Start van deze pagina
Skip navigatie, ga direct naar de Inhoud

Overheid.nl - de wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden.

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Tekstgrootte
+


Vergaderjaar 2014-2015
Kamerstuk 33625 nr. 147

Gepubliceerd op 10 december 2014 14:51

Gerelateerde informatie


Toon alle stukken in dossier



33 625 Hulp, handel en investeringen

Nr. 147 BRIEF VAN DE MINISTER VOOR BUITENLANDSE HANDEL EN ONTWIKKELINGSSAMENWERKING EN STAATSSECRETARIS VAN ECONOMISCHE ZAKEN

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 18 november 2014

Nederland kan dankzij onze grote kennis op landbouwgebied, ons innovatieve bedrijfsleven en onze uitstekende internationale reputatie een grote bijdrage leveren aan de wereldwijde voedselzekerheid. In de Nederlandse samenleving is er ook veel energie om dit te doen. Bedrijfsleven, maatschappelijk middenveld en kennisinstellingen kunnen en willen allemaal een rol spelen om duurzame landbouw en voedselzekerheid in de wereld te realiseren.

Deze brief beschrijft de inzet van de overheid om daar samen met al onze partners aan te werken en geeft de richtingen aan waarin nieuwe initiatieven de komende jaren zullen worden ontwikkeld. Met deze brief geven wij tevens invulling aan de toezeggingen gedaan tijdens het AO MJSP van 27 maart jl. (Kamerstuk 33 625, nr. 107).

Inleiding

We staan voor de opgave om tenminste 9 miljard mensen in 2050 te voeden. Tegelijkertijd lijden volgens de Voedsel- en Landbouworganisatie van de Verenigde Naties (FAO) ruim 805 miljoen mensen nog dagelijks honger, voornamelijk in lage- en middeninkomenslanden. Ook lijden 2 miljard mensen aan «verborgen honger»: nutriëntengebrek vanwege te eenzijdige voeding. Het realiseren van voedselzekerheid voor iedereen, nu en in de toekomst, is dan ook een cruciale mondiale opgave waar we als mensheid voor staan.

Het wereldvoedselvraagstuk staat niet op zichzelf. Het hangt nauw samen met vraagstukken rond armoede, klimaatverandering en druk op natuurlijk kapitaal. In de kern gaat het om het verbinden van groei, verdeling en duurzaamheid. Voedselzekerheid vraagt dan ook om een veelzijdig en inclusief beleid en om een aanpak waarin nationaal en internationaal de samenwerking tussen overheden, bedrijfsleven, ngo’s en kennisinstellingen wordt gezocht.

In de Nederlandse samenleving bestaat op het gebied van landbouw en voedselzekerheid veel kennis en energie. Voor deze brief is daarom breed geconsulteerd onder betrokkenen uit het veld. Het kabinet beschouwt hun visies en bijdragen als belangrijke bouwstenen voor de uitwerking van het beleid. Deze brief biedt dan ook geen blauwdruk, maar schetst de hoofdlijnen waarlangs de Nederlandse bijdrage aan mondiale voedselzekerheid tot een herkenbaar en zichtbaar geheel kan uitgroeien.

Het kabinet roept met deze brief alle partijen op om, vanuit de kracht van Nederland, in één generatie de honger in de wereld uit te bannen en een gezonde basis te leggen om in 2050 9 miljard mensen op duurzame wijze te voeden. Wij richten ons met overtuiging op ondersteuning van mensen die kwetsbaar zijn voor ondervoeding, op versterking van economische perspectieven voor boer(inn)en en rurale ondernemers en op verduurzaming van voedselsystemen. Deze brief bouwt voort op het beleid zoals onder andere verwoord in de brief «Uitwerking voedselzekerheidsbeleid» (Kamerstuk 32 605 nr. 54), de nota «Wat de wereld verdient» (Kamerstuk 33 625 nr. 1), de brief «Ondernemen voor Ontwikkeling» (Kamerstuk 33 625 nr. 38), de brief «Internationaal Landbouwbeleid» (Kamerstuk 31 512 nr. 132), de «Uitvoeringsagenda Natuurlijk Kapitaal» (Kamerstuk 26 407 nr. 85) en de beleidsbrief «Duurzame Voedselproductie»(Kamerstuk 31 512 nr. 118).

