Kamerstuk
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Dossier- en ondernummer |
|---|---|---|---|
| Eerste Kamer der Staten-Generaal | 2025-2026 | 33576 nr. AT |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Dossier- en ondernummer |
|---|---|---|---|
| Eerste Kamer der Staten-Generaal | 2025-2026 | 33576 nr. AT |
Vastgesteld 20 januari 2026
De vaste commissie voor Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit1 heeft nader schriftelijk overleg gevoerd met de Staatssecretaris van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur over het voorstel voor een Richtlijn tot wijziging van de beschermingsstatus van de wolf. Bijgaand brengt de commissie hiervan verslag uit. Dit verslag bestaat uit:
• De uitgaande brief van 16 december 2025.
• De antwoordbrief van 19 januari 2026.
De griffier van de vaste commissie voor Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, De Boer
Aan de Staatssecretaris van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur
Den Haag, 16 december 2025
De leden van de vaste commissie voor Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV) hebben met belangstelling kennisgenomen van uw brief van 4 november 20252 met uw reactie op de nadere vragen over het voorstel voor een Richtlijn tot wijziging van de beschermingsstatus van de wolf. De leden van de fractie van de PvdD, met aansluiting van het lid van de fractie-Visseren-Hamakers, hebben naar aanleiding hiervan een aantal vervolgvragen en opmerkingen. U wordt vriendelijk verzocht de sub-vragen afzonderlijk te beantwoorden.
In artikel 19 van de Habitatrichtlijn is bepaald: «Wijzigingen die nodig zijn om bijlage IV van deze richtlijn aan de technische en wetenschappelijke vooruitgang aan te passen, worden op voorstel van de Commissie met eenparigheid van stemmen door de Raad vastgesteld.».
Uit de beantwoording van de vragen blijkt dat u van oordeel bent dat artikel 19 van de Habitatrichtlijn onverbindend zou zijn. Hierover hebben deze leden de volgende vragen.
Vraag 1
Uit welk voorschrift van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU) leidt u af dat het verboden zou zijn om via een gewone wetgevingsprocedure als bedoeld in artikel 289 VWEU een voorschrift vast te stellen inhoudende dat een wijziging van een bijlage bij een richtlijn slechts met eenparigheid van stemmen kan worden vastgesteld?
Vraag 2
Bent u het met deze leden eens dat als zo’n verbod niet uit het VWEU voortvloeit, de totstandkoming van het verdrag van Lissabon niet van rechtswege meebrengt dat artikel 19 van de Habitatrichtlijn onverbindend zou zijn? Wel zou dan met een gewone meerderheid artikel 19 kunnen worden gewijzigd in die zin dat de eis van eenparigheid zou worden ingetrokken. Zolang die wijziging niet heeft plaatsgevonden, geldt de in artikel 19 vereiste eenparigheid.
Vraag 3
Nu uit het Verdrag van Lissabon voortvloeit dat wetgeving bij meerderheid van stemmen wordt vastgesteld en aangenomen dat daarmee de in artikel 19 van de Habitatrichtlijn opgenomen eis van eenparigheid onverbindend zou moeten worden geoordeeld, waarom zou dan ook het vereiste van in verband met technische en wetenschappelijke vooruitgang gebleken noodzaak van de wijziging van de bijlage onverbindend zijn?
De leden van de vaste commissie voor LNV zien uw reactie met belangstelling tegemoet en ontvangen deze graag uiterlijk 20 januari 2026.
Voorzitter van de vaste commissie voor Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, G.J. Oplaat
Aan de Voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 19 januari 2026
Hierbij stuur ik u de antwoorden op de nadere schriftelijke vragen die zijn gesteld door de leden van de fractie van de Partij voor de Dieren, met aansluiting van het lid van de fractie-Visseren-Hamakers, over het voorstel voor een Richtlijn tot wijziging van de beschermingsstatus van de wolf op 16 december 2025 onder nummer 179212.
De Staatssecretaris van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur, J.F. Rummenie
In artikel 19 van de Habitatrichtlijn is bepaald: «Wijzigingen die nodig zijn om bijlage IV van deze richtlijn aan de technische en wetenschappelijke vooruitgang aan te passen, worden op voorstel van de Commissie met eenparigheid van stemmen door de Raad vastgesteld.». Uit de beantwoording van de vragen blijkt dat u van oordeel bent dat artikel 19 van de Habitatrichtlijn onverbindend zou zijn. Hierover hebben deze leden de volgende vragen.
1
Uit welk voorschrift van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU) leidt u af dat het verboden zou zijn om via een gewone wetgevingsprocedure als bedoeld in artikel 289 VWEU een voorschrift vast te stellen inhoudende dat een wijziging van een bijlage bij een richtlijn slechts met eenparigheid van stemmen kan worden vastgesteld?
