Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2017-201833566 nr. 102

33 566 Financieel en sociaaleconomisch beleid

Nr. 102 BRIEF VAN DE MINISTER VAN SOCIALE ZAKEN EN WERKGELEGENHEID

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 5 juli 2018

Introductie

De groeiende economie zorgt voor positieve ontwikkelingen op de arbeidsmarkt. De vraag naar arbeid neemt toe, het aantal vacatures stijgt en de werkloosheid daalt. UWV verwacht dat het aantal WW-uitkeringen in twee jaar tijd met 76 duizend afneemt naar 254 duizend eind 2019. Deze ontwikkelingen zorgen voor een krapper wordende arbeidsmarkt1. In mijn brief van 15 juni jl. ben ik uitgebreid ingegaan op de uitdagingen als gevolg van die krapte2.

Een van de uitdagingen is dat niet alle werkzoekenden in dezelfde mate profiteren van de aantrekkende arbeidsmarkt. Er zijn groepen werkzoekenden die ondanks de groeiende vraag naar arbeid de stap naar een (nieuwe) betaalde baan niet makkelijk kunnen zetten. Vraag en aanbod sluiten in die gevallen onvoldoende op elkaar aan. Voor die zowel WW-gerechtigden als mensen in een arbeidsongeschiktheidsuitkering met een grotere afstand tot de arbeidsmarkt is extra inzet gewenst om hen dichter bij de vraag op de arbeidsmarkt te brengen. Dit is aanleiding om de dienstverlening van UWV verder te ontwikkelen, om een tijdelijk scholingsbudget voor WW-gerechtigden te introduceren en een pilot te starten met scholing van WGA-gerechtigden. Zoals toegezegd in het algemeen overleg Arbeidsmarktbeleid op 27 juni jl., informeer ik u met deze brief over de uitwerking en invoering van deze maatregelen.

Ook de afgelopen jaren is geïnvesteerd in maatregelen om werkloosheid te voorkomen en de duur ervan te verkorten. Deze maatregelen focussen zich voornamelijk op werknemers die met werkloosheid bedreigd worden en werkzoekenden die een WW-uitkering ontvangen. Zo hebben, ten tijde van de crisis, de sectorplannen bijgedragen aan een versterking van de arbeidsmarkt. Vanuit de onderbenutting van het budget voor de sectorplannen is ingezet op een tijdelijk pakket van aanvullende maatregelen met als doel transities naar nieuw, kansrijk werk te ondersteunen (Doorstart naar nieuw werk3). Over de voortgang van de sectorplannen en de aanvullende maatregelen bent u halfjaarlijks geïnformeerd, meest recent met mijn brief van 12 december 20174.

Zowel de sectorplannen als de aanvullende maatregelen zijn in een afrondende fase of inmiddels afgerond. In het tweede deel van deze brief zal ik de voortgang, en zo mogelijk de tussentijdse resultaten, van de sectorplannen en de aanvullende maatregelen belichten.

Dienstverlening UWV

In het regeerakkoord (bijlage bij Kamerstuk 34 700, nr. 34) heeft het kabinet vanaf 2019 € 70 miljoen structureel vrijgemaakt voor het versterken van persoonlijke dienstverlening aan WW-, Wajong- en WGA-gerechtigden door UWV. Dit aanvullende budget geeft UWV de mogelijkheid om nog meer dienstverlening op maat te bieden dan op dit moment mogelijk is.

Dienstverlening WW

In oktober 2016 is UWV gestart met een nieuw dienstverleningsmodel voor WW-gerechtigden. Hiervoor ontvangt UWV jaarlijks ca. € 160 miljoen5. De dienstverlening combineert de online dienstverlening met een meer persoonlijke benadering op de vestigingen. Primair krijgt iedereen die een WW-uitkering bij UWV aanvraagt online dienstverlening aangeboden via werk.nl. De online dienstverlening biedt mogelijkheid tot onder andere het zoeken van vacatures, het volgen van e-learningmodules en webinars en het inwinnen van informatie en advies. Veel WW-gerechtigden kunnen met behulp van de online dienstverlening op eigen kracht werk vinden.