Internationale context

Mondiale voedselproductie en -consumptiepatronen zijn de afgelopen decennia sterk aan verandering onderhevig. De productie is steeds intensiever geworden en handelsketens steeds mondialer, maar het overgrote deel van het geproduceerde voedsel in ontwikkelingslanden wordt nog steeds op lokale markten verhandeld. Verstedelijking en stijgende welvaart zorgen in opkomende landen voor veranderingen in eetpatronen en toenemende vraag naar versproducten, verwerkt voedsel en dierlijke eiwitten. Grote aantallen mensen zijn uit de extreme armoede gekomen en minder mensen in de wereld lijden honger. Desondanks zijn honger en ondervoeding nog steeds niet uitgebannen.

Om 9 miljard mensen in 2050 te voeden, zal de voedselproductie zo’n 50–70% moeten stijgen en zal de lokale, regionale en internationale handel verder versterkt moeten worden. Dat moet gebeuren in de wetenschap dat de grenzen van voedselsystemen steeds meer in zicht komen: de druk op eindige natuurlijke hulpbronnen zoals land en water wordt groter door meer vraag naar voedsel, diervoeder en biobrandstoffen; conflicten en crises raken productiegebieden; de biodiversiteit neemt af; en de effecten van klimaatverandering worden steeds meer voelbaar.

Mondiale voedselzekerheid kent zodoende twee uitdagingen:

  • Uitbannen van honger en ondervoeding binnen een generatie, door ervoor te zorgen dat mensen toegang krijgen tot voldoende voedsel en dat voedsel kunnen aanwenden om genoeg voedingsstoffen binnen te krijgen.

  • Voeden van 9 miljard mensen in 2050 op duurzame wijze, door een aanzienlijke verhoging van de voedselproductie te realiseren binnen stabiele en efficiënte voedselsystemen.

Deze uitdagingen worden momenteel wereldwijd opgepakt, in de eerste plaats door de landen die het betreft. Meer dan in het verleden geven lage- en middeninkomenslanden hoge prioriteit aan voedselzekerheid en duurzame landbouw, zoals in het kader van het Comprehensive Africa Agriculture Development Programme (CAADP). Binnen de VN krijgen voedselzekerheid en duurzame landbouw speciale aandacht in de door SGVN Ban Ki Moon geïnitieerde Zero Hunger Challenge. Nederland speelt in dat verband een leidende rol. Ook zijn ze, volledig conform de Nederlandse inzet, een onbetwist onderdeel van het proces om te komen tot een mondiale ontwikkelingsagenda vanaf 2015.

Nederlandse inzet

Nederland wordt internationaal erkend als een deskundige en innovatieve partner voor landbouwontwikkeling en voedselzekerheid. We lopen in de pas met het EU beleidskader in deze en spelen in VN-verband een zichtbare en onderscheidende rol met onze aanpak van hulp, handel en investeringen. Kennis, capaciteit en bedrijvigheid vormen een rode draad, met name vanuit de Topsectoren Agrifood, Tuinbouw & Uitgangsmaterialen en Water. Nederland werkt bij voorkeur in inclusieve en transparante partnerschappen om publieke, private en maatschappelijke sterktes, belangen en zorgen zo efficiënt en effectief mogelijk met elkaar te verbinden. De uitvoering van het beleid baseren we zoveel mogelijk op lokaal gedragen beleidskaders en instituties.

