33 335 Regels met betrekking tot het gebruik van de Friese taal in het bestuurlijk verkeer en in het rechtsverkeer (Wet gebruik Friese taal)

H VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEG

Vastgesteld 8 april 2026

De vaste commissie voor Binnenlandse Zaken1 heeft schriftelijk overleg gevoerd met de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties over het werkprogramma DINGtiid 2026–2027. Bijgaand brengt de commissie hiervan verslag uit. Dit verslag bestaat uit:

  • De uitgaande brief van 17 februari 2026.

  • De antwoordbrief van 8 april 2026.

De griffier van de vaste commissie voor Binnenlandse Zaken, Bergman

BRIEF VAN DE VOORZITTER VAN DE VASTE COMMISSIE VOOR BINNENLANDSE ZAKEN

Aan de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties

Den Haag, 17 februari 2026

De leden van de vaste commissie voor Binnenlandse Zaken hebben met belangstelling kennisgenomen van uw brief van 12 december 2025 waarmee u het werkprogramma 2026–2027 van DINGtiid, het orgaan voor de Friese taal, aanbiedt.2 De leden van fractie van de BBB, met aansluiting van het lid van de OPNL-fractie, en het lid van de OPNL-fractie, met aansluiting van de leden van de fracties van GroenLinks-PvdA, BBB en D66 hebben naar aanleiding van uw brief enkele vragen.

Vragen en opmerkingen van de leden van de BBB-fractie

De leden van de BBB-fractie hechten grote waarde aan het Fries als oudste taal van Nederland. Hoewel deze leden de verhoogde ambitie en de beschikbaarstelling van 18 miljoen euro voor de Bestjoersôfspraak Fryske taal en kultuer (BFTK) 2024–2028 bijzonder waarderen, hebben zij nog enkele vragen over de gevolgen en de praktische uitvoerbaarheid van de gemaakte afspraken met als doel die verder te verbeteren.

In uw brief stelt u dat het Fries en het Nederlands gelijkwaardige talen zijn in Fryslân. Waarom is dan in de voorschoolse educatie het Nederlands een wettelijke verplichting, terwijl het Fries een optie blijft? Bent u bereid de achteruitgang in de praktijk, waarbij het Fries ondergeschikt is aan de Nederlandse taal-eis, actief terug te draaien? Graag ontvangen de leden een toelichting.

Welke juridische garanties biedt u om te voorkomen dat Friese rechtszoekenden tegen praktische obstakels aanlopen bij het uitoefenen van hun wettelijk recht in de rechtszaal, aangezien het Fries inmiddels een volwaardige juridische en bestuurstaal is? Met slechts twee of drie beëdigde tolken voor de rechtspleging is het recht om Fries te spreken feitelijk onhoudbaar; bent u bereid om te onderzoeken hoe de beschikbaarheid van Friese tolken op korte termijn verhoogd kan worden?

Wat doet u om het gebruik van het Fries in de wetenschap, zorg en sport te bevorderen? Wanneer verwacht u dat het onderzoek naar het expliciet opnemen van «taal» als discriminatiegrond in de Algemene wet gelijke behandeling (Awgb) wordt afgerond, zodat Friese sprekers ook op de werkvloer wettelijk beschermd zijn tegen uitsluiting? Wilt u de Kamer informeren over de uitkomsten van dit onderzoek?

Bent u bereid om, ondanks de autonomie van onderwijsinstellingen, met de NHL Stenden Hogeschool in gesprek te gaan om het Fries als standaardonderdeel op te nemen in alle lerarenopleidingen in Leeuwarden, aangezien dit in andere Europese minderheidsregio’s ook succesvol is gebleken? Wilt u de Kamer te zijner tijd informeren over de uitkomsten van dit gesprek?

Waarom moeten scholen die het leergebied Friese taal en cultuur in het VMBO-profiel willen opnemen nog steeds officieel toestemming aanvragen bij het Ministerie van OCW? Bent u bereid in overleg te gaan met uw collega om dit aan te passen?

Is de gereserveerde 18 miljoen euro voor de Bestjoersôfspraak Fryske taal en kultuer (BFTK) 2024–2028 voldoende om de verhoogde ambities te realiseren, en hoe zorgt u ervoor dat dit bedrag zoveel mogelijk wordt besteed aan uitvoering in plaats van aan overleg? Bent u bereid om bij de tussenevaluatie van de BFTK in 2026 concrete resultaatverplichtingen af te spreken? Graag ontvangen de leden een toelichting.

DINGtiid waarschuwt voor een te hoge werkdruk door het BFTK-proces; welke concrete maatregelen neemt u om de ambtelijke capaciteit en continuïteit van kennis te garanderen? U stelt de Landelijke Kennistafel Fries (LKF) voor om de werklast te spreiden. Hoe wordt voorkomen dat deze tafel die op uw verzoek budgetneutraal wordt ingericht niet zorgt voor meer werk in plaats van minder?

Wordt Dingtiid betrokken bij het onderzoek naar de mogelijkheid van het Fries op het paspoort? Zijn hier voorbeelden van in andere Europese minderheidsregio’s? Graag ontvangen de leden een toelichting.

Bent u bereid het Fries als tweede taal op te nemen in de Nederlandse Taalunie, of anders een aparte internationale Friese Taalunie naar dat voorbeeld te starten? Wilt u daarvoor een voorstel doen aan uw Duitse en Deense collega’s, omdat daar ook Fries gesproken wordt?

Wat doet u nu ter ondersteuning van (onderzoek naar) het middeleeuwse Oud-Fries? Welke mogelijkheden ziet u om dit uit te breiden?

