Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2013-201433835 nr. 3

33 835 Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA)

Nr. 3 LIJST VAN VRAGEN EN ANTWOORDEN

Vastgesteld 28 januari 2014

De vaste commissie voor Economische Zaken heeft een aantal vragen voorgelegd aan de staatssecretaris van Economische Zaken over de brief van 20 juni 2013 over het Jaarverslag 2012 van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (Kamerstuk 32 262, nr. 10).

De staatssecretaris heeft deze vragen beantwoord bij brief van 27 januari 2014. Vragen en antwoorden zijn hierna afgedrukt.

De voorzitter van de commissie, Hamer

Adjunct-griffier van de commissie, Van Bree

1

Hoeveel inspecties heeft de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) uitgevoerd bij melkveeboerderijen in 2012?

2

Wat voor soort inspecties kunnen gehouden worden door de NVWA op melkveeboerderijen?

3

Wat voor soort inspecties zijn in welke aantallen gehouden op melkveeboerderijen in 2012?

Antwoord op de vragen 1 t/m 3

In onderstaande tabel zijn alle inspecties in 2012 weergegeven op bedrijven waar melkvee werd gehouden:

Domeinen

Aantal controles

Voorwaarden Cross compliance

223

Wetgeving Diergeneesmiddelen

84

Wetgeving Dierlijke bijproducten

41

Wetgeving Diervoeder

3

Wetgeving Dierwelzijn

266

Voorwaarden deelname EU-subsidieregelingen incl. nacontroles

315

Wetgeving Gewasbescherming

16

Voorwaarden Grondgebonden subsidies

705

Wetgeving Levende Dieren Diergezondheid (I&R)

705

Monitoring (verboden) stoffen

386

Wetgeving Meststoffen

731

Wetgeving Natuur

87

Overig (Project Bevindingen Zoonosen)

10

Wetgeving Vervoer (DW & LDD)

11

Totaal aantal Inspecties

3.583

4

Wat voor soort overtredingen zijn aangetroffen bij inspecties op melkveeboerderijen?

Antwoord

De NVWA voert doorgaans inspecties uit op basis van risico-analyse. De geconstateerde mate van niet-naleving is daardoor niet representatief te zijn voor een sector. Voorbeelden van overtredingen op de volgende domeinen zijn:

  • I&R: Bij het onderdeel I&R bestaan voorkomende overtredingen bijvoorbeeld uit: het overschrijden van de meldtermijn, en het niet of foutief aanmelden van dieren aan de I&R-database (waardoor ingeval van runderen de dieren op latere leeftijd niet meer identificeerbaar zijn).

  • Welzijn: overtredingen op het gebied van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren betreffen bijvoorbeeld verwaarlozing en onthouden van zorg, en overtredingen van het Besluit welzijn productiedieren het niet voorhanden hebben van schone en droge ligplekken, geen of onvoldoende vers drinkwater, onthouden medische zorg of overbezetting.

  • Cross compliance: Afwijkingen bij cross compliance inspecties zijn in 80% van de gevallen kleine afwijkingen op het onderdeel oormerken van de identificatie en registratie verplichtingen. Dit reguliere verlies van een enkel oormerk heeft verder geen gevolgen voor de melkveehouder onder voorwaarde van onmiddellijk herstel. Deze afwijkingen worden wel geregistreerd (EU-verplicht).

  • Grondgebonden subsidies: afwijkingen voor grondgebonden subsidies betreffen veelal de opgegeven oppervlakte van de percelen en de definitie landbouwgrond. Bij deze inspecties geldt dat de bevindingen die afwijken van de aanvraag worden gecommuniceerd met het betaalorgaan Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO). Deze stelt vast of er sprake is van een kortingswaardige afwijking of dat de gerapporteerde bevinding binnen de tolerantie valt.

  • Voorbeelden van afwijkingen bij mestinspecties betreffen het niet conform uitrijden van mest en de regelgeving rond gebruiksnormen en derogatie, met de daarmee samenhangende administratieve verplichtingen.

5

Hoeveel menskracht wordt bij benadering ingezet voor inspecties bij melkveeboerderijen?