Nederland draagt zodoende zichtbaar bij aan het realiseren van de internationale afspraken over duurzame landbouw en voedselzekerheid. In de hiervoor genoemde beleidsnota’s zijn reeds verschillende concrete doelstellingen op dit terrein verwoord. Ten algemene zet Nederland dus in op alle (people, planet, profit) dimensies van voedselzekerheid, met name:

  • 1. Uitbannen van de huidige honger en ondervoeding

    Centraal staan kwetsbare mensen die door armoede, natuurrampen, conflicten en andere crises honger aan den lijve ondervinden. Naast voedselhulp waar nodig, dient structureel toegang tot voldoende en goede voeding te worden geboden.

  • 2. Bevorderen van inclusieve en duurzame groei in de agrarische sector

    Centraal staan kleine en middelgrote boer(inn)en en andere agrarische ondernemers die potentieel een marktvraag kunnen bedienen. Vergroting van hun verdienvermogen is een krachtig middel om honger en armoede te bestrijden en economische groei te bevorderen.

  • 3. Realiseren van ecologisch houdbare voedselsystemen

    Centraal staat het duurzaam beheer van internationale publieke (milieu)goederen, zoals water, bodem, energie en biodiversiteit. De effecten van klimaatverandering op voedselsystemen en vice versa zullen in alle activiteiten worden meegewogen.

Deze drie doelen dragen integraal bij aan het in VN verband bepleite raamwerk (Zero Hunger Challenge, Post 2015) om de mondiale uitdagingen voor voedselzekerheid aan te pakken:

Wereldwijde uitdaging

805 miljoen mensen met honger

2 miljard mensen ondervoed

voeden van 9 miljard mensen in 2050

Internationale raamwerk

uitbannen van ondervoeding, mn stunting bij jonge kinderen

100% toegang tot goed voedsel jaarrond

verdubbelen productiviteit en inkomen van kleine boeren

alle voedselsystemen duurzaam

geen voedselverliezen;

behoud agrobiodiversiteit

Nederlandse doelen

uitbannen van de huidige honger en ondervoeding

bevorderen van inclusieve en duurzame groei in de agrarische sector

realiseren van ecologisch houdbare voedselsystemen

Uitgangspunt bij al onze investeringen en interventies is dat ze zoveel mogelijk bijdragen aan de hiervoor aangegeven doelstellingen. Coherentie van beleid is inherent aan de Nederlandse inzet, zowel binnen het terrein van voedselzekerheid als in relatie tot beleidsterreinen die daar substantieel invloed op uitoefenen zoals handel, water, energie, veiligheid en de positie van vrouwen. Gender-gerelateerde kansen en knelpunten worden zo veel mogelijk aangegrepen en aangepakt.

Inzet gericht op de algemene doelen

Bij de invulling van de algemene doelen bouwen we voort op de eerder ingezette koers, maar benutten daarbinnen de ruimte voor vernieuwing op thema’s en activiteiten die onvoldoende tot hun recht kwamen of aan belang hebben gewonnen.

Doel 1: uitbannen van de huidige honger en ondervoeding

Ieder mens heeft recht op voldoende voeding van goede kwaliteit om een gezond en actief leven te leiden. Honger en ondervoeding beperken mensen en samenlevingen in het bereiken van hun volle potentieel. Zij manifesteren zich zowel in humanitaire crisissituaties als in situaties van armoede en marginalisering. De gevolgen van ondervoeding zijn vooral voor jonge kinderen dramatisch, omdat groei- en ontwikkelingsachterstanden die zijn opgelopen tijdens de eerste levensjaren onomkeerbaar zijn en negatieve invloed blijven uitoefenen op latere leerprestaties en productiviteit. Vaak zijn dergelijke achterstanden nauw verbonden met de situatie van de (meestal jonge) moeders en de omstandigheden rond conceptie, zwangerschap en geboorte. Om dit probleem binnen een generatie voorgoed uit te bannen zijn interventies nodig die op korte termijn ondervoeding bestrijden, vooral van moeders en jonge kinderen.

