33 750 A Vaststelling van de begrotingsstaat van het Infrastructuurfonds voor het jaar 2014

Nr. 2 MEMORIE VAN TOELICHTING

Inhoudsopgave

   

Blz.

     

A.

ARTIKELGEWIJZE TOELICHTING BIJ DE WETSARTIKELEN

2

     
 

Wetsartikel 1

2

     

B.

BEGROTINGSTOELICHTING

3

     

1.

Leeswijzer

3

     

2.

De Infrastructuuragenda

6

     

3.

De Productartikelen

10

     

4.

Bijlagen:

76

 

1. Voeding van het Infrastructuurfonds en begrotingstaat per productartikelonderdeel

76

 

2. Verdiepingsbijlage

78

 

3. Overzichtsconstructie Kustwacht Nieuwe Stijl

102

 

4. DBFM conversie stappen

105

 

5. Beheer & Onderhoud

107

 

6. Bijlage Spoor

116

 

7. Lijst van afkortingen

119

A. ARTIKELGEWIJZE TOELICHTING BIJ HET BEGROTINGSWETSVOORSTEL

Wetsartikel 1

De begrotingsstaten die onderdeel zijn van de Rijksbegroting, worden op grond van artikel 1, derde lid, van de Comptabiliteitswet 2001 elk jaar afzonderlijk bij de wet vastgesteld. Het wetsvoorstel strekt ertoe om de onderhavige begrotingsstaat voor het aangegeven jaar vast te stellen.

Alle voor dit jaar vastgestelde begrotingswetten tezamen vormen de Rijksbegroting voor dat jaar. Een toelichting bij de Rijksbegroting als geheel is opgenomen in de Miljoenennota.

Met de vaststelling van dit wetsartikel worden de uitgaven, verplichtingen en ontvangsten vastgesteld. De in de begrotingsstaat opgenomen begrotingsartikelen worden in onderdeel B van deze memorie van toelichting toegelicht (de zgn. begrotingstoelichting).

De Minister van Infrastructuur en Milieu, M.H. Schultz van Haegen-Maas Geesteranus

B. BEGROTINGSTOELICHTING

1. Leeswijzer

Het ministerie van Infrastructuur en Milieu (IenM) stelt de begroting van het ministerie van Infrastructuur en Milieu (Begroting hoofdstuk XII) op van de Rijksbegroting en een begroting van het Infrastructuurfonds en het Deltafonds.

Voor u ligt de begroting van het Infrastructuurfonds.

Door een apart fonds voor infrastructuur kan beter invulling worden gegeven aan de doelstellingen zoals genoemd in de wet op het Infrastructuurfonds, te weten het bevorderen van een integrale afweging van prioriteiten en het bevorderen van continuïteit van middelen voor infrastructuur. Zo mag het fonds jaarlijkse saldi (meer of minder uitgaven in enig jaar) overhevelen – in tegenstelling tot de beleidsbegroting van IenM – waardoor (kasmatige) vertragingen en versnellingen van projecten niet hoeven te leiden tot budgettaire knelpunten.

Het Infrastructuurfonds wordt voor het grootste deel gevoed door een bijdrage uit de begroting van IenM (artikelonderdeel 26.02). Daarnaast worden voor een aantal projecten uitgaven doorberekend aan derden, zoals andere departementen, lagere overheden, buitenlandse overheidsinstanties en de Europese Unie.

De begroting bestaat uit de volgende onderdelen:

  • 1. Leeswijzer.

  • 2. Infrastructuuragenda, waarin de mijlpalen in het lopende infrastructuurprogramma worden gepresenteerd.

  • 3. Productartikelen, waarin per investeringsdomein de begrotingcijfers worden gepresenteerd. Hierin zijn ook de projectoverzichten opgenomen.

    • Mutaties in de projectsfeer worden in deze begroting toegelicht als deze financieel groter zijn dan tien procent van het projectbudget of in absolute zin meer bedragen dan € 10 mln;

    • Een nadere toelichting op deze en alle overige infrastructuurprojecten is te vinden in het MIRT (Meerjarenprogramma Infrastructuur, Ruimte en Transport) Projectenboek 2014.

  • 4. Bijlagen; de volgende bijlagen zijn opgenomen in deze begroting:

    • 1. Voeding van het Infrastructuurfonds en begrotingstaat per productartikelonderdeel

    • 2. Verdiepingsbijlage

    • 3. Overzichtsconstructie Kustwacht Nederland Nieuwe Stijl

    • 4. DBFM conversie stappen

    • 5. Beheer en Onderhoud

    • 6. Bijlage Spoor

    • 7. Lijst van afkortingen

Groeiparagraaf: wat is nieuw in deze begroting

Overprogrammering

In de brief van 13 februari jl. over de invulling van de bezuinigingen op het Infrastructuurfonds (Kamerstukken II, 2012/13, 33 400 A, nr. 48) is aangekondigd dat in de programmering een tijdelijke en beheerste overprogrammering wordt opgenomen. Dit vertaalt zich in een aanlegprogramma dat in de periode tot en met 2018 hoger is dan het beschikbare budget en een exact omgekeerde situatie in de periode na 2018. Dit impliceert dat mijlpalen kunnen vertragen wanneer de benodigde middelen niet in de juiste jaren beschikbaar zijn. Op totaalniveau zijn tot en met 2028 programma en budget uiteraard in balans. Een beheerste overprogrammering vergt dat geen verplichtingen worden aangegaan indien in de betreffende jaren onvoldoende kasgeld beschikbaar is.

Overprogrammering Infrastructuurfonds in € mrd
 

t/m 2018

na 2018

Totaal

Programma Verkenning, Planuitwerking en Realisatie

5,3

15,0

20,3

Budget Verkenning, Planuitwerking en Realisatie

3,2

17,1

20,3

Overprogrammering (–)

– 2,1

2,1

0

Het instrument overprogrammering is door het kabinet ingezet om te zorgen dat de budgetten voor aanleg van infrastructuur ook daadwerkelijk tot besteding komen in de jaren waarin deze beschikbaar zijn gesteld. De ervaring leert namelijk dat infrastructuurprojecten kunnen vertragen ten opzichte van de planning, bijvoorbeeld door complexiteit, onvoorziene omstandigheden of een hoog ambitieniveau in de afgegeven mijlpalen. Doordat met overprogrammering wordt gewerkt leiden vertragingen bij individuele projecten niet automatisch tot onderbesteding van het beschikbare budget.

In het lopende begrotingsjaar en enkele jaren daarna wordt in het realisatieprogramma beperkt overprogrammering toegepast. De kans op grote vertragingen is daar immers beperkt omdat de contracten met de aannemer in de realisatiefase doorgaans zijn gesloten. De overprogrammering wordt verder vooral toegepast in de verkenning- en planuitwerkingprogramma’s waar sprake is van meer planningsonzekerheid. Via deze verdeling is geborgd dat voldoende druk staat op zowel de budgetten dichtbij het uitvoeringsjaar als de budgetten meer in de toekomst. Op beheer en onderhoud vindt geen overprogrammering plaats aangezien daar slechts beperkt sprake is van planningsonzekerheid.

Via bandbreedtes rondom de mijlpalen komt de onzekerheid die het totale programma kenmerkt ook op projectniveau tot uitdrukking. In navolging op de brief over de invulling van bezuinigingen op infrastructuurfonds (Kamerstukken II, 2012/13, 33 400 A, nr. 48) wordt dit principe nu ook in deze begroting geïntroduceerd bij de verkenning- en planuitwerkingartikelen van Wegen en Vaarwegen. Bij de door uw Kamer aangewezen grote projecten was dit al de werkwijze via de probabilistische planningen in de voortgangrapportages. In de volgende begroting(en) is het voornemen om het principe van bandbreedtes uit te breiden naar alle projecten in de verkenning- en planuitwerkingfase op het Infrastructuurfonds en het Deltafonds. Daartoe worden de probabilistische planningsmethoden verder opgehard en ingebed in een eenduidig systeem van planning, sturing, verslaglegging en (kas)beheersing.

Investeringsruimte

In de brief over de invulling van de bezuinigingen op het infrastructuurfonds (Kamerstukken II, 2012/13, 33 400 A, nr. 48) is aangegeven hoe de investeringsruimte is verdeeld over de modaliteiten. Ook in deze begroting is de investeringsruimte op een apart artikelonderdeel per modaliteit zichtbaar.

Kolom «vorig»

In de tabellen projectoverzichten bij de verschillende artikelen is de kolom «vorig» opgenomen. In deze kolom is de laatste stand van de projectbudgetten opgenomen, i.c. de stand na de voorjaarsnota 2013.

2. INFRASTRUCTUURAGENDA

De infrastructuuragenda beperkt zich tot het presenteren van de agenda op projectniveau, met aandacht voor de mijlpalen in het lopende infrastructuurprogramma. Zo wordt inzichtelijk gemaakt welke projecten in 2014 worden opgeleverd en bij welke projecten de uitvoering in 2014 begint.

A. Mijlpalen en resultaten 2014

Beheer, onderhoud en vervanging

In 2014 wil IenM onder meer de volgende activiteiten in het kader van beheer, onderhoud en vervanging uitvoeren:

Mijlpaal

Project

Hoofdwegen

– Verkeersmanagement waaronder inzet weginspecteurs bij incidenten, het op alle bemeten wegvakken inwinnen van betrouwbare reis en route-informatie en deze informatie tijdig aan de serviceproviders leveren, het realiseren van benuttingsmaatregelen en uitvoering van het actieprogramma beter geïnformeerd op weg.

– Beheer en Onderhoud waaronder verhardingsonderhoud, onderhoud aan kunstwerken en onderhoud aan Dynamisch Verkeersmanagement (DVM) systemen.

– Uitvoering van het programma vervangingen en renovaties waaronder het programma Stalen Bruggen.

Hoofdvaarwegen

– Verkeersmanagement waaronder activiteiten in het kader van verkeersbegeleiding, bediening van objecten en vaarwegmarkering.

– Beheer en Onderhoud maatregelen om de breedte en diepte van de vaarweg te handhaven en maatregelen om de kunstwerken (sluizen en bruggen) en verkeersvoorzieningen te laten functioneren.

– Uitvoering van het programma vervangingen en renovaties waaronder NOMO achterstallig onderhoud vaarwegen programma «NOMO AOV» en het resterend deel uit het plan van aanpak Beheer en Onderhoud (impuls).

Spoorwegen

– Verkeersleiding en capaciteitsmanagement

– Regulier beheer en onderhoud, waaronder het inspecteren en schouwen van de infrastructuur, functieherstel bij verstoringen, het saneren van geluidsschermen en het onderhouden en schoonmaken van stations

– Groot onderhoud, waaronder het slijpen van spoorstaven en het seizoenbestendig houden van de sporen

– Het vervangen van spoorstaven (circa 100 kilometer), dwarsliggers (circa 40 kilometer) en wissels (circa 200) en de vervanging van andere systemen, zoals energie, transfer en treinbeheersing.

Voor een nadere toelichting op de stand van zaken van beheer, onderhoud en vervanging wordt verwezen naar de toelichting op de productartikelen en naar het MIRT-projectenboek 2014.

Aanleg

Hieronder volgen de mijlpalen die IenM in 2014 wil halen per sector.

Hoofdwegennet

Mijlpaal

Project

Oplevering

– SAA Deeltraject A1/A10

– N2 Meerenakkerweg

– N35 Combiplan Nijverdal

– A4 Burgerveen–Leiden (Zuid)

– N31 Haak om Leeuwarden

Start realisatie

– SAA Deeltraject A1/A6

– A1 Bunschoten–Hoevelaken

– N50 Ens–Emmeloord

– A9 Omlegging Badhoevedorp

– A7/A8 Purmerend–Zaandam–Coenplein

– A79 Aansluiting Nuth

Hoofdvaarwegennet

Mijlpaal

Project

Oplevering

– Dynamisch Verkeersmanagement

– Walradar Noordzeekanaal

– diverse projecten in het kader van Quick-wins regeling Binnenhavens

– diverse projecten in het kader van de ZIP-regeling

Start realisatie

– Lichteren buitenhavens IJmuiden

– Capaciteitsuitbreiding sluis Eefde (aanbesteding start in 2014, schop-in-de-grond in 2016)

Spoorwegen

Mijlpaal

Project

Oplevering

– Geluidsmaatregelen Zeeuwse lijn: gedeeltelijk oplevering (raildempers en dwarsliggers)

– Spooraansluitingen Tweede Maasvlakte: oplevering emplacement Maasvlakte West

– Quick Scan Decentraal Spoor: snelheidsverhoging Zutphen–Winterswijk

– ERTMS pilot Amsterdam–Utrecht (ProRail-deel): rapportages afgerond

– NSP Den Haag: oplevering Stationshal (perrons worden in 2013 opgeleverd)

– Amsterdam Centraal Cuypershal: middentunnel in zijn geheel gereed

 

– Sporen in Den Bosch

 

– Zwolle aanleg 4e perron en tunnel

 

– NSP Arnhem (transferhal)

 

– Nijmegen Lent definitieve halte

Start realisatie

– Spooraansluitingen Tweede Maasvlakte: verlening realisatiebeschikking Herinrichting emplacement Waalhaven Zuid

– Kleine stations: Halte Barneveld Zuid

 

– Amsterdam Centraal Oosttunnel

 

– Groningen–Leeuwarden (concrete projecten/beschikking gepland voor 2014)

Voor een nadere toelichting over de stand van zaken voor het lopende programma wordt verwezen naar de toelichting op de productartikelen en naar het MIRT-projectenboek 2014.

Regionale/lokale infrastructuur (> € 112,5 mln / € 225 mln)

Voor de grote regionale en lokale infrastructuurprojecten (kosten van de meest kosteneffectieve oplossing hoger dan € 112,5 mln respectievelijk € 225 mln) ligt de verantwoordelijkheid voor voorbereiding, aanleg, beheer en onderhoud en exploitatie bij de betreffende regionale of lokale overheid. IenM is dus niet zelf verantwoordelijk, maar kan een bijdrage leveren in de aanlegkosten van een dergelijk project als nut en noodzaak zijn aangetoond en het project van (boven)regionaal belang is. In artikelonderdeel 14.01 van het Infrastructuurfonds van de Rijksbegroting zijn de grote regionale/lokale projecten nader aangeduid.

Begroting op hoofdlijnen

De onderstaande tabel geeft de belangrijkste wijzigingen in de uitgaven en inkomsten aan ten opzichte van de eerste suppletoire begroting 2013.

Een volledig overzicht van de mutaties is terug te vinden in bijlage 2: Verdiepingsbijlage.

   

art

2013

2014

2015

2016

2017

2018

Stand ontwerp-begroting 2013

 

6.234.490

6.872.531

5.940.957

6.550.080

6.346.811

6.034.391

Mutaties 1e suppletoire wet 2013

 

65.988

– 85.660

– 66.934

– 453.584

– 98.234

– 74.216

Stand Voorjaarsnota 2013

 

6.300.478

6.786.871

5.874.023

6.096.496

6.248.577

5.960.175

I Belangrijkste mutaties Infrastructuurfonds

 

– 25.466

– 192.316

14.517

– 475.016

13.562

– 85.209

 

Kader-relevante mutaties Infrastructuurfonds

             

1

DBFM N33 en A1/A6

12

– 72.943

– 121.692

– 159.783

– 425.728

137.326

57.122

2

Middelenafspraak

12

 

– 35.700

– 35.700

– 35.700

– 35.700

–35.700

3

Reisinformatie

13

– 8.650

– 7.500

– 7.500

– 7.500

– 7.500

–7.500

4

Afrekening ProRail

13

59.781

         

5

Indexering concessie HSL-Z

13

   

5.983

5.983

5.983

5.983

6

Loonbijstelling

Div.

1.804

1.591

1.556

1.388

1.515

1.482

7

Inzet rest. Programmaruimte

18

       

– 3.725

–8.065

8

Kasritme regiobijdragen

12

 

– 29.281

209.281

 

– 80.000

–100.000

9

Diversen (desalderingen/ovb. HXII/BDU)

 

– 5.458

266

680

– 13.459

– 4.337

1.469

                 
 

Belangrijkste mutaties binnen kader Infrastructuurfonds

             

10

Prijsindex 2013

Div

– 50.284

– 76.501

– 70.054

– 71.020

– 68.393

–61.527

   

Div

50.284

76.501

70.054

71.020

68.393

61.527

11

Vordering moederdepartement

12

– 9.482

– 8.796

– 7.345

– 16.065

– 14.415

–6.011

   

18

9.482

8.796

7.345

16.065

14.415

6.011

12

Lening spoor/Reglok.

14

25.000

 

– 7.000

– 18.000

   
   

13

– 25.000

 

7.000

18.000

   

Stand ontwerp-begroting 2014

 

6.275.012

6.594.555

5.888.540

5.621.480

6.262.139

5.874.966

Ad 1. Dit betreft de omzetting van de reeksen A1/A6 SAA en N33 Assen-Zuidbroek.

Ad 2. De inkomsten die voorheen taakstellend in de begroting stonden t.b.v. RVOB, worden overgebracht naar IenM. Het gaat hierbij om inkomsten uit areaal waarop Rijkswaterstaat (RWS) het materieel respectievelijk feitelijk beheer uitvoert. Extra opbrengsten die IenM (RWS) weet te realiseren bovenop dit bedrag kunnen door IenM (RWS) ingezet worden. De middelenoverboeking van RVOB naar IenM (RWS) betreft in totaal € 35,7 mln per jaar. Deze overboeking wordt zichtbaar bij opbrengst derden in de staat van baten en lasten en is als volgt opgebouwd: € 19,5 mln structurele ontvangsten uit de pacht van «benzinestations, € 11,5 mln structurele ontvangsten uit de ingebruikgeving van RWS areaal (huur, pacht) en € 4,7 mln structurele ontvangsten uit incidentele verkoop van RWS areaal. De bijdrage van HXII aan het Infrastructuurfonds alsmede de AGB-reeks «overige netwerkoverstijgende kosten» op Infrastructuurfonds artikel 18.08 worden overeenkomstig verlaagd met € 35,7 mln.