Aanvullend op de online dienstverlening biedt UWV persoonlijke dienstverlening, met name aan werkzoekenden met een matige arbeidsmarktpositie. Deze werkzoekenden worden direct uitgenodigd voor een werkoriëntatiegesprek waarin de adviseur werk van UWV en de werkzoekende de situatie van de werkzoekende bespreken en afspraken maken over (sollicitatie)activiteiten en de in te zetten dienstverlening.

Op dit moment richt UWV de persoonlijke dienstverlening vooral op de doelgroep met een matige arbeidsmarktpositie. Van de € 70 miljoen uit het regeerakkoord investeer ik vanaf 2019 ongeveer € 30 miljoen specifiek voor persoonlijke dienstverlening WW. Met deze investering kan UWV de aanvullende persoonlijke dienstverlening ook bieden aan WW’ers met een zwakke arbeidsmarktpositie. Onderzoek door SEO6 heeft laten zien dat gerichte inzet van persoonlijke dienstverlening gekoppeld aan gerichte inzet van instrumenten kosteneffectief kan bijdragen aan de uitstroom van WW’ers. Het CPB heeft dit onderschreven in kansrijk arbeidsmarktbeleid II7. In hoeverre de persoonlijke dienstverlening door UWV ook daadwerkelijk effectief is in de praktijk, wordt onderzocht met een effectmeting die eind vorig jaar is gestart.

De toegekende middelen worden verstrekt via de reguliere bekostigingssystematiek, waarbij het budget meebeweegt met de omvang van de doelgroep. Hiermee is geborgd dat bij elk aantal WW-gerechtigden hetzelfde dienstverleningsniveau kan worden geboden.

Daarnaast investeert UWV vanuit eigen reserves deze kabinetsperiode € 11 miljoen in de werkgeversdienstverlening van UWV. Doel is om werkgevers te helpen met het vervullen van hun personeelsbehoefte en daarmee de kans op werk voor (langdurig) werkzoekenden te vergroten. UWV faciliteert met name ontmoetingen tussen werkzoekenden en werkgevers en verbetert het matchingsproces. Deze activiteiten worden nu op tijdelijke basis gefinancierd uit het Actieplan Perspectief Vijftigplus8. Deze financiering loopt eind 2018 af en wordt eind 2019 geëvalueerd. De investering van UWV voorkomt dat deze dienstverlening eerst moet worden afgebouwd en na evaluatie weer moet worden opgestart.

Dienstverlening Wajong en WGA

In navolging van de doorontwikkeling van de dienstverlening aan WW-gerechtigden, zet ik samen met UWV in op de professionalisering en uitrol van de activerende dienstverlening aan mensen met een WGA- en Wajonguitkering. De afgelopen jaren is het budget voor dienstverlening aan arbeidsongeschikten sterk onder druk komen te staan, met als gevolg dat grote groepen WGA’ers en Wajongers geen actieve dienstverlening kon worden geboden. De middelen in het Regeerakkoord maken het mogelijk om alle uitkeringsgerechtigden in beeld te krijgen, te houden en gericht te ondersteunen naar werk. Van het beschikbare budget van € 70 miljoen uit het regeerakkoord zal € 40 miljoen worden ingezet voor de WGA en Wajong.

