Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Eerste Kamer der Staten-Generaal2017-201833258 nr. P

33 258 Voorstel van wet van de leden Van Raak, Fokke, Koşer Kaya, Voortman, Segers, Thieme en Klein houdende de oprichting van een Huis voor klokkenluiders (Wet Huis voor klokkenluiders)

34 105 Voorstel van wet van de leden Van Raak, Fokke, Koşer Kaya, Segers, Thieme, Klein en Voortman tot wijziging van de Wet Huis voor klokkenluiders

P1 BRIEF VAN DE MINISTER VAN BINNENLANDSE ZAKEN EN KONINKRIJKSRELATIES

Aan de Voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 2 februari 2018

Bij de behandeling van het wetsvoorstel Huis voor klokkenluiders in 2016 in de Eerste Kamer, is een wijzigingswet toegezegd in verband met het herstellen van enkele tekstuele onvolkomenheden en het realiseren van een benadelingsverbod voor niet-werknemers (motie Bikker).

Het bestuur van het Huis voor klokkenluiders heeft medio oktober 2017 opdracht gegeven aan een externe onderzoeker om onderzoek te verrichten naar het wettelijk en organisatorisch kader waarbinnen het Huis haar taken uitvoert. Het rapport van de externe onderzoeker is bij brief van 14 december 2017 (Tweede Kamer, vergaderjaar 2017–2018, 33 258, nr. 34) aangeboden aan de Tweede Kamer.

Op dit moment bereid ik een nadere schriftelijke reactie op het rapport voor en wordt in overleg met de interim-bestuurder bezien of voor de uitvoering van de aanbevelingen van de externe onderzoeker aanpassing van de Wet Huis voor klokkenluiders noodzakelijk is. In dat geval zullen de wijzigingen meegenomen worden in het wetsvoorstel dat momenteel in voorbereiding is. Ik verwacht uw Kamer hierover in het voorjaar te kunnen berichten.

Ik vertrouw erop u hiermee voldoende geïnformeerd te hebben.

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, K.H. Ollongren


X Noot
1

Letter P heeft alleen betrekking op wetsvoorstel 33 258.