Ad 3. Reisinformatie is door ProRail overgedragen aan NS en wordt verankerd in de Vervoerconcessie en structureel verrekend met de concessievergoeding (€ 7,5 mln per jaar).

Ad 4. Dit betreft met name de afrekening van aanleg- en geoormerkte projecten met ProRail over 2012 alsmede de verwerking van de aan NS opgelegde boete.

Ad 5. Dit betreft de indexering van de concessievergoeding HSL-Zuid naar prijspeil 2013.

Ad 6. Dit is de toevoeging aan het Infrastructuurfonds van het uitgekeerde deel van de loonbijstelling 2013. Het betreft de hogere uitgaven voor de werkgever aan ouderdoms- en nabestaandenpensioen en een stijging van de bijdrage in het kader van de Zorgverzekeringswet.

Ad 7. De resterende programmaruimte op Infrastructuurfonds artikel 18 (€ 100 mln) wordt overgeboekt naar Hoofdstuk XII en betrokken bij het oplossen van de KRW-problematiek.

Ad 8. Dit betreft een aanpassing van kasritme van de regionale bijdragen aan de projecten A12/A15 Ressen–Oudbroeken en N35 Zwolle–Wijthmen.

Ad 9. Het gaat hier om een aantal overboekingen tussen de begroting van hoofdstuk XII en het Infrastructuurfonds. De mutaties zijn bij de individuele artikelen in het Infrastructuurfonds (en in de begroting van hoofdstuk XII) toegelicht.

Ad 10. IenM dekt in de ontwerpbegroting over 2014 het budgettaire probleem dat is ontstaan door het niet uitkeren van de prijsbijstelling uit de resterende Investeringsruimte per investeringsdomein. Er resteert dan een kasritmeprobleem. IenM lost dit uiterlijk bij ontwerpbegroting 2017 op, maar zo mogelijk eerder bij een eerstvolgende herijking van het Investeringsprogramma.

Ad 11. Vordering moederdepartement: In 2009 heeft het ministerie van Financiën toestemming verleend om een deel van de vordering van RWS op IenM in een periode van 15 jaar af te betalen. Hiervoor is een 15-jarige kasreeks in de begroting opgenomen. Deze reeks is technisch opgenomen in artikel 12.02 (Beheer en Onderhoud), maar is niet voor Beheer en Onderhoud bedoeld. Voorgesteld wordt om de afbetalingsreeks op te nemen in artikel 18.08 (overige netwerkoverstijgende kosten). Het betreft een technische overboeking.

Ad 12. Utrecht, Tram naar de Uithof (Infrastructuurfonds artikel 14): Voor de realisatie heeft de regio Utrecht al een aanzienlijk bedrag voorgefinancierd. IenM heeft eerder richting regio Utrecht aangegeven niet eerder dan in 2016 middelen beschikbaar te hebben om deze uitgaven te compenseren maar wel te zullen bezien of er mogelijkheden waren om eerder tot betaling over te gaan. Die zijn er nu op spoor (Infrastructuurfonds artikel 13) waar de middelen uit het Begrotingsakkoord (Aanvullende Post OV) voor 2013 dit jaar nog niet tot betalingen leiden.

3. DE PRODUCTARTIKELEN

Artikel 12 Hoofdwegennet

Omschrijving van de samenhang in het beleid

Op dit artikel worden de producten op het gebied van Rijkswegen verantwoord. Betreft de onderdelen verkeersmanagement, beheer, onderhoud en vervanging, aanleg, GIV/PPS, netwerkgebonden kosten en de investeringsruimte.

Artikel 12 Hoofdwegennet op het Infrastructuurfonds is gerelateerd aan beleidsartikel 14 Wegen en Verkeersveiligheid op de Begroting hoofdstuk XII.

Budgettaire gevolgen van de uitvoering van art. 12 Hoofdwegennet (x € 1.000)
 

2012

2013

2014

2015

2016

2017

2018

Verplichtingen

4.219.392

3.597.124

4.279.533

2.130.479

2.850.416

1.337.420

2.479.548

Uitgaven

2.659.773

2.494.262

2.800.084

2.128.843

1.756.604

2.291.915

2.241.330

Waarvan juridisch verplicht:

   

88%

       

12.01 Verkeersmanagement

30.768

21.794

19.189

20.674

20.258

20.257

20.257

12.02 Beheer, onderhoud en vervanging

567.308

544.784

624.755

566.080

455.869

492.944

483.143

12.02.01 Beheer en onderhoud

474.922

453.912

438.734

408.524

438.526

489.607

483.143

12.02.02 Servicepakket B&O

56.993

           

12.02.04 Vervanging

35.393

90.872

186.021

157.556

17.343

3.337

 

12.03 Aanleg

1.287.083

1.145.954

1.201.347

634.054

479.311

978.381

1.135.101

12.03.01 Realisatie

1.254.021

1.115.127

857.327

528.732

447.876

824.355

531.407

12.03.02 Verkenningen en planuitwerkingen

33.062

30.827

344.020

105.322

31.435

154.026

603.694

12.04 GIV/PPS

335.772

382.652

590.390

556.301

458.852

460.816

258.875

12.06 Netwerkgebonden kosten HWN

438.842

436.844

407.135

389.777

384.270

379.333

376.890

12.06.01 Apparaatskosten RWS

383.570

381.576

354.920

338.143

332.527

327.490

325.047

12.06.02 Overige netwerkgebonden kosten

55.272

55.268

52.215

51.634

51.743

51.843

51.843

12.07 Investeringsruimte

 

– 37.766

– 42.732

– 38.043

– 41.956

– 39.817

– 32.936

Van totale uitgaven

           

– Bijdrage aan agentschap RWS

1.023.726

949.079

891.304

869.048

894.064

934.967

925.565

– Restant

1.636.047

1.545.184

1.908.780

1.259.795

862.539

1.356.948

1.315.766

12.09 Ontvangsten

165.700

127.551

133.839

302.892

139.647

62.084

22.918

Budgetflexibiliteit

Met uitzondering van de verkenning en planuitwerking worden de budgetten in 2014 als juridisch verplicht beschouwd op de peildatum 1 januari 2014. Voor de mate van verplichting van het verkenningen en planuitwerkingsprogramma tot en met 2028 wordt verwezen naar het betreffende projectoverzicht.

Onderstaand zijn de beschikbare budgetten tot en met 2028 per jaar gepresenteerd op artikelonderdeelniveau. De mutaties zijn in de verdiepingsbijlage bij de begroting op hetzelfde detailniveau tot en met 2028 toegelicht.

Bedragen x € 1.000
 

2014

2015

2016

2017

2018

2019

2020

12

Hoofdwegen

2.800.084

2.128.843

1.756.604

2.291.915

2.241.330

2.916.274

3.427.133

12.01

Verkeersmanagement

19.189

20.674

20.258

20.257

20.257

20.259

20.257

12.02

Beheer, onderhoud en vervanging

624.755

566.080

455.869

492.944

483.143

489.516

489.403

12.03

Aanleg

1.201.347

634.054

479.311

978.382

1.135.101

1.801.489

2.295.343

12.04

GIV/PPS

590.390

556.301

458.852

460.816

258.875

259.639

260.541

12.06

Netwerkgebonden kosten HWN

407.135

389.777

384.270

379.333

376.890

376.640

376.568

12.07

Investeringsruimte

– 42.732

– 38.043

– 41.956

– 39.817

– 32.936

– 31.268

– 14.979

                 

12.09

Ontvangsten

133.839

302.892

139.647

62.084

22.918

31.358

286.076

Bedragen x € 1.000
 

2021

2022

2023

2024

2025

2026

2027

2028

12

Hoofdwegen

2.331.691

2.707.002

2.487.666

2.431.671

2.238.102

2.112.908

2.048.721

2.154.676

12.01

Verkeersmanagement

20.301

20.275

20.261

20.247

20.220

20.221

20.218

20.303

12.02

Beheer, onderhoud en vervanging

407.863

407.777

407.731

421.610

453.339

453.339

453.331

458.030

12.03

Aanleg

1.242.548

1.678.928

1.453.075

1.307.280

1.146.138

1.024.108

575.569

82.229

12.04

GIV/PPS

255.107

233.669

238.877

303.735

234.828

232.496

172.017

171.267

12.06

Netwerkgebonden kosten HWN

377.439

377.847

378.072

378.924

379.359

379.348

379.387

378.023

12.07

Investeringsruimte

28.432

– 11.494

– 10.350

– 124

4.218

3.396

448.199

1.044.824

                   

12.09

Ontvangsten

 

35.000

           
12.01 Verkeersmanagement

Motivering

Met verkeersmanagement streeft IenM naar optimaal gebruik van informatie over de beschikbare infrastructuur en draagt IenM bij aan het bereiken van een voorspelbare en betrouwbare reistijd van deur tot deur. Daarmee worden de bereikbaarheid en verkeersveiligheid in Nederland, binnen de randvoorwaarden van duurzaamheid, bevorderd.

Verkeersmanagement

Producten

Bij verkeersmanagement wordt onderscheid gemaakt in de volgende maatregelcategorieën:

  • Verkeersgeleiding bij grote drukte, inclusief crisissituaties (onder andere weeralarm).

  • Hulpverlening voor doorstroming en informatievoorziening bij pech en ongevallen (incidentmanagement).

  • Maatregelen ter bevordering van gedisciplineerd en sociaal weggedrag, bijvoorbeeld ter voorkoming van bumperkleven en het negeren van rode kruizen.

  • Voorlichting over rijkswegen, zoals voorlichting over de gevolgen van wegwerkzaamheden.

Verkeersmanagementmaatregelen betreffen onder andere de inzet van weginspecteurs bij incidenten, toeritdosering, gebruik van spitsstroken, maar ook verkeersinformatie op panelen boven de weg. De meeste van deze maatregelen worden ingezet vanuit vijf regionale verkeerscentrales en een landelijke verkeerscentrale. Hierbij wordt het rijkswegennet in samenhang met het regionale wegennet beschouwd door gebiedsgericht verkeersmanagement waarbij wordt ingezet op regionale samenwerking. Dit krijgt ook vorm in het programma Beter Benutten. Hierin wordt samen met andere infrabeheerders, vervoersorganisaties en bedrijfsleven gewerkt aan regionale maatregelen om bestaande weg-, vaarweg-, spoor- en OV-verbindingen beter te benutten. Hetzelfde geldt ook voor de Praktijkproef Amsterdam, waarbij met het gecoördineerd netwerkbreed inzetten van maatregelen een bijdrage wordt geleverd aan de beleidsdoelen zoals verbeteren van de reistijd en bereikbaarheid in de regio Amsterdam. In deze proef zullen zowel wegkantsystemen als dynamische navigatiesystemen worden ingezet op het hoofd- en onderliggend wegennet in de regio Amsterdam.

In 2013 is het actieprogramma «Beter geïnformeerd op weg» gestart om in samenwerking met marktpartijen een gezamenlijke koers en een concrete agenda voor ontwikkeling en innovatie van verkeersmanagement voor de komende jaren te formuleren. Het actieprogramma bestaat uit een publiekprivate routekaart over Reisinformatie & Verkeersmanagement, waarin de strategische lijnen voor de beoogde ontwikkelingen worden beschreven. Om de routekaart concreet te maken volgen ook een uitvoeringsagenda voor de overheden en het bedrijfsleven. De routekaart zal in de 2e helft van 2013 gereed zijn, waarna de tactisch/operationele vertaling in de uitvoeringsagenda plaats vindt. Het actieprogramma biedt een meerjarig richtsnoer dat de basis legt voor publieke en private investeringen in reisinformatie en verkeersmanagement.

Meetbare gegevens

Specificatie bedieningsareaal:

Areaalomschrijving

Eenheid

2012

2013

2014

Verkeerssignalering op rijbanen

km

2.666

2.666

2.586

Verkeerscentrales

aantal

6

6

6

Spits- en plusstroken

km

318

308

328

Toelichting

De verwachte afname van verkeerssignalering op rijbanen is de resultante van enerzijds uitbreiding (A5 Westrandweg en A10/A8 2e Coentunnel) en anderzijds vermindering van de verkeerssignalering in 2014 door versoberingsmaatregelen (onder andere A18L, A12, A2). Zie ook de begroting van het Infrastructuurfonds over 2013, bijlage 5 (Kamerstukken II, 2012/13, 33 400 A).

De verwachte toename van het aantal kilometer spits- en plusstroken eind 2014, is de resultante van enerzijds aanleg- en reconstructieprojecten waarbij spitsstroken worden vervangen door reguliere rijstroken, permanente openstelling van een aantal plusstroken en anderzijds realisatie van extra plusstroken op de A28 (Rijnsweerd–Hoevelaken).

Indicator verkeersmanagement

Streefwaarde

Eenheid

Streefwaarde 2014

Op alle bemeten wegvakken wordt betrouwbare reis en route-informatie ingewonnen en tijdig geleverd aan de serviceproviders.

% van bemeten rij baanlengte

89%

Toelichting

Deze indicator geeft aan in welke mate Rijkswaterstaat betrouwbare reis- en route-informatie op de Dynamische Route-Informatie Panelen (DRIPs) zet en die informatie beschikbaar stelt voor serviceproviders en in welke mate dit tijdig gebeurt.

12.02 Beheer, onderhoud en vervanging

Motivering

Het rijkswegennet en de onmiddellijke omgeving daarvan in een dusdanige staat houden dat het vervullen van de primaire functie gewaarborgd is: het faciliteren van vlot en veilig vervoer van personen en goederen. Daarbij gelden randvoorwaarden voor milieu (natuur, lucht geluid en duurzaamheid).

Producten

Het regulier beheer en onderhoud van rijkswegen omvat maatregelen aan verhardingen, kunstwerken zoals bruggen, tunnels en viaducten, verkeersvoorzieningen, landschap en milieu en voorzieningen voor verkeersmanagement zoals signalering en verkeerscentrales.

Vervanging en renovatie betreft het tijdig programmeren en nemen van maatregelen aan kunstwerken en wegen waarbij regulier beheer en onderhoud niet meer voldoende is. Voornamelijk in de eerste helft en vanaf de jaren ’60 van de vorige eeuw zijn kunstwerken gerealiseerd die, mede door het intensieve gebruik, nu of in de komende decennia het moment van einde levensduur naderen. Op basis van onderzoek wordt concreet gemaakt voor welke kunstwerken wanneer vervanging of renovatie aan de orde is.

Voor de volledigheid wordt verwezen naar artikelonderdeel 18.12 «Nader toe te wijzen BenO en vervanging», waaronder middelen voor beheer en onderhoud en vervanging zijn bestemd, die nog niet aan netwerken kunnen worden toebedeeld.

In bijlage 5 is een nadere toelichting opgenomen op de wijze van aansturing van beheer en onderhoud, IBO, de voortgang implementatie versoberingen en efficiency, de budgettaire aspecten tot en met 2028, DBFM, areaalgroei, vervanging en renovaties en overige ontwikkelingen.

12.02.01 Beheer en Onderhoud

Voor een optimaal gebruik van het wegennet zet IenM in op een zo groot mogelijke beschikbaarheid, betrouwbaarheid en veiligheid van de infrastructuur van wegen, bruggen, viaducten, tunnels, aquaducten, matrixborden, verkeerscentrales en verkeersvoorzieningen. Daarbij gelden de eisen ten aanzien van het landschap en het milieu rond de rijkswegen als randvoorwaarden. Zowel het preventief als het correctief onderhoud vallen onder het beheer en onderhoud.

De uitgaven voor het beheer en onderhoud bestaan in hoofdlijn uit:

  • Uitgaven voor onderhoud van verhardingen waaronder het herstel van vorstschade en het zoveel mogelijk voorkomen daarvan.

  • Uitgaven voor onderhoud van kunstwerken.

  • Uitgaven voor onderhoud aan DVM-systemen zoals matrixborden, informatiepanelen en verkeerscentrales.

  • Klein variabel en vast onderhoud aan verkeersvoorziening, zoals onderhoud aan bermen, geleiderail, bewegwijzering, geluidsschermen en verlichting.

  • Uitgaven voor geluidmaatregelen (landschap en milieu) door naleving van geluidproductieplafonds voor zover geen onderdeel van een aanlegproject.

Meetbare gegevens

In onderstaande figuur is een verdeling gegeven van de beheer- en onderhoudskosten voor verhardingen, kunstwerken (bruggen en viaducten), DVM, verkeersvoorzieningen, landschap en milieu. Deze percentages zijn gebaseerd op een meerjarig gemiddelde.

Areaal rijkswegen
   

Eenheid

2012

2013

2014

Rijbaanlengte

Hoofdrijbaan

km

5.721

5.764

5.771

Rijbaanlengte

Verbindingswegen en op- en afritten

km

1.451

1.466

1.562

Areaal asfalt

Hoofdrijbaan

km2

75

75

75

Areaal asfalt

Verbindingswegen en op- en afritten

km2

12

13

13

Groen areaal

 

km2

202

202

200

Omvang Areaal
 

Areaal

Eenheid

Omvang 2014

Budget

x € 1.000

2014

Beheer, onderhoud en ontwikkeling

Oppervlakte wegdek

km2

88

438.734

Indicatoren BenO
 

streefwaarde 2014

De verhouding verstoringen door aanleg, beheer en onderhoud t.o.v. totale verstoringen.

