Aan de Voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 6 november 2013
Tijdens de algemene Europese Beschouwingen op 16 april jl. is een motie van het lid
De Vries c.s. aangenomen (Kamerstukken 2012/2013, 33 551 C), waarin de Kamer de regering verzoekt, voor of bij de indiening van de begroting
voor volgend jaar de Kamer in te lichten over de wijze waarop in Unieverband getracht
is en wordt om de sociale gevolgen ten gevolge van de snel gestegen (jeugd-) werkloosheid,
voor zover mogelijk, het hoofd te bieden of te mitigeren en daarbij ook aandacht te
geven aan de Nederlandse inzet op dit punt.
Het kabinet is van mening dat het probleem van jeugdwerkloosheid in meerdere EU lidstaten
zodanig is, dat Europese inzet om de bestrijding hiervan tot prioriteit te verheffen
gerechtvaardigd is.
In Unieverband heeft de Europese Raad van 28 juni 2012 het Pact voor Groei en Banen
ter waarde van € 120 miljard onderschreven, waardoor in de huidige begrotingsperiode
2007–2013 een potentieel van € 55 miljard beschikbaar kwam voor reallocatie binnen
de EU-structuurfondsen in de richting van groei, banen en jeugdwerkloosheid.
De Europese Raad van 28 juni jl. heeft de aanpak van de jeugdwerkloosheid bestempeld
als een absolute prioriteit en onderschreef een allesomvattende benadering voor de
aanstaande begrotingsperiode 2014–2020. Daarin worden alle beschikbare programma’s
aangewend, zoals het operationaliseren van het Youth Employment Initiative per 1 januari
2014 in lidstaten die kampen met een jeugdwerkloosheid van hoger dan 25%. In dat kader
zal ruim € 8 miljard, die voor de gehele zevenjarige begrotingsperiode in de EU-fondsen
is gereserveerd voor de bestrijding van jeugdwerkloosheid, naar voren worden gehaald
teneinde tot besteding te komen in de jaren 2014–2015.
Nederland ondersteunt deze maatregelen. Tegelijkertijd heeft Nederland benadrukt dat
van aanwending van EU-middelen alleen niet de oplossing kan worden verwacht voor het
ernstige probleem van jeugdwerkloosheid. Eerst en vooral dient de oplossing te worden
gevonden in het structureel hervormen van de arbeidsmarkten in de lidstaten die kampen
met hoge jeugdwerkloosheid. In de conclusies van de Europese Raad worden de lidstaten
opgeroepen tot hervormingen over te gaan, zoals het moderniseren van het beroepsonderwijs,
het bevorderen van stages, het versterken van de banden tussen scholen en bedrijfsleven.
De Europese Raad van 25 oktober jl. heeft het belang van een snelle uitvoering van
het Youth Employment Initiative vanaf januari 2014 onderstreept. De Europese Raad
heeft tevens de Commissie Mededeling verwelkomd over de sociale dimensie en heeft
aangegeven dat de voorstellen voor het gebruik van het Werkgelegenheid en Sociaal
Scoreboard in 2014 al in het Europees Semester gebruikt moeten worden. Met behulp
daarvan kunnen de sociale gevolgen van crisisbestrijding beter in kaart worden gebracht,
waardoor de Raad passende beleidsmaatregelen gerichter kan bespreken en landenspecifieke
aanbevelingen aan de lidstaten nauwkeuriger kunnen worden geformuleerd.
Het is van belang dat de Europese Raad daarbij heeft aangegeven, conform de Nederlandse
wens, dat een versterkte coördinatie van werkgelegenheidsbeleid en sociaal beleid
de nationale bevoegdheden van lidstaten op deze terreinen onverlet moet laten.
Tegen deze achtergrond heeft Nederland het initiatief van Bondskanselier Merkel ondersteund,
op 3 juli jl. in Berlijn in EU-verband verder te spreken over het aanpakken van de
jeugdwerkloosheid en daarbij «best practices» tussen de lidstaten uit te wisselen.
Deze conferentie, waaraan Minister-President Rutte en Vice Minister-President Asscher
hebben deelgenomen, herbevestigde de toewijding van de lidstaten aan het bestrijden
van de Europese jeugdwerkloosheid. Een vervolg op deze conferentie zal op 12 november
a.s. te Parijs worden georganiseerd. Ook hier zullen onze Minister-President en Vice
Minister-President aan deelnemen.
De Nederlandse beleidsinzet ter zake is erop gericht jeugdwerkloosheid te bestrijden
en te voorkomen. Dit doet Nederland door maatregelen te nemen om de aansluiting tussen
het (beroeps)onderwijs en de arbeidsmarkt te versterken en het aantal voortijdige
schoolverlaters terug te dringen. Kwalitatief goed onderwijs dat aansluit op de behoeften
van de arbeidsmarkt en lokale re-integratie van jeugdige werklozen met betrokkenheid
van de relevante stakeholders, zoals werkgevers en onderwijsinstellingen, draagt Nederland
in EU-verband uit als best practice.
Voor de aanpak van jeugdwerkloosheid in Nederland verwijs ik graag naar de brief van
de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid aan de Tweede Kamer van 23 april
jl. (kst. 2012–2013, 29 544-445).
De Minister van Buitenlandse Zaken,
F.C.G.M. Timmermans