33 529 Gaswinning

Nr. 689 BRIEF VAN DE MINISTER VAN ECONOMISCHE ZAKEN EN KLIMAAT

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 26 september 2019

Schade als gevolg van de gaswinning uit het Groningenveld is voor veel Groningers een bron van overlast en ergernis. Daarom werken ruim 300 mensen bij meerdere partijen met grote inspanning aan het afhandelen van de schademeldingen: de Tijdelijke Commissie Mijnbouwschade Groningen (TCMG), de Arbiter Bodembeweging, bestuurders en NAM. Elk van hen probeert vanuit eigen verantwoordelijkheid te komen tot een passende oplossing voor elke Groninger met schade aan zijn huis.

En dat is niet zonder resultaat: deze kabinetsperiode zijn er ruim 27.000 meldingen afgehandeld. TCMG heeft inmiddels ruim 21.000 meldingen afgehandeld en ruim 100 miljoen euro aan schadevergoedingen uitgekeerd. Voor een belangrijk deel komt dit door de stuwmeerregeling waarmee ruim 9.000 meldingen versneld zijn afgehandeld. Daarnaast is het grootste deel van de ruim 6.000 oude schademeldingen door NAM en Arbiters Bodembeweging afgewikkeld.

De werkvoorraad die TCMG bij de start overnam van Centrum Veilig Wonen is grotendeels weg en de huidige werkvoorraad bestaat overwegend uit nieuwe gevallen. Ook zien we het vertrouwen van de Groningers in de afhandeling van de TCMG groeien; veel schades worden toegekend en de bewoners zijn tevreden over het werk van de TCMG. De TCMG is een laagdrempelig loket wat zowel fysiek als online goed te vinden is. Dit leidt tot een sterke toename van het aantal schademeldingen. De toename is opvallend omdat er al weken geen zware aardbevingen zijn geweest. Dat legt weer extra druk op de organisatie en zorgt ervoor dat de werkvoorraad groot blijft. Overigens is de nieuwe werkvoorraad nadrukkelijk van andere aard dan voorheen. De huidige werkvoorraad betreft over het algemeen recent gemelde schades die geen lange wachttijd kennen. Er zijn veel Groningers die zich voor de eerste keer tot het loket wenden en nu voldoende vertrouwen lijken te hebben om schades te melden die zij eerder wellicht voor zichzelf hielden. Om te zorgen dat de wachttijden niet snel oplopen blijft de versnelling van schadeafhandeling onverminderd prioriteit van het kabinet.

Ruim 21.000 meldingen door TCMG afgehandeld

Bij haar aantreden heeft dit kabinet besloten de afhandeling van schade publiek te organiseren en de beoordeling en vergoeding van fysieke schade op zich te nemen. Nadat hierover in januari 2018 een akkoord is bereikt met regionale overheden en maatschappelijke organisaties (het Besluit Mijnbouwschade Groningen) is binnen 2 maanden een uitvoeringsorganisatie opgericht: de TCMG. De TCMG kreeg bij haar start een erfenis van NAM mee van bijna 13.500 onbehandelde meldingen; bij slechts van een deel was een opname geweest. Conform eerdere toezeggingen aan uw Kamer informeer ik u regelmatig over de voortgang van de schade-afhandeling door de TCMG.

De TCMG, inmiddels uitgegroeid tot een volwassen organisatie, is op gang gekomen en heeft ruim 21.000 besluiten genomen. Het vertrouwen in de schadeafhandeling door de TCMG is vanaf de oprichting van de TCMG gegroeid. De instroom van nieuwe meldingen is wel significant: ondanks (of misschien dankzij) het goede werk van de TCMG is het aantal schademeldingen de afgelopen periode toegenomen.