10%

   

Tijdsduur (%) van het jaar dat de weg veilig beschikbaar is, zonder dat rijstroken zijn afgesloten of een snelheidsbeperking beperking is ingesteld door aanlegwerkzaamheden, onderhoudswerkzaamheden, door falen infra of falen verkeersmanagement.

90%

   

Voldoen aan norm voor verhardingen (stroefheid en spoorvorming) en

gladheidbestrijding en neemt binnen 24 uur, na constatering, maatregelen bij het (tijdelijk) niet voldoen van de norm bij wegen, viaducten, aquaducten, bruggen en tunnels (eenheid: % van de gevallen).

98%

12.02.04 Vervanging

De veiligheid en de beschikbaarheid van het hoofdwegennet moeten in stand worden gehouden tegen de achtergrond van een beperkte technische levensduur van kunstwerken. Het einde van de levensduur kan ontstaan door de ouderdom van het kunstwerk of door intensiever gebruik dan bij het ontwerp is voorzien. Door de intensieve aanleg in de eerste helft en voornamelijk ook vanaf de jaren 60 van de vorige eeuw valt te verwachten dat deze problematiek geleidelijk toeneemt.

Vervangingen en renovaties van kunstwerken worden ondergebracht binnen het programma Vervanging en Renovatie. De scope van het programma omvat alle kunstwerken waar zich binnen de duur van het programma een levensduurproblematiek voordoet met mogelijke ernstige gevolgen voor de veiligheid en beschikbaarheid van het hoofdwegennet. De projecten in het programma verlengen de levensduur van de kunstwerken zodat de veiligheid en de beschikbaarheid van de bestaande infrastructuur in stand wordt gehouden.

Het in 2008 gestarte programma Stalen Bruggen is in het programma vervangingen en renovaties opgenomen en onderdeel van onderstaande tabel met een overzicht van objecten die worden aangepakt.

Wegnr.

Objecten

Gereed

A6

Ketelbrug tussen Emmeloord en Lelystad

2013

A7

Kruiswaterbrug tussen Sneek en afslag Bolsward

2014

A50

Brug tussen de knooppunten Valburg en Ewijk

2015

A58

Kreekrakbrug tussen knooppunt Markiezaat en afslag Rilland

2015

A12

Galecopperbrug tussen de knooppunten Oudenrijn en Lunetten

2015

N3

Wantijbrug tussen Papendrecht en Dordrecht

2018

N15

Suurhoffbrug tussen Europoort en Oostvoorne

2018

A16

Brienenoordbrug tussen de knooppunten Ridderkerk en Terbregseplein

2018

A44

Kunstwerken A44/zuidelijke en noordelijke Kaagbruggen/Hoofdvaart/Lisserweg

2014

A15

Viaduct Wilhelminakanaal/Hardinxveld–Giessendam

2014

A15

Viaduct Veerdijk/Papendrecht

2015

A59

Brug Drongelens kanaal en Viaduct Hoogeinde/Drunen

2016

A22

Velsertunnel

2015

A76

Zuidelijk viaduct Daelderweg/Nuth

2016

12.03 Aanleg

Motivering

Door middel van voorbereiding en uitvoering van infrastructuurprojecten wordt bereikt dat de noodzakelijke capaciteit beschikbaar is en komt om de verwachte verkeersgroei te faciliteren en een betrouwbaar netwerk te realiseren met voorspelbare reistijden. Daarbij wordt rekening gehouden met de kaders van veiligheid en leefbaarheid.

12.03.01 Realisatie

Dynamisch Verkeersmanagement

Producten

Afgelopen jaren is onder andere via het programma Mobiliteitsaanpak € 200 mln geïnvesteerd in verkeersmanagementmaatregelen gericht op het verbeteren van de verkeerssituatie van trajecten uit de file top-50. Het betreft onder andere betere benutting van de bestaande infrastructuur en verbeteren van aansluitingen tussen de snelweg en regionale wegen. De laatste resterende werkzaamheden zullen in 2014 zijn afgerond. Een deel van het programma Mobiliteitsaanpak vindt inhoudelijk opvolging in het programma Beter Benutten.

Kleine projecten / afronding projecten

De volgende projecten zijn opengesteld en worden opgenomen onder de kleine projecten/afronding projecten:

  • A9 Alkmaar–Uitgeest;

  • N9 Koedijk–De Stolpen;

  • N50 Ramspol–Ens;

  • A2 Oudenrijn–Everdingen;

  • A2 Everdingen;

  • A12 Zoetermeer–Zoetermeer centrum;

  • N57 Veersedam–Middelburg;

  • A74 Venlo;

  • N34 Omleiding Ommen.

Mijlpalen Realisatieprojecten

In 2014 wil IenM de volgende mijlpalen realiseren:

Mijlpaal

Project

Oplevering

SAA Deeltraject A1/A10

 

N2 Meerenakkerweg

 

N35 Combiplan Nijverdal

 

A4 Burgerveen–Leiden (Zuid)

 

N31 Haak om Leeuwarden

Start realisatie

SAA Deeltraject A1/A6

 

A1 Bunschoten–Hoevelaken

 

N50 Ens–Emmeloord

 

A9 Omlegging Badhoevedorp

 

A7/A8 Purmerend–Zaandam–Coenplein

 

A79 Aansluiting Nuth

Overige maatregelen

Meer veilig-2

Met dit pakket wordt een bijdrage geleverd aan het verder terugdringen van het aantal verkeersslachtoffers door incidenten op het rijkswegennet. Realisatie van in totaal 123 maatregelen is gepland tot en met 2014. Het betreft:

  • Plaatsen of aanpassen van geleiderail;

  • Reconstructie van rotondes, kruispunten, invoegstroken;

  • Installeren van VRI’s, filedetectie- en filewaarschuwingssystemen;

  • Reconstructie van invoegers en uitvoegers;

  • Aanpassen midden- en zijbermen (halfverharding, zichtafscherming).

Het maatregelenpakket Meer veilig-2 wordt in 2018 geëvalueerd.

Meer veilig-3

Na 2014 wordt het Meer veilig-2 pakket opgevolgd door Meer veilig-3 (uitvoeringsperiode 2015–2018). Het pakket bevat naast kosteneffectieve maatregelen voor het oplossen van verkeersonveilige locaties ook maatregelen voor het oplossen van significante onveilige situaties op routes.

Maatregelpakket Verzorgingsplaatsen

Dit pakket is gericht op het oplossen van de meest acute kwantitatieve en kwalitatieve knelpunten op verzorgingsplaatsen langs (inter-)nationale vrachtcorridors. Binnen dit pakket worden landelijk 300 extra parkeerplaatsen voor vrachtwagens gecreëerd en nog eens 400 parkeerplaatsen meerjarig gehuurd. Daarnaast wordt ingezet op een structurele kwaliteitsverbetering van naar verwachting 40 verzorgingsplaatsen. Voor het realiseren van sanitaire voorzieningen op solitaire verzorgingsplaatsen wordt onderzocht of commerciële exploitatie en onderhoud van de voorzieningen door marktpartijen mogelijk is.

Meer Kwaliteit Leefomgeving

Dit pakket betreft het Meerjarenprogramma Ontsnippering. De geplande werkzaamheden binnen het programma lopen door tot 2018. Een voorbeeld van een ontsnipperingsproject is het plaatsen van een ecoduct of een dassentunnel. Hierdoor worden twee gescheiden natuurgebieden met elkaar verbonden. Voor 2014 staat de oplevering van het internationale ecoduct Kempengrens op de grens van Vlaanderen en Noord-Brabant gepland. Daarnaast wordt gewerkt aan de realisatie van ecoduct Laarderhoogt over de A1 en een 30 tal kleinere maatregelen die in 2014 worden uitgevoerd.

Belangrijkste budgettaire aanpassingen

  • Bij de projecten N33 Assen–Zuidbroek en A1/A6 SAA heeft de financial close plaatsgevonden. Beiden zijn overgeheveld naar het artikelonderdeel 12.04 geïntegreerde contractvormen.

  • Uitvoering MJPO: Het programma loopt af na 2018. Het resterende budget is overgeheveld naar de investeringsruimte van wegen (12.07).

  • Het Pakket Meer veilig-3 is afzonderlijk zichtbaar gemaakt.

  • Bij A4 Delft– Schiedam zijn in de 1e suppletoire begroting 2013 de aanbestedingsmeevaller (– € 292,5 mln) en meerkosten van € 10,3 mln verwerkt. Een deel van deze meevaller was gereserveerd voor het opvangen van potentiële tegenvallers. Hiervan wordt nu € 59,7 mln toegevoegd aan het taakstellend budget voor tegenvallers bij de uitvoering en wijziging in de standaard tunneltechnische installatie na gunning. (zie ook toelichting meerkosten tunneltechnische installaties).

  • Bij A2 Holendrecht–Oudenrijn (Leidsche Rijn Tunnel) is in 1e suppletoire begroting 2013 € 56 mln toegevoegd aan het budget. Omdat slechts een beperkt deel nodig bleek, wordt bij deze begroting € 37 mln overgeheveld naar de investeringsruimte van wegen (12.07).

  • Als gevolg van een meevaller binnen de ZSM projecten is een overschot voorzien van € 32,3 mln. Dit budget is overgeheveld naar de investeringsruimte van wegen (12.07).

Meerkosten tunneltechnische installaties

Met het bereiken van overeenkomst met de aannemer van de Tweede Coentunnel is duidelijk hoeveel de meerkosten zijn geworden voor het openbreken van de contracten om de standaard voor tunneltechnische installaties waar mogelijk te implementeren bij de projecten N35 Combiplan Nijverdal, A2 Maastricht en de Tweede Coentunnel. Deze meerkosten bedragen in totaal € 198,5 mln. De inschatting was dat de meerkosten tussen de € 55 mln en € 150 mln zouden bedragen. Er is een reservering van € 100 miljoen in de begroting getroffen. Deze reservering is nu geheel aangewend. Bij de eerste suppletoire begroting 2013 zijn de meerkosten bij N35 Combiplan Nijverdal en A2 Maastricht verwerkt. Met name de meerkosten bij de Tweede Coentunnel zijn hoger uitgevallen dan werd ingeschat (zie 12.04). Een groot deel van de kosten zijn tijdsgebonden kosten. Doordat er onduidelijkheid was over het ontwerp van de installaties en de besturingssoftware, ging tijd voor de opdrachtnemer verloren. Omdat de onderhandelingen over de meerkosten van de tunneltechnische installaties lang duurden en de partijen ver uit elkaar lagen, is na anderhalf jaar onderhandeling besloten om de in het contract opgenomen geschillenprocedure te volgen (de zogenoemde Dispute Resolving Taskforce). Deze is met een bindende uitspraak gekomen. Het totaal van de gemaakte afspraken wordt verwerkt in een vaststellingsovereenkomst.

Projectoverzicht behorende bij 12.03.01: Realisatieprogramma Hoofdwegennet
 

Totaal

Budget in € mln

Oplevering

Projectomschrijving

huidig

vorig

t/m 2012

2013

2014

2015

2016

2017

2018

later

huidig

vorig

Projecten Nationaal

                       

Dynamisch verkeersmanagement

160

160

125

10

9

16

       

2012

Kleine projecten / Afronding projecten

153

93

 

41

28

21

22

8

 

34

nvt

nvt

Programma 130 km

57

95

11

34

10

0

0

0

0

     

Programma aansluitingen

99

98

23

4

7

17

21

14

13

 

nvt

nvt

Quick Wins Wegen

36

36

10

1

0

1

24

     

2011

ZSM 1+2 (spoedwet wegverbreding)

1.581

1.608

1.328

125

55

34

8

32

   

2016

2016

Projecten Noord-Holland, Utrecht en Flevoland

                       

A10 Amsterdam praktijkproef FES

48

47

6

4

10

26

1

     

2015

2015

A1/A6/A9 Schiphol–Amsterdam–Almere

2.174

2.916

333

140

171

109

211

498

238

474

2024

2020

A9 Badhoevedorp

336

331

28

44

43

45

46

46

48

36

2017

2017

A2 Holendrecht–Oudenrijn

1.219

1.255

1.181

23

10

5

       

2012

2012

A28 Utrecht–Amersfoort

224

222

139

54

28

2

       

2013

2013

Projecten Zuidvleugel

                       

A4 Burgerveen–Leiden

586

585

415

23

55

42

8

2

2

42

2014

2014

A4 Delft–Schiedam

661

593

123

140

180

162

36

20

   

2015

2015

Projecten Zuidwestelijke Delta

                       

N57/N59 EuroRAP (verkeersveiligheid)

10

10

 

0

1

2

3

3

1

     

N61 Hoek–Schoondijke

118

118

35

30

25

19

3

7

   

2014

2014

Projecten Brabant

                       

A4 Dinteloord–Bergen op Zoom

275

272

129

54

56

30

5

     

2015

2015

N2 Meerenakkerweg (A2 zone)

11

11

0

7

4

         

2014

2014

Projecten Limburg

                       

A2 Maasbracht–Geleen, 1e fase

170

170

151

6

4

2

8

     

2011/2013

2011/2013

A2 Passage Maastricht

623

619

350

142

91

30

9

     

2016

2016

A2/A76 Maatregelenpakket Limburg

110

108

37

0

53

6

 

14

   

2010/2015

2010/2015

A67 Aanpak toerit Someren

6

6

 

0

6

             

Projecten Oost-Nederland

                       

A50 Ewijk–Valburg

276

275

216

29

4

26

       

2015

2014

N35 Combiplan Nijverdal

307

306

214

70

20

2

     

0

2014

2014

Projecten Noord-Nederland

                       

N31 Leeuwarden (De Haak)

193

191

57

72

52

12

       

2014

2014

N33 Assen–Zuidbroek

0

205

                   

Overige maatregelen

                       

Meer kwaliteit leefomgeving

107

265

 

2

1

20

15

20

20

30

   

Meer veilig 2

27

29

 

27

               

Meer veilig 3

40

       

10

10

10

10

     

Verzorgingsplaatsen

25

23

 

4

5

5

10

         

Afrondingen

–1

     

–1

             

Totaal uitvoeringsprogramma

7.545

 

4.911

1.088

928

644

441

674

331

614

   

Realisatieuitgaven op IF 12.03.01 mbt planuitwerking

     

77

79

35

7

   

13

   

Programma Realisatie (IF 12.03.01)

     

1.165

1.007

679

448

674

331

628

   

Budget Realisatie (IF 12.03.01)

     

1.115

857

529

448

824

531

628

   

Overprogrammering (–)

     

– 50

– 150

– 150

0

150

200

     
12.03.02 Verkenningen en Planuitwerkingen

Belangrijkste (budgettaire) aanpassingen

  • De taakstellende budgetten zijn op prijspeil 2013 gebracht.

  • A10 Zuidas: de door ProRail gemaakte kosten voor planuitwerking en voorbereiding realisatie, ad € 2,7 mln tot medio 2013, voor het gemeenschappelijk weg- en spoorproject worden door ProRail bij RWS in rekening gebracht. Naast de indexering voor prijspeil zijn deze middelen overgeheveld naar Infrastructuurfonds artikel 12.

  • Ring Utrecht: Het budget voor A12 Ring Utrecht (fase 2) en de rijksbijdrage aan de Noordelijke Randweg Utrecht (NRU) zijn apart in de begroting opgenomen.

  • Uit de reservering meerkosten tunnelveiligheid is € 17 mln overgegaan naar Infrastructuurfonds artikel 12.04 GIV voor de A10 Tweede Coentunnel. Een nadere toelichting is te vinden bij Infrastructuurfonds artikel 12.04 GIV. De reservering meerkosten tunnelveiligheid is nu geheel aangewend.

  • N65 Vught–Haaren: Op 16 mei 2013 is de startbeslissing genomen. De rijksbijdrage is opgenomen in de categorie gebonden.

  • De mijlpalen zijn herijkt door de bezuinigingen uit het Begrotings- en aanvullend Regeerakkoord van 2012 en projectspecifieke ontwikkelingen. Conform de brief van 13 februari 2013 over de invulling van de bezuinigingen (TK 33 400 A, 2012–2013, nr. 48) is in het MIRT-projectenboek de geactualiseerde planning per project opgenomen met een toelichting op de wijzigingen. Om onzekerheid over mijlpalen uit te drukken is conform vermelde brief bij openstelling een bandbreedte opgenomen. Voor een nadere toelichting wordt verwezen naar de Leeswijzer.

Projectoverzicht behorende bij 12.03.02 Verkenningen en Planuitwerkingen

Bedragen x € 1 mln.

