Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2011-201233177 nr. 2

33 177 Maak van een onschuldig kind geen slachtoffer

Nr. 2 INITIATIEFNOTA VAN HET LID BOUWMEESTER

Inhoud

 

Blz.

Inleiding

2

1. Probleem

4

2. De feiten op een rij

6

3. Huidige aanbod voor kind en moeder in detentie

8

4. Praktijkonderzoek

11

5. Conclusie

13

6. Beslispunten

14

7. Financiële verantwoording

16

Bijlage 1: lijst gebelde gemeenten door «Chantal Visser»

17

Inleiding

Kinderen van gedetineerde ouders zijn onschuldig, maar worden ook gestraft indien een ouder in detentie gaat. De ouder is tijdelijk weg, zit opgesloten. Ze worden gepest vanwege hun ouder, hebben te maken met gemis, verdriet, schaamte en boosheid.

Het taboe en de angst om hierover te praten, is groot. Hierdoor is niet altijd bij anderen bekend in welke ellendige situatie een kind verkeert. Als het wel bekend is, is er niet voor elk kind goede ondersteuning aanwezig. Terwijl uit cijfers blijkt dat deze kinderen een verhoogde kans hebben zelf problemen te ontwikkelen en het verkeerde pad op te gaan. Dit moet worden voorkomen. Voor kind, gezin en samenleving.

Misdaad moet bestraft worden, ook als het om ouders gaat, maar tegelijk moet worden voorkomen dat de onschuldige kinderen van gedetineerde ouders de dupe worden.

Gebleken is dat problemen bij alle kinderen van gedetineerde ouders spelen, maar vooral bij kinderen van alleenstaande moeders in detentie. Dan valt immers de enige verzorgende ouder weg. Dat is de reden dat indiener de nota specifiek richt op kinderen van alleenstaande moeders in detentie. Dat betekent ook dat de voorstellen voor de (alleenstaande) gedetineerde vader gelden.

Bij detentie van ouders moet er altijd aandacht zijn voor de negatieve gevolgen voor kinderen. Hoe minder steun een kind, tijdens detentie van een ouder, heeft van ouder(s) hoe beter we op deze kinderen moeten letten. Uiteraard altijd, vanuit de wens en in het belang van een kind.

Indiener vraagt al jaren aandacht voor dit probleem1. Voormalig staatssecretaris van Justitie Albayrak heeft dit opgepakt met het project «Betere Start». Voormalig Minister van Jeugd & Gezin Rouvoet, heeft op verzoek van indiener, beloofd een »kindcheck» in te voeren. Daarnaast hebben we toezeggingen van de huidige staatssecretaris Teeven dat hij alsnog werk gaat maken van die kindcheck. Deze maatregelen ondersteunt indiener ten zeerste, maar daarmee zullen de problemen van kinderen met een moeder in detentie nog niet worden opgelost. Het aanbod is te marginaal, de maatregelen staan los van elkaar en het kind staat niet centraal.

Om leed voor deze kinderen te voorkomen is de allerbeste oplossing dat ouders nooit een strafbaar feit begaan en goed voor hun kinderen zorgen. Helaas zit de wereld zo niet in elkaar. En daar gaat dit initiatief niet over. Indiener is wel van mening dat mensen met kinderen zich veel beter moeten realiseren welke negatieve gevolgen hun gedrag voor hun eigen kinderen heeft. Echter, met dat inzicht is een kind nu niet geholpen.

De problemen die kinderen ondervinden kunnen niet allemaal worden weggenomen. De ondersteuning van kinderen kan wèl voor een belangrijk deel worden verbeterd, waardoor de «detentieschade» voor kinderen minder wordt. Dat is dan ook onze plicht om te doen, een kind heeft het recht om veilig en gezond op te groeien (IVRK art 18).

Bij het symposium «Vrouwen in detentie» van 10 oktober 2011 verwoordde de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie Teeven de problematiek van het kind van gedetineerde moeders als volgt: «Méér dan gedetineerde vaders geven vrouwen die vastzitten aan, vaak te worstelen met hun rol als opvoeder en het functioneren als rolmodel voor hun kinderen. En met die kinderen zelf gaat het vaak ook niet goed. Wetenschappelijk onderzoek laat zien dat kinderen van criminele ouders een sterk verhoogd risico lopen om gedragsproblemen te vertonen – thuis, op school, in de buurt – en zelf ook op het criminele pad te belanden

Tijd voor actie, want het mag niet alleen bij de welgemeende woorden van de staatssecretaris blijven. Daarom heeft indiener deze nota opgesteld.