Ik zie de komende periode als een fase van opbouw, professionalisering en brede uitrol. Deze fase zal naar verwachting zeker drie jaar in beslag nemen, waarna gezamenlijk met UWV de balans zal worden opgemaakt in termen van doelmatigheid en doeltreffendheid en welke acties nodig zijn om de dienstverlening verder te optimaliseren. Het toewerken naar een situatie waarin UWV voor al zijn cliënten beschikt over een actueel beeld van mogelijkheden staat daarbij voorop. Dit is bij uitstek nodig om de aansluiting naar de arbeidsmarkt te kunnen maken en scherp te krijgen welke vorm en intensiteit van dienstverlening hieraan kan bijdragen. Ook innovatie en professionalisering is een speerpunt. Wederom geïnspireerd door ontwikkelingen in de WW, leidt de inzet van een profiling instrument tot een meer effectieve, maar ook meer efficiënte inzet van bepaalde activiteiten. Dat willen we ook mogelijk maken voor mensen met een arbeidsongeschiktheidsuitkering. Ook de doorontwikkeling van het vakmanschap van de professionals bij UWV is een belangrijke voorwaarde om te komen tot de situatie waarin iedereen de dienstverlening krijgt die hij of zij nodig heeft en gegeven het beschikbare budget de meeste impact zal hebben. Professionals moeten maatwerk kunnen leveren en hiertoe ruimte ervaren. Tegelijkertijd moeten ook de bijbehorende verwachting van transparantie, verantwoording en onderlinge uitwisseling worden waargemaakt, als voorwaarde voor een lerende organisatie. UWV zet hier de komende periode vol op in.

Om dat te realiseren is het van cruciaal belang om de effecten van de op- en uitbouw van de activiteiten die UWV inzet, alsook de inzet binnen de eigen organisatie, meetbaar te maken en te meten. Waar hier in de context van de WW inmiddels fors geïnvesteerd is, staat dit in het domein van de arbeidsongeschiktheid nog in de kinderschoenen. We zijn allen gebaat bij meer kennis van de effecten van de inspanningen die UWV pleegt en de maatschappelijke meerwaarde die deze opleveren. Uw Kamer heeft hier ook meermaals om gevraagd.

Concreet betekent het bovenstaande dat UWV ten eerste de middelen ontvangt om de dienstverlening aan Wajongers die in 2018 reeds is gestart op basis van tijdelijk budget, structureel te kunnen doorzetten. UWV heeft daarmee voldoende budget om iedere Wajonger die beschikt over het vermogen om te werken regulier te spreken en naar gelang de specifieke situatie te coachen, een re-integratietraject in te kopen en te volgen bij werk teneinde onnodige uitval te voorkomen. Hiermee is een bedrag van € 30 miljoen gemoeid. De effectiviteit van deze dienstverlening zal worden gemeten en in 2020 worden geëvalueerd.

Voor de mensen met een WGA-uitkering krijgt UWV de middelen om hen goed in beeld te brengen en te houden en naar gelang de kenmerken en behoefte van de WGA-gerechtigde, gerichte interventies in te zetten. Te denken valt aan coaching, bemiddeling bij multiproblematiek die de weg naar werk belemmert en de inkoop van re-integratietrajecten. UWV moet hiervoor fors investeren in menskracht en het inregelen van centrale regie en de bijbehorende verantwoording.

Het tijdpad zoals mij dat nu voor ogen staat is als volgt:

  • In 2018 schaalt UWV de capaciteit maximaal op en versterkt UWV de centrale regie, de sturing op de interne informatievoorziening en verantwoording. Parallel daaraan werkt UWV aan het doorontwikkelen van de WGA-dienstverlening.

  • Op basis van het inzicht in de beschikbare capaciteit neem ik eind 2018 in overleg met UWV een besluit over het implementeren van een herzien dienstverleningsmodel.

  • Implementatie van dit model gaat gepaard met de start van onderzoek naar de doelmatigheid en doeltreffendheid van de dienstverlening. In 2021 volgt een midterm review met een eerste inzicht in de doelmatigheid en doeltreffendheid van de WGA-dienstverlening.

Ten behoeve van de versterking van de dienstverlening aan WGA-gerechtigden zet ik € 10 miljoen in. UWV zal deze kabinetsperiode tevens ongeveer jaarlijks € 15 miljoen uit de reserves investeren in de doorontwikkeling van de WGA- dienstverlening. Nadat meer zicht bestaat op de effecten van de dienstverlening wordt bezien in welke mate deze dienstverlening wordt voortgezet.

