Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 17 juni 2016
Inleiding
Zoals toegezegd in de voortgangsrapportage Vastgoed van 4 december 2015 (Kamerstuk
33 763, nr. 92) informeer ik u met deze brief over de behoeftestelling van Defensie voor verschillende
deelprojecten die moeten worden uitgevoerd om de co-locatie van de civiele en militaire
luchtverkeersleiding op Schiphol-Oost te realiseren. De tijdige uitvoering van deze
projecten is nodig om uitvoering te geven aan de Luchtruimvisie van 2012 (Kamerstuk
31 936, nr. 114). De in de luchtruimvisie geschetste ontwikkelingen op het gebied van inrichting
en gebruik van het luchtruim passen binnen de Europese ontwikkelingen in het kader
van het Single European Sky (SES) traject. De realisatie van de co-locatie op Schiphol-Oost is eind 2017 gepland.
De Kamer is in de brief «Voortgang uitvoering Luchtruimvisie» van 17 december 2015
(Kamerstuk 31 936, nr. 322) eerder geïnformeerd over de hieronder genoemde projecten.
Behoefte
Met de Luchtruimvisie van 2012 is de aanzet gegeven tot de co-locatie van de civiele
en militaire luchtverkeersleiding in het Nederlandse luchtruim. Het belangrijkste
doel van deze integratie is een efficiënter en effectiever gebruik van het luchtruim,
waarbij de gebruikersbehoeften van het civiele en het militaire luchtverkeer beter
op elkaar worden afgestemd. Als gevolg hiervan is in de beleidsnota «In het belang
van Nederland» (bijlage bij Kamerstuk 33 763, nr. 1) gemeld dat de militaire luchtverkeersleiding van het Air Operations Control Station (AOCS) in Nieuw Milligen zal verhuizen naar de locatie van Luchtverkeersleiding Nederland
(LVNL) op Schiphol-Oost. Dit betreft de taken van het AOCS in het lagere luchtruim.
De taken van het AOCS in het hogere luchtruim (boven de acht kilometer) zullen worden
overgedragen aan het Maastricht Upper Area Control Centre (MUAC). Hierover moeten echter nog definitieve afspraken worden gemaakt. De sluiting
van AOCS Nieuw Milligen is, na verhuizing van de luchtgevechtsleiding naar Volkel,
voorzien voor 2021.
Samenwerking
LVNL en Defensie hebben in een samenwerkingsovereenkomst afspraken gemaakt over de
realisatie van de co-locatie, in het bijzonder de verrekening van de investerings-
en exploitatiekosten. Het uitgangspunt is dat de kosten naar rato van het gebruik
van voorzieningen worden gedeeld tussen LVNL en Defensie en dat hierover per deelproject
nadere afspraken worden gemaakt. Een gezamenlijk civiel-militair programmabureau is
verantwoordelijk voor de realisatie van de co-locatie. De verschillende deelprojecten
zijn bij LVNL en Defensie belegd.
Kenmerken
Om de militaire luchtverkeersleidingstaken vanaf Schiphol-Oost te kunnen gaan uitvoeren,
zijn diverse aanpassingen nodig aan het luchtverkeersleidingssysteem bij LVNL, het
torensysteem op de militaire velden en andere technische systemen. Er is ruimte nodig
voor militaire werkposities in de operationele ruimte bij LVNL en er zullen facilitaire
voorzieningen moeten komen voor het militaire deel van de luchtverkeersleiding. Daarnaast
zullen ook de opleidingen (School of Air Control) moeten worden gehuisvest. Ook zal het huidige luchtverkeersleidingssysteem bij LVNL
omstreeks 2020 moeten worden vervangen.
Om in de behoefte van LVNL en Defensie voor een gezamenlijke opleidings- en trainingsruimte
te kunnen voorzien en om de transitie naar een nieuw luchtverkeersleidingssysteem
mogelijk te maken, is besloten een annex te bouwen aan het huidige gebouw van LVNL.
Daarmee wordt het ook mogelijk om te voorzien in een groter voortzettingsvermogen
(contingency capaciteit) wanneer de primaire luchtverkeersleidingscapaciteit wegvalt door een calamiteit.
De nieuwe huisvesting op Schiphol-Oost zal nog niet klaar zijn op het moment van co-locatie
van de militaire luchtverkeersleidingstaken die eind 2017 is gepland. In het huidige
gebouw van LVNL is het wel mogelijk om de luchtverkeersleidingstaken te huisvesten
tot aan de transitiefase naar het nieuwe systeem. De opleidingen blijven op AOCS Nieuw
Milligen totdat de nieuwe huisvesting gereed is.
Financiële aspecten
De totale investeringen voor de hierboven genoemde projecten (IT en vastgoed) die
voor rekening komen van Defensie zijn begroot binnen de bandbreedte van € 25 en € 100
miljoen. Voor de co-locatie en de vervanging van het luchtverkeersleidingssysteem
zijn verzoeken ingediend voor een Europese subsidie (Connecting Europe Facility call 2015). Omdat de aanbesteding nog moet beginnen en de Europese subsidietoewijzing nog in
behandeling is, kan ik in deze brief geen specifieke bedragen noemen.
Vooruitblik
Eind 2016 zal duidelijkheid ontstaan over de aanbesteding van de hierboven genoemde
projecten en de toewijzing van de Europese subsidie. Voor de vervanging van het luchtverkeersleidingssysteem
wordt de rapportage- en verantwoordingslijn aan de Kamer voor IT-projecten gevolgd.
De Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu zal uw Kamer eind 2016 informeren
over de voortgang van de uitvoering van de Luchtruimvisie.
De Minister van Defensie,
J.A. Hennis-Plasschaert