Kamerstuk
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Dossier- en ondernummer |
|---|---|---|---|
| Eerste Kamer der Staten-Generaal | 2012-2013 | 33400-VI nr. F |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Dossier- en ondernummer |
|---|---|---|---|
| Eerste Kamer der Staten-Generaal | 2012-2013 | 33400-VI nr. F |
Vastgesteld 14 mei 2013
De vaste commissies voor Europese Zaken1 en voor Buitenlandse Zaken, Defensie en Ontwikkelingssamenwerking2 hebben met belangstelling kennisgenomen van de brief van de minister van Veiligheid en Justitie van 21 december 2012 inzake het rappel openstaande toezeggingen3. In hun vergadering van 5 februari jl. hebben zij gesproken over de reactie van de minister op de toezeggingen geregistreerd onder de nummers T01473, alsmede T01471 en T01472. Naar aanleiding daarvan hebben zij een aantal opmerkingen en vragen die zijn opgenomen in de brief van 26 februari 2013.
De minister heeft op 13 mei 2013 gereageerd.
De commissies brengen bijgaand verslag uit van het gevoerde schriftelijk overleg.
De griffier voor dit verslag, F. Bergman
Den Haag, 26 februari 2013
De vaste commissies voor Europese Zaken (EUZA) en Buitenlandse Zaken, Defensie en Ontwikkelingssamenwerking (BDO) van de Eerste Kamer hebben met belangstelling kennisgenomen van uw brief d.d. 21 december 2012 inzake het rappel openstaande toezeggingen.4 In hun vergadering van 5 februari jl. hebben zij gesproken over uw reactie op de toezeggingen geregistreerd onder de nummers T01473, alsmede T01471 en T01472. Dienaangaande hebben zij de volgende vragen en opmerkingen.
Toezegging T01473 behelst dat de regering in internationaal verband landen wier financiële bijdrage aan het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) lager is dan de kosten van hun «eigen» rechter hierop zal aanspreken. In reactie daarop bij brief van 21 december jl. meldt u de Kamer dat deze toezegging is nagekomen en dat dit blijk uit de speech van de minister van Veiligheid en Justitie uitgesproken te Brighton, welke tekst eerder aan de Kamer was toegezonden. De leden van beide Kamercommissies hebben dit tot hun spijt echter niet uit deze speech kunnen lezen. Graag ontvangen zij daarom van u een nadere toelichting. Bovendien zijn zij van oordeel dat daar waar sprake is van een te geringe financiële bijdrage van lidstaten dit – op welke wijze dan ook – aandacht en inzet van de regering vergt ter verbetering van deze situatie. Graag worden de commissies dan ook nader geïnformeerd over de inspanningen van de regering met betrekking tot deze toezegging. De status van deze toezegging blijft dientengevolge ongewijzigd («openstaand»).
Ook de twee andere genoemde toezeggingen blijven de inzet van de regering vergen. Het betreft toezegging T01471 (faciliteren griffie EHRM) en T01472 (niet tornen aan financiële bijdrage van Nederland aan het EHRM). Hiervan is reeds in de vergadering van 11 september 2012 besloten dat deze een voortdurend commitment van de regering vergen en dat beide toezeggingen om die reden niet kunnen worden aangemerkt als «voldaan». Zij verzoeken u in de toekomst steeds in reactie op het toezeggingenrappel aan te geven wat de Nederlandse bijdrage in de afgelopen periode is geweest.
De vaste commissies voor EUZA en BDO zien uw reactie graag – bij voorkeur binnen vier weken – tegemoet.
De voorzitter van de vaste commissie voor Europese Zaken, M.H.A. Strik
De voorzitter van de vaste commissie voor Buitenlandse Zaken, Defensie en Ontwikkelingssamenwerking, F.E. van Kappen
Aan de Voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 13 mei 2013
Middels deze brief reageer ik, mede namens mijn ambtgenoot van Buitenlandse Zaken, op het verzoek van de vaste commissies voor Europese Zaken (EUZA) en Buitenlandse Zaken, Defensie en Ontwikkelingssamenwerking (BDO) van uw Kamer zoals neergelegd in een brief van 26 februari 2013 (uw kenmerk 151917.02u).
In deze brief vraagt u een nadere toelichting omtrent de toezegging om in internationaal verband landen wier financiële bijdrage aan de Raad van Europa lager is dan de kosten van hun «eigen» rechter in het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) hierop aan te spreken. De bijdragen van de lidstaten van de Raad van Europa worden vastgesteld aan de hand van een vaste verdeelsleutel. De verdeelsleutel is onder meer gebaseerd op het bevolkingsaantal en het bruto binnenlands product van het land in kwestie. Ik verwijs u daarvoor naar Resolutie (94) 31 van het Comité van Ministers van de Raad van Europa. Jaarlijks wordt de bijdrage per lidstaat aan de hand van de vaste verdeelsleutel berekend.
Het lijkt mij onrealistisch, mede in het licht van de budgettaire situatie in menig lidstaat van de Raad van Europa, om in algemene zin een verhoging van de financiële bijdragen te bepleiten. Ik verwijs in dat verband ook naar de reactie van het Comité van Ministers van 14 september 2012 op Aanbeveling 1991 (2012) van de Parlementaire Assemblee «Guaranteeing the authority and effectiveness of the European Convention on Human Rights». Het Comité van Ministers heeft daarin aangegeven dat het onmogelijk is om het budget van de Raad van Europa te vergroten.
