Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2018-201933576 nr. 163

33 576 Natuurbeleid

32 670 Voortgang Natura 2000

Nr. 163 BRIEF VAN DE MINISTER VAN LANDBOUW, NATUUR EN VOEDSELKWALITEIT

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 20 mei 2019

Graag informeer ik uw Kamer met deze brief over mijn voornemen om een bossenstrategie te ontwikkelen. Verder reageer ik in deze brief op het verzoek van uw vaste commissie voor Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit om in te gaan op een tweetal burgerbrieven en daarbij in te gaan op de gronden en overwegingen die Staatsbosbeheer hanteert bij het al dan niet overgaan tot houtkap. Ten slotte vindt u bijgevoegd ook de beantwoording van de schriftelijke vragen van de leden Van Kooten-Arissen en Wassenberg over bomenkap in Nederland (Aanhangsel Handelingen II 2018/19, nr. 2717).

Bossenstrategie

Graag informeer ik uw Kamer dat ik bezig ben met de ontwikkeling van een bossenstrategie. Deze bossenstrategie is nodig om meer samenhang te ontwikkelen ten aanzien van het bossen-, natuur- en klimaatbeleid. Ook heb ik de afgelopen periode gezien dat het kappen van bomen emoties oproept. En ik snap goed dat het vragen oproept als enerzijds bos wordt gekapt en anderzijds, bijvoorbeeld vanwege het klimaatbeleid, het aanplanten van bos wordt gepleit. Dit onderwerp leeft en de energie die daarbij vrijkomt wil ik gebruiken om met de samenleving en betrokken partijen te komen tot een beleid waar mensen zich in kunnen herkennen en dat ten goede komt aan biodiversiteit, natuur en klimaat.

In bepaalde situaties zal deze strategie leiden tot synergie en in andere gevallen zal spanning ontstaan en moeten keuzes worden gemaakt. Zo zit in de meeste gevallen geen spanning tussen het nastreven van de Natura 2000-doelen en de klimaatdoelen, maar bij het omvormen van bos naar andere natuur kan deze tegenstrijdigheid wel optreden. Mijn bossenstrategie moet helpen om in deze gevallen een zorgvuldige afweging te kunnen maken. Bij het maken van een bossenstrategie wil ik graag samenwerken met alle relevante partners, zoals provincies en de natuurbeheerders, zowel terreinbeherende organisaties als particuliere boseigenaren. Het is dan ook mijn voornemen om de bosvisie, die de provincies hebben aangekondigd bij de klimaattafel, aan te laten sluiten bij mijn bossenstrategie.

Ten eerste wil ik in mijn bossenstrategie verwoorden hoe ik om wil gaan met de keuzes en dilemma’s bij het natuur- en bosbeheer in Nederland. Voorbeelden hierbij zijn de omvorming van bos naar andere natuur, de afweging tussen de verschillende functies van het bos (zoals biodiversiteit, koolstofvastlegging, houtproductie en recreatie) en de gewenste bosuitbreiding in relatie tot andere ruimtelijke functies (zoals landbouw, verstedelijking, landschap).

Ten tweede wil ik het belang van bossen in het kader van klimaatbeleid beschrijven. Daarbij besteed ik aandacht aan het behouden van CO2-voorraden door het tegengaan van ontbossing, het vastleggen van CO2 door de aanleg van nieuwe bossen en het verhogen van de weerstand van bossen tegen klimaatverandering. Bij het uitwerking van het ontwerp-Klimaatakkoord zijn we hier al mee aan de slag, in samenwerking met provincies en terreinbeheerders.

Ten derde wil ik in de bossenstrategie het belang van bossen in het kader van internationale biodiversiteit benoemen. Daarbij is het wereldwijd beschermen van bossen en het verminderen van de druk op het resterende bosareaal van belang, bijvoorbeeld door een efficiëntere landbouw. Een ander belangrijk element is het wereldwijd bevorderen van duurzaam bosbeheer, bijvoorbeeld door inzet van groene financieringsinstrumenten (publiek en privaat). En het verkleinen van de ecologische voetdruk in de wereld is van belang, zoals door onze inzet op het gebied van import en verbruik van hout en agrarische grondstoffen zoals palmolie, cacao en soja.

Ten slotte komt in de bossenstrategie ook het bevorderen van de duurzame houtketen aan de orde komen, zowel bij import als bij binnenlands geproduceerd hout. Ik streef ernaar de bossenstrategie voor het einde van dit jaar aan uw Kamer aan te bieden.

Reactie op burgerbrieven

In de beide door uw vaste commissie voor Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit ontvangen burgerbrieven wordt gevraagd waarom zoveel bos wordt gekapt, terwijl bos een bijdrage levert aan de vermindering van de CO2-uitstoot en ook andere belangrijke functies kent, zoals recreatie. Zij vinden dat meer bos moet worden aangeplant.

