Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2019-202033561 nr. 51

33 561 Structuurvisie Windenergie op Zee (SV WoZ)

Nr. 51 BRIEF VAN DE MINISTER VAN ECONOMISCHE ZAKEN EN KLIMAAT

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 26 mei 2020

In kavel V Hollandse Kust (noord) komt een windpark dat genoeg hernieuwbare elektriciteit gaat produceren voor circa 1 miljoen huishoudens (circa 700 MW). Dit is een belangrijke mijlpaal om de 3,5 GW Wind op Zee te realiseren, doelstelling van het Klimaatakkoord (Kamerstuk 32 813, nr. 342) en het Energieakkoord (Kamerstuk 30 196, nr. 202). De vergunning voor dit windpark kon tussen 2 en 30 april worden aangevraagd (tenderprocedure zonder subsidie). Ik kan u nu melden dat er aanvragen zijn ingediend, die momenteel door de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) worden beoordeeld. Wanneer de beoordeling deze zomer is afgerond, zal ik u nader informeren over de resultaten.

Ik vind het een hoopvol en bemoedigend teken dat, in deze tijd van onzekerheid rondom het Corona virus, er partijen zijn die het – zonder subsidie – aantrekkelijk vinden om te investeren in een Nederlands windpark op zee. Deze investeringen zijn van belang voor het halen van onze doelstellingen uit het Energieakkoord en het Klimaatakkoord, én zorgen voor bedrijvigheid die voort komt uit het aanleggen en onderhouden van het windpark.

Tegelijkertijd toont het op 5 maart jl. gepubliceerde rapport van onderzoeksbureau Afry1 aan dat het ook in de toekomst een uitdaging blijft om de verdere uitrol van wind op zee richting de doelstellingen van 2030 – maar ook zeker daarna – succesvol te houden. Om tempo te houden met de verdere uitrol en het potentieel van wind op zee voor ons energiesysteem en onze economie te verzilveren, is een solide business case een absolute randvoorwaarde. Om onze doelstellingen te halen zal het ook in de toekomst aantrekkelijk moeten blijven voor partijen om in wind op zee projecten en de bijbehorende waardeketens in Nederland te investeren.

Toekomstige groei wind op zee: een robuuste business case

In het licht van de afspraken die in het Klimaatakkoord hierover zijn gemaakt en het beeld dat in het onderzoeksrapport van Afry naar voren komt, kijk ik momenteel dan ook naar mogelijkheden om de business case voor wind op zee projecten robuuster te maken.

Het vraagstuk van de business case bekijk ik vanuit een breder perspectief op de uitdagingen die spelen bij de verdere uitrol van wind op zee en de verdere integratie in het energiesysteem. Zo wordt conform de motie van het lid Agnes Mulder c.s. (Kamerstuk 35 300 XIII, nr. 38) nadrukkelijk gekeken hoe synergie kan worden behaald door verdere uitrol van wind op zee in nauwe samenhang met opschaling van waterstof te zien. Daarnaast wordt nader bezien hoe wind op zee een belangrijke rol kan spelen bij de verduurzaming en elektrificatie van de grote industriële clusters.

Om een afgewogen en integraal beeld te kunnen schetsen hoe de toekomstige uitrol van wind op zee er uit kan zien, is nog verdere uitwerking – waaronder het afronden van een aantal onderzoeken die nog lopen – nodig. Ik verwacht dit bredere beeld rond de zomer aan de Kamer te kunnen sturen.

Bovendien ben ik voornemens om een vergunningstermijn voor nog te tenderen windparken van maximaal 40 jaar mogelijk te maken. Door vooraf zekerheid aan partijen te bieden over de langere vergunningsduur kunnen partijen dit meenemen in de business case en kan de levensduur van zowel het windpark als het net ook direct afgestemd worden op deze langere vergunningstermijn. Ik zal dit voorafgaand aan de kamerbehandeling doen met een nota van wijziging bij het Wijzigingsvoorstel van de wet Windenergie op zee (Kamerstuk 35 092). Ik verwacht de nota van wijziging in de zomer aan de Kamer te sturen.

Voor kavels waarvoor reeds een tender is opengesteld en waarvoor een vergunning is of wordt verleend onder de huidige wet ben ik voornemens in het Wijzigingsvoorstel de reeds opgenomen verlengingsoptie te handhaven. Deze windparken kunnen dan na circa 20 jaar een verlenging van de vergunning aanvragen. Ik verken momenteel met TenneT wat de mogelijkheden zijn om voor deze windparken – waarvan het net op zee reeds is aangelegd of in aanbouw is – de levensduur van het net te verlengen met bijvoorbeeld intensievere onderhoudsregimes. Het lijkt er nu op dat het voor deze windparken mogelijk is om het net op kostenefficiënte wijze circa 5 jaar langer in bedrijf te houden. Indien dit inderdaad zo blijkt te zijn – en het wetsvoorstel wordt aangenomen – zal ik TenneT via het ontwikkelkader windenergie op zee opdracht geven voor het net op zee rekening te houden met de langere vergunningsduren.

De Minister van Economische Zaken en Klimaat, E.D. Wiebes


X Noot
1

Dit onderzoek is als onderdeel van de afspraken in het Klimaatakkoord in opdracht van het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat uitgevoerd, wordt de Kamer met deze brief toegestuurd en is raadpleegbaar via www.tweedekamer.nl