In deze nota worden concrete voorstellen gedaan om zoveel mogelijk te voorkomen dat kinderen de dupe worden van de detentietijd van de moeder. Hiervoor is samenhangende ondersteuning voor alle kinderen nodig. Daarmee wordt voorkomen dat kinderen problemen gaan ontwikkelen die gevolgen hebben voor de rest van hun leven. Dit zal kinderleed, maar ook de maatschappij kosten besparen, omdat wordt voorkomen dat de kinderen ernstige gedragsproblemen krijgen of criminaliseren.

1. Probleem

Kinderen zijn niet in beeld

Justitie is gericht op het opsluiten van de moeder. Dat is terecht, maar haar kinderen mogen hier niet de dupe van worden. En dat is nu wel het geval. Er is te weinig aandacht en erkenning voor de negatieve gevolgen van detentie voor kinderen. Kinderen zijn hierdoor niet in beeld. Waardoor kinderen van gedetineerde moeders niet altijd de aandacht en ondersteuning krijgen, die wel broodnodig is.

Stille en vergeten groep kinderen

Bij kinderen van gedetineerde moeders heerst een enorm taboe op detentie. Kinderen durven er niet over te praten. Er is sprake van schaamte, angst, verdriet en boosheid. «Mijn moeder woont tussen boeven, hoe kan dat?» is een gedachte die kinderen beangstigt. Daarnaast mogen kinderen er vaak niet over praten van moeder omdat zij bang is dat jeugdzorg haar kinderen afpakt en ze hen nooit meer mag zien. Het is een stille vergeten groep kinderen. Of men weet niet wat er aan de hand is. Weet men het wel, dan is er geen goede hulp. Stil en vergeten dus.

Geen zicht waar de kinderen tijdens detentie van moeder verblijven

Als moeder tijdens detentie geen goede opvang voor de kinderen heeft of erger nog; deze niet zoekt en kinderen geven zelf ook niets aan, dan ontstaan er in de praktijk schrijnende situaties.

Er zijn voorbeelden bekend waarbij de moeder werd opgepakt op het schoolplein en de kinderen alleen achterbleven. Niemand had bij de arrestatie bedacht wat er met die kinderen moest gebeuren die alleen op een schoolplein komen te staan als de school uit gaat.

Ook de situatie waarbij er tijdens detentie van moeder, de woning met een huurschuld van drie maanden werd ontruimd en er «opeens» minderjarige kinderen alleen bleken te wonen, komt vaak voor.

Organisaties die zich veelal op vrijwillige basis inzetten voor deze kinderen zoals Humanitas en Exodus, kennen heel veel van dit soort schrijnende voorbeelden.

Geen ondersteuning van kinderen

Voor kinderen is het heel heftig te horen dat moeder de gevangenis in moet. Een kind blijft alleen achter met verdriet, angst, schaamte en boosheid. Het effect van pestgedrag over de «criminele moeder» mag niet worden onderschat. De relatie met de moeder komt onder druk te staan.

Daarbij wordt een kind (als het goed gaat) tijdelijk door iemand anders opgevangen. Veel veranderingen tegelijk die vragen om begeleiding van het kind. Zowel in de periode voor, tijdens als na detentie van de moeder. Ook is het van belang om ondersteuning te bieden aan de perso(o)n(en) die het kind tijdelijk opvangt/opvangen. Het hoeft niet ingewikkeld en zwaar te zijn. Maar preventieve aandacht of concrete hulp indien nodig is van belang. Ook hiervoor geldt dat hulp niet voor elk kind beschikbaar is. Dat blijkt eveneens uit het veldonderzoek dat de PvdA heeft verricht.

Contact met de moeder is moeilijk, omdat bezoektijden veelal tijdens schooltijd zijn. Ook hebben niet alle kinderen begeleiding en geld om daadwerkelijk naar moeder te gaan. Terwijl ze dit wel willen.

Opvoedsituatie staat onder druk

De meeste kinderen gaan na detentie weer bij de moeder wonen (uiteraard alleen indien dit gezond, veilig en gewenst is). Het behouden van een band tussen moeder en kind is dus van groot belang.