Met de stuwmeerregeling hebben we de voortgang van de afhandeling door TCMG versneld. Bijna 16.500 bewoners hebben een aanbod gekregen om gebruik te maken van deze stuwmeerregeling. Tot op heden hebben ruim 10.000 mensen gereageerd op de stuwmeerregeling. Ruim 88% van hen heeft besloten gebruik te maken van het aanbod uit de stuwmeerregeling. Mede als gevolg van de stuwmeerregeling is de oude werkvoorraad van de bijna 13.500 dossiers die vanuit de CVW zijn overgekomen grotendeels weggewerkt. Hiermee kan ik stellen dat de stuwmeerregeling al goed gewerkt heeft. Voor bijna 5.000 bewoners staat het aanbod van de stuwmeerregeling nog steeds open. Zij kunnen nog tot 31 december 2019 reageren. Eind 2019 wordt het definitieve resultaat van de regeling duidelijk. De komende tijd blijft TCMG bewoners informeren over de stuwmeerregeling en de mogelijkheden die het hen biedt om hun schade versneld af te handelen. Onderdeel van de stuwmeerregeling is het uitvoeren van een nulmeting om te bepalen welke schades met deze regeling zijn afgedaan. Deze nulmetingen worden onder andere uitgevoerd door studenten bouwkunde. Hiermee kom ik tegemoet aan de motie van het lid Sienot (Kamerstuk 33 529, nr. 631). De TCMG is tevreden over het aantal nulmetingen en de kwaliteit die geleverd wordt.

Op dit moment bestaat de huidige werkvoorraad voor bijna 80% uit dossiers die sinds de beving bij Westerwijtwerd zijn binnengekomen en daarmee kortere doorlooptijden kennen dan vóór de introductie van de stuwmeerregeling. De verstopping in het proces, veroorzaakt door langlopende meldingen, is goeddeels opgelost. Het wordt hiermee makkelijker te kijken naar de gemiddelde doorlooptijden van schademeldingen in het reguliere proces. De TCMG streeft naar een doorlooptijd tot gemiddeld 6 maanden zoals de motie van het lid Agnes Mulder (Kamerstuk 33 529, nr. 649) vraagt. De komende maanden onderzoekt TCMG hoe deze doorlooptijden gerealiseerd kunnen worden en houdt het in de gaten hoe de afhandelingstermijnen zich ontwikkelen.

Het aantal nieuwe schademeldingen sinds de beving bij Westerwijtwerd is significant gestegen. Voor de beving bij Westerwijtwerd van 22 mei jl. lag het aantal meldingen op gemiddeld ongeveer 200 per week. Over de zomer is dat opgelopen tot gemiddeld bijna 600 per week. TCMG heeft op basis van historische gegevens, onder andere na de beving in Zeerijp van 8 januari 2018, en de reguliere instroom over de periode tot aan de beving bij Westerwijtwerd een prognose van het aantal meldingen gedaan. De huidige aanhoudende groei van het aantal meldingen kan hiermee niet geheel verklaard worden. Er zijn ruim 4.000 meldingen méér binnengekomen dan verwacht. De TCMG laat onderzoeken wat de beweegredenen van bewoners zijn om hun schade nu te melden, om beter inzicht te krijgen in de oorzaak van deze stijging.

NAM bereikt ruim 6.000 keer akkoord met bewoner

Sinds de beving in Huizinge in 2012 heeft NAM ruim 80.000 schademeldingen afgehandeld. De wijze van schadeafhandeling door NAM leidde echter in toenemende mate tot kritische geluiden en werd als onvoldoende voortvarend en rechtmatig ervaren. Daarom is besloten dat schades die mensen na 31 maart 2017 meldden anders moesten worden afgehandeld. Ten aanzien van de 6.199 openstaande schademeldingen van NAM van vóór 31 maart 2017, de zogenoemde oude schadegevallen, is destijds afgesproken dat deze een ruimhartig aanbod zouden krijgen, inclusief de mogelijkheid om hun zaak bij de Arbiter Bodembeweging aan te melden indien zij zich niet konden vinden in het aanbod. Er blijven echter bewoners die moeilijk tot een oplossing kunnen komen met de NAM.