Antwoord

De NVWA heeft ca. 140 inspecteurs met het specialisme grazers. Onder dit specialisme vallen ook schapen, geiten en runderen niet gehouden voor melkproductie.

6

Hoeveel bezoeken zijn er in 2012 in totaal gebracht aan melkveeboerderijen en hoeveel melkveeboerderijen zijn in 2012 bezocht?

Antwoord

Voor het aantal inspecties zie beantwoording vraag 1. Het aantal bezochte bedrijven lag lager, namelijk 2.486.

7

Hoe vaak kan een melkveehouder gemiddeld statistisch gezien een NVWA-inspecteur op zijn boerderij verwachten?

Antwoord

In onderstaande tabel is de kans op inspectie in 2012 per bedrijfsgrootte weergegeven:

Aantal dieren

Aantal bedrijven

Kans op controle

0–20

1.093

9%

20–50

3.771

11%

50–100

9.154

13%

100–500

4.528

16%

500 EN MEER

13

38%

Totaal

18.559

n.v.t.

Voor specifieke regelingen kunnen daarnaast minimum percentages gelden:

  • Identificatie & Registratie: 3%

  • Subpopulatie steunaanvragers: 1% controle op cross compliance voorwaarden

  • Subpopulatie steunaanvragers: 5% BTR controle op correcte opgave gebruik percelen

  • Subpopulatie aanvragers natuursubsidie: 5%

De laatste 2 typen inspecties kunnen gecombineerd worden in één bedrijfsbezoek als dat van toepassing is.

8

Kunt u uitleggen waarom een verschuiving plaatsvindt van het vaststellen van overtredingen (controle) naar het borgen van de naleving (in control)?

Antwoord

De NVWA richt zich met haar toezicht en handhaving op het duurzaam naleven van wet- en regelgeving door ondernemers. Daarvoor is het nodig dat de NVWA beschikt over betrouwbare en actuele risicoprofielen van ondernemers. Kennis van de nalevingsmotieven en het naleefgedrag maakt hiervan onderdeel uit. Vanuit deze informatiepositie kiest de NVWA steeds de handhavingsaanpak die aansluit bij deze motieven en dit gedrag.

9

Vanaf wanneer gaat de NVWA de controlegegevens openbaar maken?

Antwoord

De NVWA maakt sinds 2006 op onderdelen inspectiegegevens openbaar. Op dit moment wordt gewerkt aan een voorziening in de Gezondheidswet, zodat de NVWA in de toekomst openbaarmaking van controlegegevens breed kan uitrollen. Tevens werkt de NVWA aan vernieuwde presentatie van de gegevens, conform het zogeheten «stoplichtenmodel». U bent hierover in eerdere kamerbrieven geïnformeerd (Kamerstuk 23 289, nr. 3). Ter voorbereiding wordt dit voorjaar gestart met de openbaarmaking van controlegegevens in de horeca, te weten de lunchrooms.

10

Kunt u aangeven of het programma Vermindering Regeldruk Vleesketen ook in 2013 is voortgezet en wat hiervan de resultaten waren en kunt u voorts aangeven of het programma ook in 2014 wordt voortgezet. Zo nee, waarom niet?

Antwoord

Het programma Vermindering Regeldruk Vleesketen (VRV) is ook in 2013 voortgezet. De uitwerking in de slachtsector vindt met name plaats via het programma Continuos Control Monitoring (CCMT). De NVWA maakt daarbij gebruik van digitale gegevens van slachterijen en stemt haar toezicht daar mede op af. Dit betreft de PM-keuring van de NVWA. In de beantwoording van de schriftelijke vragen over de begroting van EZ onderdeel Landbouw en Natuur van 17 oktober 2013 (Kamerstuk 33 750 XIII, nr. 9) heb ik uw Kamer geïnformeerd over de CCMT-pilot bij de AM-keuring door de NVWA bij een slachterij in Apeldoorn.