Een gezonde kind-moederband behouden wordt onder deze omstandigheden wel heel ingewikkeld. Kinderen accepteren niet altijd meer het gezag van de moeder. «Waarom zou ik naar jou luisteren, jij moest voor straf de gevangenis is, dus jij bent geen goed voorbeeld». Dit is een opmerking die herkenbaar is voor vrouwen in of na detentie. Tegelijk worstelt een kind met boosheid, verdriet, schaamte. De moeder worstelt met dezelfde problemen, waardoor de opvoedsituatie onder druk staat. Om problemen te voorkomen moet niet alleen kind, maar ook moeder tijdens detentie worden ondersteund. Alleen als een moeder tijdens en na detentie een goede band met kind onderhoudt, is de kans op negatieve effecten op de opvoeding, ook op langere termijn, te beperken.

Aanbod ondersteuning schiet zwaar tekort

Het beschikbare aanbod voor hulp aan kinderen van moeders in detentie schiet zwaar te kort. Het aanbod aan ondersteuning voor kind en moeder is te beperkt, doordat het niet voor elk kind beschikbaar is, niet op tijd komt, er geen coördinatie en afstemming is, en het zeer verkokerd is georganiseerd.

Geen gecoördineerde aanpak

Het schaarse aanbod aan ondersteuning dat er is, staat los van elkaar en wordt niet gecoördineerd. Aangezien er bij deze doelgroep vaak ook problemen op gebied van onder andere zorg, opvoeding, werk, financiën en schulden spelen, is de hoeveelheid hulpverleners met plannen nog veel groter. Hierdoor is de aanpak niet effectief en efficiënt.

Conclusie

Er is geen erkenning van de problemen van kinderen. Evenmin is er oog voor het risico dat kinderen lopen om problemen te krijgen of te gaan veroorzaken. Er is ook geen erkenning voor het belang van behoud van goed contact tussen moeder en kind voor, tijdens en na detentie. Aanbod is niet voor elk kind beschikbaar, te laat, niet doorlopend en gecoördineerd. Tot slot is het aanbod dat er is, ook niet gericht op versterken van de eigen kracht van kind en moeder.

Gebreken in de zorg voor (kinderen van) gedetineerde moeders

Er is een gebrek aan:

  • Zorg voor kinderen bij aanvang van detentie (geen kindcheck)

  • Zorg voor kinderen gedurende detentie (ondersteuning kinderen en netwerk dat deze kinderen opvangt)

  • Ondersteuning voor de moeder tijdens detentie, zodat ze erna de kinderen kan opvoeden en niet weer de fout in gaat

  • Re-integratie/nazorg na detentie, «gezin weer op de rit krijgen»

2. De feiten op een rij

Verblijfsduur in detentie

Jaarlijks verblijven ruim 3000 vrouwen in één van de vijf penitentiaire inrichtingen voor vrouwen in Nederland. Waarvan 2500 vrouwen terug gaan naar een gemeente. Formeel hebben alle vrouwen recht op nazorg na detentie2 maar slechts 125 moeders krijgen deze nazorg.

De gemiddelde verblijfsduur is 84 dagen (lager dan de gemiddelde verblijfsduur bij mannen die 120 dagen bedraagt). In totaal verblijft 57% van de 3000 vrouwen korter dan een maand in detentie, 30% verblijft tussen een maand en een half jaar in detentie. En vijf procent van de gedetineerde vrouwen verblijft daar langer dan een jaar.

Woonruimte

De meeste gedetineerde vrouwen zijn afkomstig uit de grote steden: 57%. Hiervan komt 28% uit G4-gemeenten. 25% is afkomstig uit één van de kleinere gemeenten in Nederland. Van de rest ligt de gemeente van herkomst in het buitenland, is de gemeente van herkomst onbekend of betreft het vrouwen zonder vaste woon- of verblijfplaats. Dat betekent dat in in 15 van de 431 gemeenten de problematiek van vrouwen regelmatig voorkomt en bekend zou moeten zijn. In alle andere gemeenten niet.

De gemeenten dragen verantwoordelijkheid voor de nazorg, maar nemen feitelijk geen verantwoordelijkheid voor het aanbieden van gecoördineerde ondersteuning voor een gezin. Sterker nog, niemand neemt deze verantwoordelijkheid, waardoor de vraag niet bij gemeenten aankomt of wordt erkend. Dat neemt niet weg dat zorg aan deze groep kinderen en hun moeders wel geboden moet worden.

Sociaaleconomische situatie

  • Van de vrouwen in detentie is ongeveer 70% moeder van gemiddeld twee kinderen. Deze kinderen krijgen te maken met schuldgevoelens, loyaliteitsconflicten, financiële problemen, sociale afwijzing en een ernstige verstoring van gezinsrelaties. Diverse onderzoeken hebben uitgewezen dat kinderen van gedetineerde moeders een risicogroep vormen. Kinderen van gedetineerde moeders vertonen op school moeilijk of zelfs agressief gedrag, spijbelen vaker en verstoren de rust in de klas3.