Dat wil echter niet zeggen dat ik geen mogelijkheden zie om de kwestie aan de orde te stellen. Ik zou – zoals ook in bovenvermelde reactie van het Comité van Ministers aangegeven – in dit verband willen verwijzen naar de oprichting van een fonds in juni 2012 bedoeld om het EHRM te helpen bij het wegwerken van de werkachterstanden. Reeds een kleine 20 landen hebben vrijwillig bijdragen gestort in dit fonds, waaronder vier landen wier financiële bijdrage aan de Raad van Europa lager is dan de kosten van een rechter in het EHRM. In de daarvoor bestemde gremia zal Nederland een oproep doen om vrijwillige bijdragen te storten in dit fonds zodat lidstaten een bijdrage aan de Raad van Europa leveren die ten minste de kosten van een rechter in het EHRM dekt.
Bovendien zal in juni de totale omvang van de contributies van lidstaten aan de orde zijn in de rapporteurgroep Administratieve, Personele en Budgettaire aangelegenheden van het Comité van Ministers. Nederland zal aldaar pleiten voor het initiëren van een onderzoek naar mogelijke aanpassing van de rekenmethode en de minimum-bijdrage van de lidstaten aan het budget van de Raad van Europa vast te stellen. Overigens moet ervoor worden gewaakt dat het criterium van het salaris van de «eigen» rechter niet een te grote rol gaat spelen. Ten eerste zit de rechter niet in het Hof ten behoeve van het land waaruit hij of zij afkomstig is, ten tweede zijn er rechters die, vanwege het geringe aantal klachten tegen hun land van herkomst, veel meer bezig zijn met de behandeling van klachten tegen andere landen.
Ten slotte wijst de brief op een tweetal andere toezeggingen die de blijvende aandacht van de Regering vergen, te weten toezegging T01471 (faciliteren griffie EHRM) alsmede toezegging T01472 (niet tornen aan financiële bijdrage van Nederland aan het EHRM). In dat verband wens ik te verwijzen naar mijn brief van 27 juli 2012 aan uw Kamer, waarin ik melding heb gemaakt van een vrijwillige bijdrage aan de Raad van Europa van EUR 150.000 van de zijde van mijn ministerie teneinde een extra Nederlandse griffiemedewerker te kunnen aanstellen voor een periode van twee jaren. Bij brief van 22 juni 2012 is de Secretaris-Generaal van de Raad van Europa hierover geïnformeerd. Bovendien heeft mijn collega van Buitenlandse Zaken een bijdrage van EUR 50.000 gestort in het eerdergenoemde fonds bedoeld om het Hof te helpen bij het wegwerken van de werkachterstanden in 2012. Eenzelfde bedrag wordt overgemaakt voor 2013. Daarnaast geeft mijn collega van Buitenlandse Zaken sedert 2008 jaarlijks een bijdrage van EUR 250.000 aan het Human Rights Trust Fund (HRTF) dat via projecten lidstaten van de Raad van Europa ondersteunt de toevoer van zaken bij het EHRM te verminderen; in 2012 was dat éénmalig EUR 350.000. In 2013 zal opnieuw een bijdrage aan het HRTF worden gegeven. Deze bijdragen komen bovenop de reguliere bijdrage van Nederland aan het budget van de Raad van Europa in 2013 van EUR 8.648.682.
Ik hoop u hiermee afdoende te hebben geïnformeerd.
De minister van Veiligheid en Justitie, I.W. Opstelten
Samenstelling Europese Zaken:
Holdijk (SGP), Van der Linden (CDA), Broekers-Knol (VVD), Kox (SP), Franken (CDA), Nagel (50PLUS), Elzinga (SP), Koffeman (PvdD), Kuiper (CU), Strik (GL) (voorzitter), K.G. de Vries (PvdA), Knip (VVD), Martens (CDA), Backer (D66),
Th. de Graaf (D66), De Boer (GL), De Lange (OSF), Schrijver (PvdA) (vice-voorzitter), Postema (PvdA)), Sörensen (PVV), Popken (PVV), Swagerman (VVD), Van Dijk (PVV), Bruijn (VVD)
Samenstelling Buitenlandse Zaken, Defensie en Ontwikkelingssamenwerking:
Holdijk (SGP), Van der Linden (CDA), Broekers-Knol (VVD), Franken (CDA) (vice-voorzitter), Nagel (50Plus), Van Kappen (VVD) (voorzitter), Koffeman (PvdD), Kuiper (CU), vac. (SP) (vice-voorzitter), Strik (GL), Vliegenthart (SP), K.G. de Vries (PvdA), Knip (VVD), Martens (CDA), Van Boxtel (D66), Th. de Graaf (D66), Ganzevoort (GL), De Lange (OSF), Koole (PvdA), Schrijver (PvdA), Vlietstra (PvdA), Popken (PVV), M. de Graaff (PVV), Sörensen (PVV), Bröcker (VVD)
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-33400-VI-F.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.