Wat doet u nu om ook het Limburgs en Nedersaksisch te beschermen en te bevorderen? Wat ziet u als opties om dit uit te breiden? Bent u bereid alle twee, of in ieder geval het Limburgs, onder Deel III van het Europees Handvest voor regionale talen of talen van minderheden van de Raad van Europa te erkennen? Zo niet, waarom niet? Het gebruik van het Nedersaksisch, de taal van het vroegere Hanze-steden-gebied, dat nu wordt gesproken van Noord-Groningen tot Midden-Gelderland, is volgens professor Wieling de laatste generaties sterk teruggelopen. Kunt u bevestigen dat Nederland keer op keer door de Raad van Europa op de vingers wordt getikt omdat Nederland de bescherming en bevordering van het Nedersaksisch onder Deel II-status onvoldoende implementeert? Wat doet u om dit te verbeteren?

Wat doet u of de regering om het gebruik van het Limburgs en Nedersaksisch(e streekdialecten) als tweede taal in het lokale onderwijs te bevorderen? Welke mogelijkheden ziet u hier meer aan te doen?

Door het Rijk worden al veel projecten en programma’s ter bescherming en bevordering van streekdialecten financieel gesteund. Ziet u mogelijkheden deze projecten en programma’s uit te breiden naar meer provincies en gemeenten, om samenhang, reikwijdte en impact te vergroten?

Vragen en opmerkingen van het lid van de OPNL-fractie

U merkt op dat het orgaan DINGtiid zijn wettelijke basis kent in de Wet gebruik Friese taal en dat het orgaan als taak heeft om de gelijke positie van de Friese en Nederlandse taal in de provincie Fryslân te bevorderen.

Het lid van de fractie van OPNL merkt op dat het werkprogramma een aantal interessante en belangwekkende thema’s agendeert, zoals de noodzaak van een breed gedragen langetermijnvisie voor het Fries. Dat sluit goed aan bij de gezamenlijke verantwoordelijkheid en zorgplicht van het Rijk en de provincie Fryslân voor de Friese taal en cultuur, zoals vastgelegd in artikel 2a van de Wet gebruik Friese taal. Ook de aandacht van DINGtiid voor het gebruik van het Fries in de rechtspraak wordt door het lid verwelkomd. Hij juicht het toe dat daarbij goed contact is met de rechtbank en Gerechtshof. Het lid zou het op prijst stellen als de Eerste Kamer geïnformeerd blijft over mogelijke adviezen of andere tussenverslagen van DINGtiid op beide punten: langetermijnvisie en zorgplicht enerzijds en gebruik van de Friese taal in de rechtspraak anderzijds. Kunt u dat toezeggen?

Verder merkt het lid op dat er in het bijgevoegde werkprogramma weinig of geen aandacht is voor de verdragsverplichtingen rond de publieke omroep (radio en televisie). Dit beleidsterrein valt onder de werking van artikel 11 van het Europees Handvest voor regionale talen of talen van minderheden, meer specifiek in artikel 11, eerste lid, sub a. Dit onderwerp werd plotseling (weer) actueel toen eind vorig jaar de positie van Omrop Fryslân in het geding dreigde te komen.

Het lid merkt op dat Nederland met betrekking tot de publieke omroep in de eigen taal van de regio, achterblijft met vergelijkbare regio’s in Europa, waar de eigen taal een duidelijk juridisch geborgde positie heeft, zoals Wales, Catalonië en Baskenland. In beide voetnoten wordt dit nader toegelicht.3

Het lid zou in de loop van dit jaar graag een nadere reflectie van u ontvangen welke stappen en maatregelen voor het gebruik van de Friese taal in de publieke omroep nodig zouden zijn, zodat Nederland eveneens kan voldoen aan de verplichtingen die gelden onder artikel 11, eerste lid, sub a (i). Kunt u dat toezeggen? Bent u bereid om DINGtiid in het kader van het werkprogramma 2026–2027 te vragen wat er volgens DINGtiid nodig is om onder artikel 11 van het Handvest een betere bescherming te garanderen voor de positie van de Friese taal in de publieke omroep en welke rol een wijziging van de Mediawet daarin zou kunnen spelen?

Bij die verkenning zouden de leden van DINGtiid kunnen nagaan welke aanpassing van de Mediawet nodig zou zijn om te borgen dat de positie van de Friese taal in publieke omroep op een vergelijkbaar niveau van bescherming wordt gebracht zoals die geldt voor het Welsh, het Catalaans en Baskisch.

De leden van de vaste commissie voor Binnenlandse Zaken zien uw reactie met belangstelling tegemoet en ontvangen deze graag binnen vier weken na dagtekening van deze brief.

Voorzitter van de vaste commissie voor Binnenlandse Zaken, I.M. Lagas MDR

BRIEF VAN DE MINISTER VAN BINNENLANDSE ZAKEN EN KONINKRIJKSRELATIES

Aan de Voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 8 april 2026

Hierbij stuur ik u de antwoorden op de vragen van de leden van de fractie van de BBB en het lid van de OPNL-fractie van 17 februari 2026 van de vaste commissie voor Binnenlandse Zaken.

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, P.E. Heerma

Vragen van de leden van de BBB-fractie

Vraag 1

In uw brief stelt u dat het Fries en het Nederlands gelijkwaardige talen zijn in Fryslân. Waarom is dan in de voorschoolse educatie het Nederlands een wettelijke verplichting, terwijl het Fries een optie blijft? Bent u bereid de achteruitgang in de praktijk, waarbij het Fries ondergeschikt is aan de Nederlandse taal-eis, actief terug te draaien? Graag ontvangen de leden een toelichting.

Antwoord op vraag 1

In alle provincies in Nederland wordt voorschoolse educatie aangeboden. Het college van burgemeester en wethouders dient zorg te dragen voor voldoende voorzieningen in aantal en spreiding voor kinderen met een risico op een achterstand in de Nederlandse taal (WPO, artikel 159).

Provincies waar naast het Nederlands een andere taal binnen de voorschoolse educatie gesproken kan worden, gaan over hun eigen taalambities. Zo voert de Provincie Fryslân de regie over de specifieke taalambities binnen Fryslân. De wet biedt houders van kinderopvang in Fryslân daarom de ruimte om ook Fries te gebruiken in de voorschoolse educatie.