  • Kinderen van gedetineerde ouders ondervinden niet alleen tijdens de detentie problemen. De negatieve uitkomsten kunnen zich tot ver na de detentieperiode uitstrekken. Onderzoek liet zien dat 10–30 procent van de minderjarige kinderen van gedetineerde ouders is aangehouden door de politie4. Het schadelijke langetermijneffect van detentie op kinderen is volgens Murray groter dan het effect van andere traumatische gebeurtenissen die scheiding van de ouder impliceren, zoals echtscheiding, ziekte of overlijden van een ouder5.

  • Uit de literatuur blijkt tevens dat kinderen lang niet altijd bij vader wonen ten tijde van de detentie van moeder, omdat vader vaak niet in beeld is, of onbekend, of zelf gedetineerd is. Soms is de vader overleden. De relaties tot de kinderen van andere verzorgers zijn divers.Het kan gaan van grootouders tot buren6. De zorg voor een kind met (een) gedetineerde ouder(s) blijkt daarnaast voor de andere verzorger vaak een grote last7. Die last zit bijvoorbeeld in financiële zorgen of zorg over de relatie tussen moeder en kind. De opvoedingsstress van deze verzorgers wordt veelal als hoog gerapporteerd8. De meeste kinderen verblijven in het eigen netwerk van de moeder. Pleegzorg ziet dan geen taak, omdat «het al geregeld zou zijn». Een check wordt echter op geen enkele manier uitgevoerd.

  • De detentieperiode heeft vaak (meer) armoede tot gevolg. Voor kinderen in de middelbare schoolleeftijd wordt verder gesproken over stigmatisering en uitsluiting8. Deze factoren kunnen resulteren in slechte schoolprestaties en spijbelgedrag. Bij kinderen van gedetineerde ouders worden als voorkomende klachten en problemen genoemd: hyperactiviteit, agressie, depressie, posttraumatische stress, slaapproblemen, eetproblemen, weglopen, alcohol- en druggebruik4.

  • Behalve de kinderen, vormen ook de gedetineerde moeders zelf een kwetsbare groep in de samenleving. Het betreft vaak jonge, ongehuwde allochtone vrouwen met traumatische ervaringen in het verleden, een laag opleidingsniveau, een onderbroken arbeidsverleden, schulden en gebrekkige of geen vaste woonruimte11.

  • Betrokken moeders ervaren vaak een grote afstand tot de reguliere hulpverleningsinstanties, waardoor moeders en kinderen buiten beeld blijven. Onderzoek van het Verwey-Jonker Instituut12 toont aan dat de zorg voor (ex-) gedetineerde moeders en hun kinderen nog veel aandacht behoeft12.

  • Tot slot wordt sociale uitsluiting van zowel moeder als het kind genoemd als problematische consequentie van de detentie van de moeder14.

3. Huidige aanbod voor kind en moeder in detentie

Zoals reeds eerder gesteld, moet moeder terecht haar straf uitzitten. Maar het kind mag hiervan niet de dupe worden. Zoals reeds eerder aangegeven, is het huidige aanbod te weinig, te laat, niet gecoördineerd en verkokerd. Indiener erkent het summiere aanbod dat er nu is. Kritiek is vooral dat het beter kan en moet. Hieronder een summiere weergaven van het aanbod.

Baby’s en kleine kinderen

In Nederland mogen baby’s tot zes maanden oud bij hun moeder in de gevangenis verblijven. Het is van groot belang dat na de geboorte moeder en kind de kans krijgen zich te hechten. Goede hechting is belangrijk voor de ontwikkeling van het kind op zowel emotioneel als sociaal vlak. Na zes maanden moet er voor het kind andere opvang geregeld worden.

Een enkele keer kan een kind tot zijn vierde jaar bij moeder in de gevangenis verblijven. In de vrouwengevangenis Ter Peel zijn voorzieningen getroffen waar moeder en kind samen kunnen wonen, het zogeheten moeder-met-kindhuis. In dit moeder-met-kindhuis is plaats voor vijf moeders met hun kind. Eén van de voorwaarden om hier te mogen verblijven, is dat moeder vrij komt voordat het kind vier jaar wordt.

