Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 30 juni 2014
In het notaoverleg patiëntveiligheid van 17 juni 2013 (Kamerstuk 33 497, nr. 10) heb ik toegezegd de beroepsverenigingen te vragen onderzoek te doen naar ondermaatse
bij- en nascholing (aangehouden motie-Leijten, Kamerstuk 33 497, nr. 7).
Bijgevoegd treft u de resultaten van dit verzoek aan de beroepsverenigingen, aangeleverd
door de KNMG waar het geneeskundig specialisten betreft en V&VN waar het de verpleegkundigen
met wettelijk erkende voorschrijfbevoegdheid betreft.
Het onderzoek rapporteert hoe binnen geaccrediteerde bij- en nascholing omgegaan wordt
met nieuwe ontwikkelingen en technologieën in relatie tot de kwaliteit van zorg. Tevens
wordt aandacht besteedt aan garantie van de kwaliteit van de bij- en nascholing op
dit moment en welke verbeteringen in de toekomst verwacht kunnen worden dan wel wenselijk
zijn.
Samenvatting
KNMG – geneeskundig specialisten
De KNMG geeft aan dat scholing alleen geaccrediteerd wordt als zowel de inhoudelijke,
didactische als organisatorische kwaliteit voldoende tot goed (zeer goed) zijn. Alle
scholing nodig voor herregistratie als geneeskundig specialist valt binnen deze kwalitatieve
bandbreedte.
Accreditatiecriteria alsmede de uitkomsten van de beoordeling van aanvragen zijn transparant
via publicaties op websites.
Sponsoring van nascholing is strikt gereguleerd, om te voorkomen dat artsen oneigenlijk
worden beïnvloed. De CGR en de IGZ zien daarop toe. Op dit moment is de mate van sponsoring
niet bekend. De IGZ schat in dat zo’n 16% van de nascholingen wordt georganiseerd
of gefinancierd door farmaceutische bedrijven. Als de sponsoring plaatsvindt in een
organisatie waar artsen aan zijn verbonden, dient deze te zijn gepubliceerd in het
Transparantieregister Zorg. Momenteel vindt de pilot plaats van een zelfevaluatie
gunstbetoon bij de accreditatie van nascholingen. Met deze zelfevaluatie zal een volledig
beeld worden verkregen welke nascholingen door wie worden gesponsord. Het eerste inzicht
daarin wordt in 2015 verwacht.
Op landelijk niveau informeren en adviseren de medisch wetenschappelijke verenigingen
de artsen van hun specialisme over nieuwe ontwikkelingen en technologieën in relatie
tot kwaliteit en doelmatigheid van zorg. Vanwege de verschillen in het gebruik van
medische technologieën tussen academische ziekenhuizen, grote ziekenhuizen, middelgrote
ziekenhuizen, en kleine ziekenhuizen, en vanwege de functie(her)verdeling tussen ziekenhuizen,
is de borging van de kwaliteit van zorg in relatie tot de implementatie van nieuwe
ontwikkelingen en technologieën belegd op het niveau van het ziekenhuis. Zowel de
Nederlandse Vereniging van Ziekenhuizen als de Orde van Medisch Specialisten hebben
leidraden opgesteld ter ondersteuning.
De KNMG wil bekwaamheid van artsen beter monitoren en borgen. Dit wil zij doen via
wijziging van het herregistratiesysteem voor geneeskundig specialisten. Daartoe werkt
zij op dit moment aan een nieuwe regeling met daarin een verplichte periodieke evaluatie
van het individueel functioneren resulterend in een persoonlijk ontwikkelingsplan
(POP).
V&VN – verpleegkundigen met wettelijk erkende voorschrijfbevoegdheid
De V&VN geeft aan dat opleidingen, modules en alle bij- en nascholing door een strenge
procedure van accreditatie gaat. Dit zorgt er samen met de nieuwe expertisegebieden,
beroepsdeelprofielen en de CanMEDS- competentieprofielen voor dat de scholing inhoudelijk
van een goed niveau is. Daarbij worden er eisen gesteld voor herregistratie die niet
alleen gericht zijn op kwantiteit maar ook op kwaliteit van de scholing. De deskundigheidsbevordering
is voor een belangrijk deel gericht op nieuwe ontwikkelingen.
De accreditatiecriteria en -procedure zijn transparant en publiek toegankelijk doordat
de informatie beschikbaar is op de betreffende websites.
V&VN concludeert uit haar onderzoeksresultaten dat er geen sprake is van invloed van
de industrie (farmaceutische – en hulpmiddelenindustrie) op de inhoud van scholingstrajecten
voor herregistratie.
Voor de gespecialiseerd verpleegkundige is de voorschrijfbevoegdheid een nieuwe ontwikkeling.
Als aanbeveling heeft de V&VN aangegeven over een aantal jaren te willen evalueren
of de bestaande bij- en nascholingen afdoende is voor het garanderen van actuele kennis
en kunde bij deze beroepsgroep.
De uitkomsten van deze onderzoeken alsmede de geformuleerde verbeterpunten maken onderdeel
uit van officiële gesprekken met betreffende organisaties.
De Minister van Volksgezondheid,Welzijn en Sport, E.I. Schippers