In 2013 zijn de volgende zaken gestart:

  • Start pilot CCMT diergezondheid en dierenwelzijn varken; evaluatie is voorzien in 2014 (AM-keuring);

  • Start CCMT rund, voedselveiligheid en dierlijke bijproducten (PM-keuring);

  • Start pilot digitale vastlegging en uniformering keuringsbevindingen; evaluatie voorzien in 2014;

  • Start verkenning automatisering administratie en informatie-uitwisseling in de pluimveesector;

  • Toestemming tot verkenning mogelijkheid digitaal toezicht dierlijke bijproducten;

  • Voorwaarden toepassing zichtkeuring + kalverslachterij, die tengevolge van aangepaste keuringshandelingen tot winst in productverwaarding van kalfsvlees leidt;

Het programma Vermindering Regeldruk Vleesketen zal ook in 2014 worden voortgezet.

11

Kunt u uitleggen waarom in middelgrote en kleine slachthuizen onvoldoende aandacht is voor de naleving?

Antwoord

Bij verschillende slachthuizen is de naleving van de wet- en regelgeving niet op orde. Bij kleine en middelgrote slachthuizen liggen oorzaken met name in het feit dat deze slachterijen minder gestandaardiseerd werken, een onregelmatig patroon van slachten hebben en in sommige gevallen de kwalitatief mindere dieren slachten.

12

Hoe wordt het convenant tussen NVWA en VION nu beoordeeld, met het oog op de recente incidenten met plastic in vlees?

Antwoord

In mijn brief van 13 januari jl. (Kamerstuk 26 991, nr. 392) heb ik uw Kamer geïnformeerd over het onderzoek van de NVWA naar gesignaleerde onregelmatigheden bij VION/ENCEBE. De uitkomsten en conclusies van het NVWA-onderzoek worden in het eerste kwartaal van dit jaar verwacht. Het convenant Horizontaal Toezicht uit 2012 tussen NVWA en VION wordt niet anders beoordeeld. Rechten en verplichtingen op basis van wet- en regelgeving zijn en blijven zonder enige beperking van toepassing.

13

Kunt u in een tabel uiteenzetten wat de output is van het investeren in het herkennen van fraudemogelijkheden in de handel in gekoeld en bevroren vlees?

Antwoord

Naar aanleiding van de paardenvleesaffaire heeft de NVWA haar toezichtstrategie in de vleesketen herzien. De NVWA pleegt meer inzet op administratieve controles en verdachte handelsstromen. Als onderdeel van de intensivering van de handhaving in de vleesketen is de NVWA gestart met een pilot voor risicogerichte administratieve controles bij uitsnijderijen en koel- en vrieshuizen. Er is voorzien in aanvullende training op het gebied van administratieve controle, zodat frauduleus handelen (in de boekhouding) eerder kan worden onderkend.

Een aantal dierenartsen heeft verder een opleiding gevolgd om valse paardenpaspoorten te herkennen. In zijn algemeenheid zijn indicatoren voor mogelijke fraude bijvoorbeeld: geknoei met certificaten, doorhalingen in de boekhoudingen of het ontbreken van gegevens of onjuistheden in inkoop- en verkoopregisters.

14

Hoe is in 2013 de fase van uitvoering verlopen met betrekking tot duurzaamheid in de zeevisserij?

Antwoord

In 2013 zijn in samenwerking met andere handhavingpartners verschillende activiteiten uitgevoerd in de platvisketen (m.n. tong en schol) onder de naam «project Graatmeter». Het gaat in dit project hoofdzakelijk over wettelijke verplichtingen op het gebied van vangstregistratie, minimummaten voor vis en fiscale verplichtingen zoals de factureringsplicht, factuureisen en bewaarplicht, maar ook om kwesties als arbeidsomstandigheden en sociale voorzieningen. Door de NVWA en de Belastingdienst gezamenlijk zijn informatieve gesprekken gevoerd met de brancheorganisaties in de gehele visketen. De visserijbranche zelf heeft aangegeven waarde te hechten aan effectief toezicht ten behoeve van een duurzame visserij. De goedwillende bedrijven in deze branche moeten immers niet de dupe worden van degenen die zich aan de regels onttrekken. Enkele rederijen zijn bezocht om de aansluiting tussen visserij- en belastingdienst gegevens te bespreken.