Uit deze brieven spreekt dezelfde zorg en emotie die ik aan het begin van brief benoemde en die ik goed begrijp. Er zijn veel verschillende redenen waarom bomen worden gekapt. Soms is het onderdeel van regulier bosbeheer; dan wordt er gekapt om nieuw bos juist de ruimte te bieden. Soms wordt er gekapt vanwege de veiligheid; bijvoorbeeld als essen die zijn aangetast door de essentaksterfte in de nabijheid van wegen en paden dreigen om te vallen. Ook is er de afgelopen jaren relatief veel bos gekapt door het aflopen van subsidieregelingen voor tijdelijk, snelgroeiend bos op landbouwgrond.

Het is niet zo dat in Nederland lukraak bos kan worden gekapt. Binnen de bebouwde kom, zoals bedoeld in de Wet natuurbescherming, hebben gemeenten hun eigen kapbeleid. Daarbuiten geldt de Wet natuurbescherming, het onderdeel houtopstanden. Deze wetgeving is er juist op gericht de hoeveelheid bos in stand te houden. Uitgangspunten daarbij zijn de meldingsplicht en de herplantplicht.

Indien bos wordt omgevormd naar andere vormen van natuur, zoals heide en stuifzand, ten behoeve van het bereiken van Natura 2000-doelstellingen, geldt op grond van de Wet natuurbescherming geen meldings- en herplantplicht.

Het gaat hierbij om bijzondere natuurwaarden, waaraan Nederland zich in EU-verband heeft verbonden.

Provincies hebben mij laten weten dat zij een inventarisatie uitvoeren naar de hoeveelheid bos die in de huidige plannen voor Natura 2000 en het Programma Aanpak Stikstof (PAS) worden omgevormd naar andere natuur. Mede in het kader van de voorgenomen bossenstrategie wil ik in gesprek gaan met provincies en terreinbeheerders over de vraag of er ruimte is om binnen de bestaande afspraken minder bomen te kappen. Zo ja, dan moeten de mogelijke consequenties hiervan wel goed in beeld worden gebracht.

De oproep in de burgerbrieven om in de toekomst meer bos aan te planten, onderschrijf ik. Onder andere – maar niet alleen – vanwege onze klimaatdoelstellingen vind ik het van groot belang dat het areaal bos in de toekomst weer gaat groeien. Ik ben en ga, in de uitwerking van het ontwerp-Klimaatakkoord en bij het ontwikkelen van de bossenstrategie, met andere betrokken partijen aan het werk aan voorstellen die ervoor zorgen dat in de toekomst ook extra bos wordt aangeplant.

Houtoogst 1996–2018.

Overwegingen Staatsbosbeheer bij houtkap

Ik heb het verzoek van uw commissie, om in te gaan op de gronden en overweging die Staatsbosbeheer hanteert bij het al dan niet overgaan tot houtkap, besproken met Staatsbosbeheer. Hieronder licht ik toe welke afwegingen Staatsbosbeheer hanteert bij het al dan niet kappen van bomen. In aanvulling hierop heeft Staatsbosbeheer op zijn website een dossier bos en hout:

https://www.staatsbosbeheer.nl/over-staatsbosbeheer/dossiers/bos-en-hout. Dit dossier wordt, mede op basis van de huidige discussie, regelmatig geactualiseerd. De genoemde Bosvisie van Staatsbosbeheer is hier ook te raadplegen.

De bossen van Staatsbosbeheer bestaan voor grofweg één derde uit de zogenaamde Boscollectie; voor Nederland kenmerkende natuurbossen, belangrijke cultuurhistorische bossen en nog te ontwikkelen grootschalige boslandschappen. In deze bossen is houtkap slechts een middel om natuurdoelen te bereiken en geen doel op zich. Twee derde van het bos bestaat uit multifunctioneel bos; bossen waarin natuur en recreatie worden gecombineerd met houtkap. Waar welke functie in het multifunctioneel bos wordt benut, wordt zorgvuldig afgewogen. Dat betekent dat de verhouding tussen beschermen, beleven en benutten in minder toeristische gebieden anders ligt dan in gebieden waar veel mensen het bos willen beleven en er dus ook een grote druk op de natuur is. Uitgangspunten zijn in alle gevallen behoud en versterking van het bos als ecosysteem en een duurzame handelwijze gericht op een veerkrachtig en toekomstbestendig bos.

Er zijn twee redenen waarom Staatsbosbeheer in het algemeen bomen kapt. Ten eerste vinden dunning en verjonging plaats bij het reguliere beheer om bossen in gezonde dynamische staat te houden en de drie doelen van Staatsbosbeheer te behalen: beschermen, beleven en benutten. Ten tweede is er kap ten behoeve van natuurbeheer en -ontwikkeling, veelal om te voldoen aan internationale afspraken rondom biodiversiteit.

