33 538 Wijziging van de Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen (Wijzigingswet kinderopvang 2013)

Nr. 17 BRIEF VAN DE MINISTER VAN SOCIALE ZAKEN EN WERKGELEGENHEID

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 9 juli 2013

Tijdens de behandeling van de Wijzigingswet kinderopvang op 10 april 2013 (Handelingen II 2012/13, nr. 73, item 10) heb ik toegezegd de Kamer op de hoogte te brengen van de door mij ingezette tijdlijn voor het verminderen van de administratieve lasten voor ondernemers in de sector kinderopvang. Met deze brief doe ik die toezegging gestand. Tevens informeer ik u over de acties die samen met de Belastingdienst zijn gestart om ouders zo goed mogelijk te informeren over de wijzigingen in de terugwerkende krachtmaatregel over 2012, 2013 en de nieuwe regelgeving met ingang van 2014.

Tijdlijn Actal vermindering administratieve lasten voor ondernemers

Het Adviescollege toetsing regeldruk (Actal) heeft op 19 maart 2013 het advies «Borging veiligheid en kwaliteit kindercentra kan met minder regeldruk» uitgebracht. Het advies van Actal bevat met name waardevolle punten voor wat betreft het verder stroomlijnen en digitaliseren van procedures en het verminderen van de uitvraag aan bedrijven bij de aanvraag tot exploitatie. In mijn reactie1 op het Actal advies ben ik ingegaan op alle aanbevelingen van Actal. Met deze brief geef ik een verdere verfijning aan met mijn inschatting voor de tijdlijn bij de verschillende acties.

Mijn uitgangspunt is te vereenvoudigen waar het kan, maar nooit ten koste van kwaliteit van de opvang en de veiligheid van de kinderen. Kwaliteit en veiligheid staan voorop in de uitwerking van de verbeteracties die ik wil uitvoeren in overleg met en na consultatie van de partijen in de sector (de Brancheorganisatie Kinderopvang en ondernemers in de kinderopvang en gastouderopvang).

Ten aanzien van het stroomlijnen van de aanvraag-, wijziging- en beëindigingprocedures en het digitaliseren en optimaliseren van de bijbehorende formulieren lopen de volgende acties:

  • Vanaf 1 januari 2014: de vanuit SZW voorgeschreven formulieren zijn aangepast. De formulieren worden overgezet in de rijkshuisstijl, de volgorde van informatievragen in systemen en formulieren verder gestroomlijnd en de toelichtingen bij de formulieren zijn onderdeel van de formulieren zelf. Dit maakt de formulieren voor ondernemers begrijpelijker en beter invulbaar;

  • Gefaseerd vanaf 1 juli 2014: de informatieuitvraag aan ondernemers wordt verder gestroomlijnd en dubbelingen in de uitvraag worden zoveel mogelijk voorkomen. Daarbij wordt de mogelijkheid van een verdere digitalisering onderzocht. Het gaat dan om het elektronisch indienbaar maken van de digitale formulieren en het digitaliseren van de informatieverplichting voor het toezicht voor ondernemers. Dit is in lijn met de Visiebrief digitale overheid 2017 van het Kabinet2;

  • Vanaf 1 juli 2014: Dienst Uitvoering Onderwijs, de beheerder van het landelijk register kinderopvang en peuterspeelzalen (LRKP), heb ik opdracht gegeven om in 2013 de mogelijkheden en kosten in beeld te brengen om via een koppeling van het LRKP met het Handelsregister een verdere vermindering van de informatieuitvraag mogelijk te maken voor ondernemers.

Een tweede thema in het Actal advies behelst regeldruk. Met de inwerkingtreding van de Wijzigingswet Kinderopvang 2013 (per 1 juli 2014) en het aangepaste Besluit registers kinderopvang en peuterspeelzaalwerk (per 1 januari 2014) wordt er op een aantal concrete punten een vereenvoudiging van de regelgeving doorgevoerd en daarmee een vermindering van de informatieverplichting voor ondernemers:

  • Met de Wijzigingswet kinderopvang 2013 wordt geregeld dat, indien een reeds geregistreerde gastouder op een nieuwe locatie gaat opvangen, er niet opnieuw een verklaring omtrent het gedrag (VOG) hoeft te worden aangeleverd bij de aanvraag tot exploitatie van die nieuwe locatie. Ook van de huisgenoten van een gastouder die thuis opvangt, hoeven in geval van een wijziging van het woonadres van die gastouder en die huisgenoten, geen nieuwe VOG’s te worden aangeleverd;