Ook is een tweetal havens en visafslagen door een interventieteam van Belastingdienst, inspectie SZW, Douane, UWV en gemeenten gecontroleerd en is een strafrechtelijk onderzoek gestart tegen een vermoedelijk structurele en grove overtredende visserijonderneming. Het project loopt nog door in 2014.

15

Kunt u in een tabel de resultaten van het ingrijpen met betrekking tot incidenten met salmonella in zalm uiteenzetten?

Antwoord

Zoals ook weergeven in het rapport van de Onderzoeksraad is de afname van het aantal ziektegevallen het resultaat van het ingrijpen van de NVWA. Ik verwijs u ook naar de brief die door de minister van VWS, mede namens mij, is gestuurd op 16 december 2013 (Kamerstuk 26 991, nr. 389) met de inhoudelijke reactie op dit OVV rapport. Voor de goede orde merk ik op dat het de eerste casus met betrekking tot salmonella in zalm betreft.

16

Welke 32 industriële bedrijven zijn in 2012 hard aangepakt voor het structureel niet naleven van de wet?

Antwoord

De 32 industriële bedrijven betreffen productiebedrijven (met name bakkerij-, vlees- en visproductiebedrijven), importbedrijven en handelsbedrijven.

Ingevolge de Awb en de privacywetgeving (met name de Wob) mag de NVWA de namen van betrokken ondernemers niet zonder meer openbaar maken. Bedrijven zouden onevenredig benadeeld worden wanneer behalve de in de wet vastgelegde maatregelen, ook de bedrijfsnaam openbaar gemaakt wordt. Dit laatste vormt dan een niet bij wet vastgelegde maatregel.

De NVWA heeft wel initiatief genomen om in 2014 op grond van artikel 8 Wob via een zogenaamde uniforme voorbereidingsprocedure inspectiegegevens in de horeca actief openbaar te maken. Het betreft hier niet alleen de namen van bedrijven van overtreders maar alle bedrijven in de sector. Dit vergt een zorgvuldige voorbereiding waarbij betrokken ondernemers gebruik kunnen maken van beschikbare rechtsmiddelen.

17

Welke maatregelen neemt de NVWA constaterende dat de wettelijke meldplicht bij onveilige producten slecht wordt uitgevoerd?

Antwoord

Als de meldplicht niet wordt uitgevoerd voor onveilige producten (schadelijke en ongeschikte producten) dan treft de NVWA zowel strafrechtelijke als bestuursrechtelijke maatregelen.

18

Is de conceptrapportage over separatorvlees inmiddels gepubliceerd?

Antwoord

De Food and Veterinairy Office (FVO) heeft in 2013 een rapport uitgebracht over de FVO missie «Separatorvlees» van eind 2012. Vanuit Nederland is hier een schriftelijke reactie op gegeven. Zowel het verslag van de FVO als de reactie van Nederland zijn te vinden op de website van de FVO.

19

Hoe gaat u in de toekomst prijsafspraken voorkomen met betrekking tot convenanten over horizontaal toezicht?

Antwoord

De NVWA sluit de convenanten af om het vertrouwen in de borging van de voedselveiligheid te bevestigen. Voordat convenanten worden afgesloten wordt bezien of er vanuit andere wetgevingsterreinen geen contra-indicaties zijn. Deze contradicties kunnen ook betrekking hebben op (verboden) prijsafspraken van bedrijven. Indien daar sprake van is worden de convenanten niet afgesloten.

20

Hoe wordt bepaald of er een bestuursrechtelijk of strafrechtelijk onderzoek wordt uitgevoerd?

Antwoord

Voor het bepalen of een onderzoek bestuursrechtelijk of strafrechtelijk wordt uitgevoerd biedt specifieke wet- en regelgeving veelal richtlijnen. Bij ontbreken daarvan wordt gebruik gemaakt van het Kwalitatief Beoordelingskader Opsporing. Daarnaast wordt ook rekening gehouden met de afspraken tussen het Openbaar Ministerie, de NVWA(-IOD), het Ministerie van Economische Zaken en het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, zoals neergelegd in het handhavingsarrangement.