Opvoedondersteuning «Betere Start»

In 2007 is er een training gestart die opvoedondersteuning biedt aan een beperkte groep gedetineerde moeders van kinderen tussen de twee en tien jaar, «Betere Start». Hier worden de moeders opvoedingsvaardigheden bijgebracht zodat ze de opvoeding van hun kind(eren) na detentie goed kunnen oppakken.

Deze opvoedondersteuning start de laatste drie maanden van de detentie van de moeder. Uit de voorlopige resultaten van het onderzoek lijkt dat bij de kinderen die hebben deelgenomen aan «Betere Start», de risicofactoren voor later delinquent gedrag afnemen. Ook lijken de gedragsproblemen van deze kinderen af te nemen. Dit zijn echter voorzichtige aannames die pas in 2012 als het eindresultaat van het onderzoek uitkomen definitief worden.

«Betere Start» is een goed initiatief, maar deze opvoedingsondersteuning wordt slechts aan een beperkte groep aangeboden. Het grootste deel van de moeders is korter dan drie maanden in detentie en komt daarom niet in aanmerking voor opvoedingsondersteuning. Bovendien begint de ondersteuning pas bij de laatste drie maanden van de detentie, terwijl opvoedondersteuning en goed contact houden met kinderen gedurende de hele detentieperiode zou moeten plaatsvinden. Onderzoeker van dit programma De heer Castro van de Universiteit Utrecht, ziet «Betere start» zelf ook als noodzakelijk onderdeel, van een nog veel noodzakelijker geheel. Moeders en kinderen redden het aantoonbaar niet met alleen «Betere Start». Dit is het middentraject dat aan effectiviteit wint als voor en na traject ook geregeld zijn.

«Betere Start» is dus een goede interventie, maar te beperkt.

Bezoektijden

De tijden waarop kinderen op bezoek kunnen, zijn onlangs verruimd. Maar helaas kunnen nog te veel kinderen (die dat zelf willen) niet op bezoek bij hun moeder omdat de afstand te groot is, er geen geld of begeleiding voor de reis is, of jeugdzorg geen toestemming geeft.

Naast de wekelijkse bezoektijden, zijn er speciale bezoektijden voor moeder en kind. Deze bezoektijden zijn slechts één keer per maand. De regulier wekelijkse bezoektijden zijn wel toegankelijk voor kinderen, maar zijn onder schooltijd.

De praktijk is dus dat het kind de moeder slechts een keer per maand ziet (met uitzondering van de vakantieperiode). Daarnaast zijn de moeder-kindbezoektijden voor kinderen tot twaalf jaar. Ben je ouder, dan wordt het moeilijker om je moeder te bezoeken. Dat schaadt de band tussen moeder en kind als zij elkaar vaker willen zien. Bij het instellen van de bezoektijden gaat men meer uit van de praktische uitvoering van de bezoektijden, dan van het belang van het kind.

Programma Terugdringen Recidive

Het justitieel beleid is terecht vooral gericht is op het terugdringen van recidive. Daarom is er in de vorige Kabinetsperiode een programma Terugdringen Recidive voor gedetineerden gestart. Het doel hiervan is de kans op verbeteren van het leven na detentie te vergroten.

Gedetineerden kunnen onder bepaalde voorwaarden hieraan meedoen. Zo moet er een strafrestant zijn van minimaal drie maanden. Omdat slechts een zeer beperkt aantal gedetineerde vrouwen voldoet aan de criteria van het programma Terugdringen Recidive lopen de meeste vrouwen deze ondersteuning mis.

Nazorg coördinator gemeente

Elke gemeente moet een coördinator nazorg hebben die zich richt op terugkeer na detentie. In de praktijk richten deze coördinatoren zich met name op veelplegers en groepen die overlast bezorgen. Hierdoor blijft het overgrote deel van de genoemde doelgroep buiten beeld. «Lawaaimakers zijn in beeld, stille onschuldige kinderen niet». Lees hierover meer onder het kopje «Casus Chantal Visser».

Kindcheck

De PvdA heeft eerder gewezen op de schrijnende situatie waarbij kinderen alleen in een huis achterblijven als moeder de gevangenis in gaat. Moeder en kinderen vragen geen hulp, uit angst voor jeugdzorg.

Gevolg dat kinderen soms alleen zonder eten, voedsel en begeleiding in huis zijn. Daarom heeft de PvdA in 2008 verzocht een kindcheck in te voeren, waarbij gecontroleerd wordt of er kinderen zijn en of die ergens verantwoord verblijven tijdens detentie.