  • In het Besluit registers wordt geregeld dat de houder van het gastouderbureau die een aanvraag tot exploitatie indient voor een voorziening voor gastouderopvang niet langer verplicht is om een kopie van een identificatiebewijs bij die aanvraag te voegen. Wel dient nog steeds een kopie van een identificatiebewijs van de gastouder te zijn toegevoegd. In het geval van een nieuwe locatie van een geregistreerde gastouder hoeven niet opnieuw kopieën van opleidingscertificaten aan de aanvraag te worden toegevoegd;

  • De verplichting dat het (12-cijferige) KVK-vestigingsnummer dient te worden aangeleverd bij een aanvraag tot exploitatie in het geval van een kindercentrum, een gastouderbureau of peuterspeelzaal komt te vervallen;

  • Daarnaast komt de verplichting te vervallen om bij aanvraag een aantal gegevens die al in het Handelsregister staan, aan te leveren (rechtsvorm, een aantal adresgegevens van houder en onderneming);

  • In het Besluit registers was al geregeld dat het college in geval van wisseling van eigenaar kan kiezen voor een beperkt onderzoek, wat voor de nieuwe eigenaar van een kinderopvangvoorziening een aanmerkelijke geringere belasting is dan een volledige aanvraagprocedure. De hiermee samenhangende handelwijze is in het nieuwe Besluit registers verder verduidelijkt.

Een derde thema in het Actal advies ten slotte is het toezicht op de kinderopvang.

  • Najaar 2013 stuur ik uw Kamer een brief met daarin een uitwerking van de voornemens voor een verbetering van de kwaliteit en het toezicht.

Terugwerkende kracht maatregel kinderopvangtoeslag

Ik heb uw Kamer op 29 maart jl.3 geïnformeerd over de effecten van de maatregel om kinderopvangtoeslag met terugwerkende kracht aan te vragen in 2012 en 2013 op groepen aanvragers. De afgelopen periode is gebleken dat de terugwerkende kracht maatregel ervoor heeft gezorgd dat een grote groep mensen, die op een voorheen rechtmatige wijze gebruik wilde maken van kinderopvangtoeslag, deze niet ontvangen heeft. Zij hadden de toeslag namelijk niet tijdig aangevraagd waardoor zij geen of minder geld ontvingen aan kinderopvangtoeslag dan zij zouden hebben gekregen wanneer zij de aanvraag tijdig hadden ingediend. Daarom heb ik de terugwerkende kracht maatregel voor de jaren 2012 en 2013 buitenwerking gesteld. In 2014 zal de maatregel in aangepaste vorm weer in werking treden.

De voorlichting aan de ouders over het vervallen van de terugwerkende kracht maatregel in 2012 en 2013 loopt reeds. De Belastingdienst heeft op 1 juni jl. een brief verzonden naar ouders die mogelijk nog kinderopvangtoeslag over 2012 en 2013 kunnen aanvragen. Naar aanleiding van deze brief hebben al diverse ouders kinderopvangtoeslag voor 2012 en 2013 alsnog aangevraagd.

Het kan zijn dat er ouders zijn die niet in het systeem van de Belastingdienst zitten en toch alsnog recht op kinderopvangtoeslag hebben. Voor deze ouders zal een breed scala aan communicatieactiviteiten en middelen worden ingezet. Zo zullen er artikelen in huis-aan-huisbladen verschijnen, in bladen die gericht zijn op zelfstandigen en jonge ouders en zal er gecommuniceerd worden via Boink, intermediairs (belastingadviseurs en dergelijke), kinderopvangorganisaties en gastouderbureaus. Er zullen teksten opgesteld worden die door de VNG verspreid worden onder gemeenten en er zal op internet gecommuniceerd worden via adwords en banners. Centrale rol in de communicatie speelt de website toeslagen.nl, die veel ouders zien als belangrijke bron voor informatie over de kinderopvangtoeslag.

Voor de nieuwe terugwerkende kracht regelgeving die met ingang van 1 januari 2014 in werking treedt worden in het najaar naast de hierboven genoemde communicatiemiddelen ook radiospots ingezet voor een nog groter bereik.

Ook bekijk ik de mogelijkheid om ten aanzien van de nieuwe terugwerkende kracht regelgeving aan te sluiten op de communicatie vanuit de SVB naar nieuwe ouders over de kinderbijslag en het kindgebonden budget.

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, L.F. Asscher


X Noot
1

Kamerstuk 33 538, nr. 16

X Noot
2

Kamerstuk 26 643, nr. 280

X Noot
3

Kamerstuk 31 066, nr. 159

Naar boven