Deze aanpak van onderop, zoals die al jaren door met name Stichting Friese Kinderopvang wordt gehanteerd, werkt volgens DINGtiid goed. Een wettelijke verankering zou volgens DINGtiid geen positieve effecten opleveren in het versterken van het Fries en zou eerder tot weerstand bij verschillende voorschoolse locaties leiden.4 Met deze aanpak sluiten we aan bij het advies van DINGtiid.

Vraag 2

Welke juridische garanties biedt u om te voorkomen dat Friese rechtszoekenden tegen praktische obstakels aanlopen bij het uitoefenen van hun wettelijk recht in de rechtszaal, aangezien het Fries inmiddels een volwaardige juridische en bestuurstaal is? Met slechts twee of drie beëdigde tolken voor de rechtspleging is het recht om Fries te spreken feitelijk onhoudbaar; bent u bereid om te onderzoeken hoe de beschikbaarheid van Friese tolken op korte termijn verhoogd kan worden?

Antwoord op vraag 2

Rechtszoekenden uit Friesland hebben het recht om in rechtszaken bij de rechtbank Noord-Nederland en het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden in het Fries te spreken en processtukken in het Fries in te dienen. Dit recht is vastgelegd in de Wet gebruik Friese Taal. In alle zittingsplaatsen van de rechtbank en de zittingsplaatsen van het gerechtshof kunnen inwoners van Fryslân in het Fries procederen. Indien nodig wordt gebruik gemaakt van beschikbare tolken, die door het OM worden opgeroepen. In een overzicht hebben de rechtbank en het gerechtshof in kaart gebracht op welke wijze zij invulling geven aan wat wettelijk is bepaald ten aanzien van de Friese taal en wat zij nog meer doen en gaan doen om het gebruik van het Fries in het rechtsverkeer te bevorderen. Dat overzicht is als bijlage opgenomen in de BFTK 2024–2028.

Ik acht het van belang dat er voldoende Friese tolken beschikbaar zijn voor de rechtspleging. Het uitgangspunt is dat rechters, raadsheren, officieren van justitie en griffiers zelf de Friese taal beheersen. Wanneer dit niet het geval is en de procesdeelnemer/rechtzoekende wenst om Fries te spreken, zal er een beroep worden gedaan op een tolk Fries. Hoewel Friese tolken dus beschikbaar zijn, kunnen zich in de praktijk situaties voordoen waarin dit niet mogelijk is.

De inzet en beschikbaarheid van tolken Fries wordt gemonitord door het Ministerie van Justitie en Veiligheid. Ik zie geen aanleiding voor een onderzoek naar de verhoging van de beschikbaarheid van tolken Fries op korte termijn. In Q2 dit jaar informeert de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de Kamer over de prestaties van de tolkdienstverlening en de huidige stand van zaken.

Vraag 3

Wat doet u om het gebruik van het Fries in de wetenschap, zorg en sport te bevorderen?

Antwoord op vraag 3

De Rijksoverheid financiert via het provinciefonds de Fryske Akademy. Dit is het onderzoeksinstituut dat onderzoek doet naar de Friese taal, geschiedenis en cultuur. Ook aan de Rijksuniversiteit Groningen en NHL Stenden wordt er onderzoek gedaan naar de Friese taal en cultuur.

Wat betreft de zorg is in de laatste versie van het bestuurlijk akkoord «Bestjoersôfspraak Fryske taal en kultuer» toegezegd dat VWS 300.000 euro toekent aan de Afûk voor de periode van 2024 tot en met 2028 voor de zorg. Over sport zijn er geen afspraken opgenomen.

De investering in het zorgdomein vindt plaats door middel van het verstrekken van een projectsubsidie. De middelen worden ingezet om cultuurspecifieke zorgprojecten uit te voeren. De Minister van VWS is van mening dat de Afûk aan de hand van deze subsidie Fries in de zorg kan stimuleren en bevorderen. Momenteel voert de Afûk activiteiten uit gericht op drie speerpunten: zichtbaarheid in de zorg, informatieverschaffing en voorlichting en tenslotte bewustwording en kennis in zorgopleidingen.

Vraag 4

Wanneer verwacht u dat het onderzoek naar het expliciet opnemen van «taal» als discriminatiegrond in de Algemene wet gelijke behandeling (Awgb) wordt afgerond, zodat Friese sprekers ook op de werkvloer wettelijk beschermd zijn tegen uitsluiting? Wilt u de Kamer informeren over de uitkomsten van dit onderzoek?

Antwoord op vraag 4

Discriminatie op grond van taal, waaronder het Fries, valt op dit moment al onder de bescherming die de Awgb biedt tegen discriminatie op grond van ras. Omdat de wet onder andere ziet op discriminatie op het terrein van de arbeid, kunnen Friese sprekers daar nu al bescherming aan ontlenen als zij uitsluiting ervaren op de werkvloer. Het College voor de Rechten van de Mens die toeziet op de naleving van de gelijkebehandelingswetgeving, kan over een concrete discriminatieklacht zijn oordeel geven.

In reactie op het vierde advies over Nederland van het Adviescomité voor het Kaderverdrag inzake de bescherming van Nationale Minderheden heeft de voormalig Minister van BZK gereageerd op het advies om in de gelijkebehandelingswetgeving expliciete verwijzingen op te nemen naar de grond «taal», «huidskleur» en «etnische herkomst».5 Daarbij heeft hij aangegeven dat de regering aanleiding ziet om een onderzoek te starten naar de mogelijkheid om nieuwe gronden op te nemen in de Algemene Wet Gelijke Behandeling (AWGB). De resultaten van dit onderzoek zullen worden meegenomen in een bredere verkenning naar de mogelijkheid van uitbreiding van de AWGB met nieuwe gronden. Afhankelijk van de uitkomsten van dat onderzoek zal worden besloten of er aanleiding is om in de Awgb een expliciete verwijzing naar taal als discriminatiegrond op te nemen. Naar verwachting zal uw Kamer in de loop van 2026 over de uitkomsten daarvan worden geïnformeerd.