Onder verantwoordelijkheid van Minister Rouvoet is afgesproken dat deze kindcheck zou worden uitgevoerd bij arrestatie, en herhaald bij aanvang van de detentie. Deze kindcheck, die moet voorkomen dat kinderen van gedetineerde moeders «vergeten» worden, is een prachtig instrument, maar is nog vrijwel nergens ingezet. Het is een papieren werkelijkheid.

Centra Jeugd en Gezin

De Centra voor Jeugd en Gezin (CJG’s) zouden, volgens toenmalig Minister Rouvoet, een aanbod moeten hebben voor deze specifieke groep kinderen. Aangezien het een stille groep kinderen is en nog een relatief kleine groep ook, is de problematiek onbekend.

Uit ons veldonderzoek blijkt dat gemeenten en CJG geen idee hebben wat te doen of waarnaar te verwijzen als een moeder die in detentie moet, zich meldt voor hulp. En de meeste moeders melden zich niet of durven zich niet te melden.

Belangijker nog, het gaat niet alleen om «een programmaatje» voor een kind. Een gecoördineerde aanpak is nodig.

Overige instanties

Gedetineerde moeders ervaren vaak een grote afstand naar reguliere instanties, vanwege angst dat de kinderen hen worden ontnomen en het gevoel van falen en schaamte.

Vrijwilligersorganisaties Humanitas en Exodus zijn in dit gat gesprongen en bieden laagdrempelige ondersteuning aan, waarbij de focus wel ligt op het kind.

Zo heeft Humanitas bijvoorbeeld ruim 100 vrijwilligers actief in de vijf vrouwengevangenissen die Nederland kent. Onlangs zijn ze gestart met een ondersteuningsprogramma voor kinderen, «wie let er op de kleintjes».

Exodus heeft bijvoorbeeld een opvanghuis voor ex-gedetineerde moeders en vrijwilligers brengen en halen kinderen die hun moeder willen bezoeken.

Beide organisaties hebben eveneens leer- en lesmateriaal ontwikkeld voor de moeder om ze te ondersteunen bij de opvoeding tijdens en na detentie. Een ontzettend goed en gewaardeerd initiatief. Een lesboek zonder ondersteuning is helaas niet zo effectief.

Deze initiatieven en vooral de vrijwilligers verdienen een groot compliment. Echter, deze instrumenten bestaan los van elkaar. Er is niet één instantie verantwoordelijk voor het gehele traject van voor detentie tot na detentie. Daardoor is het huidige aanbod onvoldoende, niet voor elk kind beschikbaar en dus niet effectief genoeg.

4. Praktijkonderzoek

Casus Chantal Visser

Voormalig Minister van Jeugd&Gezin, Rouvoet, ging ervan uit dat gemeenten en de CJG’s precies wisten wat ze moesten doen als een moeder belt die de gevangenis in moet. Indiener heeft naar aanleiding van deze stelling in de praktijk onderzocht in hoeverre dat het geval is.

Uit dit onderzoek moet indiener concluderen dat gemeenten en de CJG’s niet weten wat zij moeten doen als een moeder die in detentie gaat hen om hulp vraagt. Terwijl, volgens de gemaakte afspraken met Justitie, juist de gemeenten zich verantwoordelijk moeten voelen voor het gezin waar gedetineerde de verantwoordelijkheid voor heeft. Mede door deze onwetendheid is er meer kans op schade aan het kind omdat goede zorg uitblijft.

Het onderzoek

In dit onderzoek heeft indiener een fictief geval van een moeder die de gevangenis in moet, steekproefsgewijs voorgelegd aan een aanzienlijke aantal Nederlandse gemeenten, CJG» s, bureau Jeugdzorg en maatschappelijk werk. Dit met de bedoeling om inzicht te krijgen of er, los van de Haagse beleidstaal, daadwerkelijk een goed vangnet is voor deze gevallen.

Fictief persoon

Casus Chantal Visser, alleenstaande moeder

  • 34 jaar

  • 2 kinderen van 6 jaar en 12 jaar

  • Moet over 4 weken de gevangenis in voor 4 maanden

Het verhaal dat Chantal aan de telefoon vertelde:

«Ik ben Chantal en ik moet binnenkort voor vier maanden de gevangenis is en ik zoek hulp voor mijn kinderen. Ze gaan even bij de buurman wonen, dat is goed, maar ze hebben ook iemand nodig om mee te praten als ik er niet ben. Ze zijn nogal boos op mij en verdrietig dat ik wegga. Ik hoorde dat jullie mij kunnen helpen.»

