33 204 Wijziging van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten en de Wet maatschappelijke ondersteuning in verband met invoering van een vermogensinkomensbijtelling voor de vaststelling van de eigen bijdragen voor zorg of voorzieningen op grond van die wetten

Nr. 22 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN VOLKSGEZONDHEID, WELZIJN EN SPORT

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 12 maart 2013

1. Inleiding

Sinds 1 januari 2013 geldt voor de vaststelling van de eigen bijdrage AWBZ en Wmo de zogenoemde vermogensinkomensbijtelling. Het van kracht worden van deze bijtelling heeft tot nog al wat reacties en vragen geleid, ook vanuit uw Kamer. Daarom heb ik met mijn brief van 29 januari 2013 (Kamerstukken II 2012/13, 33 204, nr. 21) enkele aspecten van de vermogensinkomensbijtelling verduidelijkt.

In vervolg daarop wil ik u met deze brief over het volgende informeren.

2. Beschikkingen eigen bijdrage voor AWBZ-zorg zonder verblijf en Wmo

Begin januari 2013 heeft het CAK de beschikkingen voor de eigen bijdrage voor AWBZ-zorg met verblijf verzonden. Zoals in eerdere antwoorden op Kamervragen is aangegeven, verstuurt het CAK, zoals elk jaar, deze maand de beschikkingen voor de eigen bijdrage voor AWBZ-zorg zonder verblijf en Wmo, alsmede de factuur voor de daadwerkelijke bijdrage over de eerste vierweeksperiode van dit jaar. Bij deze beschikking wordt voor het eerst ook het vermogen meegenomen. Voor de cliënten met vermogen kan daardoor de eigen bijdrage hoger uitvallen.

Gezien de forse omvang van het aantal cliënten met een eigen bijdrage AWBZ-zorg zonder verblijf en Wmo gebeurt het versturen van de beschikkingen en de eerste facturen voor deze eigen bijdrage niet in één keer, maar verspreid in de periode van een paar weken. Het totaal aantal cliënten dat een beschikking ontvangt bedraagt 600.000. Van die 600.000 cliënten gaat het om 250.000 cliënten met vermogen.

De eigen bijdrage die cliënten voor AWBZ-zorg zonder verblijf moeten betalen bedraagt € 13,60 per uur. Voor de Wmo hangt het af van het uurtarief dat de gemeente hanteert.

De eigen bijdrage is gemaximeerd. Dat maximum hangt af van het inkomen en sinds 1 januari 2013 ook van het relevante vermogen.

De beschikking bevat het bedrag dat cliënten in het nieuwe kalenderjaar, gezien hun inkomen en/of vermogen, maximaal per vier weken zouden moeten betalen. Daarnaast ontvangt de cliënt per vier weken een factuur gebaseerd op het daadwerkelijk geleverde aantal uren zorg met de daadwerkelijke bijdrage die hij over de vierweeksperiode moet betalen. De factuur over de eerste vierweeksperiode van dit jaar ontvangt de cliënt separaat van de beschikking, maar wel dezelfde dag of kort daarna.

Ter illustratie zijn in de bijlage1 voor een aantal huishoudens voorbeelden opgenomen waarin is aangegeven wat de eigen bijdrage per jaar is bij drie uur zorg per week en bij tien uur zorg per week.

3. Beschikkingen eigen bijdrage voor AWBZ-zorg met verblijf

Mede namens de Staatssecretaris van Financiën informeer ik u verder over het volgende.

In de hiervoor vermelde brief van 29 januari 2013 heb ik u geïnformeerd over beschikkingen met betrekking tot AWBZ-zorg met verblijf die waren gebaseerd op onjuiste informatie. Het ging in die brief om een kleine 4000 cliënten die vanwege de invoering van de vermogensinkomensbijtelling een onjuiste beschikking hadden gekregen. Als gevolg van een onjuistheid in de van de Belastingdienst ontvangen gegevens (voor de desbetreffende cliënten was abusievelijk een dubbele grondslag gehanteerd) was de eigen bijdrage te hoog vastgesteld. In de brief heb ik aangegeven dat deze cliënten ondertussen al een gecorrigeerde beschikking hadden gekregen.

Nadien is helaas gebleken dat er nog een aantal foutieve beschikkingen is verzonden. Bij een groep van ongeveer 1400 cliënten heeft de Belastingdienst geen rekening gehouden met de ouderentoeslag van de fiscale partner. Ook voor deze groep heeft het CAK inmiddels de juiste gegevens ontvangen en hebben de betreffende cliënten gecorrigeerde beschikkingen ontvangen. Ook bij deze groep valt de correcte beschikking lager uit dan de oorspronkelijke, foutieve beschikking.

Hoewel fouten altijd kunnen optreden, blijft het vervelend als het gebeurt. Gelukkig kon een en ander heel snel worden gecorrigeerd.

De staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, M.J. van Rijn


X Noot
1

Ter inzage gelegd bij het Centraal Informatiepunt Tweede Kamer

Naar boven