Uiteindelijk zullen ook voor de onderliggende oorzaken van ondervoeding, zoals conflicten of sociaal-culturele marginalisering, structurele oplossingen moeten worden gevonden. Die liggen voor een belangrijk deel echter buiten de directe reikwijdte van voedselzekerheidsinterventies. Ze onderbouwen wel mede de inzet op andere relevante beleidsterreinen, zoals die op gebied van landrechten, water, sanitatie en reproductieve gezondheid, vrede en veiligheid en ongelijkheid.

Nederland draagt bij aan voedingsprogramma’s van het Wereld Voedselprogramma, UNICEF en internationale initiatieven als de Global Alliance for Improved Nutrition en de Scaling Up Nutrition beweging. Bovendien werken we samen met Nederlandse bedrijven, kennisinstellingen en maatschappelijke organisaties aan betere voeding voor kwetsbare groepen in het Amsterdam Initiative against Malnutrition. In een aantal van onze partnerlanden ondersteunen we productieve vangnetten, waarbij mensen geld of voedsel krijgen in ruil voor werk, en dragen we bij aan het opzetten van lokale voedingsprogramma’s. Daarnaast integreren we voedingsaspecten zoveel mogelijk in activiteiten op het gebied van landbouw, gezondheid, water en sanitatie, en onderwijs.

Met deze inzet draagt Nederland bij aan het internationale streven om ondervoeding wereldwijd uit te bannen, door een afname van het aantal ondervoede kinderen onder 5 jaar (wasting en/of stunting), afname van het aantal mensen (m/v) met chronische honger en/of nutriëntengebrek en afname van het aantal mensen (m/v) dat als gevolg van een schok afhankelijk wordt van voedselhulp.

Accenten voor de komende jaren

De komende jaren wordt de inzet verder verbreed door de onderliggende oorzaken van ondervoeding aan te pakken. Zo zal Nederland het recht op goede voeding van jonge kinderen en hun moeders nadrukkelijker koppelen aan het belang van seksuele en reproductieve gezondheid en rechten van vrouwen, met name van adolescente meisjes. Goede gezondheid van (aanstaande) moeders en volledige zeggenschap van vrouwen over hun zwangerschap zijn cruciaal voor de gezondheid en voedingssituatie van pasgeborenen en jonge kinderen.

Verder zullen we ons inspannen om het vermogen van mensen en lokale gemeenschappen te versterken om weerbaar te zijn tegen, en te herstellen van, externe schokken zoals droogte en extreme prijsschommelingen. Er zal worden ingezet op stabiliteit bevorderende interventies, zoals risicomanagement, verzekeringen, sociale vangnetten, versterking van lokale markten, rampenpreventie en klimaatadaptatie. Dit vergt nauwe samenwerking met humanitaire hulp programma’s.

Doel 2: bevorderen van inclusieve en duurzame groei in de agrarische sector

Investeren in kleinschalige (voedsel)landbouw in opkomende landen is in het verleden een krachtig middel gebleken om inclusieve groei te realiseren, zowel binnen de landbouw als daarbuiten. Meer investeringen door lokaal MKB en vanuit het buitenland, kennisoverdracht, capaciteitsopbouw en handelsbevordering in de landbouwsector zijn van groot belang om deze groei te versnellen en duurzaam te maken. Door niet alleen de primaire productie, maar de gehele productieketen te ontwikkelen wordt er werkgelegenheid, inkomen en toegevoegde waarde op het platteland gecreëerd. Met het oog op de toekomst is het essentieel om de landbouwsector attractief te maken voor jonge en vrouwelijke ondernemers. Sterke boerenorganisaties en -coöperaties spelen daarbij een sleutelrol. Aandacht voor voedingsaspecten blijft bij dit alles van belang, aangezien stunting- en ondervoedingspercentages vaak hoog blijven, zelfs waar voedsel in principe beschikbaar en toegankelijk is.

