33 763 Toekomst van de krijgsmacht

Nr. 68 BRIEF VAN DE MINISTER VAN DEFENSIE

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 5 maart 2015

Zoals toegezegd tijdens het algemeen overleg van 26 februari jl. over de vervanging van de F-16, informeer ik u hierbij nader over het verdrag met België en Luxemburg inzake de integratie van de luchtruimbewaking tegen civiele luchtvaartuigen waarvan een terroristische dreiging uitgaat (Renegade).

Het verdrag is op 4 maart jl. in Den Haag getekend door de Belgische Minister van Defensie de heer Steven Vandeput, de Luxemburgse ambassadeur in Nederland de heer Pierre-Louis Lorenz en door mij. Dit gebeurde tijdens het zogenoemde Thalassa-overleg van afvaardigingen van de Belgische en Nederlandse regeringen. De tekst van het verdrag is inmiddels gepubliceerd in het Tractatenblad (Trb. 2015, nr. 36). De beoogde samenwerking houdt in dat België en Nederland bij toerbeurt en in gelijke mate jachtvliegcapaciteit leveren voor de luchtruimbewaking van de drie landen. Luxemburg beschikt niet over een eigen jachtvliegcapaciteit.

Het verdrag is om meerdere redenen van groot belang. In de eerste plaats is het een mijlpaal in de verdere versterking van de Europese defensiesamenwerking. De drie landen zijn hiermee zonder meer voortrekkers in Europa. Daarnaast zorgt het verdrag voor meer doelmatigheid, en wordt tevens de inzetbaarheid van de F-35 erdoor verhoogd, zoals toegelicht in de D-brief van het project Vervanging F-16 (Kamerstuk 26 488, nr. 369).

Voor de luchtruimbewaking heeft zowel België als Nederland op dit moment permanent twee jachtvliegtuigen paraat die met een korte waarschuwingstijd inzetbaar zijn, de zogenoemde Quick Reaction Alert (QRA). De luchtruimbewakingstaak kent twee aspecten. In de eerste plaats kunnen de jachtvliegtuigen worden ingezet voor de beveiliging van het nationale luchtruim tegen Renegade toestellen in het kader van militaire bijstand bij de strafrechtelijke handhaving van de rechtsorde. Het zojuist ondertekende verdrag heeft betrekking op deze taak. In Nederland berust deze inzet op artikel 58 van de politiewet 2012 en heeft die plaats in opdracht van de Minister van Veiligheid en Justitie (zie ook Kamerstuk 29 754, nr. 60 van 5 december 2005). Na de inwerkingtreding van het verdrag kunnen ook Belgische jachtvliegtuigen in het Nederlandse luchtruim worden ingezet voor deze taak, ter handhaving van de Nederlandse rechtsorde en in opdracht van de Minister van Veiligheid en Justitie. Indien een Nederlands jachtvliegtuig wordt ingezet in het luchtruim van België of Luxemburg, gebeurt dat in opdracht van de nationale autoriteiten van het desbetreffende land. Luxemburg heeft in het verdrag het gebruik van dodelijk geweld boven het eigen grondgebied uitgesloten.

Het tweede aspect is de QRA-taak in Navo-kader. Hierbij gaat het om het onderkennen en eventueel onderscheppen van vijandige of ongeïdentificeerde militaire luchtvaartuigen. In Nederland betreft het de grondwettelijke taak van de bescherming van het eigen en bondgenootschappelijk grondgebied. Deze taak wordt uitgevoerd op basis van het Navo-verdrag en binnen de bestaande Navo-commandostructuur en daarom heeft het zojuist ondertekende trilaterale verdrag met België en Luxemburg op deze taak geen betrekking. De QRA-taak in Navo-kader zal na de inwerkingtreding van het verdrag met België en Luxemburg eveneens bij toerbeurt worden uitgevoerd, aangezien het gaat om dezelfde parate jachtvliegtuigen als voor de beveiliging tegen Renegade toestellen.

De behandeling van het verdrag zal de gebruikelijke procedure volgen. Het voorstel van wet tot goedkeuring van het verdrag zal voor advies worden voorgelegd aan de Raad van State. Na ontvangst van het advies zal de regering het verdrag voor uitdrukkelijke goedkeuring indienen bij beide Kamers der Staten-Generaal. In de bijbehorende memorie van toelichting zal het verdrag nader worden toegelicht. Het streven van de drie landen is om de samenwerking, nadat de parlementen van de drie landen hebben ingestemd met het verdrag, eind 2016 van kracht te laten worden.

De Minister van Defensie, J.A. Hennis-Plasschaert

Naar boven