De inzet van het instrument (Inlichtingen en) Opsporing is sterk verweven met de integrale aanpak per domein. Om dit goed uit te kunnen werken, is het belangrijk de handhaving aan te passen aan de intentie en het nalevinggedrag van de sector. Hiervoor zijn een aantal uitgangspunten geformuleerd in de beleidsbrief BOD, de Perspectiefnota 2015 van het Openbaar Ministerie, het Meer Jaren Bedrijfsplan Handhaving (MJBH) en het Handhavingarrangement. De beslissing om al dan niet een middelzwaar opsporingsonderzoek uit te voeren in een bepaalde casus wordt genomen in het selectieoverleg van het Functioneel Parket (OM) en de NVWA-IOD. Hierbij wordt de casus getoetst op het voorgaande alsmede de proportionaliteit.

21

Welke actie is er ondernomen, nadat geconstateerd is dat de traceerbaarheid van producten verbeterd kon worden?

Antwoord

Bij de bedrijven waar een tekortkoming is geconstateerd, is een herinspectie uitgevoerd. Hierbij is geconstateerd dat de tekortkomingen waren opgeheven.

22

Hoe wordt er in dit convenant gewaarborgd dat er geen onderlinge prijsafspraken gemaakt worden?

Antwoord

Trustfeed is opgericht om de voedsel- en voederveiligheid te waarborgen door middel van controles in grondstoffen en beoordeling van leveranciers van grondstoffen. In 2010 is een rechtsvoorganger van Trustfeed, te weten TrusQ, na een klacht van de NVV (Nederlandse Vakbond Varkenshouders) onderwerp van onderzoek geweest door de NMa (Nederlandse Mededingingsautoriteit). In dit onderzoek zijn geen overtredingen van mededingingswet en regelgeving geconstateerd. Trustfeed heeft sindsdien op het gebied van organisatie en activiteiten geen wezenlijke wijzigingen ondergaan.

Het convenant tussen Trustfeed en de NVWA gaat met name over een goede uitwisseling van informatie, zodat o.a. tijdens incidenten snel en adequaat kan worden opgetreden.

23

Kunt u toelichten waarom de horeca en de ambachtelijke productie niet financieel bijdragen aan de NVWA in tegenstelling tot de agrarische sector?

Antwoord

Het rapport «Maat houden» uit 1996 vormt nog steeds het kader voor het al of niet doorberekenen van handhavings- en toelatingskosten. Op basis van dit kader kunnen het afhankelijk van het type toezicht, handhaving of keuring kosten aan de sector worden doorberekend. Preventief en repressief toezicht kunnen ingevolge Europese en nationale wetgeving geen kosten in rekening worden gebracht. In de veterinaire en fytosanitaire regelgeving is het principe vastgelegd dat keuringen/inspecties worden doorberekend. Bij preventieve of repressieve handhaving in andere sectoren, zoals de steekproefsgewijze controles in horecabedrijven en ambachtelijke productie zijn die mogelijkheden veel beperkter. Wel worden bij horeca en ambachtelijke productie de kosten van aanvullende inspecties (herinspecties) na het vaststellen van omissies in rekening gebracht. Ik verwijs u ook naar mijn brief van 19 december 2013 over de herziening van het retributiestelsel NVWA (Kamerstuk 33 835, nr. 2).

24

Welke vijf bedrijven hebben een dwangsom opgelegd gekregen?

Antwoord

In 2012 zijn 5 dwangsommen opgelegd bij verschillende bedrijven, waaronder 4 restaurants. Zie verder ook het antwoord bij vraag 16.

25

Kunt u in een tabel uiteenzetten welke andere wijzen dan alleen fysieke inspecties van de NVWA er beschikbaar zijn?