Reactie gemeenten en/of Central Jeugd en Gezin (CJG)

Indiener heeft anoniem gebeld in 61 gemeenten en gevraagd waar zij hulp kon krijgen nu zij voor enkele maanden gedetineerd zou worden.

Deze alleenstaande moeder werd overal naar verwezen, maar kreeg niet de hulp die ze nodig had. Slechts een gemeente verwees naar een bestaand ondersteuningsprogramma van Humanitas, «gezin in balans», en dat is de gemeente Eindhoven.

Alle andere gemeenten verwezen door naar andere instanties die vervolgens ook niet wisten wat ze moesten doen. De vraag was preventieve hulp, het meest gegeven antwoord «vraag eerst een indicatie aan».

Bovendien is het vakjargon van de mensen die wij gesproken hebben vaak zo ambtelijk dat het moeilijk te volgen is. Het resultaat is dat deze moeder heel veel mensen aan de lijn heeft gehad, maar niemand kon haar en haar kinderen iets bieden.

Een paar uitspraken op een rij

  • 1. «eerst een indicatie halen bij het CIZ», dat duurt 8 weken, dan nemen wij aanvragen in behandeling (moeder belde dus op om problemen te voorkomen)

  • 2. «waarom bent u dan ook zo stom om uw kinderen dit aan te doen, wij kunnen u dus niet helpen, pas als u uit de gevangenis komt»

  • 3. «het is Kermis in de stad, dan kunt u toch niet bellen» (stad in Noord-Holland)

  • 4. «uw kind heeft nog geen indicatie bij jeugdzorg, dan kunnen we niets doen. Er is dan toch geen probleem?»

  • 5. «als u in de gevangenis zit en het gaat mis, dan mag u altijd bellen»

  • 6. «het CJG biedt vanaf volgende maand woensdag speltherapie aan, wilt u langskomen met uw kinderen» (moeder zit dus vast dan)

  • 7. «mevrouw wat goed dat u belt, ik zou u heel graag helpen, maar ik weet niet wat ik of iemand anders kan doen»

We kunnen niet vaak genoeg benadrukken dat als een misdaad is begaan, de veroordeelde gestraft moet worden. Als dat een gevangenisstraf is, dan geldt dat dus ook voor een alleenstaande moeder. Echter, als deze moeder hulp zoekt of nodig heeft, om ten eerste haar leven te beteren en ten tweede verdere problemen te voorkomen, dan is het heel wrang als die hulp er niet is, niet geleverd wordt of onvindbaar lijkt. Het is tevens onvoorstelbaar dat deze moeder wordt verwezen naar een andere instantie of te suggereren dat er eerst een indicatie afgegeven moet worden voordat hulp geboden kan worden.

Uit dit onderzoek wordt ook duidelijk dat gemeenten de hulp aan gedetineerde moeders met name richten op de nazorg. Deze moeder kwam echter met een verzoek om gezinsbrede ondersteuning om problemen te voorkomen.

Dit onderzoek wijst ook uit dat er medewerkers bij gemeenten werkzaam zijn die graag willen helpen en erg aardig zijn, maar geen idee hebben hoe zij kunnen helpen.

Conclusie

Op lokaal niveau wil men wel helpen, maar men weet zelden of nooit hoe hulp geboden moet worden. Om het scherp te formuleren: lokaal is niemand probleemeigenaar en men verwijst dan maar door. Dit kost geld, tijd en energie en niemand is hiermee geholpen, de kinderen zeker niet.

Dat moet veel beter. Het gaat om een beperkte groep moeders die met hun kinderen in beeld horen te zijn vanaf de arrestatie. Regel vanaf dat moment een coördinator die regelzaken, ondersteuning en welzijn van kind in de gaten houdt. Voor, tijdens en na detentie. Dat is goed voor kind en ouder, voorkomt problemen voor gezin en samenleving en scheelt veel geld.

Probleem

Het onderzoek van de indiener maakt duidelijk wat de problemen zijn ten aanzien van de opvang van kinderen van gedetineerde moeders, namelijk dat er

  • 1. geen of een versnipperd en onvindbaar aanbod is

  • 2. geen erkenning is dat kinderen van gedetineerde moeders een hoog risico lopen problemen te krijgen of te veroorzaken

5. Conclusie

In eerste instantie moet voorkomen worden dat een ouder de fout in gaat, zodat geen detentie wordt opgelegd, maar daar gaat deze notitie niet over. Als detentie wordt opgelegd, dan worden onschuldige kinderen de dupe en dat wil indiener voorkomen. Onschuldige kinderen mogen niet gestraft worden voor de daden van hun ouders.