Samen met de commissaris van de Koning (CdK) volg ik de afhandeling van deze oude schadegevallen nauwgezet. De afhandeling door de arbiter ligt op schema. Van de oorspronkelijke 2.962 zaken die zijn aangemeld door bewoners omdat zij zich niet in het aanbod van NAM konden vinden, zijn nog 169 zaken in behandeling (stand op 24 september 2019). De Arbiter streeft naar afronding voor 1 januari 2020. Het overgrote deel van de zaken wordt in het laatste kwartaal van 2019 door de Arbiter afgerond. Een klein deel loopt door in 2020. Arbiters vragen namelijk in een deel van de zaken aanvullende technische kennis van deskundigen. In verband met de inzet van deze schaarse rechtbankdeskundigen lopen enkele zaken door in 2020.

De CdK en ik ontvingen afgelopen tijd verschillende signalen. Deze waren afkomstig van bijvoorbeeld het Gasberaad, maar hebben we ook actief uitgevraagd door middel van het plaatsen van een advertentie in regionale kranten en social media (Kamerstuk 33 529, nr. 679). De signalen betroffen zorgen over de opvolging van de arbiteruitspraak door NAM en het gebrek aan juridische ondersteuning voor bewoners tijdens het proces bij de arbiter; bijvoorbeeld tijdens een schouw en zitting, bij een schikkingsvoorstel van NAM of bij de opvolging van de uitspraak van de arbiter door NAM. Naar aanleiding hiervan hebben de CdK en ik onder andere met maatschappelijke organisaties en gemeenten deze zomer gezamenlijk gezocht naar een manier om de beschikbare € 200.000 voor juridische bijstand aan bewoners in Groningen zo goed mogelijk in te zetten. Bewoners kunnen via een subsidieregeling van de provincie financiële compensatie aanvragen voor de juridische (of bouwkundige) steun die zij nodig hebben tijdens het proces bij de arbiter. De subsidieregeling is woensdag 11 september jl. opengegaan. Daarmee geef ik tevens uitvoering aan de motie van het lid Van Der Lee (Kamerstuk 33 529, nr. 651). Inmiddels hebben 7 bewoners gebruik gemaakt van deze mogelijkheid. Met betrekking tot de signalen over de opvolging van de uitspraken van de Arbiters door NAM geldt dat in de recente Arbiter-uitspraken is opgenomen dat uiterlijk binnen 30 dagen na de uitspraak van de Arbiter NAM overgaat tot betaling. NAM heeft dit toegezegd.

Ik blijf de afhandeling van oude schadegevallen door NAM nauwlettend volgen, samen met de commissaris van de Koning, en streef naar afhandeling van alle oude schademeldingen voor 1 januari 2020. Dit geldt ook voor die meldingen die in het verleden zijn afgehandeld door NAM, maar waarvoor bijvoorbeeld nog administratieve afhandeling of herstel door een aannemer moet plaatsvinden.

Recht doen aan schrijnende gevallen

In het geval van een stapeling van problemen (medische, financiële, psychische en/of sociale) kan er sprake zijn van een schrijnende situatie. Voor deze mensen is de Commissie Bijzondere Situaties (CBS) in het leven geroepen. De NAM heeft budget beschikbaar gesteld en de Commissie heeft de mogelijkheid in schrijnende situaties maatwerkoplossingen te adviseren. In mei 2019 heb ik het mandaat van de Commissie opgerekt van bewoners die problemen bij de schadeafhandeling ervaren naar eventuele problematiek die bewoners ervaren door of bij toepassing van versterkingsmaatregelen. Hiertoe is het instellingsbesluit van de CBS uitgebreid. Op dit moment kijk ik op welke wijze de NAM verder op afstand van het CBS geplaatst kan worden. Daarnaast ga ik mij persoonlijk laten informeren over de werkzaamheden van deze commissie en hun ervaringen. Hier informeer ik u voor het einde van het jaar nader over.