Vraag 5

Bent u bereid om, ondanks de autonomie van onderwijsinstellingen, met de NHL Stenden Hogeschool in gesprek te gaan om het Fries als standaardonderdeel op te nemen in alle lerarenopleidingen in Leeuwarden, aangezien dit in andere Europese minderheidsregio’s ook succesvol is gebleken? Wilt u de Kamer te zijner tijd informeren over de uitkomsten van dit gesprek?

Antwoord op vraag 5

Zoals aangegeven in de beantwoording van het schriftelijk overleg dat op 25 november jl.6 door de Minister van BZK naar de Tweede Kamer is verstuurd, geldt in het algemeen dat hogescholen en universiteiten de autonomie hebben over de inhoud, vorm en opzet van hun onderwijs. Het is daarom aan NHL Stenden Hogeschool zelf om te besluiten hoe zij de lerarenopleidingen willen vormgeven en welke rol de Friese taal op de locatie Leeuwarden in de opleidingen heeft.

In de lerarenopleidingen Fries heeft de Friese taal overigens vanzelfsprekend een structurele rol. NHL Stenden Hogeschool leidt bovendien in Leeuwarden niet alleen leraren voor Fryslân op, maar voor heel Nederland en in het bijzonder voor Noord-Nederland. Momenteel wordt een aparte kennisbasis Fries ontwikkeld voor de lerarenopleiding Primair onderwijs (pabo) waarmee de aandacht voor het Fries in het curriculum van de pabo in Leeuwarden wordt geborgd. Deze kennisbasis Fries zal naar verwachting nauw aansluiten bij de bekwaamheidseisen en de kerndoelen en specifiek de kerndoelen Fries. Daarnaast, zoals ook aangegeven in de beantwoording van het schriftelijk overleg, hanteert NHL Stenden Hogeschool drie voertalen in de organisatie: het Nederlands, het Fries en het Engels. De hogeschool zet zich in voor versterking van de Friese taal binnen hun organisatie, door bijvoorbeeld het aanbieden van cursussen Fries aan niet-Friestalige medewerkers en verdieping Fries aan Friestalige medewerkers.

Vraag 6

Waarom moeten scholen die het leergebied Friese taal en cultuur in het VMBO-profiel willen opnemen nog steeds officieel toestemming aanvragen bij het Ministerie van OCW? Bent u bereid in overleg te gaan met uw collega om dit aan te passen?

Antwoord op vraag 6

Het leergebied Friese taal en cultuur bestaat op dit moment nog niet in de basis- en kaderberoepsgerichte leerwegen van het vmbo. De reden hiervoor is dat de leerlingen in de beroepsgerichte leerwegen een groot gedeelte van hun tijd aan praktijkvakken besteden, waardoor er minder ruimte is voor algemeen vormende vakken dan in de theoretische leerweg, havo en vwo. Fries werd lange tijd ook niet gezien als een doorstroomrelevant vak voor Friese vmbo-leerlingen. Inmiddels is duidelijk dat het Fries een belangrijke toegevoegde waarde heeft voor de jongeren die in Fryslân wonen én werken. Om deze reden is er in het kader van de curriculumactualisatie ook een conceptexamenprogramma Friese taal en cultuur ontwikkeld voor de beroepsgerichte leerwegen van het vmbo. De scholen voor voortgezet onderwijs die het conceptexamenprogramma sinds dit schooljaar beproeven, hebben op dit moment nog een ontheffing nodig van het Ministerie van OCW om het vak te mogen aanbieden ter vervanging van een van de reguliere examenvakken. Dit is een tijdelijke oplossing totdat het conceptexamenprogramma Friese taal en cultuur is vastgelegd in wet- en regelgeving. De beoogde inwerkingtredingsdatum van het nieuwe examenprogramma Friese taal en cultuur is september 2028.

Vraag 7

Is de gereserveerde 18 miljoen euro voor de Bestjoersôfspraak Fryske taal en kultuer (BFTK) 2024–2028 voldoende om de verhoogde ambities te realiseren, en hoe zorgt u ervoor dat dit bedrag zoveel mogelijk wordt besteed aan uitvoering in plaats van aan overleg? Bent u bereid om bij de tussenevaluatie van de BFTK in 2026 concrete resultaatverplichtingen af te spreken? Graag ontvangen de leden een toelichting

Antwoord op vraag 7

Gedurende de looptijd van de BFTK wordt er door het Rijk 18 miljoen euro vrijgemaakt ten behoeve van de bescherming en bevordering van het Fries. De beschikbaar gestelde middelen worden als toereikend gezien om de verhoogde ambitie die we in de BFTK hebben uitgesproken tot uitvoering te brengen.

Om ervoor te zorgen dat dit geld wordt besteed aan uitvoering zijn in de BFTK concrete afspreken gemaakt over de verdeling van het geld. Daarbij ligt de focus op zichtbaarheid van het Fries in de openbare ruimte, digitalisering van het Fries, Fries in het onderwijs en in onderzoek, taaloverdracht tussen generaties en decentraal taalbeleid.

Bij de tussenevaluatie zullen we geen concrete resultaatverplichtingen afspreken, maar kunnen wij wel bijsturen op bestaande doelstellingen en maatregelen.

Vraag 8

DINGtiid waarschuwt voor een te hoge werkdruk door het BFTK-proces; welke concrete maatregelen neemt u om de ambtelijke capaciteit en continuïteit van kennis te garanderen? U stelt de Landelijke Kennistafel Fries (LKF) voor om de werklast te spreiden. Hoe wordt voorkomen dat deze tafel die op uw verzoek budgetneutraal wordt ingericht niet zorgt voor meer werk in plaats van minder

Antwoord op vraag 8

Om de ambtelijke capaciteit en continuïteit van kennis te garanderen zet het Rijk zich in algemene zin in om in een krappe arbeidsmarkt en in tijden van taakstelling en bezuinigingen de personeelsinzet, kennis en een goede overdracht van kennis te waarborgen.