Antwoord

De NVWA richt zich op het bevorderen van de naleving van wet- en regelgeving door ondernemers en burgers. Bij de keuze van haar toezichtmethoden en – instrumenten sluit zij aan bij de nalevingsmotieven en het nalevingsgedrag van ondernemers. Deze methoden en instrumenten zijn samengevat in onderstaande tabel. Horizontaal staan de methoden verwoord, verticaal de daarbij behorende instrumenten (niet uitputtend).

Toezichtmethode:

Dienstverlening

Handhavingscommunicatie

Horizontaal toezicht

Repressief toezicht

Opsporing

Instrumenten:

Voorlichting website NVWA

Aangekondigde bezoeken

Openbaarmaking controlegegevens

Tweedelijns toezicht

Convenanten

Systeemtoezicht

Fysieke controles

Opsporingsonderzoek

26

Waarom is er gekozen voor een aantal stille terugroepacties?

Antwoord

Als de onveilige producten (schadelijke of ongeschikte producten) niet meer in beheer zijn van het levensmiddelenbedrijf dan bestaat de wettelijke verplichting om deze onveilige producten terug te roepen. Of gekozen wordt voor een stille terugroepactie of een terugroepactie met publiekwaarschuwing is afhankelijk van de situatie. Zit het product nog in het handelskanaal dan volgt een stille terugroepactie. Als het product de consument bereikt kan hebben dan is het bedrijf verplicht de consumenten op doeltreffende en nauwkeurige wijze te informeren. Afhankelijk van de verspreiding van het product kan daarbij bijvoorbeeld worden gekozen door advertenties van landelijke dagbladen of het gericht informeren van klanten van een groothandel die het product gekocht hebben. De NVWA ziet er op toe dat de terugroepacties op adequate wijze gebeuren.

27

Kunt u in een tabel uiteenzetten wat de resultaten zijn van deze bewustwordingscampagne?

Antwoord

In 2011 is een effectonderzoek naar het functioneren van www.Traderouteasia.nl uitgevoerd hieruit is gebleken dat het bezoekersaantal ligt tussen de 300 en 500 per maand. Tijdens een periode met actieve promotie lag dit aantal op bijna 4.000 unieke bezoekers per maand.

Uit de reacties van ondernemers, die de e-learning hebben gevolgd, wordt door de onderzoekers onder andere geconcludeerd dat: Traderouteasia moet worden voortgezet omdat het een belangrijke informerende functie heeft, een eigen rol heeft en dat het middel een specifieke taak vervult binnen het brede veld aan voorlichting en informatievoorziening. Dit zowel voor de primaire doelgroep als voor anderen. Met name richting de primaire doelgroep heeft Traderouteasia bestaansrecht, zeker wanneer aanvullende informatie, zoals checklisten, wordt geleverd.

28

Kunt u aangeven hoe het staat met uw voornemen om per 1 januari 2014 de klepkeuring verplicht te stellen?

29

Kunt u aangeven in welke situatie de naleving voldoende is zodat deelnemers aan QLL ook teruggezet kunnen worden van klepkeuring naar stalkeuring bij goed functioneren.

Antwoord op de vragen 28 en 29

Ik zal uw Kamer voor het AO NVWA van 23 januari a.s. hierover schriftelijk informeren.

30

Kunt u aangeven welke stappen zijn genomen om fraudegevoeligheid bij de identificatie en registratie bij paardachtigen te verminderen en of er nog steeds sprake is van een hoge fraudegevoeligheid?

Antwoord

De NVWA heeft door de diverse fraude-onderzoeken meer kennis opgedaan over de modus operandi. Deze kennis is breed gedeeld en NVWA dierenartsen gebruiken deze kennis om beter inzicht te hebben in de authenticiteit van paspoorten. Door de NVWA zijn ook inspecties gestart op identificatie en registratie (I&R) paard bij dierenartsen en houderijen (select) en maneges/pensionstallingen e.d. (a-select). In 2013 is een nalevingsmeting gedaan waarvan de resultaten worden geanalyseerd.

In overleg met PVE en de faculteit Diergeneeskunde in Utrecht is daarnaast een communicatie traject gestart, waarbij per doelgroep de verplichtingen zijn uitgewerkt. Deze informatie is beschikbaar op de site van PVE en wordt ook via een link op de site van de NVWA bereikt.