Binnen de kaders van de WGA-dienstverlening zal nadere invulling gegeven worden aan de pilot scholing voor WGA-gerechtigden. Hiervoor is in het regeerakkoord € 30 miljoen beschikbaar gemaakt voor de periode 2020–2022.

Over de nadere uitwerking, voortgang en uitkomsten van onderzoek wordt uw Kamer uiteraard nader geïnformeerd.

Tijdelijk scholingsbudget voor WW-gerechtigden

Scholing kan een belangrijke bijdrage leveren aan het bij elkaar brengen van vraag en arbeid op de arbeidsmarkt. Ik ben blij dat UWV een tijdelijk scholingsbudget voor WW-gerechtigden krijgt. Hiermee beoog ik werkzoekenden met hoge kans op langdurige werkloosheid te ondersteunen bij het vinden van werk. Bij de begrotingsbehandeling SZW 2018 is het amendement van het lid Van Weyenberg c.s.9 ingediend en aangenomen. Met het amendement is vanuit de onderbenutting van de sectorplannen € 30 miljoen beschikbaar gekomen voor scholing voor werklozen, inclusief uitvoeringskosten. Het budget zal beschikbaar zijn tot en met 2020. Het amendement is in constructieve samenwerking met UWV uitgewerkt tot een regeling ten behoeve van het verstrekken van de financiële middelen aan UWV. De regeling treedt op 1 juli in werking. Het UWV koopt met het beschikbare budget scholing in voor werkzoekenden met een grote kans op langdurige werkloosheid. Het is belangrijk dat de scholing gericht wordt ingezet. Conform het amendement moet er sprake zijn van scholing richting een krapteberoep of een concrete baan die in het vooruitzicht is gesteld binnen een arrangement met een werkgever. Een krapteberoep is een beroep waarvan het UWV, op basis van een combinatie van beschikbare en relevante arbeidsmarktgegevens, heeft geconstateerd dat er moeilijk vervulbare vacatures zijn.

Bij het algemeen overleg Arbeidsmarktbeleid op 14 februari 2018 (Kamerstuk 29 544, nr. 815) is gevraagd naar de mogelijkheid tot vrijstelling van de sollicitatieplicht bij omscholing naar kraptesectoren. De Scholingsregeling WW regelt dat in de periode dat een WW-gerechtigde met instemming van UWV scholing volgt, bijvoorbeeld richting een krapteberoep, de WW-gerechtigde recht houdt op zijn uitkering en vrijgesteld wordt van de verplichting om te solliciteren naar passende arbeid. Deze scholing duurt maximaal 1 jaar. Met het scholingsbudget wordt aangesloten bij de Scholingsregeling WW.

Ik vind het belangrijk om gedurende de uitvoering het gebruik en de voortgang van de scholingstrajecten te volgen. Ik zal uw Kamer jaarlijks voor de begrotingsbehandeling informeren. De inzet van de scholingsmiddelen zal tevens worden geëvalueerd.

Voortgang Sectorplannen

De subsidieregeling «cofinanciering van de sectorplannen» komt voort uit het sociaal akkoord van 2013. Het vorige kabinet heeft toen € 600 miljoen beschikbaar gesteld voor de cofinanciering van de sectorplannen. De voortgang van de sectorplannen wordt bijgehouden door middel van zogenoemde quickscans. Uw Kamer is daar meermaals over geïnformeerd, meest recent met mijn brief van 12 december10. Onderzoeksbureau SEO Economisch onderzoek en het Expertisecentrum Beroepsonderwijs (ECBO) hebben onlangs de zesde en laatste quickscan opgeleverd, die bij deze brief is gevoegd11. Eind 2018 volgt de tweede tussenevaluatie en in 2019 volgt de eindevaluatie. Alvorens in te gaan op de quickscan, zal ik ingaan op de financiële voortgang van de sectorplannen per 1 mei 2018.

