33 576 Natuurbeleid

Nr. 270 BRIEF VAN DE MINISTER VOOR NATUUR EN STIKSTOF

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 31 mei 2022

Tijdens het commissiedebat natuur op 10 februari 2022 in uw Kamer heb ik toegezegd u over de voortgang van de uitvoering van de Bossenstrategie te berichten (Kamerstuk 33 576, nr. 260). In deze brief geef ik daar invulling aan.

Na de op 18 november 2020 aan uw kamer toegezonden nader uitgewerkte Bossenstrategie, inclusief beleidsagenda (Kamerstukken 33 576 en 35 309, nr. 202), hebben mijn ministerie en de provincies zich gebogen over de uitvoeringsorganisatie en het uitvoeringstraject van de Bossenstrategie. Waar de totstandkoming van de landelijke Bossenstrategie de resultante was van een gezamenlijke inzet van Rijk en provincies, is voor de uitvoering ook de ambitie dat Rijk en provincies hier de komende jaren in gezamenlijkheid werk van gaan maken, onder meer via het Klimaatakkoord, het Natuurpact, het Programma Natuur en het Nationaal Programma Landelijk Gebied. Vanzelfsprekend is dat daarbij ook de inbreng van andere overheden, particulieren en maatschappelijke initiatieven onontbeerlijk is. Met als ambitie een gezond, toekomstbestendig en maatschappelijk gewaardeerd bos.

Het belang daarvan is ook recent nog weer onderschreven in het 6e klimaatrapport van het Intergovernmental Panel on Climate Change (IPCC). Bomen en bos leggen CO2 vast en dragen daarmee bij aan het tegengaan van klimaatverandering. Maar ook de Covid-19 pandemie heeft duidelijk gemaakt dat bos van grote maatschappelijke betekenis is als decor voor ons geestelijke en fysieke welzijn. Daarnaast is de biodiversiteitsopgave in Nederland gediend met meer natuurbos. En wordt in toenemende mate een beroep gedaan op hout en andere natuurproducten ten behoeve van duurzame bouw in het kader van de circulaire economie.

Prioriteiten

De uitvoering van de Bossenstrategie is in 2021 gestart. Er is een projectorganisatie in het leven geroepen bestaande uit medewerkers van Rijk en provincies. Er is een werkplanning gemaakt. Bij de uitwerking van de verschillende onderdelen zijn veel maatschappelijke partners betrokken. De projectgroep heeft acht prioriteiten benoemd om mee van start te gaan:

  • 3.400 hectare compensatieopgave voor het ten behoeve van Natura 2000 doelen gekapte bos.

  • 15.000 hectare nieuw te realiseren bos binnen het Natuurnetwerk Nederland (NNN).

  • 19.000 hectare nieuw bos buiten het Natuurnetwerk Nederland.

  • Revitalisering van bestaand bos; een kwaliteitsimpuls.

  • Meer natuurbos; 10% uitbreiding ten opzichte van het huidige areaal betekent ongeveer 15.000 hectare meer natuurbos.

  • Landschap; bijdragen aan de uitvoering van het aanvalsplan landschapselementen en het bevorderen van agroforestry

  • Monitoring

  • Communicatie

Waar 2021 in de programmering werd gezien als een overgangsjaar is op de verschillende onderdelen van het programma toch al veel gebeurd. In bijlage 1 treft u ter illustratie een Terugblik 2021 aan, opgesteld door de projectleiders.

Nieuw bos

Voor de compensatieopgave zijn voor de eerste tranche (660 hectare) in het kader van het Programma Natuur middelen toegedeeld aan de provincies via de zogenaamde Specifieke Uitkeringen (SPUKs). Provincies zijn bezig met het zoeken van passende locaties.

Voor de te realiseren bosuitbreiding binnen het NNN wordt nu voor alle provincies op nader detailniveau onderzocht welke gebieden geschikt zijn. Inmiddels zijn terreinbeherende organisaties al bezig met aanplant van bomen. Staatsbosbeheer is daarin een voortrekker en heeft al zo’n 500 hectare bos aangelegd.

De ambitie buiten het NNN moet nog financieel worden geïnstrumenteerd. Wel wordt al verkend waar bos kan landen in de verstedelijkingsstrategieën in de zeven regio’s met de hoogste verstedelijkingsdruk. Hierover worden in 2022 bestuurlijke afspraken gemaakt. Met Rijkswaterstaat zijn afspraken in voorbereiding over bos in het rivierenland. Ooibossen en struwelen leveren veel toegevoegde waarde aan het ecosysteem in onze delta. Met de uitvoerende diensten van het Rijk wordt verkend hoe rijksgronden breder kunnen worden ingezet voor maatschappelijke doelen. Onderdeel daarvan is bosaanleg. Met Waterschappen wordt verkend waar bosontwikkeling in beekdalen mogelijk is. In het Dommelgebied in Noord Brabant is daarvoor een onderzoek uitgevoerd. En in de bufferzones rondom Natura 2000 gebieden is bosaanleg één van de mogelijkheden om de stikstoflast te beperken, al dan niet in combinatie met andere maatschappelijke opgaven zoals duurzame energie. In gebiedsuitwerkingen wordt verkend wat haalbaar is. Voorbeeld is de uitwerking van een bos gecombineerd met windmolens in Overijssel. In het Nationaal Programma Landelijk Gebied zal daar verder invulling aan worden gegeven.

