33 542 Wijziging van het Wetboek van Strafvordering in verband met de regeling van het vastleggen en bewaren van kentekengegevens door de politie

J BRIEF VAN DE MINISTER VAN JUSTITIE EN VEILIGHEID

Aan de Voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 9 november 2021

Graag overleg ik hierbij aan uw Kamer een ontwerp van een koninklijk besluit met het oog op het van kracht blijven van artikel 126jj van het Wetboek van Strafvordering.

Artikel 126jj van het Wetboek van Strafvordering is ingevoerd bij de Wet van 22 november 2017 tot wijziging van het Wetboek van Strafvordering in verband met de regeling van het vastleggen en bewaren van kentekengegevens door de politie (Stb. 2017, 462). De wet is in werking getreden op 1 januari 2019. De wet kent een horizonbepaling. Artikel 126jj Sv vervalt op 1 januari 2022, tenzij bij koninklijk besluit anders wordt bepaald. De voordracht van het koninklijk besluit wordt niet eerder gedaan dan vier weken nadat het ontwerp aan beide Kamers der Staten-Generaal is overgelegd. De regering is voornemens te beslissen tot het van kracht blijven van artikel 126jj Sv. Daartoe wordt het bijgevoegde ontwerp van een koninklijk besluit overlegd aan uw Kamer.

Artikel 126jj Sv geeft regels over het vastleggen en bewaren van kentekengegevens door de politie en Koninklijke marechaussee. Bij het vastleggen van kentekengegevens wordt gebruikt gemaakt van automatische kentekenherkenning, ook wel automatic numberplate recognition (ANPR) genoemd. Dit is een technisch hulpmiddel waarbij met camera’s kentekens van passerende voertuigen worden waargenomen. Kentekengegevens van passerende voertuigen worden door daarvoor aangewezen camera’s vastgelegd en vier weken bewaard. Deze kentekengegevens kunnen op bevel daartoe door de officier van justitie gedurende deze periode worden geraadpleegd ten behoeve van de opsporing van een misdrijf als omschreven in artikel 67, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering of voor de aanhouding van een voorvluchtige persoon als bedoeld in artikel 564 van het Wetboek van Strafvordering. Na vier weken worden de vastgelegde kentekengegevens vernietigd.

Evaluatie van de ANPR-regeling

Bij brief van 1 oktober 2021 heb ik uw Kamer het evaluatieverslag van voornoemde wet aangeboden (Kamerstukken II 2021–22, 33 542, nr. 45). De onderzoeksvraag van het evaluatieonderzoek van het WODC betrof: «Op welke wijze wordt bij de opsporing van strafbare feiten gebruikgemaakt van kentekens die op basis van de wet «Vastleggen en bewaren kentekengegevens door de politie» worden opgeslagen en welke rol spelen deze gegevens in de opsporing?» De beleidsveronderstelling was dat de wet een bijdrage levert aan zowel de effectiviteit als aan de efficiëntie van de opsporing. De effectiviteit van de opsporing zou met behulp van de wet worden vergroot door het vergaren van bewijsmateriaal, het verkrijgen van doorslaggevende opsporingsinformatie, het verkrijgen van sturingsinformatie en het mogelijk uitsluiten van verdachten. Uit het evaluatieonderzoek komt naar voren dat de bevoegdheid een beperkte rol speelt in de bewijsvoering. Daarnaast blijkt uit het evaluatieonderzoek dat de bevoegdheid in combinatie met andere opsporingsbevoegdheden wordt gebruikt om verdachten, scenario’s en dreigingen naar personen uit te sluiten. Hierdoor kan verder richting worden gegeven aan een opsporingsonderzoek. Ten slotte komt naar voren dat de bevoegdheid vaak wordt ingezet om sturingsinformatie te verkrijgen. Met name bij de start van opsporingsonderzoeken waar nog weinig andere opsporingsinformatie voorhanden is, blijkt de bevoegdheid vaak relevante sturingsinformatie te bieden.

In enkele gevallen, zo blijkt uit het evaluatieonderzoek, heeft de bevoegdheid doorslaggevende informatie opgeleverd voor de opsporing. De bevoegdheid heeft in enkele zaken direct tot een verdachte geleid, die zonder de inzet van de bevoegdheid mogelijk niet en in ieder geval veel minder snel in beeld zou zijn gekomen.

