Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2019-202033576 nr. 187

33 576 Natuurbeleid

Nr. 187 BRIEF VAN DE MINISTER VAN LANDBOUW, NATUUR EN VOEDSELKWALITEIT

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 22 januari 2020

Hierbij stuur ik uw Kamer de reactie op het verzoek van het lid Wassenberg over uitvoering van de gewijzigde motie van de leden Wassenberg en Graus over vergoedingen aan lokale en regionale wildopvangcentra van 17 december jl. (Handelingen II 2019/20, nr. 34, item 22).

De motie van het lid Wassenberg (Kamerstuk 33 576, nr. 182) verzoekt de regering om in samenwerking met gemeenten, provincies en stakeholders een uniforme landelijke richtlijn te ontwikkelen voor vergoedingen aan lokale en regionale wildopvangcentra.

De uitvoering van deze motie wil ik graag koppelen aan de uitvoering van de motie van de leden Graus en Wassenberg (Kamerstuk 28 286, nr. 1079) die de regering verzoekt om in gesprek te gaan met de Vereniging van Nederlandse Gemeenten en betrokken provinciebestuurders inzake hun verplichtingen om aan de zorgplicht voor wilde en/of verwilderde dieren te voldoen. In het VAO Dierenwelzijn van 12 december jl. heb ik toegezegd dat ik deze motie breder wil trekken (Handelingen II 2019/20, item 36, nr. 4). Ik wil in overleg met gemeenten, provincies en stakeholders gaan werken aan een duidelijk kader over de verdeling van de verantwoordelijkheden voor het welzijn van wilde dieren.

Op verzoek van het lid Wassenberg tijdens het VAO Dierenwelzijn ben ik in december ook in gesprek gegaan met het Vogelasiel in Naarden en enkele andere wildopvangcentra. Dit gesprek wil ik voortzetten en ik wil met de opvangcentra bespreken wat zij nodig hebben om hun werk goed te kunnen blijven doen en wat het Rijk, provincies en gemeenten daarin kunnen betekenen, met inachtneming van de verdeling van ieders verantwoordelijkheid. Ik zal daarin ook de kwestie van de vergoedingen bespreken en onderzoeken of we kunnen komen tot een uniforme werkwijze die voor zowel de opvangcentra als de gemeenten en provincies duidelijk en werkbaar is.

Ik zal uw Kamer halverwege 2020 informeren over de uitkomst van deze gesprekken.

De Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, C.J. Schouten