Nederland richt zich op het verschaffen van toegang tot productiemiddelen, kennis, financiële diensten en afzetmarkten voor kleine en middelgrote boeren en ondernemers, met name voor vrouwen. Zo werken Nederlandse belanghebbenden nauw samen aan betere toegang tot en controle over land door middel van de toepassing van de Voluntary Guidelines on Responsible Governance of Land Tenure. We dragen ook bij aan betere toegang tot goed uitgangsmateriaal door versterking van lokale zaadsystemen en ondersteuning van de toepassing van het kwekersrecht. Inclusieve economische groei, private sector ontwikkeling en toegang tot markten stimuleren we door ketensamenwerking te faciliteren, door boerenorganisaties te versterken en door capaciteitsopbouw. Bovendien zetten we bilateraal en multilateraal in op regionale en mondiale handelsbevordering en handelsfacilitatie, infrastructuurontwikkeling, verbetering van wet- en regelgeving en verhoging van ketenefficiëntie.

Het aanjagen van meer private investeringen doen we onder andere door het bedrijfsleven uit te dagen om met slimme oplossingen en inclusieve business modellen te komen om voedselketens naar een hoger plan te tillen. In Nederland kijken we hierbij met name naar de Topsectoren Agrifood en Tuinbouw & Uitgangsmaterialen. Bedrijven kunnen dankzij hun kennis, technologie en toegang tot markten een belangrijke bijdrage leveren aan inclusieve groei. We faciliteren dit onder andere via de Faciliteit Duurzaam Ondernemen en Voedselzekerheid en ander bedrijfsleveninstrumentarium. Ook het Dutch Good Growth Fund (DGGF) en het Global Agriculture and Food Security Programme van de Wereldbank geven een belangrijke impuls aan de investeringen in de landbouw in lage- en middeninkomenslanden. Het Nederlandse agro-bedrijfsleven maakt relatief veel gebruik van het overheidsinstrumentarium en het is de verwachting dat zij ook veel gebruik zal maken van het DGGF. Daarbij wordt van deelnemende bedrijven uiteraard verwacht dat ze hun maatschappelijke verantwoordelijkheid nemen. In dat verband zetten we ons ook in om de ontwikkeling van kaders voor internationaal maatschappelijk ondernemen te versterken en van een breed draagvlak te voorzien, zoals de OESO richtlijnen voor multinationale ondernemingen en de Principles for Responsible Investment in Agriculture and Food Systems van de Committee on World Food Security.

Om nieuwe kennis te bevorderen wordt geïnvesteerd in vraaggestuurd internationaal landbouwkundig onderzoek via de Consultative Group on International Agricultural Research (CGIAR) en via Europese onderzoekssamenwerking, waarbij gestreefd wordt naar meer Nederlandse deelname in internationale onderzoeksprogramma’s. Om dit te realiseren streeft Nederland een strategisch partnerschap met CGIAR na. Ook nationaal streven we naar meer synergie en afstemming in kennisprogramma’s via het Food & Business Knowledge Platform en via internationalisering van het groene onderwijs.

Met deze inzet draagt Nederland bij aan het internationale streven naar inclusieve en duurzame landbouwontwikkeling wereldwijd, met als deelresultaten onder meer een toename van de voedselproductie en de arbeidsproductiviteit, toename van de werkgelegenheid en het inkomen in de landbouw en toename van het aantal vrouwelijke rurale ondernemers en hun aandeel in voedselketens en belangenorganisaties.

Accenten voor de komende jaren

Productieverhoging heeft alleen zin als het voedsel verderop in de keten niet verloren gaat en er een markt bediend wordt. Het tegengaan van voedselverliezen en behoud van de kwaliteit en de voedingswaarde zijn cruciaal. Nederland beschikt over veel kennis over het beperken van voedselverliezen in de keten en het verwerken en verrijken van voedselproducten. Dit kan bijdragen aan het verhogen van de toegevoegde waarde, inkomens en de toegang tot volwaardige voedselproducten. Nederland zal de komende jaren daarom nog meer gaan inzetten op de inrichting en versterking van samenwerking in de keten, het vinden van marktgerichte en efficiënte oplossingen voor voedselverwerking en logistiek in lage- en middeninkomenslanden en op ontwikkeling van de lokale, stedelijke en vooral regionale markten.