Naast de effectiviteit was de beleidsveronderstelling dat de bevoegdheid de efficiëntie zou bevorderen van de opsporing. Er zouden tijd, mensen en middelen kunnen worden bespaard. Uit het evaluatieonderzoek blijkt dat de inzet van de bevoegdheid het makkelijker kan maken bepaalde voertuigen en daarmee bepaalde verdachten in beeld te krijgen. Wel staat daar tegenover dat het bevragen en analyseren van kentekengegevens veel capaciteit kunnen vergen. Met betrekking tot het efficiënter maken van de opsporing kan volgens het evaluatieverslag geen eenduidige conclusie worden getrokken. Het WODC merkt daarbij op dat de doorontwikkeling van het informatiesysteem dat wordt gebruikt om vastgelegde kentekengegevens te bevragen in de toekomst kan leiden tot het efficiënter raadplegen van vastgelegde kentekengegevens. Dit betreft onder andere het type zoekvragen dat binnen het informatiesysteem kan worden verricht en het automatisch onherkenbaar maken van personen op foto’s.

Verbeterpunten voor de uitvoering

Aandacht verdient dat het evaluatieverslag enkele verbeterpunten beschrijft voor de uitvoering van de wet. Het Besluit vaststelling nadere regels vastleggen en bewaren kentekengegevens ex artikel 126jj Wetboek van Strafvordering door politie (Stb. 2018, 472) schrijft voor dat het cameraplan onder meer bevat de locatie van de camera’s en een motivering van de reden van het gebruik van de camera’s. Uit het evaluatieverslag volgt dat locatie van de camera’s niet nauwkeurig genoeg is beschreven en dat de vereiste motivering ontbreekt. Naar aanleiding hiervan heeft de korpschef besloten dat de locatie van de camera’s nauwkeuriger wordt beschreven in het cameraplan door ook de gps-coördinaten van de locaties te vermelden. Het cameraplan, inclusief de vereiste motivering, zal een keer per jaar worden gepubliceerd in de Staatscourant.

Een tweede verbeterpunt betreft de periodieke controle op het actualiseren van de toegangsrechten van geautoriseerde opsporingsambtenaren en op het loggen van activiteiten met het informatiesysteem dat wordt gebruikt om vastgelegde kentekengegevens te bevragen. Om betere controles op de toegangsrechten en het loggen mogelijk te maken is het nodig om het informatiesysteem aan te passen. De politie start met deze aanpassing zodra is besloten om artikel 126jj van het Wetboek van Strafvordering vanaf 1 januari 2022 te continueren. Deze aanpassing maakt ook een betere controle op het schriftelijke vastlegging van mondelinge bevelen van de officier van justitie mogelijk.

Ten slotte vermeldt het evaluatieverslag dat in enkele gevallen op grond van artikel 126jj van het Wetboek van Strafvordering vastgelegde en bewaarde foto’s zijn geraadpleegd waarbij de inzittenden van het voertuig herkenbaar waren. Dit is niet toegestaan. Artikel 5, tweede lid, van voornoemd besluit schrijft voor dat zodanige maatregelen of voorzieningen worden getroffen dat geen afbeeldingen van inzittenden van passerende voertuigen en andere personen geraadpleegd kunnen worden. Deze regel bestaat niet voor het gebruik van automatische kentekenherkenning op grond van artikel 3 van de Politiewet 2012. Op grond van dat artikel mogen geen kentekengegevens worden vastgelegd en bewaard. Wel geeft de algemene taakstelling van de politie een grondslag voor het gebruik van geautomatiseerde kentekenherkenning om de kentekens van passerende voertuigen te vergelijken – op basis van hit/no hit – met een specifiek hiervoor bedoeld politieregister, bijvoorbeeld een politieregister waarin kentekengegevens van gestolen voertuigen zijn geregistreerd. Teneinde in de uitvoering een lijn te hanteren heeft het openbaar ministerie in augustus 2021 besloten bij het gebruik van geautomatiseerde kentekenherkenning op grond van artikel 3 van de Politiewet 2012 na een hit geen foto te verwerken waarop personen herkenbaar zijn.

Conclusie

Aan de hand van het evaluatieverslag concludeer ik dat de bevoegdheid van artikel 126jj van het Wetboek van Strafvordering van meerwaarde is voor de opsporing. De inzet van de bevoegdheid vergroot de effectiviteit en kan in de toekomst, na een enkele aanpassing van het informatiesysteem, ook de efficiëntie vergroten. Het evaluatieverslag is besproken met het openbaar ministerie, de politie en Koninklijke marechaussee. Het van kracht blijven van de bevoegdheid wordt door hen noodzakelijk gevonden. De in de uitvoering doorgevoerde verbeteringen dragen bij aan een juiste uitvoering van artikel 126jj van het Wetboek van Strafvordering in de toekomst. In dit licht is de regering voornemens met het hierbij aan uw Kamer overgelegde ontwerp van een koninklijk besluit te beslissen tot het van kracht blijven van artikel 126jj van het Wetboek van Strafvordering.

De Minister van Justitie en Veiligheid, F.B.J. Grapperhaus

Naar boven