezoek dat ik bracht aan de Fundacion pa Hende Muher den Dificultad (FHMD), die onder andere opvang biedt aan slachtoffers van huiselijk geweld en mensenhandel. De organisatie kampt met wachtlijsten, vanwege een tekort aan opvangplekken. Met een bijdrage van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties kunnen zes extra woonunits worden gecreëerd voor vrouwen en kinderen. Het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport werkt met de Landen aan een samenwerkingsverband dat het mogelijk maakt slachtoffers van huiselijk geweld tijdelijk op een ander eiland op te vangen, mocht dat vanwege de veiligheid nodig zijn.

Tijdens een rondleiding in het Instituto Medical San Nicolas (IMSAN), kreeg ik een indruk van de meerwaarde die dit kleinschalige, gespecialiseerde ziekenhuis levert aan de gezondheidszorg in Aruba en in de toekomst mogelijk ook aan Bonaire en andere (ei)landen binnen en buiten het Koninkrijk. Het ziekenhuis biedt niet het hele zorgpakket, maar een beperkt aantal specialismen waarin men wil excelleren. De samenwerking met de Amerikaanse hospitaal groep Baptist Health biedt in de praktijk grote voordelen op het gebied van kwaliteit en financiën.

De directeur van de Stichting Monumentenfonds Aruba informeerde mij over de monumentenzorg en de bijdrage die monumentaal erfgoed ook kan leveren aan het toeristisch product van het land. Dertien van de zestien monumenten die de stichting beheert kunnen commercieel worden geëxploiteerd. Ik bezocht onder meer de «Nicolas Store» in San Nicolas, nu in gebruik als buurtcentrum en expositieruimte en de recent gerestaureerde kalkoven in de wijk Rancho in Oranjestad. Met de restant-gelden van het Fundo Desaroyo Aruba levert BZK een bijdrage aan het werk van deze stichting.

Bonaire

Het bezoek aan Bonaire startte met een onderhoud met gezaghebber Rijna en een gesprek met het voltallige Bestuurscollege. De uitvoering van het vorig jaar gesloten Bestuursakkoord Bonaire 2018–2022 was het belangrijkste onderwerp van gesprek. De voortgang wordt viermaandelijks besproken tussen de programmamanager, het Bestuurscollege en vertegenwoordigers van het Ministerie van BZK. Het meest recente voortgangsoverleg vond plaats op 10 december 2019. Focus en daadkracht waren daarbij sleutelbegrippen; een boodschap die ik in mijn gesprekken heb herhaald. Het Ministerie van BZK ondersteunt het invoeren van de afgesproken maatregelen met een extra bijdrage van 3,2 miljoen euro, onder andere voor het leveren van personele ondersteuning. Daarnaast helpt het ministerie bij het opzetten van duurzame samenwerking met enkele Europees Nederlandse gemeenten, zoals bij het aanleggen van wegen al gebeurt. Ook werd afgesproken het Openbaar Lichaam goed te betrekken bij de uitwerking van de kabinetsreactie op de voorlichting van de Raad van State en het interdepartementaal beleidsonderzoek.

De leveringszekerheid van brandstof voor de elektriciteitscentrale op Bonaire blijft een punt van grote zorg. Dit betreft de inzet van het Rijk om de levering vanuit het door het Venezolaanse PdVSA geëxploiteerde Bopec voort te zetten en een noodscenario voor het geval de aanvoer via Bopec toch (tijdelijk) zou wegvallen. Het betreft ook de bouw van nieuwe terminals die voor een duurzame oplossing op termijn kunnen zorgen. Hierover werd indringend met het Bestuurscollege gesproken. Dit onderwerp kwam later tijdens mijn bezoek ook aan de orde in een onderhoud met de Amerikaanse consul-generaal Greenberg, in verband met een Amerikaanse OFAC-licentie die nodig is om na eind maart voor de productie van elektriciteit gebruik te kunnen blijven maken van olie die is opgeslagen bij Bopec.

Met de drie fracties in de eilandsraad van Bonaire sprak ik afzonderlijk over hun beoordeling van de stand van het eiland, hun ambities en hun zorgpunten. Dat verschafte mij nuttige informatie en inzichten en bood de gelegenheid vanuit Europees Nederlands perspectief een aantal zaken toe te lichten en te verhelderen.

Een bijzonder moment voor Bonaire was de oplevering van de eerste tranche van 76 van de geplande 500 nieuwe sociale huurwoningen. Het kabinet heeft in totaal bijna 3 miljoen euro beschikbaar gesteld, waarmee het plan haalbaar werd. Met dit initiatief van woningbouw stichting Fundashon Cas Bonairiano (FCB), het Openbaar Lichaam Bonaire en het Ministerie van BZK wordt een belangrijke bijdrage geleverd aan het terugdringen van het tekort aan betaalbare sociale huurwoningen op het eiland.