Voor een competitieve en goed functionerende landbouwsector is goed beleid nodig. Om de landbouwsector over de volle breedte een impuls te geven zal de komende jaren extra geïnvesteerd worden in programma’s die bijdragen aan een versterking van het nationale landbouw- en handelsbeleid, met aandacht voor voedingsaspecten en ecologische duurzaamheid. Parallel hieraan zal gewerkt worden aan verdieping van de beleidsdialoog met een aantal partnerlanden en opkomende landen. Die beleidsdialoog kan aangrijpingspunten bieden voor de inzet van Nederlandse hulp en technische assistentie en instrumenteel zijn voor het bevorderen van de overgang van hulp naar economische samenwerking en kansen voor de private sector. Ook zal worden gekeken naar de effecten van handelsverdragen op de lokale landbouwontwikkeling en voedselzekerheid.

Doel 3: realiseren van ecologisch houdbare voedselsystemen

Mondiaal wordt de landbouw geconfronteerd met drie samenhangende trends met agro-ecologische gevolgen: klimaatverandering, degradatie van ecosystemen met verlies aan functionele biodiversiteit en uitputting van (zoet)waterbronnen. De landbouwsector is een spil in dit geheel. We spreken daarom veelal van de «nexus» tussen voedselzekerheid en het complex van internationale publieke (milieu)goederen: bodem-water-energie-klimaat-biodiversiteit. Deze nexus speelt van micro tot macro niveau. Het gaat om publieke goederen die op lokaal/nationaal niveau worden beheerd en waar de wereld tegelijkertijd een gezamenlijke verantwoordelijkheid voor draagt.

Al deze aspecten komen samen in het streven naar duurzame intensivering van de voedselproductie door toepassing van efficiënte, zorgvuldige en klimaatslimme landbouwpraktijken. Op mondiaal niveau gaat de Global Alliance for Climate Smart Agriculture hierin een sleutelrol vervullen. Uitgangspunt is een landbouw die hoogproductief is en die op adequate wijze rekening houdt met sociale en ecologische aspecten. Lokale context, diversiteit en maatwerk zijn daarbij sleutelbegrippen. Overheden dienen randvoorwaarden te stellen om de publieke sociale, economische en ecologische belangen te borgen. Binnen die randvoorwaarden is het aan de lokale boer(in) om de meest geschikte praktijken en bedrijfsvorm te kiezen. Immers, willen we de wereld in 2050 duurzaam voeden, dan kunnen we ons niet veroorloven om op voorhand het scala aan mogelijke opties en ontwikkelingspaden in te perken. Naast duurzame landbouw is een complementaire inzet nodig op verduurzaming van consumptiepatronen. Minder eiwitrijke voedingspatronen in de ontwikkel(en)de wereld en het terugbrengen van voedselverspilling kunnen de druk op natuurlijke hulpbronnen wereldwijd aanzienlijk verlagen.

Nederland heeft de wereld op gebied van duurzame intensivering van de landbouw veel te bieden. Zo is Nederland een aanjager van klimaatslimme landbouw, die hoge productiviteit koppelt aan weerbaarheid tegen klimaatverandering en vermindering van de uitstoot van broeikasgassen. In partnerlanden investeren we in landgebruiksplanning, gebiedsinrichting, klimaatadaptatie in de kleinschalige voedsellandbouw, eco-efficiënte productie en (stroom)gebiedsbeheer. Nederland zet zich in om het belang van goede bodemvruchtbaarheid op de internationale agenda te krijgen. We dragen bij aan de ontwikkeling van beleid voor zaaizaadsystemen in Afrika en dit draagt, samen met onze steun aan multilaterale biodiversiteitsprogramma’s, bij aan het beschermen van de agrobiodiversiteit. Bovendien zet Nederland in op verduurzaming van consumptiepatronen en het terugdringen van voedselverspilling.