31

Per wanneer wordt het toegepast om vermoedelijk illegaal verdiend crimineel vermogen af te pakken na veroordeling?

Antwoord

Het afpakken van illegaal verdiend crimineel vermogen werd al door de rechtsvoorganger van de NVWA (AID) toegepast.

Sinds wetswijzigingen in 1993 (de zogenaamde Pluk-ze-wetgeving) is dit, indien opportuun, een onderdeel van de opsporingsonderzoeken die worden uitgevoerd door of boa's in de toezichtdivisies van de NVWA of door de opsporingsambtenaren van de NVWA-IOD. Op basis van de bevindingen in het onderzoek doet de Officier van Justitie van het Functioneel Parket (OM) een ontnemingsvordering bij de rechtbank.

32

Kunt u aangeven of alle zeugenhouders in Nederland voldoen aan de groepshuisvesting en kunt u aangeven of zeugenhouders in andere Europese lidstaten ook inmiddels voldoen aan deze regel?

Antwoord

De NVWA heeft in 2013 risico gebaseerd gecontroleerd op de verplichting op groepshuisvesting zeugen. Medio december 2013 waren er nog 9 bedrijven in beeld die niet voldeden. Twee daarvan moesten voldoen per 31-12-2013, deze bedrijven zullen een hercontrole ondergaan in januari. De overige 7 hebben tot maximaal 1 juli 2014 uitstel gekregen in verband met vergunningenproblematiek. Begin december waren 15 lidstaten klaar en 8 lidstaten bijna klaar. Vier lidstaten hadden nog belangrijke stappen te zetten.

33

Kunt u aangeven of in andere Europese lidstaten ook strikt wordt gecontroleerd door de toezichthouder c.q. inspectiediensten op het naleven van groepshuisvesting door zeugenhouders?

Antwoord

De Europese Commissie (EC) ziet hierop toe. Namens de EC voert de Food and Veterinary Office controles uit in lidstaten. De verslagen van hun controles zijn te vinden op hun website.

34

Welke middelen worden er gebruikt om pluimveeslachthuizen te manen tot het nemen van maatregelen om dierenwelzijn te verbeteren?

Antwoord

Het interventiebeleid van de NVWA op het gebied van dierenwelzijn is te vinden op de website van de NVWA. Het gaat hier specifiek om interventiebeleid inzake diergezondheid, dierziekten en preventie dierziekten en diertransport. Binnen dit interventiebeleid worden zowel bestuursrechtelijke als strafrechtelijke maatregelen ingezet. De maatregelen die in dit interventiebeleid worden beschreven kunnen naast elkaar worden ingezet. Concreet betekent dit dat een overtreder zowel een maatregel, als een last onder dwangsom, alsmede een proces-verbaal opgelegd kan krijgen.

35

Kunt u toelichten waarom specifiek in de rozenteelt het nalevingspercentage beneden de 40 procent lag?

Antwoord

De NVWA komt jaarlijks specifiek bij rozenbedrijven. De aanleiding is de structureel lage naleving bij deze doelgroep binnen de siertelers onder glas: een deel van de telers ervaart het pakket aan gewasbeschermingsmiddelen als te beperkt waardoor zij niet-toegelaten middelen gebruiken of toegelaten middelen onjuist gebruiken (bijvoorbeeld meer bespuitingen uitvoeren dan toegestaan).

36

Hoe ziet de aanpak van de NVWA en andere handhavingspartners van de illegale handel in gewasbeschermingsmiddelen eruit?

De NVWA (IOD) werkt nadrukkelijk samen met de Douane, Politie en Justitie waarbij informatie op reguliere basis uitgewisseld wordt. Deze informatie komt voort uit de analyse van met name gegevens die bedrijven moeten aanleveren bij import of doorvoer, binnen en buiten EU, van gewasbeschermingsmiddelen.

Daarbij zet de NVWA zowel controle- en opsporingsbevoegdheden als handhavingcommunicatie in. Naast het reageren op relevante import meldingen worden projectmatig en gefaseerd die bedrijven bezocht die op basis van risico indicatoren uit analyse naar voren komen.