Financiële voortgang

Uit onderstaande tabel blijkt dat per 1 mei 2018 van de oorspronkelijke € 600 miljoen € 580,6 miljoen is uitgegeven of verplicht. De onderbenutting op het sectorplannenbudget bedraagt € 19,4 miljoen. Hiervan vloeit ca. € 6 miljoen12 terug via terugbetaalde voorschotten (of is reeds teruggevloeid). Soms is het bedrag aan verstrekte voorschotten namelijk hoger dan het uiteindelijke subsidiebedrag dat wordt vastgesteld. Dan moet de subisidieontvanger het teveel aan uitgekeerde voorschotten terugbetalen. Deze meevallers landen als ontvangst in de SZW-begroting. De budgettaire vrijval tot heden bedraagt daarom ruim € 13 miljoen. € 358 miljoen is uitgegeven of verplicht aan de sectorplannen. De sociale partners dragen volgens de stand van 1 april 2018 € 701 miljoen bij. De hoogte van het bedrag aan verplichtingen en bestedingen is lager dan in december. Dat komt hoofdzakelijk doordat plannen zijn gewijzigd, door lagere realisaties en ook doordat sommige gemaakte kosten niet subsidiabel blijken. Eén plan in de derde tranche (Containerbranche) is ingetrokken.

Budget sectorplannen per 1 mei 2018
   

Totalen

x € mln

Bedragen

x € mln

Oorspronkelijk budget sectorplannen

600

 
       

Verplicht aan uitvoeringskosten

10

 

Verplicht aan 101 sectorplannen

358

 
 

Waarvan plannen uit 1e en 2e tranche

 

306

 

Waarvan plannen uit 3e tranche

 

52

Verplicht aan Doorstart naar nieuw werk

113,8

 
 

Waarvan dienstverlening WW door UWV

 

38

 

Waarvan scholingsvouchers kansberoepen (origineel)

 

30

 

Waarvan Regeling DWSRA

 

33,81

 

Waarvan brug-WW

 

10

 

Waarvan mobiliteitscentra UWV

 

22

Verplicht aan motie Kerstens WSW-bedrijven

30

 

Verplicht aan amendementen SZW-Begroting 2017

26,1

 
 

34550-XV-17 bemiddeling over de grens 14 grensregio’s

 

1,4

 

34550-XV-18 additioneel budget scholingsvouchers

 

20,0

 

34550-XV-19 voorbereiding programma beroepsziekten

 

0,1

 

34550-XV-20 klantprofielen gemeenten Kandidaatverkenner

 

3,5

 

34550-XV-21 team arbeidsmarktdiscriminatie Insp. SZW

 

1,0

 

34550-XV-22 ervaringsdeskundigen

 

0,1

Verplicht aan 1.000-banenplan Groningen

6,2

 

Verplicht aan ondersteuning door StvdA

1,0

 

Verplicht aan amendementen SZW-begroting 2018

35,5

 
 

34775-XV-15 scholingstrajecten richting een kansberoep

 

30,0

 

34775-XV-17 regionale werkgeversondersteuning

 

5,0

 

34775-XV-18 re-integratie (ex-)kankerpatiënten

 

0,5

X Noot
1

In eerdere brieven zijn de uitvoeringskosten voor de regeling DWSRA (€ 2,5 miljoen) per abuis niet meegenomen in dit overzicht. Dit is hier gecorrigeerd.

X Noot
2

Het budget (€ 2 miljoen) voor de mobiliteitsdienstverlening door UWV is vrijgevallen. In de brief van 12 december jl. (Kamerstuk 33 566, nr. 101) heb ik gemeld dat het budget niet langer nodig is wegens de aantrekkende economie. Sindsdien is dit budget uit de begroting gehaald, waardoor het niet langer beschikbaar is.