Bestaand bos

Provincies zijn bezig met plannen voor het revitaliseren van bestaande bossen. Deze plannen worden in 2022, kwartaal 4, opgeleverd. Ook deze opgave dient nog financieel te worden geïnstrumenteerd. Terreinbeheerders lopen hier al op vooruit en zijn bezig met het vervangen van zieke/aangetaste bossen, zoals de essenbossen. Deze waardevolle inheemse boomsoort dreigt uit het Nederlandse landschap te verdwijnen als gevolg van de essentaksterfte, een agressieve schimmelziekte waarvan de bomen niet herstellen. Maar ook fijnsparren hebben het moeilijk door aantasting door het kevertje de Letterzetter. Zo is Staatsbosbeheer al hard bezig om de zieke essen te verwijderen en de aangetaste bossen te herstellen. Inmiddels is zo’n 500 hectare onder handen genomen en zijn meer dan 1 miljoen nieuwe bomen de grond in gegaan, vooral in Flevoland.

Er wordt veel geïnvesteerd in kennis. Al tijdens het opstellen van de bossenstrategie zijn pilots van de klimaatenvelop Bos, Natuur en Hout gestart. Het doel hiervan is om een online «Gereedschapskist» te vullen waarin beheerders, beleidsmakers en andere betrokkenen en geïnteresseerden informatie over klimaatslim bos- en natuurbeheer kunnen vinden. De Vereniging van Bos- en Natuurterreineigenaren (VBNE) heeft deze gereedschapskist inmiddels online gezet. Over de ervaringen met klimaatslim bosbeheer wordt regelmatig gerapporteerd. Het Meerjarig Missie-gedreven Innovatieprogramma Bomen, Bos en Natuur van LNV blijft ook de komende jaren bijdragen leveren aan de kennisontwikkeling over bos.

De Bossenstrategie benoemt ook de bescherming en ontwikkeling van bronnen van geschikt genetisch uitgangsmateriaal voor bomen en struiken voor uitbreiding van bos en beplantingen. Een hiervoor opgerichte werkgroep Genenbronnen en Plantmateriaal heeft hiervoor een rapport opgeleverd, «planten voor de toekomst». Aanbevelingen zijn om onder andere te zorgen voor een robuust en toekomstbestendig stelsel van genenbronnen, en voor goede kwaliteitsgaranties en meer samenwerking in de plantsoenketen. Daarmee gaan we aan de slag. Deze rapportage is uw Kamer eerder toegezonden (bijlage bij Kamerstuk 35 925 XIV, nr. 21).

Bomen

Met Plan Boom van de provinciale Landschapsorganisaties en natuur- en milieufederaties zijn het afgelopen jaar een half miljoen bomen geplant. Men wil de komende vier jaar 10 miljoen bomen planten in tuinen, bermen, plantsoenen, parken, bedrijventerreinen en in het buitengebied in heel Nederland. Er zijn inmiddels verschillende van dit soort initiatieven die duidelijk maken dat de maatschappelijke betrokkenheid bij bos en bomen groot is. IVN promoot de tiny-forests in Nederland. Urgenda is voor het tweede seizoen bezig geweest met «meer bomen nu». Zaailingen en struiken worden in dat kader geoogst op plekken waar ze niet groot worden en vervolgens geplant op plekken waar ze wel volwassen kunnen worden. In verschillende provincies kunnen mensen investeren in hun leefomgeving zoals in Overijssel onder de titel «Iedereen een boom». En de stichting Boomfeestdag plant ieder jaar met vele tienduizenden kinderen wel 100.000 bomen.

Landschap

In 2021 is het Aanvalsplan Landschapselementen opgeleverd door de partners van het Deltaplan Biodiversiteit. Het aanvalsplan streeft naar 10% groenblauwe dooradering van het landelijk gebied in 2050. Dit draagt bij aan het herstel van de biodiversiteit, aan CO2 vastlegging, waterkwaliteit e.d. Er wordt nu gewerkt aan het in de praktijk brengen van het aanvalsplan. Hierbij worden onder meer regionale uitwerkingen gemaakt in een vijftal provincies. In het Nationaal Programma Landelijk Gebied zal verder invulling worden gegeven aan groen-blauwe dooradering.