Integrale aanpak voor een toekomstbestendig mkb

Het mkb in Groningen heeft ook te maken met de gevolgen van de gaswinning en aardbevingen. Naast schade en versterking van bedrijfspanden kunnen bedrijven in het aardbevingsdossier te maken krijgen met gevolgschade, bedrijfsschade en andere gerelateerde vraagstukken. Op dit moment is daarbij nog sprake van een gefragmenteerde aanpak voor ondernemers: voor het melden van schade zijn mkb-ers aangewezen op de TCMG, voor versterking op de Nationaal Coördinator Groningen (NCG) en voor andere aardbevinggerelateerde vraagstukken (bijvoorbeeld vermogensschade of waardedaling) op het bedrijvenloket van de NAM. Het wetsvoorstel «Tijdelijke Wet Groningen» regelt dat het Instituut Mijnbouwschade Groningen (IMG) alle vormen van mijnbouwschade afhandelt, waardoor mkb-ers hiervoor niet meer naar NAM hoeven. NCG blijft verantwoordelijk voor de uitvoering van de versterking. TCMG, NCG en de mkb-compensatiecommissie werken aan een manier om vooruitlopend op de oprichting van het IMG mkb-ers integraal te helpen. Totdat het IMG er is zullen deze partijen zo veel mogelijk proberen samen te werken alsof het IMG al operationeel is. Daarmee werk ik toe naar een meer integrale aanpak van mkb. Daarnaast is er oog voor de individuele persoon: net als bewoners, kunnen ook individuele mkb-ers (niet zijnde het bedrijf) die naast schade of versterken ook medische, psychische en financiële problemen hebben, bij CBS terecht. Met deze aanpak geef ik invulling aan de motie van het lid Sienot c.s. (Kamerstuk 33 529, nr. 647) en motie van het lid Agnes Mulder c.s. (Kamerstuk 33 529, nr. 510).

Verder kijken dan de afhandeling van fysieke schade

Schade als gevolg van gaswinning uit het Groningenveld en de gasopslag bij Norg zal in de toekomst helaas blijven optreden. De overheid wordt volledig verantwoordelijk voor de afhandeling ervan. De TCMG is reeds verantwoordelijk voor de afhandeling van fysieke schades. Met het wetsvoorstel voor de «Tijdelijke Wet Groningen» wordt geregeld dat alle vormen van schadeafhandeling door het IMG worden afgehandeld. Deze wet ligt nu bij uw Kamer voor behandeling. In aanloop naar de inwerkingtreding van deze wet bereid ik samen met de voorzitter van de TCMG en de inrichting van het Instituut Mijnbouwschade Groningen voor. In dit kader heb ik 3 experts gevraagd om een werkwijze voor de vergoeding van immateriële schade te ontwikkelen. Het advies zal ik aan de voorzitter van de TCMG aanbieden, zodat hij dit kan betrekken in het ontwikkelen van de noodzakelijke processen en procedures om ook voor deze schadesoort bewoners te kunnen bedienen. Dit geldt ook voor het definitieve advies van de Commissie Waardedaling. Beide adviezen zal ik ook aan uw Kamer toezenden.

Afsluiting

In deze brief heb ik de ontwikkelingen geschetst van de schadeafhandeling als gevolg van gaswinning uit het Groningenveld, die steeds verder in publieke handen komt te liggen. Deze transitie is noodzakelijk en deels al in praktijk gebracht door de TCMG in te richten voor de afhandeling van fysieke schade. De komende maanden staan in het teken van de verdere inrichting van de publieke schadeafhandeling in aanloop naar de oprichting van het zbo Instituut Mijnbouwschade Groningen en de afronding van alle betrokkenheid van NAM op dit dossier. De afhandeling van schade heeft onverminderd prioriteit van het kabinet. Ik houd uw Kamer op de hoogte van de vorderingen op dit domein.

De Minister van Economische Zaken en Klimaat, E.D. Wiebes

Naar boven