Budget

 

Planning

 

Projectomschrijving

huidig

vorig

TB

Openstelling

Verplicht

       

Realisatieuitgaven op IF12.03.01 mbt planuitwerkingsprojecten

– 328

– 364

   

Projecten Nationaal

       

Beter Benutten

465

469

nvt

nvt

Geluidsaneringprogramma – weg

255

255

nvt

nvt

Lucht – weg (NSL hoofdwegennet)

235

243

nvt

nvt

Externe Planuitwerkings Kosten Hoofdwegennet

243

234

nvt

nvt

Projecten Noord-Holland, Utrecht en Flevoland

       

A1/A6/A9 Schiphol–Amsterdam–Almere, deeltraject A9 Amstelveen (deel 4) en A6 Almere (deel 5)

1.039

1.039

2011

Deel 4:

2024– 2026

Deel 5:

2020–2022

A10 Zuidas

640

627

2016

2028

A10 Knooppunten De Nieuwe Meer en Amstel

332

326

2016

2028

N23 Alkmaar–Zwolle

36

36

nvt

2015

A12/A27 Ring Utrecht

1.120

1.102

2016

2024–2026

Rijksbijdrage aan de Noordelijke Randweg Utrecht

163

 

nvt

2026–2028

A27/A1 Utrecht.N. – knp. Eemnes – asl.Bunschoten

261

257

2014

2018

A28/A1 Knooppunt Hoevelaken

699

688

2018

2022–2024

A27 Houten–Hooipolder

721

709

2017

2023–2025

Stedelijke Bereikbaarheid Almere

25

25

nvt

nvt

Projecten Zuidvleugel

       

A13/A16 Rotterdam (excl. tolopbrengsten)

710

700

2015

2021

Projecten Oost-Nederland

       

A1 Apeldoorn Zuid–Beekbergen

36

35

2015

2016–2018

A12 Ede–Grijsoord

110

109

2011

2016–2018

A12/A15 Ressen–Oudbroeken (excl. tolopbrengsten) (ViA15)

529

527

2015

2019

N18 Varsseveld–Enschede

316

312

2013

2017

N35 Zwolle–Wijthmen

48

47

2015

2016–2018

Projecten Noord-Nederland

       

A7 Zuidelijke Ringweg Groningen, fase 21

551

543

2014

2019–2021

Gebonden

       

Projecten Nationaal

       

Beter Benutten

50

50

nvt

nvt

Reservering meerkosten tunnelveiligheid

0

17

nvt

nvt

Reservering tolopgave DBFM-aanbestedingen NWO, A13/A16 en A12/A15

301

301

nvt

nvt

Reservering tegenvallende tolopbrengsten A12/A15

60

60

nvt

nvt

Reserveringen voor LCC

223

223

nvt

nvt

Projecten Zuidvleugel

       

A4 Haaglanden (passage en poorten & inprikkers)

440

433

   

A4-A44 Rijnlandroute

555

546

   

Projecten Brabant

       

A58 Eindhoven–Tilburg

317

317

   

A58 Sint Annabosch–Galder

116

116

   

N65 Vught–Haaren2

45

     

Projecten Limburg

       

A2 't Vonderen–Kerensheide3

254

250

   

Projecten Oost-Nederland

       

N35 Nijverdal–Wierden

40

40

   

Bestemd

2.641

2.251

   

Projecten in voorbereiding

       

Projecten Nationaal

       

Reservering consequenties areaaluitbreiding op beheer en onderhoud

       

Studiebudget Verkenningen

       

Projecten Noordwest-Nederland

       

A7/A8/A9/A10 Noordkant Amsterdam

       

Projecten Zuidvleugel

       

Blankenburgverbinding (NWO)

       

A20 Nieuwerkerk–Gouwe

       

Projecten Oost-Nederland

       

A1 Zone (Apeldoorn–Deventer–Azelo)

       

Overige projecten in voorbereiding

       

Gesignaleerde Risico's

       

Totaal programma planuitwerking en verkenning

13.247

     

Begroting IF 12.03.02

13.247

     

legenda

TB = Tracébesluit

X Noot
1

Dit beschikbare budget is excl. de middelen die op artikel 14 worden begroot (€ 55 mln).

X Noot
2

Dit is exclusief de € 10,6 mln. die RWS heeft gereserveerd voor maatregelen op en langs de N65, conform het convenant tussen RWS en Vught van 13 juni 2007.

X Noot
3

Bedrag is inclusief regiobijdrage (€ 35 mln, pp 2020).

Onderstaand is de budgetflexibiliteit voor de periode 2013–2028 weergegeven voor aanleg planuitwerkingen en verkenningen door inzicht te verstrekken in de opbouw van de MIRT-budgetten tot en met 2028.

Planuitwerking/verk. Wegen (Periode 2013–2028)

12.04 Geïntegreerde contractvormen

Motivering

Infrastructuur projecten die via een DBFM (Design, Build, Finance en Maintain) contract worden aanbesteed hebben als kenmerk dat sprake is van de overdracht van de integrale onderdelen van een bouwproject (ontwerp, bouw, onderhoud en financiering) aan een private opdrachtnemer. In plaats van een product wordt een dienst uitgevraagd, te weten de beschikbaarheid van de infrastructuur. De betaling vindt plaats aan de hand van de overeengekomen prestatie die wordt afgezet tegen de daadwerkelijk geleverde prestatie, de beschikbaarheid. Omdat het project gefinancierd is door banken en/of institutionele beleggers, is sprake van een sterke druk vanuit de financiers op de private opdrachtnemer om de afgesproken prestatie ook te leveren. Een lager prestatieniveau leidt tot lagere betalingen, die op hun beurt de terugbetaling van de financiering moeten zekerstellen. In de bouwfase kan sprake zijn van een gedeeltelijke betaling (de beschikbaarheidsvergoeding) als sprake is van de uitbreiding van een bestaande weg die ook tijdens de verbouwing beschikbaar moet blijven voor het wegverkeer. Bij openstelling van de weg wordt overgegaan naar een volledige beschikbaarheidsvergoeding.

In bijlage 3 van de nota Prioritering Investeringen Mobiliteit en Water is een lijst van in totaal 32 potentiële DBFM-projecten opgenomen. In de Voortgangsrapportage DBFM(O) wordt hierover periodiek gerapporteerd.

Producten

Het project A15 Maasvlakte Vaanplein verkeert in de bouwfase en kent een partiële beschikbaarheidsvergoeding. De volledige beschikbaarheidsvergoeding wordt na oplevering betaald vanaf 2015 tot en met 2035.

De A12 Lunetten–Veenendaal bevindt zich in de exploitatiefase waardoor sprake is van een volledige beschikbaarheidsvergoeding.

De N33 Assen–Zuidbroek is gegund en de financial close heeft onlangs plaatsgevonden. Deze kent een partiele beschikbaarheidsvergoeding. Naar verwachting wordt vanaf medio 2014 overgegaan naar een volledige beschikbaarheidsvergoeding. De N33 is een pilot met index linked financiering. Dit houdt in dat de beschikbaarheidsvergoeding jaarlijks wordt aangepast aan de inflatie-ontwikkeling.

Het project A1/A6 Diemen–Almere Havendreef, onderdeel van het programma Schiphol–Amsterdam–Almere (SAA) is gegund en de Financial close heeft plaatsgevonden. Naar verwachting zal in 2020 sprake zijn van volledige beschikbaarheidsvergoeding.

Het project A9 Holendrecht–Diemen (Gaasperdammerweg) onderdeel van het SAA programma is in aanbesteding. Verwacht wordt dat het DBFM contract wordt getekend in 2014. Vooralsnog zal dit traject beschikbaar komen voor beschikbaarheidsvergoeding in 2020.

In 2013 is voor het volgende DBFM project de aanbesteding gestart:

  • A12 Ede–Grijsoord, verwachting volledige beschikbaarheidsvergoeding in 2017.

Voor 2014 en 2015 is voorzien dat voor de volgende DBFM projecten de aanbesteding zal starten:

  • N18-Varsseveld–Enschede;

  • A12/15 Ressen–Oudbroeken (Via15);

  • A27/A1 Utrecht Noord-Knooppunt Eemnes–Bunschoten.

Het afronden van een aanbesteding resulteert in een meerjarige verplichting van zowel aanleg als ook beheer en onderhoud op het desbetreffende project.

Daarnaast zijn Public-private-comparator (PPC) -meerwaardetoetsen gepland voor de projecten:

  • A27 Houten–Hooipolder;

  • Rijnlandroute;

  • N35 Nijverdal–Wierden;

Belangrijkste budgettaire aanpassingen

  • De projecten N33 Assen–Zuidbroek en A1/A6 SAA zijn vanuit 12.03.01 overgeheveld naar dit artikelonderdeel 12.04 geïntegreerde contractvormen.

  • Het taakstellend budget voor het project A10 Tweede Coentunnel is bijgesteld met € 150 mln. Deze bijstelling komt voort uit het zoveel mogelijk implementeren van de standaard tunneltechnische installaties (€ 116 mln), uit overige meerkosten zoals aanpassingen weginrichting en waterafvoer (€ 8 mln), alsmede indexering naar prijspeil 2013 (€ 26 mln).

  • Overige budgetbijstellingen komen voort uit het op prijspeil 2013 brengen.

Tabel Projectoverzicht behorende bij 12.04 geïntegreerde contractvormen Hoofdwegennet
 

Totaal

Budget in € mln

           

Oplevering

Projectomschrijving

huidig

vorig

t/m 2012

2013

2014

2015

2016

2017

2018

later

huidig

vorig

Projectomschrijving

huidig

vorig

t/m 2011

2012

2013

2014

2015

2016

2017

later

huidig

vorig

Projecten Noord-Holland, Utrecht en Flevoland

                       

Aflossing tunnels

1.225

1.211

381

53

53

55

56

57

58

512

A10 Tweede Coentunnel

2.196

2.046

626

200

105

91

76

52

52

995

2013

2013–2014

A1/A6/A9 Schiphol–Amterdam–Almere

1.463

   

3

10

10

10

255

52

1.122

2019

 

A12 Lunetten–Veenendaal

627

619

150

65

24

24

24

24

24

294

2012

2013

Projecten Zuidvleugel

                       

A15 Maasvlakte–Vaanplein

2.031

2.001

189

41

347

357

274

52

52

717

2015

2015

Projecten Brabant

                       

A59 Rosmalen–Geffen, PPS

288

287

266

2

1

1

1

2

2

13

2005

2005

Projecten Noord-Nederland

                       

N31 Leeuwarden–Drachten

146

146

101

6

6

6

6

6

6

11

2007

2007

N33 Assen–Zuidbroek

315

   

12

45

13

13

13

13

206

2015

 

Totaal

8.291

 

1.714

382

591

557

459

461

258

     
12.06 Netwerkgebonden kosten Hoofdwegennet

Motivering

Op dit artikelonderdeel worden de aan het netwerk te relateren apparaatskosten (incl. afschrijving en rente) van RWS en de overige netwerkgebonden kosten geraamd.

12.07 Investeringsruimte

Motivering

Op dit artikel wordt de voor dit artikel beschikbare investeringsruimte tot en met 2028 verantwoord.

In mijn brief van 13 februari 2013 over de invulling van de bezuinigingen op het Infrastructuurfonds (Kamerstukken II, 2012/13, 33 400 A, nr. 48) is per sector de ruimte afgeleid voor nieuwe investeringen en risico’s. Bij Voorjaarsnota 2013 zijn hiertoe vervolgens per modaliteit aparte artikelonderdelen «Investeringsruimte» geïntroduceerd.

De belangrijkste (budgettaire) aanpassingen betreffen de volgende zaken:

  • Het budget dat op artikel 17.01 WST resteert (€ 4,5 mln) wordt naar dit onderdeel overgeboekt.

  • Uitvoering MJPO: Het programma loopt af na 2018. Het resterende budget is overgeheveld naar de investeringsruimte van wegen.

  • Het treffen van een reservering consequenties areaalgroei op beheer en onderhoud wegen onder planuitwerking vanuit de Investeringsruimte wegen (€ 411 mln).

  • Het leveren van de resterende dekking (€ 31,4 mln t/m 2028) voor tegenvallers uit de afhandeling van claims gerelateerd aan 2e Coentunnel.

  • Toevoeging van het niet benodigde geld bestemd voor de A2 Leidsche Rijn Tunnel ad € 37 mln. Op basis van de raming van nog te verwerken kosten is in 2013 € 56 mln toegevoegd aan het budget. Daarvan is slechts een beperkt deel nodig gebleken. Daarnaast is een overschot voorzien binnen de ZSM projecten (€ 32,3 mln). Over dit overschot is eerder gerapporteerd in de Voortgangsrapportage Planuitwerkingen droog, spoedaanpak en ZSM.

  • IenM dekt in de ontwerpbegroting over 2014 het budgettaire probleem dat is ontstaan door het niet uitkeren van de prijsbijstelling uit de resterende Investeringsruimte per investeringsdomein. Er resteert dan een kasritmeprobleem. IenM lost dit uiterlijk bij ontwerpbegroting 2017 op, maar zo mogelijk eerder bij een eerstvolgende herijking van het Investeringsprogramma.

12.07 Inv.ruimte Wegen
 

2013

2014

2015

2016

2017

2018

2019

2020

2021

Investeringsruimte

             

9.904

57.628

Kaseffect verwerking index 2013

– 37.766

– 42.732

– 38.043

– 41.956

– 39.817

– 32.936

– 31.268

–24.883

–29.196

Totaal

–37.766

–42.732

–38.043

–41.956

–39.817

–32.936

–31.268

–14.979

28.432

(vervolg) 12.07 Inv.ruimte Wegen
 

2022

2023

2024

2025

2026

2027

2028

Totaal

Investeringsruimte

19.766

19.763

19.761

19.755

19.756

16.447

1.044.824

1.227.604

Kaseffect verwerking index 2013

– 31.260

– 30.113

– 19.885

– 15.537

– 16.360

431.752

 

0

Totaal

– 11.494

– 10.350

– 124

4.218

3.396

448.199

1.044.824

1.227.604

Artikel 13 Spoorwegen

Omschrijving van de samenhang in het beleid

Op dit artikel worden de producten op het gebied van Spoorwegen verantwoord.

Het productartikel Spoorwegen is gerelateerd aan de beleidsdoelstellingen en beleidsinstrumenten zoals beschreven in de Begroting hoofdstuk XII over 2014 bij beleidsartikel 16 Spoor.

Budgettaire gevolgen van de uitvoering van art. 13 Spoorwegen (x € 1.000)
 

2012

2013

2014

2015

2016

2017

2018

Verplichtingen

2.050.436

3.108.240

2.018.957

2.329.930

2.521.753

1.594.841

1.604.672

Uitgaven

2.185.220

2.379.800

2.397.939

2.566.789

2.442.941

2.540.915

2.491.267

Waarvan juridisch verplicht:

   

100%

       

13.02 Beheer, onderhoud en vervanging

1.463.595

1.312.181

1.264.028

1.239.246

1.147.798

1.244.635

1.319.480

13.03 Aanleg

591.682

879.029

980.114

1.146.898

1.118.262

1.135.420

1.020.157

13.03.01 Realisatieprogramma personenvervoer

527.978

787.339

810.223

904.223

785.185

588.109

411.332

13.03.02 Realisatieprogramma goederenvervoer

12.630

57.891

89.525

98.804

75.441

56.474

65.237

13.03.04 Verk. en planuitw. personenvervoer

43.725

30.351

69.357

132.461

227.107

416.974

476.571

13.03.05 Verk. en planuitw. goederenvervoer

7.349

3.448

11.009

11.410

30.529

73.863

67.017

13.04 Geintegreerde contractvormen/PPS

129.943

140.193

145.588

163.596

148.580

148.790

149.422

13.07 Rente en aflossing

 

48.397

16.597

16.597

16.597

16.597

16.597

13.08 Investeringsruimte

   

– 8.388

452

11.704

– 4.527

– 14.389

Van totale uitgaven

             

– Bijdrage aan agentschappen

             

– Restant

2.185.220

2.185.220

2.185.220

2.185.220

2.185.220

2.185.220

2.185.220

13.09 Ontvangsten

72.526

224.323

65.249

236.789

180.483

193.076

194.509

Budgetflexibiliteit

Met uitzondering van de verkenning en planuitwerking worden de budgetten in 2014 als juridisch verplicht beschouwd op de peildatum 1 januari 2014. Voor de mate van verplichting van het verkenningen en planuitwerkingsprogramma tot en met 2028 wordt verwezen naar het betreffende projectoverzicht.

Onderstaand zijn de beschikbare budgetten tot en met 2028 per jaar gepresenteerd op artikelonderdeelniveau. De mutaties zijn in de verdiepingsbijlage bij de begroting op hetzelfde detailniveau tot en met 2028 toegelicht.

Bedragen x € 1.000
 

2014

2015

2016

2017

2018

2019

2020

13

Spoorwegen

2.397.939

2.566.789

2.442.941

2.540.915

2.491.267

2.151.414

2.067.972

13.02

Beheer, onderhoud en vervanging

1.264.028

1.239.246

1.147.798

1.244.635

1.319.480

1.145.680

1.291.516

13.03

Aanleg

980.114

1.146.898

1.118.262

1.135.420

1.020.157

824.473

588.759

13.04

GIV/PPS

145.588

163.596

148.580

148.790

149.422

152.578

161.354

13.07

Rente en aflossing

16.597

16.597

16.597

16.597

16.597

16.597

16.597

13.08

Investeringsruimte

– 8.388

452

11.704

– 4.527

– 14.389

12.086

9.746

                 

13.09

Ontvangsten

65.249

236.789

180.483

193.076

194.509

198.909

203.174

(vervolg) Bedragen x € 1.000
 

2021

2022

2023

2024

2025

2026

2027

2028

13

Spoorwegen

1.803.233

1.701.130

1.899.360

2.004.230

1.958.198

1.987.113

2.011.750

2.084.319

13.02

Beheer, onderhoud en vervanging

1.188.875

1.184.382

1.179.647

1.234.730

1.226.341

1.237.905

1.239.094

1.198.353

13.03

Aanleg

397.702

299.712

497.929

479.700

463.906

509.202

462.753

171.370

13.04

GIV/PPS

162.228

163.666

164.985

166.604

167.547

168.015

166.165

152.496

13.07

Rente en aflossing

16.597

16.597

16.597

16.597

16.597

16.597

16.597

16.597

13.08

Investeringsruimte

37.831

36.773

40.202

106.599

83.807

55.394

127.141

545.503

                   

13.09

Ontvangsten

207.311

209.558

219.232

219.573

180.925

180.925

180.925

180.925

13.02 Beheer, onderhoud en vervanging

Motivering

Op grond van richtlijn nr. 91/440/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschap van 29 juli 1991 wordt de taakorganisatie ProRail belast met het beheer en onderhoud van de landelijke spoorweginfrastructuur.