Dunning en verjonging

Bij het dunnen worden selectief een aantal bomen uit het bos weggehaald. Zo krijgen de bomen die blijven staan meer ruimte om groter en ouder te worden en krijgen jonge bomen meer kans. Dat levert een gevarieerder bos op, zowel in verschillende soorten als in leeftijden.

Bij verjonging worden kleine open plekken in het bos gecreëerd van maximaal 0,5 tot 1 hectare, zodat er plaats komt voor nieuwe generaties bomen. Dit gebeurt als er nauwelijks nog bijgroei is, of het bos niet meer vitaal is. Op deze plekken groeit er dus nieuw bos voor in de plaats. Elke groeiplaats en elke bosontwikkelingsfase trekt bepaalde soorten.

Door open plekken te creëren kan aan zoveel mogelijk soorten ruimte worden geboden en blijft een ecosysteem goed functioneren. In beginsel richt Staatsbosbeheer haar beheer op het goed functioneren van ecosystemen en dus het beschermen van de natuur. Staatsbosbeheer houdt bij werkzaamheden in het bos rekening met bomen en plekken waar individuele dieren broeden of wonen. Het tweede doel, beleven, is gebaat bij diverse begroeiing, waar grote en kleine bomen elkaar afwisselen.

Het derde doel, benutten, heeft baat bij het dunnen en verjongen, omdat er zo gezonde, grote bomen ontstaan met een hoogwaardige toepassing wanneer zij richting de einde van hun levensduur gaan. Bij het benutten gaat Staatsbosbeheer zorgvuldig om met bijvoorbeeld horstbomen, holenbomen, mierenhopen en dassenburchten. Dat is ook vastgelegd in de Gedragscode Bosbeheer. Zulke kwetsbare plekken worden vooraf in kaart gebracht en gemarkeerd. Extra zorg wordt gedragen voor kwetsbare en zeldzame soorten.

Natuurbeheer

In Nederland staat de biodiversiteit onder druk. Als natuurbeheerder heeft Staatsbosbeheer een grote opgave om ervoor te zorgen dat de soortenrijkdom weer toeneemt. Dit is ook vastgelegd in internationale afspraken waar de Nederlandse overheid zich aan heeft gecommitteerd via Natura 2000 en PAS-maatregelen. Staatsbosbeheer draagt bij aan het behoud van deze soorten, omdat toename van biodiversiteit een belangrijk doel is van het natuurbeheer in Nederland. Dat betekent dat Staatsbosbeheer leefgebieden moet beschermen en soms uitbreiden. Bijvoorbeeld voor kwetsbare soorten die afhankelijk zijn van open terrein als heide en stuifduin en niet kunnen overleven in bos. Denk aan de nachtzwaluw, veldleeuwerik, tapuit en de zandhagedis. Om hier ruimte voor te maken kapt Staatsbosbeheer soms bomen om plaats te maken voor open leefgebieden voor deze soorten. Dit doet Staatsbosbeheer op plekken waar dat het meeste effect heeft; de beste natuur op de beste plek. Ik wil hierbij benadrukken dat Staatsbosbeheer deze maatregelen niet op eigen initiatief uitvoert, maar onder beleidsmatige regie en verantwoordelijkheid van het bevoegd gezag, meestal de provincies.

Zoals eerder in deze brief gememoreerd, hoeft, op grond van de Wet natuurbescherming, bos dat wordt omgevormd naar andere natuur op basis van een Natura 2000-doelstelling, niet te worden herbeplant. Toch vindt Staatsbosbeheer het belangrijk dat waar mogelijk ook in deze gevallen elders nieuw bos wordt aangeplant. Mede daarom gaat Staatsbosbeheer zelf 5.000 hectare nieuw bos aanplanten op haar eigen terreinen.

Biomassa

Graag ga ik ook in op de rol van biomassa, ook omdat hierover veel vragen leven. Staatsbosbeheer kapt geen bomen met biomassacentrales als beoogd eindstation. De biomassa die gebruikt wordt voor energieopwekking is een bijproduct van het bosbeheer en geen doel op zich. Het hout van de bomen die Staatsbosbeheer kapt, wordt zo hoogwaardig mogelijk toegepast, zoals voor meubels en in de bouw. Delen die hiervoor niet bruikbaar zijn, zoals de kroon en takken, laat Staatsbosbeheer gedeeltelijk liggen als voeding voor het bodemleven en wordt gedeeltelijk aangeleverd als biomassa voor groene energie.

Staatsbosbeheer levert alleen tak- en tophout aan warmtekrachtcentrales die honderd procent op biomassa draaien. Staatsbosbeheer levert geen biomassa als bijstook in kolencentrales.

Ten slotte wil ik benadrukken dat de bossen van Staatsbosbeheer zijn gecertificeerd door de Forest Stewardship Council (FSC-keurmerk). Periodiek wordt getoetst of Staatsbosbeheer nog aan de regels van het FSC-keurmerk voldoet.

De Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, C.J. Schouten