Ter griffie van de Eerste en van de Tweede Kamer der Staten-Generaalontvangen op 21 september
2012.De wens dat het verdrag aan deuitdrukkelijke goedkeuring van deStaten-Generaal
wordt onderworpenkan door of namens één van de Kamersof door ten minste vijftien leden
vande Eerste Kamer dan wel dertig ledenvan de Tweede Kamer te kennen wordengegeven
uiterlijk op 21 oktober 2012.
Aan de Voorzitters van de Eerste en van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 14 september 2012
Overeenkomstig het bepaalde in artikel 2, eerste lid, en artikel 5, eerste lid, van
de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen, de Raad van State gehoord, heb
ik de eer u hierbij ter stilzwijgende goedkeuring over te leggen het op 6 juni 2012
te Brussel tot stand gekomen Protocol tot wijziging van de Overeenkomst van 14 januari
1964 ter uitvoering van artikel 37, lid 2, van het Verdrag tot instelling van de Benelux
Economische Unie (Trb. 2012, 108).
Een toelichtende nota bij het Protocol treft u eveneens hierbij aan.
De goedkeuring wordt alleen voor het Europese deel van Nederland gevraagd.
De minister van Buitenlandse Zaken,
U. Rosenthal
Toelichtende nota
1. Algemeen
De financiële bijdragen van de Benelux-lidstaten aan de begroting van de Benelux Unie
zijn sinds de oprichting in 1960 van de organisatie niet gewijzigd.
Op 6 december 2011 heeft het Comité van Ministers van de Benelux Unie tot aanpassing
van de bijdragen besloten. Dit houdt in, dat de bijdragen van Nederland en Luxemburg
ten opzichte van de Belgische bijdrage stijgen (zie hieronder de artikelsgewijze toelichting).
Deze wijziging van de verdeelsleutel van de Benelux-contributies brengt met zich mee,
dat artikel 19 van de op 14 januari 1964 te Brussel tot stand gekomen Overeenkomst
tussen het Koninkrijk der Nederlanden, het Koninkrijk België en het Groothertogdom
Luxemburg ter uitvoering van artikel 37, lid 2 van het Verdrag tot instelling van
de Benelux Economische Unie (Trb. 1964, 32; hierna «het Verdrag van 1964») dient te worden gewijzigd.
Het Verdrag van 1964 werd gesloten ter uitvoering van artikel 37, tweede lid, van
het op 3 februari 1958 te ’s-Gravenhage tot stand gekomen Verdrag tot instelling van
de Benelux Economische Unie. Bij de totstandkoming op 17 juni 2008 van het Verdrag
tot herziening van het op 3 februari 1958 gesloten Verdrag tot instelling van de Benelux
Economische Unie, werd in een bijgevoegde Verklaring met betrekking tot de begroting
bepaald dat het Verdrag van 1964 wordt geacht te zijn gesloten tot uitvoering van
artikel 22, tweede lid, van het Verdrag van 2008 (zie Trb. 2008, 135, pagina 25).
2. Artikelsgewijze toelichting
Artikel I
In het Verdrag van 1964 ligt vast, voor welk percentage van de Benelux-begroting de
drie Benelux-lidstaten voorschotten aan de Benelux verlenen. Dit komt neer op de bepaling
van de bijdragen aan de Benelux-begroting van de drie lidstaten. In de Toelichtende
Nota bij het Verdrag van 1964 (Kamerstukken II 1964–1965, 8023) werd aangegeven dat
voor de hoogte van deze percentages de afzonderlijke vaststelling van het aandeel
van elk land in het nadelig saldo tussen uitgaven en ontvangsten het uitgangspunt
was.
Artikel I van het Protocol bevat de nieuwe verdeelsleutelpercentages. Deze betekenen
een stijging van de begrotingsbijdrage voor Nederland (van 48,5% naar 53%) en voor
Luxemburg (van 3% naar 6%), ten opzichte van België (van 48,5% naar 41%). In de nieuwe
percentages komt enerzijds het verschil in grootte (qua bevolkingsaantal, bruto nationaal
product en oppervlakte) tussen de drie landen tot uitdrukking. Anderzijds is in het
in dit opzicht relatief hoge aandeel van Luxemburg meegewogen, dat dit land wat betreft
het voorzitterschap van het Comité van Ministers, het stemrecht binnen het Comité en
het lidmaatschap van de Beneluxraad, eenzelfde positie inneemt als Nederland en België.
Artikel II
In het Comité van Ministers van de Benelux Unie is afgesproken dat de al lang benodigde
aanpassing van de verdeelsleutel per 1 januari 2012 ingaat. In verband hiermee treedt
het Protocol in werking met terugwerkende kracht tot deze datum. De begroting van
de Benelux Unie is in 2012 even hoog als die van 2011 (€ 7 956 800). De jaarlijkse
Nederlandse bijdrage daaraan is met ingang van 1 januari 2012 gestegen met € 358 056,
van € 3 859 048 naar € 4 217 104.
3. Koninkrijkspositie
Evenals het Verdrag van 1964 zal, voor wat het Koninkrijk der Nederlanden betreft,
het Protocol uitsluitend voor het Europese deel van Nederland gelden.
De minister van Buitenlandse Zaken,
U. Rosenthal