De rijksbijdrage aan ProRail wordt jaarlijks vastgesteld met een beschikking overeenkomstig het bepaalde in de Wet en Besluit Infrastructuurfonds. De subsidie wordt door ProRail aangewend voor het in goede gebruikstoestand houden van de landelijke spoorweginfrastructuur.

Per 1 januari 2008 wordt ProRail aangestuurd op output. Dat betekent dat de Minister van IenM afspraken maakt met ProRail over de te realiseren prestaties op basis van een resultaatsverplichting. Die prestaties worden jaarlijks opgenomen in het beheerplan van ProRail. De minister van IenM moet hiermee instemmen. Het beheerplan wordt aan de Tweede Kamer toegezonden.

Producten

De beheer-, onderhoud- en vervangingsactiviteiten zijn gericht op het realiseren van de in het beheerplan opgenomen prestaties betreffende de in de Beheerconcessie vastgelegde zorgtaken van ProRail. Onderdeel hiervan zijn de activiteiten van ProRail die samenhangen met spoorverkeersleiding en activiteiten op het gebied van capaciteitsmanagement. In het beheerplan zelf wordt jaarlijks een uitgebreide beschrijving opgenomen van de belangrijkste activiteiten die voor dat jaar zijn gepland.

ProRail ontvangt voor de uit te voeren activiteiten een bijdrage van het Rijk. Bij de vaststelling van de rijksbijdrage voor beheer, onderhoud en vervanging wordt rekening gehouden met de inkomsten van de gebruiksvergoeding. De door ProRail te ontvangen gebruiksvergoeding wordt in mindering gebracht op de door het Rijk te subsidiëren uitgaven. In de uitgaven wordt een onderscheid gemaakt tussen beheer en onderhoud, vervanging en apparaatskosten.

Uitgaven (x € 1.000, op basis van de meerjarenramingen bij het Beheerplan 2013):
 

2013

2014

2015

2016

2017

2018

Beheer en calamiteitenorganisatie

185.471

199.377

197.553

198.705

196.874

186.340

Grootschalig onderhoud

141.571

161.011

126.677

126.460

125.634

133.147

Kleinschalig onderhoud

329.120

326.552

305.093

288.729

291.464

291.592

Onderhoud transfer

82.280

81.523

80.398

80.703

80.901

81.149

Onderhoud Betuweroute

32.133

28.345

25.925

23.507

21.087

18.667

Verkenning en innovatie

4.312

4.311

4.311

4.067

4.067

4.067

Uitbesteed werk

774.887

801.119

739.957

722.171

720.027

714.962

             

Bovenbouwvernieuwingen

117.370

174.755

164.993

213.686

236.122

243.336

Vervanging overige systemen

343.259

271.966

375.392

270.969

358.470

442.533

Vervangingsinvesteringen

460.629

446.721

540.385

484.655

594.592

685.869

             

Apparaatskosten BOV

347.602

336.059

327.493

311.379

304.314

296.751

Apparaatskosten

347.602

336.059

327.493

311.379

304.314

296.751

             

Totaal uitgaven ProRail

1.583.118

1.583.899

1.607.835

1.518.205

1.618.933

1.697.582

             

Doorbelaste kosten aan derde-partijen

– 42.481

– 51.108

– 39.548

– 39.033

– 39.033

– 39.033

Gebruiksvergoeding vervoerders

– 261.997

– 268.763

– 329.041

– 331.374

– 335.265

– 339.069

Doorbelaste uitgaven

– 304.478

– 319.871

– 368.589

– 370.407

– 374.298

– 378.102

             

Rijksbijdrage aan ProRail

1.278.640

1.264.028

1.239.246

1.147.798

1.244.635

1.319.480

             

Reservering uitgaven actieplan groei op het spoor

33.541

         

Reservering voor overige uitgaven

33.541

         
             

Totaal artikel 13.02

1.312.181

1.264.028

1.239.246

1.147.798

1.244.635

1.319.480

Toelichting:

Uitbesteed werk

  • De activiteiten die worden uitgevoerd voor beheer en de calamiteitenorganisatie vormen de basis voor de prestaties die ProRail levert. Beheeractiviteiten die hieraan bijdragen zijn incidentenregie, beheer van netwerken, camera’s en verbindingen, softwareonderhoud, energietransportcapaciteit en verzekeringen.

  • Grootschalig onderhoud omvat die activiteiten die nodig zijn om de kwaliteit van de infrastructuur te handhaven en de theoretische levensduur in casu afschrijvingstermijn waar te maken. De activiteiten richten zich voornamelijk op het onderhouden en aanpassen van constructies, conserveren van objecten, slijpen van spoorstaven en het seizoenbestendig houden en maken van de sporen.

  • Kleinschalig onderhoud voorziet in de activiteiten die noodzakelijk zijn om de prestaties op het gebied van beschikbaarheid, betrouwbaarheid en veiligheid te realiseren. Het gaat zowel om cyclische als incidentele onderhoudsactiviteiten. Deze activiteiten zijn onder andere gericht op inspecties en schouw van de infrastructuur, correctie van spoorligging, vervangen van kleine componenten, functieherstel bij storingen, herstel van vermoeiingsschade van contactvlak tussen wiel en rail en sanering van geluidsschermen.

  • Het onderhoud aan transfervoorzieningen realiseert in belangrijke mate de reizigerstevredenheid op het gebied van reinheid en sociale veiligheid. Onderhoud transfer omvat op hoofdlijnen schoonmaak, onderhoud energie, verzekeringen en onroerende zaak belasting.

  • Onderhoud Betuweroute betreft de aan Keyrail te betalen vergoeding voor de exploitatie van de Betuweroute.

  • Onder verkenning en innovatie vallen projecten en programma’s voor onderzoek naar verbetering van het spoorsysteem.

Vervangingsinvesteringen

  • Bovenbouwvernieuwing betreft voornamelijk het vervangen van spoorstaven, dwarsliggers, ballast en wissels.

  • Onder de overige systemen vallen onder andere het treinbeveiligingssysteem, treinbeheersing- en communicatiesystemen, energievoorziening, transfersystemen en kunstwerken.

Apparaatskosten

  • De apparaatskosten betreffen de lonen, salarissen, overige personeelskosten, inhuur en huisvestingskosten van ProRail. De apparaatskosten die samenhangen met de investeringen (MIRT-projecten) worden via een opslag voor algemene kosten gesubsidieerd vanuit artikel 13.03.

Doorbelaste uitgaven

  • Een deel van de jaarlijkse beheer-, onderhoud- en vervangingskosten wordt doorbelast aan derden, voornamelijk decentrale overheden. Het gaat dan voornamelijk om het onderhoud van de zogenaamde omgevingswerken. Derden hebben ook de mogelijkheid om het onderhoud van omgevingswerken eeuwigdurend af te kopen. Deze gelden staan bij ProRail op de balans geparkeerd als «voorziening derdenwerken» en het jaarlijkse onderhoud hieraan wordt hierop in mindering gebracht.

  • Een deel van de beheer-, onderhoud- en vervangingskosten, de gebruiksafhankelijke kosten, wordt aan de vervoerders doorbelast als gebruiksvergoeding. De tarieven worden jaarlijks door ProRail vastgesteld en gepubliceerd in de Netverklaring. Bij het bepalen van de hoogte van de rijksbijdrage voor ProRail wordt de te ontvangen gebruiksvergoeding in mindering gebracht op de verwachte uitgaven.

Actieplan groei op het spoor

  • Op artikel 13.02 zijn naast de uitgaven van ProRail ook middelen gereserveerd voor het actieplan groei op het spoor. Realisatie van deze uitgaven vindt plaats op de begroting hoofdstuk XII. Zodra verplichtingen zijn aangegaan, worden deze middelen overgeheveld naar de betreffende artikelen.

In bijlage 6 «Toelichting artikel 13 Spoorwegen» is nadere informatie opgenomen over de aansluiting tussen de middelen op het Infrastructuurfonds en de bestedingen door ProRail.

Prestaties ProRail

Meetbare gegevens

Op grond van de Beheerconcessie worden met ProRail afspraken gemaakt over de invulling van haar zorgplichten voor de spoorinfrastructuur. Dit gebeurt door voor de verschillende zorggebieden kernprestatie indicatoren (KPI’s) af te spreken met grenswaarden, zoals weergegeven in onderstaande tabel. In deze tabel zijn de KPI’s en grenswaarden opgenomen uit het Beheerplan 2013. Eind 2013 worden de afspraken voor 2014 gemaakt.

Prestaties ProRail
 

Realisatie

Afspraak

Prognose

Beheerplan 2013

2012

2013

2014

Punctualiteit < 3 min. Reizigersverkeer totaal

88,80%

87,00%

87,00%

Punctualiteit < 5 min. HRN

nvt

93,00%

93,00%

Punctualiteit < 3 min. Regionale series

92,40%

93,10%

93,10%

Punctualiteit < 3 min. Goederen

81,40%

81,00%

82,00%

Top-5 Aandachtseries

84,20%

83,00%

83,00%

       

Geleverde treinpaden

98%

98%

98%

       

Algemeen klantoordeel vervoerders

nvt

6,3

6,7

Areaalgegevens

In onderstaande tabel zijn de belangrijkste areaalgegevens voor de spoorweginfrastructuur weergegeven.

Areaalgegevens

Jaarverslag ProRail 2012

 

Netlengte – enkelsporig (km)

951

Netlengte – meersporig (km)

2.112

Totale spoorlengte (km)

7.033

Wissels (aantal)

7.195

Overwegen (aantal)

2.731

Seinen (aantal)

11.683

Beweegbare bruggen (aantal)

56

Tunnels (aantal)

17

Stations (aantal)

404

Stationsoppervlakte (1.000 m2)

1.885

13.03 Aanleg Spoor

Motivering

IenM is verantwoordelijk voor de uitbreiding van de hoofdspoorweginfrastructuur. Deze wordt in belangrijke mate gefinancierd met middelen uit de Rijksbegroting. Op dit artikelonderdeel worden alle uitgaven begroot die noodzakelijk zijn voor:

  • door ProRail uit te voeren planuitwerkingen;

  • door IenM uit te voeren planuitwerkingen;

  • voorbereiding van de uitvoering van nieuwbouwprojecten Spoor;

  • uitvoering van deze projecten.

13.03.01 Realisatieprogramma personenvervoer spoor

Producten

wijzigingen

ERTMS pilot Amsterdam–Utrecht

Vanuit dit projectbudget is € 2,5 mln overgeboekt naar de begroting hoofdstuk XII voor onderzoek in het kader van de Railmap ERTMS.

Uitvoeringsprogramma geluid Emplacementen

De realisatie tot en met 2012 van dit project is verantwoord via artikel 13.02. In 2012 is sprake geweest van een onderbesteding van € 7 mln. Omdat de uitgaven vanaf 1 januari 2013 via het aanlegprogramma worden verantwoord is deze € 7 mln als restverplichting aan het aanlegbudget toegevoegd.

PHS

Het realisatiebudget is opgehoogd met € 267 mln. Deze verhoging wordt veroorzaakt doordat de voor de in het 2e kwartaal van 2013 afgegeven realisatiebeschikking DSSU (Doorstroomstation Utrecht) benodigde gelden zijn overgeboekt vanuit het planuitwerkingsbudget PHS naar het realisatiebudget PHS

Afdekking risico’s spoorprogramma

Vanuit dit projectbudget is € 10 mln overgeboekt naar artikel 17.3 (Hogesnelheidslijn-Zuid) voornamelijk bedoelt voor de financiering van de pilot geluidsmaatregelen Lansingerland (zie ook Voortgangsrapportage 31 HSL-Zuid TK 2012–2013 22 026, nr 366).

Akiplan en Veiligheidsknelpunten

Onderdeel van dit programma is het voormalig binnen Beheer, onderhoud en vervanging opgenomen project Zeist Dolderseweg. De realisatie tot en met 2012 van dit project is verantwoord via artikel 13.02. In 2012 is sprake geweest van een onderbesteding van € 10,3 mln. Omdat de uitgaven vanaf 1 januari 2013 via het aanlegprogramma worden verantwoord is deze € 10,3 mln als restverplichting aan het aanlegbudget toegevoegd.

Fietsparkeren Bij Stations

De realisatie tot en met 2012 van dit project is verantwoord via artikel 13.02. In 2012 is sprake geweest van een onderbesteding van € 6 mln. Omdat de uitgaven vanaf 1 januari 2013 via het aanlegprogramma worden verantwoord is deze € 6 mln als restverplichting aan het aanlegbudget toegevoegd.

Nazorg gereed gekomen lijnen en halten

Onder deze post worden de gerealiseerde uitgaven over het afgelopen jaar evenals de geprognosticeerde uitgaven over het lopende en de komende jaren voor nazorg van al gerealiseerde projecten gepresenteerd. Ten opzichte van de vorige begroting zijn de gerealiseerde uitgaven 2011 uit het projectbudget gehaald. Daarnaast is het projectbudget verlaagd omdat een aantal binnen deze post opgenomen reserveringen voor mogelijke risico’s niet nodig bleken te zijn en daarnaast werkzaamheden goedkoper zijn uitgevallen dan vooraf geraamd.

Toegankelijkheid stations

De realisatie tot en met 2012 van dit project is verantwoord via artikel 13.02. In 2012 is sprake geweest van een overbesteding van € 4 mln. Omdat de restverplichting vanaf 1 januari 2013 is ondergebracht bij het aanlegprogramma is vanuit dit projectbudget € 4 mln overgeboekt naar artikelonderdeel 13.02.

Reistijdverbetering: aanleg Deventer zijperron

De realisatie tot en met 2012 van dit project is verantwoord via artikel 13.02. In 2012 is sprake geweest van een onderbesteding van € 6 mln. Omdat de uitgaven vanaf 1 januari 2013 via het aanlegprogramma worden verantwoord is deze € 6 mln als restverplichting aan het aanlegbudget toegevoegd.

Programma Kleine Functiewijzigingen

De realisatie tot en met 2012 van dit project is verantwoord via artikel 13.02. In 2012 is sprake geweest van een onderbesteding van € 24,9 mln. Omdat de uitgaven vanaf 1 januari 2013 via het aanlegprogramma worden verantwoord is € 24,9 mln als restverplichting aan het aanlegbudget toegevoegd. Daarnaast is door ProRail in het kader van het programma Kleine Functiewijzigingen een subsidie aangevraagd voor het project Zevenaar–Didam. Op het emplacement Zevenaar ligt infra die niet structureel wordt gebruikt. Er kan bespaard worden op de onderhoudskosten door het aanpassen van de huidige sporenlay-out. In de uitwerking is tevens voorzien dat alle relaiskasten, seinen en kabels worden vernieuwd. Dit project kent een directe interactie met het Zevenaar Oost (ERTMS, spanningssluis en 25 kV) en door beide projecten te combineren wordt een aanzienlijke besparing gerealiseerd door onder meer gebruik te maken van reeds aangevraagde grote buitendienststellingen. Om die reden is dit project aanvullend op het project Zevenaar beschikt en is het budget ad € 11,8 mln overgeboekt naar het realisatieproject Rotterdam–Genua (13.03.02). Per saldo leiden deze mutaties tot een toename van het programmabudget Kleine Functiewijzigingen met € 13 mln.

Punctualiteits- en capaciteitsknelpunten

Een van de deelprojecten binnen dit programma is het project Zwolle Spoort. Het project «Zwolle Spoort» bestond uit een samenvoeging van drie afzonderlijke deelprojecten: de aanleg van het vierde perron, de verbreding van de perrontunnel en aanpassingen aan het emplacement voor snelheidsverbetering. De eerste twee projecten komen voort uit het Herstelplan Spoor tweede fase (nu «punctualiteits- en capaciteitsknelpunten») en het derde project uit de Motie Koopmans (Sporendriehoek Noord Nederland). Tot en met 2012 zijn de gerealiseerde uitgaven voor geheel «Zwolle Spoort» via een verdeelsleutel over deze drie onderdelen verdeeld. In 2012 heeft ProRail, mede gelet op de overbelastverklaring van Zwolle–Zwolle Herfte, besloten het project weer op te knippen in twee hoofdonderdelen: «Zwolle Spoort» als zijnde de voormalige Herstelplan-projecten en «Reistijdverbetering Zwolle» (Sporendriehoek Noord Nederland/Motie Koopmans). Hiertoe zijn de gerealiseerde uitgaven tot en met 2012 op een andere manier verdeeld over de verschillende onderdelen dan tot nu toe was gedaan. Het gevolg is dat van de totale uitgaven tot en met 2012 € 18,9 mln meer aan «Zwolle Spoort» wordt toegerekend en € 18,9 mln minder aan «Reistijdverbetering Zwolle». Dit wordt geëffectueerd door de gerealiseerde uitgaven op de projecten ongemoeid te laten (het gaat om afgesloten jaren) en voor 2013 € 18,9 mln aan budget over te hevelen van «Zwolle Spoort» naar «Reistijdverbetering Zwolle».

