Kamerstuk
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Dossier- en ondernummer |
|---|---|---|---|
| Eerste Kamer der Staten-Generaal | 2025-2026 | 33576 nr. AU |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Dossier- en ondernummer |
|---|---|---|---|
| Eerste Kamer der Staten-Generaal | 2025-2026 | 33576 nr. AU |
Vastgesteld 21 januari 2026
De vaste commissie voor Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit1 heeft nader schriftelijk overleg gevoerd met de Staatssecretaris van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur over 10e voortgangsrapportage natuur. Bijgaand brengt de commissie hiervan verslag uit. Dit verslag bestaat uit:
• De uitgaande brief van 16 december 2025.
• De antwoordbrief van 19 januari 2026.
De griffier van de vaste commissie voor Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, De Boer
Aan de Staatssecretaris van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur
Den Haag, 16 december 2025
De leden van de vaste commissie voor Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV) hebben met belangstelling kennisgenomen van uw brief van 10 november 2025 met uw reactie op vragen over de Tiende voortgangsrapportage Natuur (VRN).2 De leden van de fractie van de PvdD wensen u naar aanleiding hiervan enkele nadere vragen te stellen. Het lid van de Fractie-Visseren-Hamakers sluit zich bij deze vragen aan.
Deze leden hebben met belangstelling kennisgenomen van het eindrapport Procesbegeleiding verbeteren en valideren wildtellingen en hebben daarover nog een aantal vragen.3
Deze leden lezen op pagina zes in het eindrapport het volgende: «Begin juli 2024 heeft Jagersvereniging een rapport gedeeld met CBS en Van Hall Larenstein waarin een vergelijking heeft plaatsgebonden van de hazen-telprotocollen van het Netwerk Ecologische Monitoring en de Wildbeheereenheden in de praktijk, uitgevoerd in Utrecht. De timing van het uitbrengen van het rapport werd door het CBS als onprettig ervaren in het proces, omdat het mogelijk vooruit zou kunnen lopen op de conclusies die nog door het CBS getrokken zouden worden in hun validatie.». Op welke wijze is gezorgd voor objectivering van de procesbegeleiding teneinde belangenconflicten te voorkomen?
Is overwogen de uitkomsten van het rapport voor een second opinion voor te leggen aan een wetenschappelijk instituut? Zo nee, waarom niet? Zo ja, op welke wijze en is die second opinion tot stand gekomen?
Is geïnventariseerd welk deel van de bij tellingen betrokken vrijwilligers direct belang had bij de uitkomsten van de tellingen, bijvoorbeeld omdat ze bij de jacht op de getelde dieren betrokken waren als jager of belangenbehartiger van jagers? Zo nee, waarom niet? Zo ja, op welke wijze?
Welke waarde kent u toe aan dit onderzoek wanneer er geen second opinion door een wetenschappelijk instituut heeft plaatsgevonden en de toekomstige telprotocollen niet sluitend geobjectiveerd zijn?
Deelt u de opvatting dat tellingen van in het wild levende dieren bij voorkeur uitgevoerd zouden moeten worden door niet-belanghebbenden? Zo nee, waarom niet? Zo ja, op welke wijze kan hieraan vorm gegeven worden?
De leden van de vaste commissie voor LNV zien uw reactie met belangstelling tegemoet en ontvangen deze graag uiterlijk 20 januari 2026.
Voorzitter van de vaste commissie voor Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, G.J. Oplaat
Aan de Voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 19 januari 2026
Hierbij zend ik u de antwoorden op de vragen van leden van de fractie van de Partij voor de Dieren en het lid van de Fractie-Visseren-Hamakers over de 10e voorgangsrapportage Natuur, kenmerk 179221.
Naar aanleiding van de 10e voortgangsrapportage Natuur heeft uw Kamer vragen gesteld over een traject dat in 2024 heeft plaatsgevonden, waarbinnen de tellingen van vijf wildsoorten (haas, konijn, houtduif, fazant en wilde eend) die door de wildbeheereenheden (WBE’s) worden uitgevoerd, zijn onderworpen aan een validatie door het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). In deze brief zal ik op uw vragen ingaan.
Met bedoeld traject is uitvoering gegeven aan de aangenomen Tweede Kamermotie van het lid Boswijk c.s. (Kamerstuk 36 200 XIV, nr. 40) die oproept om samen met betrokken partijen te komen tot een wetenschappelijk gedragen wildsoortentelprotocol en analyse- en beoordelingssystematiek. De Tweede Kamer is hierover bij brief van 31 maart 2025 geïnformeerd (Kamerstuk 33 576, 443).
Mijn ministerie verkent op dit moment samen met het CBS nog de mogelijkheden om de tellingen door het Netwerk Ecologische Monitoring (NEM) en de daaruit voortvloeiende trends4 en de tellingen van de WBE’s en de daaruit volgende trends te combineren tot één gezamenlijke trend.
Uw Kamer vraagt hierover:
Op welke wijze is gezorgd voor objectivering van de procesbegeleiding teneinde belangenconflicten te voorkomen?
Het proces is begeleid door Hogeschool Van Hall Larenstein (HVHL). Dit is een onafhankelijk wetenschappelijk kennisinstituut. HVHL heeft zelf geen belang bij de uitkomsten van het doorlopen traject en heeft toegezien op een wetenschappelijk gedragen wildsoorten-telprotocol, analyse- en beoordelingssystematiek. De Zoogdiervereniging en de Jagersvereniging hebben op dit proces meegekeken en uitleg gegeven over de data en de wijze van verzamelen in gezamenlijke sessies.