37

Kunt u toelichten waarom in Nederland en Duitsland gewerkt wordt met verschillende systemen voor het vaststellen van de fosfaatgehaltes van de mest en wat de verschillen tussen de systemen zijn?

Antwoord

Doel van het Nederlandse mestbeleid is de belasting van het grond- en oppervlaktewater met stikstof en fosfaat te beperken door een zo efficiënt mogelijk gebruik van meststoffen: niet meer meststoffen toedienen dan noodzakelijk is voor de groei van het gewas. Om een efficiënt gebruik van meststoffen mogelijk te maken is het noodzakelijk nauwkeurig vast te stellen hoeveel stikstof en fosfaat toegediend wordt. De hoeveelheid stikstof en fosfaat kan per vracht verschillen, waardoor een forfaitaire vaststelling van de hoeveelheid meststoffen onvoldoende aansluit bij de werkelijkheid. Door de dierlijke mest te wegen, bemonsteren en analyseren weet een veehouder exact hoeveel meststoffen zijn afgevoerd van het eigen bedrijf en weet de afnemer van de dierlijke mest hoeveel meststoffen zijn aangevoerd en kunnen zij een sluitende mineralenbalans realiseren. Duitsland kent, anders dan Nederland, op nationaal niveau geen mestoverschot. In het Drielandertreffen van zaterdag 18 januari jl. heb ik daarom met Noordrijn-Westfalen en Niedersaksen afspraken gemaakt over een gezamenlijk aanpak om mestfraude tegen te gaan. Het is noodzakelijk om meer inzicht te krijgen in meststromen. Het streven is om in het najaar van 2014 transportgegevens en de juridische afwikkeling op elkaar aan te laten sluiten. Ik zal uw Kamer zo spoedig mogelijk informeren over de handhavingsaanpak om mestfraude tegen te gaan.

38

Hoelang bent u nog van plan om gebruik te maken van verruimde regels rond de toepassing van dierlijke mest?

NB: Deze vraag over «verruimde regels» betreft de derogatietoestemming.

Antwoord

Nederland spant zich in voor het opnieuw verkrijgen van een derogatie in het kader van de Nitraatrichtlijn.

39

Kunt u in een tabel de totale omvang uiteenzetten van de totale handel in beschermde diersoorten in Nederland?

Antwoord

Nee. De (internationale) bescherming van diersoorten is geregeld in de Flora- en faunawet op basis van verschillende verdragen zoals het CITES-verdrag, de Vogel- en Habitatrichtlijn en het verdrag van Bern. Daarnaast zijn in beginsel ook alle inheemse diersoorten beschermd in de Flora- en faunawet. Deze wettelijke bepalingen kennen vele uitzonderingen waaronder het toch mogelijk is in deze beschermde diersoorten te handelen. Veelal gaat het daarbij om gefokte soorten.

De wettelijke bepalingen met betrekking tot beschermde soorten, schrijven maar in beperkte mate voor dat alle handelstransacties in de keten geregistreerd worden. Zo registreert de Rijksdienst voor ondernemend Nederland wel de uitgifte van certificaten om handel in CITES soorten mogelijk te maken maar niet elke overdracht van aldus gecertificeerde partijen in de handelsketen.

De overheid beschikt daarom niet over databases waarin de omvang van de handel van beschermde soorten in vastgelegd.

40

Zal de NVWA in 2014 extra middelen ter beschikking hebben om de verscherpte alcoholleeftijdsgrens te handhaven?

Antwoord

Sinds 1 januari 2013 is het toezicht op Drank- en Horecawet gedecentraliseerd naar gemeenten. De burgemeesters zijn voor dit toezicht verantwoordelijk. De NVWA zal derhalve geen extra middelen ter beschikking hebben om de verscherpte leeftijdgrens te handhaven. Wel blijft de NVWA in 2014 nog gemeenten inhoudelijk ondersteunen via het Expertise Centrum Drank- en Horecawet waar gemeenten terecht kunnen met vragen over hun nieuwe toezichtstaak.