Resultaten zesde quickscan

Zoals gebruikelijk bij rapportages over sectorplannen, wordt een onderscheid gemaakt tussen plannen in de eerste en tweede tranche enerzijds en plannen in de derde tranche anderzijds. De gesubsidieerde maatregelen in de eerste twee tranches richten zich vooral op het behoud van vakmanschap door onder andere scholing en het bevorderen van duurzame inzetbaarheid. De derde tranche geeft een extra impuls aan trajecten van werk naar ander werk of vanuit werkloosheid naar werk in een kansrijk beroep, in sectoren en regio’s waar juist banen ontstaan of moeilijk vervulbare vacatures zijn.

Voortgang eerste en tweede tranche

Uit de quickscan blijkt dat het beoogde aantal deelnemers aan plannen uit de eerste en tweede tranche nagenoeg gelijk is gebleven ten opzichte van het laatste peilmoment in augustus 2017. Steeds meer plannen zijn afgerond (64 van de 72) waardoor deelnemersaantallen ook niet meer kunnen schuiven. Vermoedelijk ligt het gerapporteerde deelnemersaantal per 1 april 2018 iets hoger dan per 1 augustus 2017 doordat voor steeds meer plannen de administratie volledig op orde is gebracht.

1e en 2e tranche: ontwikkeling ambities en realisatie

Rapportage

Peilmoment

Deelnemers

beoogde ambities

Tijdens quickscan 2

maart 2015

430.000

Tijdens quickscan 3

september 2015

395.000

Tijdens quickscan 4

augustus 2016

382.000

Tijdens quickscan 5

maart 2017

353.000

Tijdens tussenevaluatie 1

augustus 2017

329.000

Tijdens quickscan 6

maart 2018

330.000

De zesde quickscan laat geen verschuiving zien in populariteit van de maatregelen. Scholing, met name leerwerkplekken voor leerlingen uit de beroepsbegeleidende leerweg van het mbo (bbl), blijft het populairst, gevolgd door maatregelen gericht op het bevorderen van gezondheid van werknemers.

Voortgang derde tranche

In de derde tranche is het aantal beoogde deelnemers sinds het laatste peilmoment in augustus 2017 iets afgenomen. Er zijn op 1 april 2018 trajecten voor 16.060 deelnemers beoogd, tegenover 17.818 in augustus 2017. De meeste trajecten (4.493) bemiddelen mensen vanuit een WW-uitkering naar een ander of hetzelfde beroep bij een andere werkgever. In mijn brief van 12 december 2017 (Kamerstuk 33 566, nr. 101) berichtte ik Uw Kamer dat de voortgang van de trajecten achter liep op schema. Uit de zesde quickscan blijkt dat er sprake is geweest van een inhaalslag en dat de achterstand behoorlijk is ingelopen. Het aantal maatregelen dat achterloopt op schema is gehalveerd. De inhaalslag is in lijn met de plannen in de eerste en tweede tranche. Op dit moment zijn ruim 10.000 trajecten gestart.

Oordeel werkgevers over sectorplannen in de derde tranche

In iedere quickscan wordt bijzondere aandacht besteed aan één aspect van de sectorplannen, bijvoorbeeld de samenwerking tussen de sociale partners of de ervaringen van werkgevers. In de vierde rapportage is ingegaan op het oordeel van deelnemende werkgevers aan sectorplannen in de eerste en tweede tranche, in deze zesde rapportage wordt ingegaan op het oordeel van deelnemende werkgevers in de derde tranche. De onderzoekers hebben met een niet-representatieve enquête de tevredenheid van werkgevers geschetst.

Werkgevers die hebben deelgenomen aan een sectorplan blijken in ruime meerderheid (59%) tevreden of zeer tevreden met hun deelname. 27% staat neutraal tegenover de deelname en 14% is (zeer) ontevreden. De tevredenheid lijkt vooral te zijn gelegen in het feit dat de sectorplannen het vinden van nieuw personeel hebben vergemakkelijkt. De ontevredenheid lijkt met name te worden veroorzaakt door de administratieve lasten en de daarmee gepaard gaande tijd die deelname vergt. Hoewel niet representatief, kunnen deze uitkomsten worden benut voor eventuele nieuwe subsidieregelingen van de overheid.