Uw Kamer refereert aan een rapport van de Jagersvereniging dat begin juli 2024 door de Jagersvereniging is gedeeld met CBS en HVHL, waarin een vergelijking heeft plaatsgevonden van de hazen-telprotocollen van het NEM en de WBEs in de praktijk, in de provincie Utrecht, en vraagt daarover:
Is overwogen de uitkomsten van het rapport voor een second opinion voor te leggen aan een wetenschappelijk instituut? Zo nee, waarom niet? Zo ja, op welke wijze en is die second opinion tot stand gekomen?
Nee. Het rapport van de Jagersvereniging van hun onderzoek in Utrecht is niet meegenomen in het proces. De focus van het traject met HVHL en CBS was de wetenschappelijke validatie van de landelijke data van de voorjaarstelling. Die is uitgevoerd door het CBS, onder procesbegeleiding van HVHL. De wetenschappelijke integriteit van deze instituten staat voor mij niet ter discussie.
Is geïnventariseerd welk deel van de bij tellingen betrokken vrijwilligers direct belang had bij de uitkomsten van de tellingen, bijvoorbeeld omdat ze bij de jacht op de getelde dieren betrokken waren als jager of belangenbehartiger van jagers? Zo nee, waarom niet? Zo ja, op welke wijze?
De WBE tellingen worden uitgevoerd door jagers. Jagers hebben er belang bij dat de uitvoering van jacht en faunabeheer op verantwoorde en duurzame wijze wordt uitgevoerd en dat dit niet leidt tot verslechtering van de staat van instandhouding van de betrokken soorten. Bovendien hebben jagers de plicht te zorgen voor een redelijk wildstand in hun jachtveld. Ik vind het belangrijk dat jagers daarin zelf hun verantwoordelijkheid nemen. Hiervoor is het belangrijk dat jagers goed zicht hebben op de wildstand, zowel landelijk, regionaal, als binnen hun eigen jachtveld. De rol van het CBS is om onafhankelijk te evalueren dat de tellingen van de WBE betrouwbaar zijn.
Welke waarde kent u toe aan dit onderzoek wanneer er geen second opinion door een wetenschappelijk instituut heeft plaatsgevonden en de toekomstige telprotocollen niet sluitend geobjectiveerd zijn?
Zoals aangegeven heb ik voldoende vertrouwen in het CBS als onafhankelijke organisatie voor statistische informatievoorziening en in HVHL als wetenschappelijk instituut.
Deelt u de opvatting dat tellingen van in het wild levende dieren bij voorkeur uitgevoerd zouden moeten worden door niet-belanghebbenden? Zo nee, waarom niet? Zo ja, op welke wijze kan hieraan vorm gegeven worden?
Nee. Zoals aangegeven hecht ik er waarde aan dat belanghebbenden, waaronder jagers, deels zelf verantwoordelijkheid nemen voor het aanleveren van telgegevens op basis waarvan zij in het veld beslissingen nemen, mits deze gegevens volgens een gevalideerd telprotocol worden verzameld en door een onafhankelijke partij op hun betrouwbaarheid beoordeeld kunnen worden. De inzet van vrijwilligers, met welke achtergrond dan ook, maakt het mogelijk om landsdekkend, maar ook op provinciaal niveau voldoende tellingen uit te voeren voor betrouwbare trends. De betrokkenheid van het CBS garandeert de onafhankelijke toetsing van de data.
Staatssecretaris van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur, J.F. Rummenie
Samenstelling:
Van Aelst-Den Uijl (SP), Baumgarten (JA21), Beukering (Fractie-Beukering), Fiers (GroenLinks-PvdA), Van der Goot (OPNL), Van Gurp (GroenLinks-PvdA) (ondervoorzitter), Holterhues (ChristenUnie), Janssen-van Helvoort (GroenLinks-PvdA), Jaspers (BBB), Kanis (D66), Kemperman (FVD), Van Kesteren (PVV), Kluit (GroenLinks-PvdA), Van Knapen (BBB), Van der Linden (VVD), Van Meenen (D66), Nicolaï (PvdD), Oplaat (BBB) (voorzitter), Perin-Gopie (Volt), Prins (CDA), Rietkerk (CDA), Van Rooijen (50PLUS), Straus (VVD), Thijssen (GroenLinks-PvdA), Visseren-Hamakers (Fractie-Visseren-Hamakers), De Vries (SGP), Walenkamp (Fractie-Walenkamp)
Deze NEM tellingen vinden al langer plaats volgens op basis van door het CBS gevalideerde telprotocollen en de daaruit volgende tellingen worden jaarlijks door het CBS gevalideerd.
Samenstelling:
Van Aelst-Den Uijl (SP), Baumgarten (JA21), Beukering (Fractie-Beukering), Fiers (GroenLinks-PvdA), Van der Goot (OPNL), Van Gurp (GroenLinks-PvdA) (ondervoorzitter), Holterhues (ChristenUnie), Janssen-van Helvoort (GroenLinks-PvdA), Jaspers (BBB), Kanis (D66), Kemperman (FVD), Van Kesteren (PVV), Kluit (GroenLinks-PvdA), Van Knapen (BBB), Van der Linden (VVD), Van Meenen (D66), Nicolaï (PvdD), Oplaat (BBB) (voorzitter), Perin-Gopie (Volt), Prins (CDA), Rietkerk (CDA), Van Rooijen (50PLUS), Straus (VVD), Thijssen (GroenLinks-PvdA), Visseren-Hamakers (Fractie-Visseren-Hamakers), De Vries (SGP), Walenkamp (Fractie-Walenkamp)
Deze NEM tellingen vinden al langer plaats volgens op basis van door het CBS gevalideerde telprotocollen en de daaruit volgende tellingen worden jaarlijks door het CBS gevalideerd.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-33576-AU.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.