De LFK biedt de mogelijkheid dat het Rijk directe toegang krijgt tot kennis en expertise uit het Friese veld. Daardoor wordt de zorglicht voor de Friese taal door het Rijk effectiever ingevuld. Daarnaast zorgt de inrichting van de LFK ervoor dat de werklast beter wordt gespreid. De LFK zorgt dus niet voor meer werk.

Vraag 9

Wordt Dingtiid betrokken bij het onderzoek naar de mogelijkheid van het Fries op het paspoort? Zijn hier voorbeelden van in andere Europese minderheidsregio’s? Graag ontvangen de leden een toelichting.

Antwoord op vraag 9

De Tweede Kamer heeft in maart 2024 in een motie verzocht om het opnemen van Fries op de identiteitskaart.7 Naar aanleiding hiervan is een onderzoek uitgevoerd of het opnemen van Fries op de identiteitskaart en het paspoort mogelijk is. Dit onderzoek is inmiddels afgerond. De Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties heeft de Tweede Kamer hierover eind vorig jaar geïnformeerd in de Verzamelbrief Digitalisering.8

In de Kamerbrief is gemotiveerd uiteengezet dat de motie niet uitvoerbaar is. Het kabinet begrijpt de wens om het Fries zichtbaarder te maken door dit op identiteitsdocumenten op te nemen. Uit het onderzoek is echter gebleken dat het juridisch niet mogelijk is om het Fries op te nemen op het paspoort of de identiteitskaart. Nederland is op grond van EU-verordeningen gebonden aan standaarden van de Internationale Burgerluchtvaart Organisatie (ICAO). Volgens die standaarden kunnen alleen officiële landstalen op reisdocumenten worden opgenomen, met een vertaling in het Engels, Frans en/of Spaans. Fries is een erkende regionale taal, maar geen officiële landstaal van Nederland. Het is daarom niet mogelijk om het Fries op te nemen op de identiteitskaart.

Uit het onderzoek bleek tevens dat geen enkel ander EU-land een regionale taal vermeldt op het paspoort of identiteitskaart. Voor zover er verschillende talen op staan, gaat het om officiële landstalen. Zo vermeldt het Finse paspoort zowel Fins als Zweeds, omdat beide talen officiële talen van Finland zijn. Er zijn dus geen voorbeelden van andere Europese regionale talen of talen van minderheden die op een paspoort of identiteitskaart staan.

Bij het onderzoek is Dingtiid niet betrokken. Wel is de provincie Fryslân bij het onderzoek betrokken vanuit hun expertise op het belang van zichtbaarheid van het Fries in het maatschappelijk verkeer.

Vraag 10

Bent u bereid het Fries als tweede taal op te nemen in de Nederlandse Taalunie, of anders een aparte internationale Friese Taalunie naar dat voorbeeld te starten? Wilt u daarvoor een voorstel doen aan uw Duitse en Deense collega’s, omdat daar ook Fries gesproken wordt?

Antwoord op vraag 10

De Nederlandse Taalunie is een verdrag tussen Nederland en België dat zich richt op de bevordering en ontwikkeling van de Nederlandse Taal. Suriname is geassocieerd lid, met Zuid-Afrika en Indonesië wordt nauw samengewerkt vanwege de historische relaties en de daar aanwezige Nederlandstalige archieven. Dit verdrag leent zich niet voor verbreding naar andere talen en landen.

Momenteel heb ik geen signalen ontvangen vanuit de provincie Fryslân, Denemarken of Duitsland waaruit blijkt dat het wenselijk zou zijn om een internationale Friese Taalunie op te richten.

Vraag 11

Wat doet u nu ter ondersteuning van (onderzoek naar) het middeleeuwse Oud-Fries? Welke mogelijkheden ziet u om dit uit te breiden?

Antwoord op vraag 11

De rijksoverheid financiert via het provinciefonds de Fryske Akademy. In de onderzoeksagenda van de Fryske Akademy 2023–2027 wordt ook aandacht besteed aan het middeleeuwse Oud-Fries.9 De Fryske Akademy gaat zelf over haar onderzoeksagenda. Waar dat wenselijk wordt geacht, kan de Fryske Akademy het onderzoek naar het middeleeuwse Oud-Fries uitbreiden.

Vraag 12

Wat doet u nu om ook het Limburgs en Nedersaksisch te beschermen en te bevorderen? Wat ziet u als opties om dit uit te breiden? Bent u bereid alle twee, of in ieder geval het Limburgs, onder Deel III van het Europees Handvest voor regionale talen of talen van minderheden van de Raad van Europa te erkennen? Zo niet, waarom niet? Het gebruik van het Nedersaksisch, de taal van het vroegere Hanze-steden-gebied, dat nu wordt gesproken van Noord-Groningen tot Midden-Gelderland, is volgens professor Wieling de laatste generaties sterk teruggelopen. Kunt u bevestigen dat Nederland keer op keer door de Raad van Europa op de vingers wordt getikt omdat Nederland de bescherming en bevordering van het Nedersaksisch onder Deel II-status onvoldoende implementeert? Wat doet u om dit te verbeteren?

Antwoord op vraag 12

Om het Nedersaksisch te beschermen en te bevorderen is in 2018 het convenant Nedersaksisch ondertekend door de provincie Drenthe, Overijsel, Groningen, Gelderland, Fryslân, de gemeenten Ooststellingwerf en Weststellingwerf en de Minister van BZK. Om het Limburgs te beschermen en te bevorderen is in 2019 is het convenant Limburgs ondertekend door de provincie Limburg en de Minister van BZK. Het ministerie onderhoudt structureel ambtelijk contact met de betrokken provincie en gemeenten, om uitvoering van de convenanten te volgen en te ondersteunen.