Voortgang maatregelen Doorstart naar nieuw werk

In de Kamerbrief Doorstart naar nieuw werk13 van november 2015 is uiteengezet hoe mede op verzoek van uw Kamer het onbenutte budget voor de sectorplannen is aangewend voor een tijdelijk pakket aanvullende maatregelen met als doel transities naar nieuw, kansrijk werk te ondersteunen. Deze maatregelen richten zich op scholing (scholingsvouchers en brug-WW) en op innovatieve arbeidsmarktprojecten (Regeling DWSRA). In deze paragraaf staan de voortgang en de eerste tussentijdse resultaten.

Scholingsvouchers richting een kansberoep

Met de Tijdelijke regeling subsidie scholing richting een kansberoep zijn van mei 2016 tot en met december 2017 werkzoekenden ondersteund om scholing te volgen richting een kansberoep. Conform de toezegging van mijn voorganger tijdens het Wetgevingsoverleg van 28 juni 2017 (Kamerstuk 34 725 XV, nr. 19) informeer ik u over de effectiviteit van de scholingsvouchers. In mijn brief van 12 december 201714 heb ik aangegeven dat in 2018 een tussenevaluatie zou worden uitgevoerd naar de effecten van de scholingsvouchers. Deze rapportage is inmiddels gereed en bijgevoegd bij deze brief15. Ik vind het belangrijk te vermelden dat gegeven het moment van rapporteren het rapport nog slechts tussentijdse resultaten bevat. Ongeveer een kwart van de deelnemers is op dit moment nog bezig met de opleiding. De effecten van scholing zijn daarnaast pas zichtbaar op de langere termijn. Gegevens over de (verandering van de) arbeidsmarktpositie van de deelnemers, 6 tot 12 maanden na het afronden van de gevolgde scholing, zijn nu nog niet in voldoende mate beschikbaar om tot conclusies te kunnen leiden. Daarvoor zal moeten worden gewacht tot de eindevaluatie die in 2019 wordt verwacht.

Uit de tussenrapportage blijkt dat in totaal 20.546 deelnemers een scholingsvoucher hebben gekregen. Daarmee zijn deze werkzoekenden ondersteund om scholing te volgen naar een beroep met goede baankansen.

In totaal is voor de tussenrapportage bij 4.202 (voormalige) deelnemers van de scholingsvoucher een enquête afgenomen. Voor bijna een derde van deze deelnemers heeft de scholingsvoucher ervoor gezorgd dat zij een opleiding of EVC-traject zijn gaan volgen, die zij zonder voucher niet zouden hebben gevolgd. Daarnaast heeft het vereiste van de scholingsvoucher dat de scholing moet zijn gericht op een kansberoep meer dan de helft van de deelnemers gestimuleerd na te denken over een verandering van beroep. De gevolgde opleiding ligt in 50% van de gevallen op mbo-4 of hbo-niveau en in ongeveer 18% van de gevallen ging het om een opleiding op mbo niveau 1, 2 of 3. Ongeveer 70% van de deelnemers meent dat zijn arbeidsmarktkansen vergroot zijn, dankzij de scholingsvoucher. Bovendien is bijna 80% van de deelnemers die een diploma of certificaat hebben behaald, bereid om in de toekomst nóg eens een opleiding te volgen, zeker als de kosten daarvan worden vergoed.

UWV doet ook onderzoek naar de rechtmatige besteding van de scholingsvouchers. Zoals in mijn brief van 12 december 2017 (Kamerstuk 33 566, nr. 101) vermeld, hebben de resultaten van de eerste steekproef aanleiding gegeven om de steekproef uit te breiden. UWV zit midden in het proces van dit vervolgonderzoek. Daarbij wordt de besteding van in totaal 18.940 vouchers onderzocht, waarvan (op dit moment) 4.574 vouchers nog niet zijn beoordeeld.