Om de mogelijkheden van agroforestry te vergroten, waarvoor ook onlangs bij vaststelling van de begroting Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit en het Diergezondheidsfonds 2022 de leden Koekoek en Boswijk aandacht vroegen in een motie (wetsvoorstel 35 925 XIV nr. 116), hebben Rijk en provincies de afgelopen periode aan een strategie gewerkt waar u eind vorig jaar over bent geïnformeerd (Kamerstuk 28 625, nr. 319). De inzet vindt met name plaats op het ontwikkelen en delen van kennis, het creëren van ondersteunende beleidskaders en waar aanwezig het wegnemen van belemmeringen. Voorbeeld hiervan is het verruimen van het toegestane aantal bomen op bouw- en grasland per hectare van 50 naar 100 in het kader van het nieuwe GLB. Hierdoor ontstaat er in 2023 meer ruimte voor verschillende agroforestry systemen waaronder voedselbossen.

Functievervulling

In de Bossenstrategie is veel aandacht uitgegaan naar de natuurwaarde van bos. Het aandeel natuurbos zal met zo’n 15.000 hectare groeien. Er loopt inmiddels een onderzoek naar de noodzaak van aanpassing van de subsidieregeling (SNL) voor een verschuiving naar meer natuurbos. Ook de maatschappelijke druk om steeds kleinschaliger te gaan werken wordt in deze verkenning meegenomen.

In de samenleving groeit de aandacht voor biobased bouwen en daarmee de vraag naar natuurproducten als hout. In de Bossenstrategie is aandacht gegeven aan het versterken van het verdienmodel van bestaand bos door stimulering van houtoogst voor hoogwaardige toepassingen, bijvoorbeeld in woningbouw. Verschillende gemeenten hebben de ambitie geformuleerd om een deel van hun bouwopgave met duurzamere grondstoffen zoals hout in te vullen. De rol van hout in de biobased economy lijkt toe te nemen. En daarmee het belang van bos.

De Coronapandemie heeft duidelijk gemaakt dat de behoefte aan recreatiemogelijkheden in bos groot is. Veel van onze bossen zijn ooit aangelegd vanwege het nut voor met name houtoogst en jacht. De afgelopen honderd jaar ontwikkelden onze bossen zich veelzijdig en zijn we ook anders naar het bos gaan kijken. We waarderen onze bossen nu ook voor hun betekenis in het landschap, voor recreatie, gezondheid, en waterbeheer. In de Bossenstrategie is uitgegaan van het verbeteren van de recreatiemogelijkheden. Bij de verdere ruimtelijke uitwerking van de Bossenstrategie zal dit ook volop aandacht gaan krijgen.

Uitdagingen

Deze functievervulling in onze bossen optimaal tot zijn recht te laten komen is een stevige uitdaging. Zoals bekend is een deel van de ambities nog niet financieel gedekt. Ik noemde eerder al de financiële dekking voor de bosontwikkeling buiten het NNN en voor de revitaliseringsopgave van het bestaande bos. Het transitiefonds landelijk gebied zal ons moeten helpen om in de bufferzones rondom de Natura 2000 gebieden, maar ook in de stad – landverbindingen bosontwikkeling mogelijk te maken. En in het rivierenland en de beekdallandschappen zal deze inzet in combinatie met de Kaderrichtlijn Water (KRW)-aanpak succesvol moeten worden. Ik zal onderzoeken hoe de koppeling van de bossenstrategie met het NPLG en het Transitiefonds verder kan worden uitgewerkt en welke rol, zowel financieel als met inzet van het Rijksvastgoed, de overheid hierbij gaat spelen.

Voorts is het vraagstuk van de ruimtelijke inpassing van nieuw bos een opgave. In de Bossenstrategie staan diverse doelen op het gebied van natuurbos en biodiversiteit en streven we naar een lichte toename van de houtoogst. De queeste is de locaties te vinden waar de biodiversiteitswinst voor Nederland het grootst is, waar het best kan worden voldaan aan de houtambities en waar de recreatiemogelijkheden uitbreiding behoeven. Dit vraagt om een zorgvuldig proces en betrokkenheid van stakeholders. Maar ook om een goede aansluiting van de landelijke ambities naar de provinciale en lokale uitwerking. De programmering van de bosontwikkeling naar het regionale niveau krijgt in het kader van het nationaal programma landelijk gebied in 2022 verder gestalte en resulteert in 2023 in kaders voor de gebiedsontwikkeling.

De uitvoering van de bossenstrategie is naar mijn mening in 2021 goed op gang gekomen. Ik zal uw Kamer via de jaarlijkse voortgangsrapportage blijven informeren over de voortgang van de uitvoering van de bossenstrategie.

Vanaf 2023 zal ik hierin ook ingaan op de voortgang van de gerealiseerde hectares en een prognose van het doelbereik in 2030. Ik overleg met provincies over de vraag of we deze rapportage op kunnen nemen in de Voortgangsrapportage Natuur.

De Minister voor Natuur en Stikstof, Ch. van der Wal-Zeggelink

Naar boven