Curaçao

En marge van het Justitieel Vierpartijen Overleg op Curaçao voerde ik bilaterale gesprekken met de ministers van Justitie van Curaçao, Aruba en Sint Maarten. Met hen heb ik gesproken over de uitdagingen op het gebied van rechtshandhaving en veiligheid, onder meer voortvloeiend uit de situatie in Venezuela. Ook kwam de samenwerking bij het verbeteren van de (vreemdelingen)detentie aan de orde.

Op verzoek van leden van de vaste commissie Koninkrijksrelaties die begin januari 2020 deel uitmaakten van de Nederlandse delegatie bij het IPKO, sprak ik met de Minister van Justitie van Curaçao over het langdurig verblijf van in ieder geval één persoon in de vreemdelingbewaring bij het SDKK. Het Ministerie van Justitie van Curaçao heeft het doel gesteld om vreemdelingen zo kort mogelijk in de bewaring te laten verblijven. De Minister van Justitie van Curaçao gaf aan dat deze doelstelling bij in ieder geval één persoon inderdaad niet is gerealiseerd. Hierover heeft hij mij verklaard dat betrokkene internationaal gesignaleerd staat, wat van invloed is op diens verblijf en (mogelijke) terugkeer. Overigens werkt het Ministerie van Justitie van Curaçao, ondersteund door de Dienst Justitiële Inrichtingen en het Rijksvastgoedbedrijf aan een project- en implementatieplan om de vreemdelingenbewaring te optimaliseren. Naar verwachting zal dit in ieder geval vanaf het tweede kwartaal van 2020 wordt uitgevoerd. Hiervoor heeft het Ministerie van BZK in totaal 2 miljoen euro gereserveerd. De Minister van Justitie van Curaçao heeft mij eind 2019 verzekerd ook maatregelen op te nemen in dit plan om de (leef)omstandigheden in de vreemdelingenbewaring te verbeteren, via onder andere regimedifferentiatie, zinvolle dagbesteding en de bouw van een multifunctionele ruimte, waarin onder andere juridische bijstand zal worden verleend.

In een rondetafelgesprek met de partners in de rechtshandhavingsketen (Kustwacht, Koninklijke Marechaussee, Recherche Samenwerkingsteam en OM) werd het belang van samenwerking onderstreept om tot optimale resultaten te komen. Samenwerking die niet alleen in het Caribisch gebied gestalte moet krijgen, maar ook tussen de betrokken stakeholders in Nederland. Tijdens het bezoek aan het Recherche Samenwerkingsteam heb ik met de recent aangetreden teamchef gesproken over zijn eerste ervaringen in het Caribisch gebied. Daarin kreeg onder meer de grensoverschrijdende criminaliteit tussen de eilanden en de verwevenheid van criminele netwerken in Europees Nederland en het Caribisch deel van het Koninkrijk bijzondere aandacht.

Curaçao staat financieel, economisch en sociaal voor grote uitdagingen. Met het groeiakkoord dat in juli 2019 werd gesloten, probeert Nederland bij te dragen aan een handelingsperspectief. De uitvoering hiervan komt vooralsnog moeizaam van de grond. De crisis rond de Girobank en het tekortschietend toezicht door de Centrale Bank van Curaçao en Sint Maarten heeft de problemen verder zichtbaar gemaakt en versterkt. Hoewel het hier een landsaangelegenheid van Curaçao betreft, hebben Minister Hoekstra van Financiën en ik de afgelopen maanden niet alleen de vinger aan de pols gehouden, maar ook technische ondersteuning aangeboden. Om dit te onderstrepen, heeft een hoge ambtenaar van het Ministerie van Financiën tijdens mijn bezoek gesprekken gevoerd met alle relevante partijen. Daarbij zijn concrete suggesties gedaan voor de aanpak van de problemen en voor samenwerking bij het zoeken naar oplossingen – uiteraard onverlet de onderscheiden verantwoordelijkheden.

De gesprekken die ik tijdens mijn bezoek had met gouverneur George-Wout en Minister-President Rhuggenaath, vice-premier Camelia-Römer en Minister van Financiën Gijsbertha werden vanzelfsprekend ook gedomineerd door deze onderwerpen. Het kabinet is bereid Curaçao met raad en daad terzijde te staan, maar het is aan het land Curaçao om op dit aanbod in te gaan en met de vereiste urgentie de noodzakelijke maatregelen te nemen en ingrijpende hervormingen door te voeren, omdat de risico’s anders alleen maar verder toenemen.

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, R.W. Knops