Tevens heeft de realisatie tot en met 2012 van dit voormalig binnen Beheer, onderhoud en vervanging opgenomen project heeft tot en met 2012 plaats gevonden op het bij dit programma behorende artikelonderdeel. In 2012 is sprake geweest van een overbesteding van € 1,3 mln. Om die reden is € 1,3 mln overgeboekt naar artikelonderdeel 13.02. Daarnaast is een bedrag van € 53,6 mln overgeboekt naar het project OV SAAL MLT. Zie de toelichting onder 13.03.04.

Spoorwegovergang Soestdijkseweg

De realisatie tot en met 2012 van dit project is verantwoord via artikel 13.02. In 2012 is sprake geweest van een onderbesteding van € 3 mln. Omdat de uitgaven vanaf 1 januari 2013 via het aanlegprogramma worden verantwoord is deze € 3 mln als restverplichting aan het aanlegbudget toegevoegd.

Den Haag Emplacement

Na overleg met betrokken partijen is in 2011 besloten tot een heroverweging van het ontwerp. Bezien is in hoeverre de vervoerder sporen 11 en 12 nodig heeft voor het uitvoeren van de dienstregeling mede in relatie tot het Programma Hoogfrequent Spoor. Daarnaast is gekeken naar de mogelijkheden om de robuustheid van het ontwerp te vergroten. Uiteindelijk is vastgesteld dat 12 sporen wenselijk zijn en wordt het emplacement robuuster ontworpen. ProRail is gekomen tot een voorkeursvariant en zal hierop het ontwerp voor aanpassing van Den Haag emplacement maken. Volgens de meest recente planning is de verbouwing van het emplacement in 2018 gereed.

Regionale Lijnen Gelderland

Vanwege het afgeven van de realisatiebeschikking «Zutphen versnelling vertrek- een aankomsttijden» is € 3 mln overgeboekt vanuit het planuitwerkingsbudget (artikel 13.03.04) en toegevoegd aan het realisatiebudget.

Sporendriehoek Noord Nederland

Het projectbudget is opgehoogd met € 19 mln. Zie voor de toelichting de tekst opgenomen bij het project punctualiteits- en capaciteitsknelpunten.

Realisatie
 

Totaal

Budget in € mln

Oplevering

Projectomschrijving

huidig

vorig

t/m 2012

2013

2014

2015

2016

2017

2018

later

huidig

vorig

Projecten nationaal

                       

Benutten

                       

ERTMS-pilot Amsterdam–Utrecht en ERTMS expertisecentrum1

39

42

1

16

22

1

       

2012/2013/2014

2012/2013/2014

Geluidsanering Spoorwegen

626

626

18

1

4

11

43

84

73

392

divers

divers

Uitvoeringsprogramma geluid emplacementen (UPGE)

29

22

 

8

11

3

6

1

   

divers

divers

Programma Hoogfrequent Spoorvervoer

                       

PHS DSSU (inclusief voorinvestering)

278

11

4

33

67

85

79

11

   

2012/2015

2012

Vervanging Dieze brug Den Bosch

2

2

 

2

1

         

2014

2014

Stations en stationsaanpassingen

                       

Kleine stations

78

78

24

6

2

9

11

9

9

10

divers

divers

Overige projecten/programma's /lijndelen etc.

                     

AKI-plan en veiligheidsknelpunten

397

387

306

13

26

28

20

4

   

divers

divers

Fietsparkeren bij stations

221

215

 

15

18

18

18

18

18

115

divers

divers

Nazorg gereedgekomen lijnen/halten

29

34

5

0

5

5

5

5

5

 

divers

divers

Ontsnippering

84

84

17

8

5

5

19

21

7

 

divers

divers

Programma Kleine Functiewijzigingen

589

576

 

40

89

154

89

82

65

70

divers

divers

Punctualiteits-/capaciteitsknelpunten

319

392

 

77

73

33

41

26

26

43

divers

divers

Reistijdverbetering

12

6

 

6

5

1

       

2013

2013

Toegankelijkheid stations

503

507

 

44

44

45

46

46

43

235

divers

divers

Projecten Noord-Holland, Utrecht en Flevoland

                       

Amsterdam–Almere–Lelystad

                       

OV SAAL korte termijn

840

840

62

121

151

172

172

79

80

2

2016

2016

Stations en stationsaanpassingen

                       

Amsterdam CS, Cuypershal

38

38

4

5

12

10

4

2

   

2014/2015/2016

2014/2015/2016

Amsterdam CS, Fietsenstalling

35

35

3

1

8

8

7

6

2

 

2013/2018

2013/2018

Overige projecten/lijndelen etc.

                       

Regionet (inclusief verkeersmaatregelen Schiphol)

185

184

124

22

15

10

3

7

4

 

divers

divers

Vleuten–Geldermalsen 4/6 sporen (incl. RSS)

956

956

619

57

60

57

42

30

30

62

2005 e.v.

2005 e.v.

Stations en stationsaanpassingen

                       

OV-terminal stationsgebied Utrecht (VINEX/NSP)

346

346

141

65

53

51

27

9

   

2016

2016

Overige projecten/lijndelen etc.

                       

Spoorwegovergang Soestdijkseweg te Bilthoven

37

34

12

2

6

8

5

4

   

2013/2015

2013/2015

Projecten Zuidvleugel

                   

Stations en stationsaanpassingen

                       

Den Haag CS (t.b.v. NSP)

117

117

84

23

9

         

2014

2014

Rotterdam Centraal (t.b.v. NSP)

275

275

220

36

20

         

2013

2013

Den Haag CS perronsporen 11 en 12

38

38

3

1

1

7

11

11

4

1

2018

2015

Overige projecten/lijndelen etc.

                       

Rijswijk–Schiedam incl. spoorcorridor Delft

538

538

359

76

36

54

12

     

2015/2017

2015/2017

Projecten Brabant

                       

Stations en stationsaanpassingen

                       

Breda Centraal (t.b.v. NSP)

56

56

26

9

8

5

5

3

   

2016/2017

2015

Projecten Oost Nederland

                       

Utrecht–Arnhem–Zevenaar

                       

Arnhem Centraal (t.b.v. NSP)

108

108

80

14

8

3

2

     

2011/2014

2011/2014

Sporen in Arnhem

299

299

282

14

1

1

       

2011

2011

Traject Oost uitv. convenant DMB2

234

234

3

10

18

46

41

26

23

67

2019

2019

Overige projecten/lijndelen etc.

                       

Hanzelijn

1.020

1.020

934

59

8

4

6

8

   

2012

2012

Regionale lijnen Gelderland

14

11

2

2

3

1

4

2

1

 

divers

divers

Projecten Noord Nederland

                       

Partiële spooruitbreiding Groningen–Leeuwarden

5

5

2

2

1

0

           

Sporendriehoek Noord-Nederland

194

175

26

6

14

27

37

35

23

27

divers

divers

Totaal ProRail projecten

8.540

 

3.361

795

801

864

755

530

411

1.024

   

Overige (niet ProRail) projecten

                       

Afdekking risico's spoorprogramma's

29

39

   

15

13

 

2

   

n.v.t.

n.v.t.

Intensivering Spoor in steden (I)

246

246

184

9

13

13

13

14

       

Spoorzone Ede

42

42

2

 

19

13

9

         

Totaal overige (niet ProRail) Projecten

316

 

186

9

46

38

22

16

0

0

   

Programma Realisatie (IF 13.03.01)

8.856

 

3.546

804

847

902

776

546

411

1.024

   

Budget Realisatie (IF 13.03.01)

     

787

811

904

785

588

411

1.024

   

Overprogrammering (–)

     

– 17

– 36

2

9

42

   
X Noot
1

Van het totale budget is € 6 mln aan Prorail beschikt. De overige kosten zijn voornamelijk bestemd voor ombouw materieel, opleidingskosten en de ontwikkeling van een referentiesysteem.

X Noot
2

Inclusief uitgaven met betrekking tot planuitwerking verantwoord op IF 13.05.01

13.03.02 Realisatieprogramma goederenvervoer spoor

Optimalisering Goederencorridor Rotterdam–Genua

Het projectbudget is opgehoogd met € 11,8 mln voor het project Zevenaar–Didam (zie voor de toelichting de tekst bij het programma Kleine functiewijzigingen onder 13.03.01).

Totaal

Budget in € mln

Oplevering

Projectomschrijving

huidig

vorig

t/m 2012

2013

2014

2015

2016

2017

2018

later

huidig

vorig

ProRail Projecten

                       

Uitgaven mbt planuitwerking op Infrastructuurfonds 13.03.05

   

– 16

– 1

– 4

– 1

0

– 1

– 5

– 4

   

Projecten nationaal

                       

PAGE risico reductie

18

18

8

1

0

1

3

3

2

1

divers

divers

Optimalisering Goederencorridor Rotterdam–Genua 1

170

158

15

21

37

47

29

8

9

5

2013 e.v.

2013 e.v.

Aslasten Cluster III realisatie

1

                     

Projecten Oost Nederland

                       

Uitv.progr Goederenroute Elst–Deventer–Twente (NaNov)1

154

154

42

4

13

8

11

16

22

37

divers

divers

Projecten Zuidwestelijke delta

                       

Geluidmaatregelen Zeeuwselijn

27

27

9

1

1

6

4

6

   

2014/2016

2014

Spooraansluiting 2e Maasvlakte achterlandverbinding1

217

217

1

40

53

24

20

25

38

16

2014 e.v.

 

Overige projecten

                       

Nazorg gereedgekomen projecten

4

4

0

2

1

1

       

divers

divers

Totaal ProRail Projecten

557

 

59

67

102

86

67

56

65

55

   

Overige (niet ProRail) Projecten

       

0

0

0

0

0

0

   

Programma Realisatie (Infrastructuurfonds 13.03.02)

557

   

67

102

86

67

56

65

55

   

Budget Realisatie (Infrastructuurfonds 13.03.02)

     

59

90

98

75

56

65

55

   

Overprogrammering (–)

     

–8

–12

12

8

         
X Noot
1

Inclusief uitgaven met betrekking tot planuitwerkingen verantwoord op Infrastructuurfonds 13.05.02/13.03.05

13.03.04 Planuitwerkingsprogramma personenvervoer

Nieuw opgenomen in het Planuitwerkingsprogramma

Programma Overwegen

In het Regeerakkoord Rutte-II is opgenomen dat er een landelijk verbeterprogramma komt om het aantal incidenten te verminderen. Het Landelijk Verbeterprogramma Overwegen richt zich op het verbeteren van veilige doorstroming van trein en wegverkeer bij overwegen. In de huidige verkenningenfase wordt een nulmeting uitgevoerd voor alle overwegen, waarbij veiligheid en doorstroming per overweg in kaart worden gebracht. Vervolgens wordt bepaald waar de grootste knelpunten zich bevinden (de prioritaire overwegen) en wordt door middel van lokaal maatwerk samen met andere partijen een oplossing gezocht. Parallel hieraan wordt gekeken of generieke maatregelen gevonden kunnen worden om het aantal incidenten te verminderen. Vervolgens worden per prioritaire overweg afspraken over de maatregelen gemaakt en vastgelegd, waarna tot uitvoering wordt overgegaan. Co-financiering door decentrale overheden is een uitgangspunt.

Reservering opbouw compensatie NS

De reservering is met € 7,7 mln verhoogd door het indexeren naar prijspeil 2013.

ERTMS

In juni 2012 heeft het kabinet Rutte-I het principebesluit genomen tot invoering van het nieuwe treinbesturings- en beveiligingssysteem ERTMS (European Rail Traffic Management System). In het Regeerakkoord Rutte-II is aangegeven dat dit systeem vanaf 2016 met gebruikmaking van bestaande budgetten gefaseerd wordt ingevoerd. In februari 2013 is daarop de startbeslissing genomen, via de zogenaamde Railmap versie 1.0. Deze Railmap beschrijft onder andere het nadere onderzoek dat in de verkenningsfase gedaan moet worden om tot een voorkeursbeslissing te komen. Voor ERTMS is inmiddels € 2 mld gereserveerd.

ERTMS biedt naar verwachting voordelen op gebieden als capaciteit, snelheid, interoperabiliteit, veiligheid en betrouwbaarheid. Nadat in de verkenningsfase deze kansen, maar ook risico’s feitelijk in kaart zijn gebracht, kan aan de hand van een nadere uitwerking van de scenario’s uit de Railmap tot een voorkeursbeslissing worden gekomen.

PHS

Het projectbudget is eerst opgehoogd met € 5,9 mln voor de realisatie van een perronkap op het 7e perron voor Utrecht CS in het kader van het project DSSU (Doorstroomstation Utrecht). Deze perronkap behoorde niet tot de oorspronkelijke scope maar is noodzakelijk om de reizigersspreiding te bevorderen en hiermee de transferveiligheid te bewerkstelligen. Deze gelden zijn daarna met de voor de realisatiebeschikking benodigde gelden ad € 260,9 mln toegevoegd aan het realisatiebudget PHS DSSU.

Grensoverschrijdend Spoorvervoer

De verlaging van het projectbudget wordt veroorzaakt door de overheveling van € 2,9 mln naar de BDU ten behoeve van de spoorlijn Roodeschool naar Eemshaven en een bedrag van € 6 mln naar de BDU als eenmalige bijdrage aan de verbinding Arnhem–Emmerich–Düsseldorf.

Amsterdam Zuidas WTC

De door ProRail gemaakte kosten voor planuitwerking en voorbereiding realisatie, ad € 2,7 mln tot medio 2013, voor het gemeenschappelijke weg- en spoorproject ZuidasDok worden door ProRail bij RWS in rekening gebracht. Om die reden is dit bedrag overgeheveld naar Infrastructuurfonds artikel 12.03.01.

Quick scan Decentraal Spoorvervoer Gelderland

De bijdrage van de provincie Gelderland ad € 1,5 mln voor het project «vrijleggen treindienst Zutphen–Winterswijk te Zutphen» is toegevoegd aan het projectbudget. Daarnaast is een bedrag van € 3 mln overgeboekt naar het in het realisatieprogramma opgenomen project Regionale Lijnen vanwege het afgeven van de realisatiebeschikking «Zutphen versnelling vertrek- een aankomsttijden».

OV SAAL MLT

In het Infrastructuurfonds 2013 is het voormalige, binnen het programma beheer, onderhoud en vervanging (BOV) geoormerkte programma punctualiteits- en capaciteitsknelpunten ondergebracht bij het aanlegprogramma personenvervoer. Binnen het BOV-programma waren middelen gereserveerd voor capaciteitsuitbreiding op de Flevolijn in Almere. Een deel van de middelen is daartoe inmiddels ook ingezet. De nog resterende middelen waren nog niet overgeheveld naar het aanlegprogramma maar werden door ProRail nog gereserveerd binnen het BOV programma tot duidelijk zou zijn of deze gelden inderdaad nodig waren voor de genoemde uitbreiding. Bij Voorjaarsnota 2013 zijn deze middelen toegevoegd aan het programma punctualiteits- en capaciteitsknelpunten. De middelen zijn nu vanuit dit programma toegevoegd aan OV SAAL MLT en binnen dit project wordt naar verdere noodzakelijke verbeteringen van de capaciteit en de kwaliteit op de OV SAAL-corridor gekeken en daartoe ook naar mogelijk noodzakelijke infrastructurele maatregelen op de Flevolijn. Het toegevoegde budget van € 53,6 mln wordt binnen OV SAAL geoormerkt voor eventuele infrastructurele oplossingen waarbij sprake is van (partiële) vier-sporigheid.

Bedrag x € 1 mln
 

Budget

 

Planning

 

Projectomschrijving

huidig

vorig

PB of TB

Indienststelling

Verplicht

554

     

Planuitwerkingskosten op realisatieprogramma Infrastructuurfonds 13.03.01

0

2

nvt

nvt

Projecten Nationaal

       

Kleine projecten Personenvervoer

5

5

nvt

nvt

Reservering opbouw compensatie NS

152

144

nvt

nvt

Projecten Noord-Holland, Utrecht en Flevoland

       

Adam Zuidas station (NSP)

235

235

2016

2026

Adam Zuidas WTC/4-sp

119

121

2016

2026

Projecten Oost-Nederland

       

Quick scan decentraal spoor Gelderland

18

28

2013/2014

2014–2018

Traject Oost (Conv.DMB)

 

8

gereed

gereed

Lenteakkoordimpuls voor 4 spoorlijnen Oost-Nederland

25

25

2013

2014–2017

Gebonden

2.348

     

Projecten Nationaal

       

Grensoverschr. Spoorvervoer

29

38

div.

div.

Beter Benutten Decentraal Spoor (Decentraal Spoor, fase 2 (NMCA))

92

92

div.

div.

Grensoverschr. Spoorvervoer, fase 2

43

43

div.

2014–2018

Progr.Hoogfreq.Spoor (PHS)

1.334

1.595

div.

div.

Reservering Businesscase NSP

12

12

nvt

nvt

Programma overwegen

200

 

div.

div.

Projecten Noord-Holland, Utrecht en Flevoland

       

OV Schiphol–Amsterdam–Almere–Lelystad

638

585

2015

2021

Bestemd

2.174

2.174

   

Projecten in voorbereding

       

Projecten Nationaal

       

– ERTMS

       

Overige projecten in voorbereiding

       

Gesignaleerde risico's

       

Totaal planuitwerkingsprogramma

5.076

     

Begroting (Infrastructuurfonds 13.03.04)

5.076

     

PB = Projectbesluit

TB = Tracébesluit

Onderstaand is de budgetflexibiliteit voor de periode 2013–2028 weergegeven voor aanleg planuitwerkingen en verkenningen door inzicht te verstrekken in de opbouw van de MIRT-budgetten tot en met 2028.