Met deze inzet draagt Nederland bij aan het internationale streven naar duurzame voedselsystemen, onder meer resulterend in een toename van de efficiëntie van productie in opbrengst per eenheid input, toename van de oppervlakte duurzaam beheerd land en toename van de schokbestendigheid van voedselsystemen.

Accenten voor de komende jaren

De laatste jaren is de zogenaamde landschapsbenadering in opkomst, gericht op een gebiedsgerichte, participatieve ontwikkeling van landbouw, natuur en de rurale economie. Nederland ontwikkelt pilots in bijvoorbeeld de cacaosector, waarbij economische productie en natuurbescherming niet alleen op bedrijfsniveau worden bekeken maar op landschapsniveau, tezamen met lokale stakeholders. Met het Initiatief Duurzame Handel is recent een nieuw programma gestart waarbij het duurzame gebruik en beheer van bodem, land en water in productiegebieden van belangrijke agrogrondstoffen centraal staat. Betrokken bedrijven zetten in op productie die ook op de langere termijn in stand kan blijven, zonder degradatie van bodems, waterbronnen en biodiversiteit, als ook verslechterende sociale omstandigheden. Met IUCN is een programma ontwikkeld dat zich richt op verduurzaming van economische groei corridors in Afrika waarbij ook gebiedsgericht zal worden gewerkt.

Een cruciaal thema dat de komende jaren steeds nadrukkelijker op de internationale agenda zal komen is de duurzame ontwikkeling van de veehouderij. Met de toename van de welvaart in de wereld neemt ook de vraag naar dierlijke eiwitten toe, waardoor de veehouderij sterk zal groeien en daarmee haar relatief grote druk op natuurlijke hulpbronnen. Nederland heeft hierin op internationaal niveau de afgelopen jaren al een belangrijke rol gespeeld. Onze ambitie is om een substantiële bijdrage te leveren aan de duurzame ontwikkeling van de veehouderij in de context van eindige natuurlijke hulpbronnen, klimaatverandering en bedreigingen van de gezondheid van mens en dier. Deze inzet zal de komende jaren worden geïntensiveerd.

Middelen

De voor voedselzekerheid gereserveerde ODA-middelen vormen de kern van de financiële inzet voor het in deze brief geschetste beleid. Maar ook andere (inclusief niet-ODA) budgeten leveren een bijdrage. Het kabinet streeft naar een juiste balans tussen de drie voedselzekerheidsdoelen. In activiteiten zal zoveel mogelijk de samenhang tussen doelen en beschikbare middelen worden opgezocht.

Het kabinet is er van overtuigd dat deze Nederlandse inzet bijdraagt aan de uitbanning van honger en ondervoeding en aan de internationale voedselzekerheid, en tegelijkertijd de leidende internationale positie van Nederland op gebied van duurzaam voedsel en agrarische productie versterkt.

De Minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking, E.M.J. Ploumen

De Staatssecretaris van Economische Zaken, S.A.M. Dijksma


SnelzoekenInfo

Snelzoeken
U kunt dit veld gebruiken om te zoeken op
–een vrije zoekterm voor het zoeken op tekst (bijvoorbeeld "milieu")
–een betekenisvolle zoekterm voor het zoeken naar specifieke publicaties (bijvoorbeeld dossiernummer '32123' of 'trb 2009 16').
U kunt termen combineren door EN te zetten tussen de termen (blg 32123 EN milieu).
U kunt zoeken op letterlijke tekst door '' om de term te zetten. ('appellabele toezeggingen').

Voor meer mogelijkheden en uitleg verwijzen wij u naar de help-pagina's van Officiële bekendmakingen op overheid.nl