Om de bescherming en bevordering van het Limburgs en het Nedersaksisch uit te breiden heeft de regering sinds het sluiten van de convenanten ingezet op versterking van samenwerking en kennisuitwisseling tussen Rijk en regio. Dit gebeurt onder meer via projecten op het gebied van onderwijs, cultuur, media en taalbevordering. Het Rijk heeft eind 2023 € 75.000 ter beschikking gesteld aan het provinciefonds, bestemd voor ’t Hoes veur ’t Limburgs. Daarnaast heeft het Rijk € 75.000 aan de gemeente Weststellingwerf verstrekt voor de bevordering en bescherming van het Nedersaksisch ten behoeve van alle partners in het convenant Nedersaksisch.

Een erkenning onder deel II van het Europees Handvest voor regionale talen of talen van minderheden bieden voldoende ruimte om het Nedersaksisch en het Limburgs te beschermen, aangezien dit deel ook verplichtingen bevat om het gebruik van deze talen te beschermen en te bevorderen. Ik zie daarom geen directe aanleiding om de erkenning van het Nedersaksisch en het Limburgs uit te breiden naar deel III van het Handvest.

Om de bescherming en bevordering van het Nedersaksisch te verbeteren wordt momenteel het Convenant Nedersaksisch geëvalueerd. Na evaluatie van het convenant Nedersaksisch zal samen met de medeoverheden worden bezien hoe de bescherming van het Nedersaksisch beter kan worden ingevuld.

Vraag 13

Wat doet u of de regering om het gebruik van het Limburgs en Nedersaksisch(e streekdialecten) als tweede taal in het lokale onderwijs te bevorderen? Welke mogelijkheden ziet u hier meer aan te doen?

Antwoord op vraag 13

Het Ministerie van OCW heeft de afgelopen jaren gesprekken gevoerd met het SONT (Streektaalinstellingen in het Nedersaksisch Taalgebied), de provincie Limburg en gemeente midden-Groningen over het bevorderen van het gebruik van het Limburgs en Nedersaksisch in het lokale onderwijs. Dit waren positieve gesprekken waarin goede voorbeelden zijn gedeeld van de aanpak voor het Fries. Betrokkenen zijn gewezen op de recent geactualiseerde kerndoelen voor het leergebied Nederlands waarin meer aandacht is voor streektalen en taalvariëteiten.10

Zo is er in de definitieve conceptkerndoelen (hierna: kerndoelen) Nederlands expliciet aandacht voor verschillende talen en taalvariëteiten. Namelijk:

  • Kerndoel 1: «De school zorgt voor een rijke taal- en leesomgeving». Hierbij gaat het onder meer om «ruimte bieden aan verschillende talen en taalvariëteiten van leerlingen.»

  • Kerndoel 7: «De leerling verkent het gebruik van taal» en de doelzinnen:

    A: «De leerling verkent hoe je met taal uiting geeft aan identiteit.»

    B: «De leerling verkent taalvariatie en taalverandering in het Nederlandse taalgebied.» Hierbij gaat het onder meer om het «verkennen van het eigen talige repertoire in relatie tot hoe je wil overkomen en tot welke groepen je wil behoren: talen en taalvariëteiten, gebaren, lichaamstaal en om verkennen van verschillende taalvariëteiten van het Nederlands: school- en vaktaal, groeps- en streektalen.»

De geactualiseerde kerndoelen Nederlands worden momenteel vastgelegd in wet- en regelgeving en zijn naar verwachting per 1 augustus 2026 van kracht. De kerndoelen gelden als wettelijke opdracht voor iedere school in het funderend onderwijs en beschrijven de inhouden van het onderwijs in termen van kennis en vaardigheden. Dit betekent dat met de geactualiseerde kerndoelen scholen straks wettelijk verplicht zijn om aandacht te besteden aan verschillende talen en taalvariëteiten (van het Nederlands), waaronder bijvoorbeeld het Limburgs en Nedersaksisch. Verschillende talen en taalvariëteiten worden namelijk onderdeel van het landelijke curriculum. Het wordt een verplicht onderdeel van het landelijke curriculum. Hiermee geven we tevens invulling aan het coalitieakkoord waarin staat dat het kabinet de rijkstalen, regionale talen, streektalen en dialecten ondersteunt en stimuleert.

Vraag 14

Door het Rijk worden al veel projecten en programma’s ter bescherming en bevordering van streekdialecten financieel gesteund. Ziet u mogelijkheden deze projecten en programma’s uit te breiden naar meer provincies en gemeenten, om samenhang, reikwijdte en impact te vergroten?

Antwoord op vraag 14

In het convenant Limburgs is afgesproken dat de Provincie Limburg met betrekking tot het ontwikkelen van het Limburgse taalbeleid een voortrekkersrol heeft. In het convenant Nedersaksisch is afgesproken dat het primaat van de ontwikkeling van het beleid met betrekking tot het Nedersaksisch bij de Nedersaksische overheden ligt. Het is dus in eerste instantie aan deze partijen om te beoordelen of er noodzaak is en welke mogelijkheden er zijn om projecten en programma’s ter bescherming en bevordering van streekdialecten uit te breiden naar meer provincies en gemeenten.

Waar nodig ben ik bereid om een verbindende rol te spelen in het zoeken naar integraliteit van deze projecten.

Vragen van het lid van de OPNL-fractie

Vraag 15

U merkt op dat het orgaan DINGtiid zijn wettelijke basis kent in de Wet gebruik Friese taal en dat het orgaan als taak heeft om de gelijke positie van de Friese en Nederlandse taal in de provincie Fryslân te bevorderen. Het lid van de fractie van OPNL merkt op dat het werkprogramma een aantal interessante en belangwekkende thema’s agendeert, zoals de noodzaak van een breed gedragen langetermijnvisie voor het Fries. Dat sluit goed aan bij de gezamenlijke verantwoordelijkheid en zorgplicht van het Rijk en de provincie Fryslân voor de Friese taal en cultuur, zoals vastgelegd in artikel 2a van de Wet gebruik Friese taal. Ook de aandacht van DINGtiid voor het gebruik van het Fries in de rechtspraak wordt door het lid verwelkomd. Hij juicht het toe dat daarbij goed contact is met de rechtbank en Gerechtshof. Het lid zou het op prijst stellen als de Eerste Kamer geïnformeerd blijft over mogelijke adviezen of andere tussenverslagen van DINGtiid op beide punten: langetermijnvisie en zorgplicht enerzijds en gebruik van de Friese taal in de rechtspraak anderzijds. Kunt u dat toezeggen?