Verk./Planuitw. Spoor (Periode 2013–2028)

Verk./Planuitw. Spoor (Periode 2013–2028)
13.03.05 Planuitwerkingsprogramma goederenvervoer

Nieuw opgenomen in het planuitwerkingsprogramma

Calandbrug

De Calandbrug is een stalen hefbrug uit 1969 voor het trein-, auto- en fietsverkeer over het Calandkanaal in het Rotterdamse havengebied. De brug is in 2020 aan het einde van haar levensduur en moet dan grootschalig worden gerenoveerd. Daarvoor is een bedrag opgenomen van € 157 mln in de periode 2015–2020. Afhankelijk van de groei van het treinverkeer en de scheepvaart en de effectiviteit van capaciteitsvergroting door procesverbeteringen, kan de brug een capaciteitsknelpunt gaan vormen. Medio 2013 is een verkenning gestart, hierin wordt ook de capaciteitsproblematiek meegenomen. Als wordt gekozen ook het capaciteitsprobleem aan te pakken, is de kans groot dat het gereserveerde budget van € 157 mln onvoldoende is.

Spoorgoederen Bedrag x € 1 mln
 

Budget

 

Planning

 

Projectomschrijving

huidig

vorig

PB of TB

Indienststelling

Verplicht

17

     

Planuitwerkingskosten op realisatieprogramma Infrastructuurfonds 13.03.02

17

16

   

Gebonden

179

     

Projecten Nationaal

       

Aslastencluster III

11

11

nvt

nvt

Europese ERTMS verbindingen

6

6

nvt

nvt

Projecten Zuidvleugel

       

Kleine project Goed

5

5

nvt

nvt

Calandbrug

157

 

2014

2019

Bestemd

6

216

   

Projecten in voorbereiding

       

Overige projecten in voorbereiding

       

Gesignaleerde Risico's

       

Totaal planuitwerkingsprogramma

202

     

Begroting (Infrastructuurfonds 13.03.05)

202

     

PB = Projectbesluit

TB = Tracébesluit

Onderstaand is de budgetflexibiliteit voor de periode 2013– 2028 weergegeven voor aanleg planuitwerkingen en verkenningen door inzicht te verstrekken in de opbouw van de MIRT-budgetten tot en met 2028.

Verk./Planuitw. Spoor (Periode 2013–2028)

Verk./Planuitw. Spoor (Periode 2013–2028)
13.04 Geïntegreerde contractvormen/PPS

Motivering

De Staat betaalt voor de beschikbaarheid van de HSL-infrastructuur, zoals deze door het consortium Infraspeed is ontworpen, gebouwd (enkel de bovenbouw) en wordt onderhouden (onder- en bovenbouw), volgens de contractuele overeenkomst tussen beide partijen. Het contractbeheer wordt uitgevoerd door ProRail, onder regie van IenM.

Producten

Het kabinet heeft in januari 1999 ingestemd met het model voor privatisering van de HSL-Zuid. De PPS is bij de onderdelen infraprovider, vervoer en stations elk op afzonderlijke wijze tot stand gekomen. Eind 2001 zijn de contracten met de infraprovider en de vervoerder getekend. Vanaf augustus 2004 is de infraprovider begonnen met het werk aan de bovenbouw. Voor de onderbouw gold dat de HSL-Zuid onderdelen gefaseerd werden opgeleverd voor de start van de werkzaamheden van de infraprovider. Op het zuidelijke deel was de eerste oplevering augustus 2004. De laatste oplevering op het noordelijke deel was in december 2005. De bovenbouw van het zuidelijke deel is opgeleverd in juli 2006 en het noordelijke deel in december 2006.

Meetbare gegevens

Projectoverzicht (bedragen x € 1 mln)
 

Totaal

Budget in € mln

Oplevering

 

Projectomschrijving

huidig

vorig

t/m 2012

2013

2014

2015

2016

2017

2018

later

huidig

vorig

Projecten Nationaal

                       

Infraprovider HSL-Zuid

                   

2007

2007

Reguliere beschikbaarheidsvergoeding

3.563

3.563

858

147

147

148

149

149

149

1.816

   

Rente- en belastingaanpassingen

0

 

– 8

– 7

– 1

16

           

Totaal

3.563

 

850

140

146

164

149

149

149

1.816

   

Begroting IF13.04

   

850

140

146

164

149

149

149

     
13.07 Rente en Aflossing

Motivering

Onder deze categorie uitgaven vallen de rente en aflossing van de bij ProRail uitstaande leningen, waarmee in het verleden spoorinfrastructuur gefinancierd is en in de toekomst gefinancierd wordt.

Bestaande leningen

Producten

In de periode 2005–2013 is voor € 1,8 mld aan leningen bij ProRail afgelost. Het grootste deel hiervan is gefinancierd met het in 2009/2010 uitgekeerde Superdividend van de NS. Deze schuldreducties hebben geleid tot een verlaging van de rentelasten van € 130 mln in 2005 tot € 17 mln in 2014. Het uitstaand saldo van de leningen per eind 2012 bedroeg nog € 313 mln. Hiervan moet ProRail in 2017 € 166 mln aflossen, in 2020 € 75 mln en in 2027 € 72 mln. Nog niet is besloten of tot herfinanciering of schuldreductie wordt overgegaan. Om deze reden zijn voor deze leningen de rentekosten structureel in de begroting opgenomen (en geen aflossingen).

Nieuwe leningen

Een deel van het PHS wordt gefinancierd met een leenfaciliteit (TK 28 165, nr. 105, 26-11-2009) van € 875 mln. Rente en aflossing van de eerste € 675 mln van de leenfaciliteit, welke gekoppeld is aan een verlaging van het Infrastructuurfonds na 2020, zullen door het ministerie van Financiën worden gedragen en de resterende € 200 mln door IenM.

Uitgaven (x € 1.000)

13.07 Rente en aflossing leningen
 

2013

2014

2015

2016

2017

2018

Rente leningen

16.597

16.597

16.597

16.597

16.597

16.597

Aflossing leningen

31.800

0

0

0

0

0

Totaal artikel 13.07

48.397

16.597

16.597

16.597

16.597

16.597

Artikel 13.08 - Investeringsruimte

Motivering

Op dit artikelonderdeel wordt de voor dit artikel beschikbare investeringsruimte tot en met 2028 verantwoord.

In mijn brief van 13 februari 2013 over de invulling van de bezuinigingen op het Infrastructuurfonds (Kamerstukken II, 2012/13, 33 400 A, nr. 48) is per sector de ruimte afgeleid voor nieuwe investeringen en risico’s. Bij Voorjaarsnota 2013 zijn hiertoe vervolgens per modaliteit aparte artikelonderdelen «Investeringsruimte» geïntroduceerd.

De belangrijkste (budgettaire) aanpassingen betreffen de volgende zaken:

  • De investeringsruimte is verlaagd met € 5,9 mln voor de realisatie van een perronkap op het 7e perron voor Utrecht CS in het kader van het project DSSU (Doorstroomstation Utrecht). Deze perronkap behoorde niet tot de oorspronkelijke scope maar is noodzakelijk om de reizigersspreiding te bevorderen en hiermee de transferveiligheid te bewerkstelligen.

  • Voor de Calandbrug is de investeringsruimte verlaagd met € 157 mln. Deze brug is in 2020 aan het einde van haar levensduur en moet dan grootschalig worden gerenoveerd.

  • Vanuit het planuitwerkingsprogramma Goederenvervoer is de bestemde ruimte ad € 226 mln toegevoegd aan de investeringsruimte van waaruit integrale afwegingen voor nieuwe investeringen kunnen plaatsvinden.

  • Vanwege een door NS betaalde boete, opgelegd naar aanleiding van achterblijvende prestaties ten opzichte van de in het vervoerplan 2011 afgesproken grenswaarden, is € 2,8 mln toegevoegd aan de investeringsruimte.

  • Vanuit de post Nazorg Personenvervoer is € 2,9 mln toegevoegd, omdat een aantal binnen deze post opgenomen reserveringen voor mogelijke risico’s niet nodig bleken te zijn en daarnaast werkzaamheden goedkoper zijn uitgevallen dan vooraf geraamd.

  • De investeringsruimte is met € 89,5 mln verhoogd door het indexeren van de concessievergoeding HSL-Zuid naar prijspeil 2013.

  • IenM dekt in de ontwerpbegroting over 2014 het budgettaire probleem dat is ontstaan door het niet uitkeren van de prijsbijstelling uit de resterende Investeringsruimte per investeringsdomein. Er resteert dan een kasritmeprobleem. IenM lost dit uiterlijk bij ontwerpbegroting 2017 op, maar zo mogelijk eerder bij een eerstvolgende herijking van het Investeringsprogramma.

13.08 Inv.ruimte Spoor x € 1.000
 

2013

2014

2015

2016

2017

2018

2019

2020

2021

Investeringsruimte

0

12.136

20.985

30.157

15.569

5.894

30.846

31.064

57.206

Kaseffect verwerking index 2013

0

– 20.524

– 20.531

– 18.455

– 20.096

– 20.283

– 18.760

– 21.318

– 19.375

Totaal

0

– 8.388

454

11.702

– 4.527

– 14.389

12.086

9.746

37.831

(vervolg) 13.08 Inv.ruimte Spoor
 

2022

2023

2024

2025

2026

2027

2028

Totaal

Investeringsruimte

56.137

59.567

126.272

102.412

74.913

146.660

270.116

1.039.934

Kaseffect verwerking index2013

– 19.364

– 19.365

– 19.673

– 18.605

– 19.519

– 19.519

275.387

0

Totaal

36.773

40.202

106.599

83.807

55.394

127.141

545.503

1.039.934

13.09 Ontvangsten

Motivering

Op dit artikelonderdeel worden de bijdragen van derde-partijen voor spooruitgaven, die rechtstreeks aan IenM worden betaald, verantwoord. De gebruiksvergoeding van vervoerders en onderhoudsbijdragen van derde-partijen worden door ProRail geïnd en worden daarom gesaldeerd met de uitgaven opgenomen in de begroting onder artikel 13.02.

Wanneer verrekeningen (subsidievaststellingen) met ProRail plaatsvinden die betrekking hebben op afgesloten jaren mogen deze niet worden gesaldeerd met de uitgaven voor het lopende jaar, maar worden gedesaldeerd opgenomen in de ontvangsten en uitgaven.

Concessievergoedingen

Producten

Deze betreffen de vergoedingen die NS en HSA betalen voor de concessies voor het Hoofdrailnet en de HSL-Zuid. De daling ten opzichte van de vorige begrotingen houdt verband met de overdracht van reisinformatie van ProRail aan NS, welke is verwerkt in de concessievergoeding NS. Daarnaast is de vergoeding van HSA geïndexeerd naar prijspeil 2013.

Bijdragen van derden

Deze betreffen de bijdragen van derden aan (MIRT)projecten zoals Decentrale Lijnen, Schiedam–Rijswijk, Regionet en Traject Oost.

Afrekeningen ProRail

Deze betreffen de afrekeningen met betrekking tot aanlegprojecten van het vierde kwartaal 2012, de afrekening over 2012 van de functiewijzigingsprojecten die met ingang van 2013 zijn overgeheveld van beheer en onderhoud naar aanleg en de afrekeningen naar aanleiding van de subsidievaststellingen van beheer, onderhoud en vervanging voor 2011 en 2012.

Ontvangsten (x € 1.000)

13.09 Ontvangsten spoorwegen
 

2013

2014

2015

2016

2017

2018

Concessievergoeding HRN

21.350

22.500

72.500

72.500

72.500

72.500

Concessievergoeding HSL-Zuid

43.549

42.137

107.983

107.983

115.576

122.009

Verrekening energieheffing

0

0

56.000

0

0

0

Concessievergoedingen

65.611

65.249

236.789

180.483

188.076

194.509

             

Decentrale lijnen

12.137

612

306

0

0

0

Regionet

1.009

0

0

0

0

0

Traject-Oost

555

0

0

0

0

0

Schiedam–Rijswijk

0

0

0

0

5.000

0

Bijdragen van derde-partijen aan projecten

13.089

0

0

0

5.000

0

             

MIRT-projecten 2012

13.639

0

0

0

0

0

Functiewijzigingsprojecten 2012

51.519

0

0

0

0

0

Kapitaallasten en onderhoud 2011

77.815

0

0

0

0

0

Kapitaallasten en onderhoud 2012

pm

0

0

0

0

0

Afrekeningen met ProRail

142.973

0

0

0

0

0

             

Boete NS 2011

2.750

0

0

0

0

0

Boete NS 2012

pm

0

0

0

0

0

Overige ontvangsten

2.750

0

0

0

0

0

             

Totaal ontvangsten spoorwegen

224.323

65.249

236.789

180.483

193.076

194.509

Artikel 14 Regionaal, lokale infrastructuur

Omschrijving van de samenhang in het beleid

Op dit artikel worden de producten op het gebied van regionale/lokale infrastructuur, de impulsen inzake de Regionale Mobiliteitsfondsen en het Regiospecifiek Pakket Zuiderzeelijn (RSP-ZZL) toegelicht. De producten van dit artikel zijn gerelateerd aan de beleidsdoelstellingen en beleidsinstrumenten zoals beschreven in de Begroting Hoofdstuk XII 2014 bij beleidsartikel 15 Openbaar vervoer.

Budgettaire gevolgen van de uitvoering van art. 14 Regionaal, lokale infrastructuur (x € 1.000)
 

2012

2013

2014

2015

2016

2017

2018

Verplichtingen

65.062

306.635

230.817

90.690

196.430

345.794

312.850

Uitgaven

238.852

156.498

241.969

120.026

340.370

441.051

342.438

Waarvan juridisch verplicht:

   

100%

       

14.01 Grote regionaal/lokale projecten

142.033

86.309

81.566

64.920

123.828

274.627

203.174

14.01.02 Planuitw. Progr. Reg/lok

       

206

80.085

33.984

14.01.03 Realisatieprogr reg/lok

142.033

86.979

83.360

66.676

125.448

197.133

172.436

14.01.04 Investeringsruimte

 

– 670

– 1.794

– 1.756

– 1.826

– 2.592

– 3.246

14.02 Regionale Mob. Fondsen

41.580

26.603

12.992

     

14.03 RSP – ZZL: Pakket Bereikbaarheid

55.239

43.586

147.411

55.106

216.542

166.424

139.264

14.03.01 RSP – ZZL: RB projecten

2.539

26.654

131.204

38.899

140.158

97.184

70.023

14.03.02 RSP – ZZL: RB mob fondsen

52.700

254

   

60.177

53.034

53.034

14.03.03 RSP – ZZL: REP

 

16.678

16.207

16.207

16.207

16.206

16.207

Van totale uitgaven

             

– Bijdrage aan agentschap RWS

             

– Restant

238.852

156.498

241.969

120.026

340.370

441.051

342.438

14.09 Ontvangsten

 

600

         

Budgetflexibiliteit

Met uitzondering van de verkenning en planuitwerking worden de budgetten in 2014 als juridisch verplicht beschouwd op de peildatum 1 januari 2014. Voor de mate van verplichting van het verkenningen en planuitwerkingsprogramma tot en met 2028 wordt verwezen naar het betreffende projectoverzicht.

Onderstaand zijn de beschikbare budgetten tot en met 2028 per jaar gepresenteerd op het niveau artikelonderdeel. De mutaties zijn in de verdiepingsbijlage bij de begroting op hetzelfde detailniveau tot en met 2028 toegelicht.

Bedragen x € 1.000
 

2014

2015

2016

2017

2018

2019

2020

14

Regionaal, lokale infrastructuur

241.969

120.026

340.370

441.051

342.438

230.891

243.562

14.01

Grote regionaal/lokale projecten

81.566

64.920

123.828

274.627

203.174

111.980

203.096

14.02

Regionale mobiliteitsfondsen

12.992

           

14.03

RSP-ZZL: pakket bereikbaarheid

147.411

55.106

216.542

166.424

139.264

118.911

40.466

(vervolg) Bedragen x € 1.000
 

2021

2022

2023

2024

2025

2026

2027

2028

14

Regionaal, lokale infrastructuur

102.757

141.218

121.259

10.365

44.199

74.780

99.443

132.427

14.01

Grote regionaal/lokale projecten

102.757

141.218

121.259

10.365

44.199

74.780

99.443

132.427

14.02

Regionale mobiliteitsfondsen

               

14.03

RSP-ZZL: pakket bereikbaarheid

               
14.01 Grote regionale/lokale projecten

Motivering

Binnen dit artikel zijn de budgetten opgenomen voor de aanlegprojecten waarvoor een aparte projectsubsidie wordt of is verleend. Om in aanmerking te komen voor een aparte projectsubsidie moeten de kosten van de meest kosteneffectieve oplossing hoger zijn dan de grenswaarden in de BDU voor de ontvangers buiten de G3 en voor de G3 (respectievelijk € 112,5 mln en € 225 mln) en moet het project passen binnen de beleidsdoelstellingen voor regionale bereikbaarheid zoals verwoord in de Begroting hoofdstuk XII 2014 bij beleidsartikel 14 Wegen en Verkeersveiligheid en beleidsartikel 15 Openbaar vervoer.

Algemeen

Producten

Regionaal lokale projecten worden uitgevoerd onder de verantwoordelijkheid van de regionale overheid. IenM levert een bijdrage in de aanlegkosten van die projecten. Dit betekent ook dat de uitvoeringsperiode van een project niet gelijk hoeft te lopen met de periode waarin de rijksbijdrage beschikbaar komt in het MIRT.