Antwoord
Dit volgt uit de hiërarchie binnen het EU-recht. Het verdrag gaat altijd boven richtlijnen en verordeningen. Dat vergt geen expliciete bepaling. Secundair Unierecht – zoals richtlijnen – heeft alleen bestaansrecht voor zover het primaire Unierecht – de EU-Verdragen – daarin voorziet. Daaruit volgt dat secundair Unierecht alleen geldig is, als het in lijn is met de EU-Verdragen. Dat ziet ook op de voorwaarden waarop secundair Unierecht rechtmatig tot stand kan komen. Aan deze voorwaarden voldoet artikel 19, tweede volzin, Habitatrichtlijn niet meer.
2
Bent u het met deze leden eens dat als zo’n verbod niet uit het VWEU voortvloeit, de totstandkoming van het verdrag van Lissabon niet van rechtswege meebrengt dat artikel 19 van de Habitatrichtlijn onverbindend zou zijn? Wel zou dan met een gewone meerderheid artikel 19 kunnen worden gewijzigd in die zin dat de eis van eenparigheid zou worden ingetrokken. Zolang die wijziging niet heeft plaatsgevonden, geldt de in artikel 19 vereiste eenparigheid.
Antwoord
Het feit dat artikel 19 met gewone meerderheid kan worden aangepast, onderstreept dat dat ook voor de bijlage zelf geldt. En de hiërarchie binnen het EU-recht betekent dat de procedure van het VWEU moet worden gevolgd, en dat bepalingen die daarmee in strijd zijn, buiten toepassing moeten worden gelaten. Dat een dergelijke wijziging van artikel 19 nog niet heeft plaatsgevonden mag er niet aan in de weg staan dat het VWEU volledige toepassing vindt en de procedures die daarin worden voorgeschreven, juist worden gevolgd.
3
Nu uit het Verdrag van Lissabon voortvloeit dat wetgeving bij meerderheid van stemmen wordt vastgesteld en aangenomen dat daarmee de in artikel 19 van de Habitatrichtlijn opgenomen eis van eenparigheid onverbindend zou moeten worden geoordeeld, waarom zou dan ook het vereiste van in verband met technische en wetenschappelijke vooruitgang gebleken noodzaak van de wijziging van de bijlage onverbindend zijn?
Antwoord
De regel dat een bijlage kan worden aangepast als dat nodig is in het licht van de technische en wetenschappelijke vooruitgang staat, ongeacht of deze regel wel of niet verbindend is, er niet aan in de weg dat via de procedure van het VWEU om andere redenen kan worden besloten tot aanpassing van de richtlijn of de bijlage daarbij. De criteria van artikel 19 zijn dan niet relevant.
Ik wijs er verder op dat verschillende Europese belangenorganisaties beroep bij het Hof van Justitie van de Europese Unie hebben ingesteld tegen het besluit tot wijziging van de bijlagen bij de Habitatrichtlijn in verband met de beschermingsstatus van de wolf. Het lijkt aangewezen het oordeel van het Hof in dezen af te wachten, want het Hof is als enige bevoegd tot toetsing van dit soort rechtshandelingen en tot interpretatie van het VWEU en onderliggende wetgeving. De uitkomst van de procedures bij het Hof zie ik met vertrouwen tegemoet.
Samenstelling:
Van Aelst-Den Uijl (SP), Baumgarten (JA21), Beukering (Fractie-Beukering), Fiers (GroenLinks-PvdA), Van der Goot (OPNL), Van Gurp (GroenLinks-PvdA) (ondervoorzitter), Holterhues (ChristenUnie), Janssen-van Helvoort (GroenLinks-PvdA), Jaspers (BBB), Kanis (D66), Kemperman (FVD), Van Kesteren (PVV), Kluit (GroenLinks-PvdA), Van Knapen (BBB), Van der Linden (VVD), Van Meenen (D66), Nicolaï (PvdD), Oplaat (BBB) (voorzitter), Perin-Gopie (Volt), Prins (CDA), Rietkerk (CDA), Van Rooijen (50PLUS), Straus (VVD), Thijssen (GroenLinks-PvdA), Visseren-Hamakers (Fractie-Visseren-Hamakers), De Vries (SGP), Walenkamp (Fractie-Walenkamp)
Samenstelling:
Van Aelst-Den Uijl (SP), Baumgarten (JA21), Beukering (Fractie-Beukering), Fiers (GroenLinks-PvdA), Van der Goot (OPNL), Van Gurp (GroenLinks-PvdA) (ondervoorzitter), Holterhues (ChristenUnie), Janssen-van Helvoort (GroenLinks-PvdA), Jaspers (BBB), Kanis (D66), Kemperman (FVD), Van Kesteren (PVV), Kluit (GroenLinks-PvdA), Van Knapen (BBB), Van der Linden (VVD), Van Meenen (D66), Nicolaï (PvdD), Oplaat (BBB) (voorzitter), Perin-Gopie (Volt), Prins (CDA), Rietkerk (CDA), Van Rooijen (50PLUS), Straus (VVD), Thijssen (GroenLinks-PvdA), Visseren-Hamakers (Fractie-Visseren-Hamakers), De Vries (SGP), Walenkamp (Fractie-Walenkamp)
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-33576-AT.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.