Ik vind het belangrijk dat het onderzoek zorgvuldig wordt uitgevoerd en afgerond, alvorens resultaten te delen en conclusies te trekken. De verwachting is dat dit in het derde kwartaal van 2018 zal zijn.

Brug-WW

Brug-WW bood tot 1 april 2018 werkzoekenden met een WW-uitkering de mogelijkheid deels te werken bij een nieuwe werkgever en tegelijkertijd noodzakelijke (bij- of om)scholing te volgen vanuit de WW. Met slechts 80 deelnemers heeft de brug-WW niet aan de verwachtingen voldaan.

Om inzicht te krijgen in het beperkte gebruik is eind 2017 onderzoek gedaan naar de achtergronden van het beperkte gebruik van de brug-WW. Op basis van dit onderzoek heb ik in mijn brief van 12 december 2017 (Kamerstuk 33 566, nr. 101) reeds de conclusie getrokken dat de brug-WW geen antwoord biedt op de mogelijke mismatch tussen vraag en aanbod op de arbeidsmarkt. Naast het achterblijvende gebruik wordt ook de effectiviteit van de brug-WW onderzocht. De tussenevaluatie is gelijktijdig met het onderzoek naar de scholingsvouchers opgeleverd. Als gevolg van de geringe deelname, zijn er bij deze tussenevaluatie echter onvoldoende gegevens beschikbaar om tot betrouwbare conclusies over de effectiviteit te kunnen komen. De eindevaluatie wordt in 2019 wordt verwacht.

Regeling DWSRA

In juni 2016 is de Tijdelijke regeling cofinanciering Projecten Dienstverlening werkzoekenden en Projecten Samenwerking en Regie Arbeidsmarkt (DWSRA) vastgesteld16. De regeling is een uitwerking van de kabinetsreactie op het SER-advies Werkloosheid voorkomen, beperken en goed verzekeren17 en de brief Doorstart naar nieuw werk18. De projecten komen in aanmerking voor 60% SZW-subsidie, de overige 40% van de kosten wordt door sociale partners zelf gefinancierd. Verdeeld over twee aanvraagtijdvakken is voor € 31,3 miljoen subsidie toegekend. Er zijn 48 projecten van start gegaan. Op de website van de StvdA19 staat een korte beschrijving van elk project.

De projecten worden door een extern onderzoeksbureau geëvalueerd op doelmatigheid en doeltreffendheid en de toegevoegde waarde van de rol van sociale partners bij dienstverlening en bij samenwerking en regie op de arbeidsmarkt. Het eerste concept tussenrapport van de evaluatie is eind mei

2018 besproken met de begeleidingscommissie en het tussenrapport wordt deze zomer afgerond. Ik verwacht dat aan het einde van het vierde kwartaal 2019 het evaluatieonderzoek wordt afgerond, en dat ik in 2020 uw Kamer daarover kan informeren.

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, W. Koolmees


X Noot
2

Kamerstuk 29 544, nr. 833

X Noot
3

Kamerstuk 33 566, nr. 86

X Noot
4

Kamerstuk 33 566, nr. 101

X Noot
5

De intensivering is gerelateerd aan het volume van de aanvragen en continuering dienstverlening 2016.

X Noot
6

SEO, Re-integratiedienstverlening in de WW: Wat werkt voor wie en wanneer?, juli 2015.

X Noot
7

CPB, Kansrijk arbeidsmarktbeleid deel 2, april 2016

X Noot
8

Kamerstuk 29 544, nr. 763

X Noot
9

Kamerstuk 34 775 XV, nr. 15

X Noot
10

Kamerstuk 33 566, nr. 101

X Noot
11

Raadpleegbaar via www.tweedekamer.nl

X Noot
12

Stand per eind juni 2018

X Noot
13

Kamerstuk 33 566, nr. 86

X Noot
14

Kamerstuk 33 566, nr. 101

X Noot
15

Raadpleegbaar via www.tweedekamer.nl

X Noot
17

Kamerstuk 33 566, nr. 89

X Noot
18

Kamerstuk 33 566, nr. 86