Verkenningen

Voor regionale/lokale infrastructuurprojecten wordt geen apart verkenningenprogramma opgenomen in het MIRT. In de begroting zijn dan ook geen middelen voor dit product opgenomen. De verkenningen worden onder verantwoordelijkheid van de regionale overheid uitgevoerd en pas na toetsing al dan niet opgenomen in het planuitwerkingsprogramma.

14.01.02 Planuitwerkingsprogramma Regionaal/lokaal

Van een project dat in de planuitwerkingstabel is opgenomen worden de kosten van de meest kosteneffectieve variant als basis voor de rijksbijdrage aangemerkt (onder aftrek van de eigen bijdrage van € 112,5 mln respectievelijk € 225 mln).

Wijzigingen in het planuitwerkingsprogramma:

van planuitwerking naar realisatiefase:

  • Rotterdamse baan,

  • RijnGouwelijn West, als onderdeel van het HOV net Zuid-Holland Noord en

  • Utrecht, Tram naar de Uithof.

Projectoverzicht bij 14.01.02 Regionale/lokale infrastructuur; planuitwerking

Bedrag x € 1 mln
 

Budget

 

Planning

 

Projectomschrijving

huidig

vorig

PB of TB

Openstelling

Verplicht

       

Projecten Brabant

       

Verkeersruit Eindhoven (Noordoostcorridor)

268

264

2014

2019–2021

Gebonden

       

Projecten Noord-Holland, Utrecht en Flevoland

       

Ombouw Amstelveenlijn

76

75

2013

2020

Bestemd

32

     

Projecten in voorbereiding

       

Projecten Noord-Holland, Utrecht en Flevoland

       

– HOV Knoop Amstelveen

       

Projecten Zuidvleugel

       

– BTW tramtunnel Den Haag

       

Overige projecten in voorbereiding

       

Gesignaleerde risico's

       

Totaalprogramma planuitwerking en verkenning

376

     

Begroting 14.01.02.

376

     

PB = Projectbesluit

TB = Tracébesluit

De HOV knoop Amstelveen geeft uitvoering aan een Kamermotie (over de A9 en het OV in Amstelveen) en heeft samenhang met de ombouw van de Amstelveenlijn.

Verk./Planuitw. Reg/lok. (Periode 2013–2028)

Verk./Planuitw. Reg/lok. (Periode 2013–2028)
14.01.03 Realisatieprogramma Regionaal/lokaal

Hieronder vallen de uitgaven (subsidies) voor de realisatie van grote regionale/lokale infrastructuurprojecten die door regionale overheden worden aangelegd.

Nieuw in het realisatieprogramma:

  • Het HOV net Zuid-Holland Noord bestaat uit de samenvoeging van de eerder opgenomen projecten RijnGouwelijn Oost en RijnGouwelijn West. De bijdrage maakt onderdeel uit van het gebiedsbudget voor de Rijnlandroute en het HOV netwerk. De provincie heeft de scope van het project gewijzigd (Kamerstukken II, 2011/12, 33 000 A, nr. 65);

  • Rotterdamse baan;

  • Utrecht, Tram naar de Uithof.

Vanwege de opgelegde bezuinigingen zijn de kasritmes van de bijdragen voor de verschillende projecten aangepast. Omdat de regio verantwoordelijk is voor de uitvoering betekent een temporisering van de rijksbijdrage niet automatisch een vertraging in de uitvoering van de projecten.

Voor de latere oplevering van het HOV net Zuid-Holland Noord geldt dat dit wordt veroorzaakt door de gewijzigde plannen van de provincie Zuid-Holland.

Projectoverzicht bij 14.01.03 Regionale/lokale infrastructuur; realisatie

Totaal

Budget in € mln

Oplevering

Projectomschrijving

huidig

vorig

t/m 2012

2013

2014

2015

2016

2017

2018

later

huidig

vorig

Projecten Zuidvleugel

                       

Rotterdamsebaan

300

300

         

7

62

231

2020–2022

2019–2021

A12/A20 Parallelstructuur Gouwe

113

113

 

6

13

27

26

26

13

 

2019–2021

2019–2021

HOV-NET Zuid-Holland Noord (vh Rijn–Gouwelijn)

203

153

 

10

10

12

29

47

47

47

2018

2015/2018 1

Randstadrail (incl. voorbereidingskosten en aanlanding RR op Den Haag HSE)

890

888

854

2

6

12

16

     

2006/2016

2006/2016

Projecten Noord-Holland, Utrecht en Flevoland

                       

Utrecht, Tram naar de Uithof

110

110

 

28

   

13

40

29

 

2018

2018

N201

178

178

159

10

10

         

2014

2013

Noord/Zuidlijn

1.182

1.179

956

24

48

43

45

46

21

 

2017

2017

Projecten Oost-Nederland

                       

Nijmegen 2e stadsbrug

71

71

68

3

           

2013

2013

Programma Realisatie (Infrastructuurfonds 14.01.03)

3.047

 

2.037

83

88

94

129

166

173

278

   

Budget Realisatie (Infrastructuurfonds 14.01.03)

     

87

84

67

125

197

173

278

   

Overprogrammering (–)

     

4

– 4

– 27

– 4

31

   
X Noot
1

2015 heeft betrekking op Rijn-Gouwelijn Oost; 2018 op Rijn-Gouwelijn West

14.01.04 Investeringsruimte

Motivering

Op dit artikel wordt de voor dit artikel beschikbare investeringsruimte tot en met 2028 verantwoord.

In de Kamer van 13 februari 2013 over de invulling van de bezuinigingen op het Infrastructuurfonds (Kamerstukken II, 2012/13, 33 400 A, nr. 48) is per modaliteit de ruimte afgeleid voor nieuwe investeringen en risico’s. Bij Voorjaarsnota 2013 zijn hiertoe vervolgens per modaliteit aparte artikelonderdelen «Investeringsruimte» geïntroduceerd. De middelen die op de investeringsruimte Regionaal/Lokaal staan gereserveerd zijn bestemd voor grote regionale/lokale projecten die op initiatief van decentrale overheden worden voorbereid en uitgevoerd. Die projecten moeten een bijdrage leveren aan het realiseren van de beleidsdoelstellingen uit de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) die voor regionale bereikbaarheid zijn geformuleerd. Het betreft zowel wegenprojecten op het niveau van het Onderliggend Wegennet als Openbaar Vervoer projecten.

De belangrijkste (budgettaire) aanpassingen betreffen de volgende zaken:

  • Inpassing BTW deel over de rijksbijdrage aan de aanleg van de tramtunnel in Den Haag (7 mln).

  • Dekking voor de indexatie van de BDU beschikking 2013 (7,3 mln).

  • Inpassing Rotterdamse baan (67 mln).

  • IenM dekt in de ontwerpbegroting over 2014 het budgettaire probleem dat is ontstaan door het niet uitkeren van de prijsbijstelling uit de resterende Investeringsruimte per investeringsdomein. Er resteert dan een kasritmeprobleem zie hieronder het effect op het programma van Regionaal, lokale infrastructuur). IenM lost dit uiterlijk bij ontwerpbegroting 2017 op, maar zo mogelijk eerder bij een eerstvolgende herijking van het Investeringsprogramma.

14.01.04 Inv.ruimte Reglok
 

2013

2014

2015

2016

2017

2018

2019

2020

2021

Investeringsruimte:

                 

– Weg

               

73

– OVS

               

5.508

Kaseffect verwerking index2013

– 670

– 1.794

– 1.756

– 1.826

– 2.592

– 3.246

– 1.850

– 527

– 1.099

Totaal

– 670

– 1.794

– 1.756

– 1.826

– 2.592

– 3.246

– 1.850

– 527

4.482

(vervolg) 14.01.04 Inv.ruimte Reglok

14.01.04 Inv.ruimte Reglok

2022

2023

2024

2025

2026

2027

2028

Totaal

Investeringsruimte:

               

– Weg

17.073

23.613

16

9.328

7.220

27.456

33.219

117.998

– OVS

36.960

64.301

11.153

35.733

46.923

71.987

99.208

371.773

Kaseffect verwerking index2013

– 1.640

– 1.973

– 803

– 862

20.637

   

0

Totaal

52.393

85.941

10.366

44.199

74.780

99.443

132.427

489.772

14.02 Regionale mobiliteitsfondsen

Motivering

Over heel Nederland worden verschillende Regionale Mobiliteitsfondsen (RMf) gebruikt. Deze fondsen zijn gevoed op basis van de volgende impulsen:

  • Bereikbaarheidsoffensief Randstad;

  • Amendement Dijsselbloem;

  • Amendement Van der Staaij;

  • Regionale bereikbaarheid (Kwartje van Kok);

  • Amendement Van Hijum;

  • Quick Wins NWA eerste en tweede tranche;

  • Tunnel Sluiskil.

Rijksbijdrage

Producten

De rijksmiddelen in het kader van het Bereikbaarheidsoffensief Randstad (BOR; inclusief de terugsluisopbrengsten), de amendementen Dijsselbloem, Van der Staaij en Van Hijum, Regionale bereikbaarheid en Quick Wins NWA zijn volledig uitgekeerd. In het kader van Tunnel Sluiskil worden ook in 2014 rijksmiddelen beschikbaar gesteld.

Tunnel Sluiskil

Op 18 mei 2009 is de bestuursovereenkomst betreffende een tunnel bij Sluiskil getekend. In overleg met de provincie Zeeland is besloten om de IenM-bijdrage via het (her)opgerichte RMf Zeeland te laten verlopen. Het totaal van € 135 mln komt beschikbaar in 2010–2014.

14.03 RSP Zuiderzeelijn, pakket Regionale Bereikbaarheid

Motivering

Betreft het RSP-convenant Rijk-regio (Kamerstukken II, 2007/08, 27 658, nr. 43)

Het pakket omvat projecten ter verbetering van de regionale bereikbaarheid in Noord-Nederland (concrete bereikbaarheidsprojecten en regionaal mobiliteitsfonds) en een Ruimtelijk-economisch programma (REP), tevens ten behoeve van Noord-Nederland.

Producten

Binnen de projecten ter verbetering van de regionale bereikbaarheid gaat het in totaal om vijf concrete bereikbaarheidsprojecten, zie 14.03.01. De rijksbijdrage voor de A7 Zuidelijke Ringweg Groningen fase 2 en de N50 Ramspol–Ens zijn inmiddels overgeheveld naar artikel 12 Hoofdwegen.

In 2009 is het RMf RSP opgericht voor Noord-Nederland. De instelling van het RMf RSP volgt uit het Convenant RSP Zuiderzeelijn d.d. 23 juni 2008. Het totale budget RMf RSP is € 970 mln. Dit bestaat uit € 500 mln bijdrage van het Rijk en € 470 mln bijdrage van de regio. Binnen het RMf RSP is € 100 mln gereserveerd als bijdrage aan de concrete projecten. Zie 14.03.02. Deze bijdrage vervalt, als na realisatie van de concrete projecten is gebleken dat deze bijdrage niet nodig is. De inzet van middelen uit het RMf RSP is een decentrale verantwoordelijkheid. Het RMf RSP is beschikbaar voor projecten, die in principe kunnen worden gerealiseerd vóór 2020.

Binnen het REP wordt onderscheid gemaakt tussen een rijksdeel en een regionaal deel. Zowel voor het rijksdeel als voor het regionaal deel is € 150 mln rijksbudget beschikbaar gesteld. Het rijksdeel valt onder regie van het ministerie van Economische Zaken (EZ). Het betreffende rijksbudget werd tot en met 2012 verantwoord op de EZ-begroting, nadat in 2012 het resterende deel via het Provinciefonds is gedecentraliseerd. Het regionale deel, in totaal € 250 mln, valt onder regie van de regio. De rijksbijdrage voor het regionale deel, € 150 mln, wordt verantwoord op de begroting Infrastructuurfonds, zie 14.03.03. Ook de regio heeft € 100 mln beschikbaar voor het regionale deel van het REP.

De voorwaarden voor het RSP zijn beschreven in het op 23 juni 2008 ondertekende convenant Rijk-regio (Kamerstukken II, 2008/09, 31 700 A, nr. 19).

Over de voortgang wordt de Tweede Kamer jaarlijks met een voortgangsrapportage (in het najaar) geïnformeerd.

Project overzicht Regiospecifiek Pakket Zuiderzeelijn

Budget in € mln

     

Projectomschrijving

Totaal Rijk

t/m 2012

2013

2014

2015

2016

2017

2018

later

 

Bijdrage regio

Projecten Noord-Nederland

                     

14.03.01 Concrete bereikbaarheidsprojecten

546

21

27

131

39

140

97

70

21

 

200

14.03.02 Regionaal Mobiliteitsfonds

537

265

     

60

53

53

106

 

370

14.03.03 Ruimtelijk economisch programma

130

 

17

16

16

16

16

16

33

 

100

Begroting (Infrastructuurfonds 14.03)

1.213

286

44

147

55

216

166

139

160

670

Overige afspraken

                     

LMCA Spoor: spoordriehoek

194

26

27

9

31

24

26

20

31

   

Totaal rijksbijdrage Noord-Nederland

1.407

312

71

156

86

240

192

159

191

   

Artikel 15 Hoofdvaarwegennet

Omschrijving van de samenhang in het beleid

Op dit artikel worden de producten op het gebied van Rijksvaarwegen verantwoord. Dit betreffen de onderdelen verkeersmanagement, beheer, onderhoud en vervanging, aanleg, netwerkgebonden kosten en de investeringsruimte.

De doelstellingen van het onderliggende beleid zijn terug te vinden in de Begroting van Hoofdstuk XII over 2014 en vinden hun oorsprong in de SVIR en de Nota Mobiliteit (NOMO) (Kamerstukken II, 2004/05, 29 644, nr. 6).

Het artikel Hoofdvaarwegennet op het Infrastructuurfonds is gerelateerd aan beleidsartikel 18 Scheepvaart en havens op de begroting van Hoofdstuk XII.

Budgettaire gevolgen van de uitvoering van art. 15 Hoofdvaarwegennet (x € 1.000)
 

2012

2013

2014

2015

2016

2017

2018

Verplichtingen

679.932

1.068.372

657.706

522.073

799.376

527.405

537.322

Uitgaven

823.026

896.520

895.163

776.952

738.518

666.205

640.547

Waarvan juridisch verplicht:

   

98%

       

15.01 Verkeersmanagement

19.525

13.722

13.819

12.263

13.122

13.122

13.122

15.02 Beheer, onderhoud en vervanging

308.851

307.937

402.465

413.012

324.217

256.929

218.659

15.02.01 Beheer en onderhoud

136.650

159.813

187.111

206.687

275.771

216.864

217.565

15.02.02 Servicepakket B&O hoofdvaarwegen

110.847

           

15.02.04 Vervanging

61.354

148.124

215.354

206.325

48.446

40.065

1.094

15.03 Aanleg

237.890

331.351

251.537

134.210

184.817

178.691

192.048

15.03.01 Realisatie

226.954

327.091

234.117

121.087

127.598

112.214

65.419

15.03.02 Verkenningen en planuitwerkingen

10.936

4.260

17.420

13.123

57.219

66.477

126.628

15.04 Geintegreerde contractvormen

           

15.06 Netwerkgebonden kosten HVWN

256.760

255.357

238.793

227.191

225.146

223.351

221.780

15.06.01 Apparaatskosten RWS

244.421

242.391

224.559

213.672

211.561

209.649

208.078

15.06.02 Overige netwerkgebonden kosten

12.339

12.966

14.234

13.519

13.585

13.702

13.702

15.07 Investeringsruimte

 

– 11.848

– 11.451

– 9.724

– 8.784

– 5.888

– 5.062

Van totale uitgaven

           

– Bijdrage aan agentschap RWS

468.724

507.951

521.180

513.309

526.569

457.109

436.403

– Restant

354.302

388.569

373.983

263.643

211.949

209.096

204.143

15.09 Ontvangsten

51.704

39.210

32.113

6.676

7.530

14.510

Budgetflexibiliteit

Met uitzondering van de nog niet in uitvoering genomen aanlegprojecten worden de budgetten in 2014 als juridisch verplicht beschouwd op de peildatum 1 januari 2014. Voor de mate van verplichting van het verkenningen en planuitwerkingsprogramma tot en met 2028 wordt verwezen naar het betreffende projectoverzicht.

Onderstaand zijn de beschikbare budgetten tot en met 2028 per jaar gepresenteerd op artikelonderdeelniveau. De mutaties zijn in de verdiepingsbijlage bij de begroting op hetzelfde detailniveau tot en met 2028 toegelicht.

Bedragen x € 1.000
 

2014

2015

2016

2017

2018

2019

2020

15

Vaarwegen

895.163

776.952

738.518

666.205

640.547

630.388

511.001

15.01

Verkeersmanagement

13.819

12.263

13.122

13.122

13.122

13.122

13.122

15.02

Beheer, onderhoud en vervanging

402.465

413.012

324.217

256.929

218.659

216.384

224.685

15.03

Aanleg

251.537

134.210

184.817

178.691

192.048

184.556

56.469

15.06

Netwerkgebonden kosten HVWN

238.793

227.191

225.146

223.351

221.780

221.623

221.578

15.07

Investeringsruimte

– 11.451

– 9.724

– 8.784

– 5.888

– 5.062

– 5.297

– 4.853

15.09

Ontvangsten

32.113

6.676

7.530

14.510

     
(vervolg) Bedragen x € 1.000
 

2021

2022

2023

2024

2025

2026

2027

2028

15

Vaarwegen

756.949

676.297

686.616

656.883 <