Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2012-201333400-VI nr. 95

33 400 VI Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Veiligheid en Justitie (VI) voor het jaar 2013

Nr. 95 BRIEF VAN DE MINISTER VAN VEILIGHEID EN JUSTITIE

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 28 maart 2013

Op 3 april 2013 zal een Algemeen Overleg plaatsvinden met de vaste commissie voor Veiligheid en Justitie, waarvoor is geagendeerd de eerste monitorrapportage van de (voormalige) Commissie onderzoek naar seksueel misbruik van minderjarigen in de Rooms-Katholieke Kerk. Deze monitorrapportage heb ik bij brief van 16 oktober 2012 aan de Tweede Kamer gezonden (Kamerstuk 33 400 VI, nr. 5).

Met het oog op dit Algemeen Overleg informeer ik u over enkele aanverwante onderwerpen.

Bij brief van 25 mei 2012 (Kamerstuk 33 000 VI, nr. 98) heb ik de Tweede Kamer laten weten uitvoering te geven aan het verzoek van de vaste commissie voor Veiligheid en Justitie tot het laten verrichten van een onderzoek naar de archieven (dossiers en/of geschriften en documenten) van het Openbaar Ministerie die mogelijk nog meer inzicht kunnen geven in de wijze waarop het Openbaar Ministerie in het verleden is omgegaan met misbruikzaken binnen de Rooms-Katholieke Kerk. Conform het instellingsbesluit van de Commissie Archiefonderzoek handelen Openbaar Ministerie bij seksueel misbruik Rooms-Katholieke Kerk (Commissie onderzoek OM-archieven) was de eindrapportage voorzien vóór 30 april 2013. De Commissie heeft mij conform het instellingsbesluit verzocht deze termijn te verlengen, omdat de analyse van de grote hoeveelheid geïnventariseerde gegevens meer tijd vergt. Ik heb de termijn voor de oplevering van het onderzoeksrapport verlengd tot 1 juli 2013.

Tijdens het debat naar aanleiding van het rapport van de Commissie Deetman op 15 februari 2012 (Handelingen II, 2011/12, nr. 54, item 3, blz. 6–26 en item 6, blz. 30–37) heb ik aangegeven dat klachten over het optreden van het OM of de politie in zaken betreffende misbruik in de Rooms-Katholieke Kerk naar mijn ministerie kunnen worden gestuurd. Ik heb daarbij toegezegd hierover Uw Kamer te informeren. Bij mijn ministerie is nadien een tiental brieven binnengekomen met betrekking tot misbruik in de Rooms-Katholieke Kerk. Deze hadden geen betrekking op een concrete klacht over het handelen van het Openbaar Ministerie of de politie en konden door het verschaffen van informatie worden beantwoord. Ik merk hierbij op dat in mei 2012 opdracht is gegeven tot het hiervoor reeds genoemde onderzoek naar het handelen van het Openbaar Ministerie met betrekking tot misbruikzaken in de Rooms-Katholieke Kerk. In het kader van dit onderzoek kan bij de Commissie onderzoek OM-archieven melding worden gedaan van concrete klachten over het optreden van het Openbaar Ministerie of politie. Daartoe heeft deze Commissie een bericht op de website van de slachtofferorganisatie KLOKK geplaatst. Recent heb ik een aan het ministerie geadresseerde brief, gericht aan deze Commissie, naar de Commissie doorgezonden.

De minister van Veiligheid en Justitie, I.W. Opstelten