Antwoord op vraag 15

Ja, zodra daar aanleiding toe is, zal ik u tijdig op de hoogte houden van de ontwikkelingen.

Vraag 16

Verder merkt het lid op dat er in het bijgevoegde werkprogramma weinig of geen aandacht is voor de verdragsverplichtingen rond de publieke omroep (radio en televisie). Dit beleidsterrein valt onder de werking van artikel 11 van het Europees Handvest voor regionale talen of talen van minderheden, meer specifiek in artikel 11, eerste lid, sub a. Dit onderwerp werd plotseling (weer) actueel toen eind vorig jaar de positie van Omrop Fryslân in het geding dreigde te komen. Het lid merkt op dat Nederland met betrekking tot de publieke omroep in de eigen taal van de regio, achterblijft met vergelijkbare regio’s in Europa, waar de eigen taal een duidelijk juridisch geborgde positie heeft, zoals Wales, Catalonië en Baskenland. In beide voetnoten wordt dit nader toegelicht.11 Het lid zou in de loop van dit jaar graag een nadere reflectie van u ontvangen welke stappen en maatregelen voor het gebruik van de Friese taal in de publieke omroep nodig zouden zijn, zodat Nederland eveneens kan voldoen aan de verplichtingen die gelden onder artikel 11, eerste lid, sub a (i). Kunt u dat toezeggen? Bent u bereid om DINGtiid in het kader van het werkprogramma 2026–2027 te vragen wat er volgens DINGtiid nodig is om onder artikel 11 van het Handvest een betere bescherming te garanderen voor de positie van de Friese taal in de publieke omroep en welke rol een wijziging van de Mediawet daarin zou kunnen spelen? Bij die verkenning zouden de leden van DINGtiid kunnen nagaan welke aanpassing van de Mediawet nodig zou zijn om te borgen dat de positie van de Friese taal in publieke omroep op een vergelijkbaar niveau van bescherming wordt gebracht zoals die geldt voor het Welsh, het Catalaans en Baskisch.

Antwoord op vraag 16

Het kabinet onderschrijft het belang en de bijzondere positie van de Friese taal. Het Fries is naast het Papiaments een erkende minderheidstaal die onder deel III van het Europees Handvest voor regionale talen of talen van minderheden valt. Ook onder het Kaderverdrag zijn de Friezen een erkende minderheid. Beide verdragen brengen verplichtingen met zich mee ten aanzien van media.

Gelet op deze (internationale) verplichtingen is in de Mediawet 2008, naast het Nederlands, ook de Friese taal verankerd. De Mediawet faciliteert onder meer regionale en lokale publieke omroepen, waarmee ruimte wordt geboden voor het gebruik van regionale en streektalen, waaronder het Fries, en het uitdragen van regionale identiteit in bredere zin.

Op grond van artikel 7 van de Grondwet en artikel 2.88, eerste lid, van de Mediawet 2008 gaan omroepen zelf over de vorm en inhoud van hun programmering. Deze redactionele onafhankelijkheid is een fundamenteel uitgangspunt van het Nederlandse mediastelsel. Het is niet aan het kabinet om via nadere (inhoudelijke) voorschriften of aanvullende wettelijke maatregelen sturing te geven aan de concrete invulling van het taalgebruik binnen de programmering.

Gelet op het bestaande wettelijke kader en de reeds getroffen voorzieningen is het kabinet van oordeel dat Nederland voldoet aan de verplichtingen die voortvloeien uit artikel 11, eerste lid, onder a, sub i, van het Handvest. Het kabinet ziet daarom geen aanleiding om aanvullende stappen of maatregelen te treffen. De gevraagde toezegging kan niet worden gedaan. Daarmee is het kabinet op dit moment ook niet voornemens om DINGtiid te vragen hier verder onderzoek naar te doen.


X Noot
1

Samenstelling:

Beukering (Fractie-Beukering), Dessing (FVD), Dittrich (D66), Doornhof (CDA), Fiers (GroenLinks-PvdA), Van Gasteren (Fractie-Van Gasteren), Van der Goot (OPNL), Griffioen (D66), Van Gurp (GroenLinks-PvdA), Van Hattem (PVV), Janssen (SP), Janssen-van Helvoort (GroenLinks-PvdA), Karaaslan-Kilic (D66), Kroon (BBB), Lagas (BBB) (voorzitter), Van Langen-Visbeek (BBB), Lievense (BBB), Meijer (VVD) (ondervoorzitter), Moonen (D66), Nicolaï (PvdD), Perin-Gopie (Volt), Prins (CDA), Recourt (GroenLinks-PvdA), Van Rooijen (50PLUS), Roovers (GroenLinks-PvdA), Van de Sanden (Fractie-Van de Sanden), Schalk (SGP), Straus (VVD), Talsma (ChristenUnie), Van Toorenburg (CDA), Visseren-Hamakers (Fractie-Visseren-Hamakers), Walenkamp (Fractie-Walenkamp)

X Noot
2

Kamerstukken I 2025/26, 33 335, G.

X Noot
3

Voor het Welsh zijn onder art. 11 in totaal zes bepalingen onderschreven: 1a (i), 1d,1e (i) en 1f (ii), verder ook 2 en 3; voor het Catalaans en Baskisch in Spanje gelden negen bepalingen: 1a (i), 1 b (i), 1c (ii), 1d, 1e (i) en1f (ii), verder ook 2 en 3; voor het Fries in de provincie Fryslân vijf bepalingen: 1a (iii), 1b (ii), 1c (ii), 1f (ii) en verder 2; Toelichting: hier geldt dat onder art. 11, eerste lid, de bepaling 1a (i) geldt als het hoogste niveau van bescherming: (to ensure), de bepaling 1a (ii) zit op het middenniveau (to encourage and/or to facilitate), en de bepaling 1a (iii) zit op het laagste niveau van bescherming (to make adequate provision); Raad van Europa, Council of Europe, Conventions, Full list of Treaties nr. 148, Full list - Treaty Office nr. 148 (The Netherlands, Spain, United Kingdom).

X Noot
4

Dingtiid (2023). «Fries in de voorschoolse fase. Advies aan de Provincie Fryslân en de Rijksoverheid.»

X Noot
5

Kamerstuk II 2023/24, 36 410 VII, nr. 89

X Noot
6

Kamerstukken II 2025/2026, 33 335, nr. 25

X Noot
7

Kamerstukken II 2023/24, 36 410 VII, nr. 101.

X Noot
8

Kamerstukken II 2025/26, 26 643, nr. 1450, p. 13.

X Noot
9

Onderzoeksagenda Fryske Akademy 2023–2027

X Noot
11

Voor het Welsh zijn onder art. 11 in totaal zes bepalingen onderschreven: 1a (i), 1d,1e (i) en 1f (ii), verder ook 2 en 3; voor het Catalaans en Baskisch in Spanje gelden negen bepalingen: 1a (i), 1 b (i), 1c (ii), 1d, 1e (i) en1f (ii), verder ook 2 en 3; voor het Fries in de provincie Fryslân vijf bepalingen: 1a (iii), 1b (ii), 1c (ii), 1f (ii) en verder 2; Toelichting: hier geldt dat onder art. 11, eerste lid, de bepaling 1a (i) geldt als het hoogste niveau van bescherming: (to ensure), de bepaling 1a (ii) zit op het middenniveau (to encourage and/or to facilitate), en de bepaling 1a (iii) zit op het laagste niveau van bescherming (to make adequate provision); Raad van Europa, Council of Europe, Conventions, Full list of Treaties nr. 148, Full list – Treaty Office nr. 148 (The Netherlands, Spain, United Kingdom).


X Noot
1

Samenstelling:

Beukering (Fractie-Beukering), Dessing (FVD), Dittrich (D66), Doornhof (CDA), Fiers (GroenLinks-PvdA), Van Gasteren (Fractie-Van Gasteren), Van der Goot (OPNL), Griffioen (D66), Van Gurp (GroenLinks-PvdA), Van Hattem (PVV), Janssen (SP), Janssen-van Helvoort (GroenLinks-PvdA), Karaaslan-Kilic (D66), Kroon (BBB), Lagas (BBB) (voorzitter), Van Langen-Visbeek (BBB), Lievense (BBB), Meijer (VVD) (ondervoorzitter), Moonen (D66), Nicolaï (PvdD), Perin-Gopie (Volt), Prins (CDA), Recourt (GroenLinks-PvdA), Van Rooijen (50PLUS), Roovers (GroenLinks-PvdA), Van de Sanden (Fractie-Van de Sanden), Schalk (SGP), Straus (VVD), Talsma (ChristenUnie), Van Toorenburg (CDA), Visseren-Hamakers (Fractie-Visseren-Hamakers), Walenkamp (Fractie-Walenkamp)

X Noot
2

Kamerstukken I 2025/26, 33 335, G.

X Noot
3

Voor het Welsh zijn onder art. 11 in totaal zes bepalingen onderschreven: 1a (i), 1d,1e (i) en 1f (ii), verder ook 2 en 3; voor het Catalaans en Baskisch in Spanje gelden negen bepalingen: 1a (i), 1 b (i), 1c (ii), 1d, 1e (i) en1f (ii), verder ook 2 en 3; voor het Fries in de provincie Fryslân vijf bepalingen: 1a (iii), 1b (ii), 1c (ii), 1f (ii) en verder 2; Toelichting: hier geldt dat onder art. 11, eerste lid, de bepaling 1a (i) geldt als het hoogste niveau van bescherming: (to ensure), de bepaling 1a (ii) zit op het middenniveau (to encourage and/or to facilitate), en de bepaling 1a (iii) zit op het laagste niveau van bescherming (to make adequate provision); Raad van Europa, Council of Europe, Conventions, Full list of Treaties nr. 148, Full list - Treaty Office nr. 148 (The Netherlands, Spain, United Kingdom).

X Noot
4

Dingtiid (2023). «Fries in de voorschoolse fase. Advies aan de Provincie Fryslân en de Rijksoverheid.»

X Noot
5

Kamerstuk II 2023/24, 36 410 VII, nr. 89

X Noot
6

Kamerstukken II 2025/2026, 33 335, nr. 25

X Noot
7

Kamerstukken II 2023/24, 36 410 VII, nr. 101.

X Noot
8

Kamerstukken II 2025/26, 26 643, nr. 1450, p. 13.

X Noot
9

Onderzoeksagenda Fryske Akademy 2023–2027

X Noot
11

Voor het Welsh zijn onder art. 11 in totaal zes bepalingen onderschreven: 1a (i), 1d,1e (i) en 1f (ii), verder ook 2 en 3; voor het Catalaans en Baskisch in Spanje gelden negen bepalingen: 1a (i), 1 b (i), 1c (ii), 1d, 1e (i) en1f (ii), verder ook 2 en 3; voor het Fries in de provincie Fryslân vijf bepalingen: 1a (iii), 1b (ii), 1c (ii), 1f (ii) en verder 2; Toelichting: hier geldt dat onder art. 11, eerste lid, de bepaling 1a (i) geldt als het hoogste niveau van bescherming: (to ensure), de bepaling 1a (ii) zit op het middenniveau (to encourage and/or to facilitate), en de bepaling 1a (iii) zit op het laagste niveau van bescherming (to make adequate provision); Raad van Europa, Council of Europe, Conventions, Full list of Treaties nr. 148, Full list – Treaty Office nr. 148 (The Netherlands, Spain, United Kingdom).

Naar boven