Het gaat om kinderen die, om reeds opgesomde redenen, een hoog risico lopen om problemen te krijgen en zelf van het rechte pad te verlaten. Veel kinderen gaan na detentie (als dat in hun belang is) weer terug naar moeder. Het is daarom van groot belang dat naast de kinderen, ook de moeder ondersteuning krijgt voor, tijdens en na detentie, zodat ze daarna haar kinderen kan opvoeden en zich gedraagt. Dat is goed voor een kind, voorkomt problemen en bespaart geld.

Uit de literatuur en praktijk blijk dat er een gebrek is aan een gecoördineerd aanbod van ondersteuning voor kinderen en hun moeder. Enerzijds komt dat doordat deze kinderen een stille groep zijn. Ze schreeuwen niet om aandacht, maar ze schamen zich. Om die reden neemt moeder ook niet altijd haar verantwoordelijkheid om hulp te vragen. Anderzijds is het een vergeten groep, omdat niet erkend wordt dat ze een hoog risico lopen problemen te krijgen of veroorzaken. Voor een «stille vergeten groep» is hulp nu niet makkelijk te vinden.

Ook blijkt uit onderzoek dat het huidige aanbod ten eerste te marginaal is. Het is niet voor elk kind beschikbaar en vaak niet op tijd. Daarnaast is het niet gecoördineerd, waardoor er «van alles» los van elkaar wordt aangeboden, maar de effectiviteit daardoor deels verdwijnt. Ten derde is er niet een samenhang in tijd, zodat doorgaande hulp voor, tijdens en na detentie niet aansluit. Tot slot worden de kinderen van gedetineerde ouders keihard vergeten.

Kortom er is een gecoördineerde aanpak nodig waarbij vanuit belang van kind ondersteuning wordt geboden voor, tijdens en na detentie. Doel eigen kracht versterken, daardoor problemen voorkomen, zodat men op eigen benen kan staan. «Een gezin, een plan» is het doel. Een kind heeft immers het recht om veilig en gezond op te groeien (IVRK art 18).

6. Beslispunten

Geconcludeerd is dat kinderen van gedetineerde moeders betere ondersteuning nodig hebben, om problemen voor henzelf en anderen te voorkomen.

Om dat te bereiken stelt indiener drie beslispunten voor

1. Eén gezin, één plan: beheerd door een gezinscoördinator

Er moet een gezinscoördinator komen per gedetineerde moeder

Gezien de meervoudige problematiek is het van groot belang dat er bij één gezin, één plan komt, met één gezinscoördinator. Ondersteuning voor, tijdens en na detentie moet een doorlopend geheel zijn. Gericht zijn op versterken van eigen kracht, voorkomen van problemen en bieden van praktische hulp. Hierbij dient het belang van het kind nadrukkelijk centraal te staan.

Een gezinscoördinator wordt aangesteld door de gemeentelijk coördinator detentie. Deze gezinscoördinator kan samen met vrijwilligers het gezin voor, tijdens en na detentie begeleiden. Bij zorg, financiën, werk et cetera. De coördinator heeft de verantwoordelijkheid en regie. De coördinator kan vrijwilligers inzetten voor praktische zaken, zoals begeleiding van bezoek. Deze werkwijze wordt momenteel al in de praktijk gebracht door medewerkers van Humanitas bij het project «Gezin in balans». Helaas is in de huidige situatie niet voor elk gezin een coördinator of vrijwilliger beschikbaar.

2. Samenhangend aanbod ondersteuning

Elk kind heeft recht op passende ondersteuning

Kinderen en moeders hebben voor, tijdens en na detentie ondersteuning nodig om (verdere) problemen te voorkomen. Daarom is een samenhangend ondersteuningsaanbod nodig dat loopt van preventieve aandacht, lichte ondersteuning, tot zwaardere hulp voor deze kinderen en hun moeder. Niet elk kind hoeft meteen in een gespreksgroep, het gaat erom dat er een «gereedschapskist» aan interventies komt, waaruit op maat gekozen kan worden. Uitgangspunt is verergeren van problemen te voorkomen. Deels is er al een aanbod. En kan worden voortgeborduurd op deze reeds bestaande effectief bewezen programma’s, zoals «Betere Start» en Gezin in balans. Dit aanbod moet worden verdiept en ingebed in een breder geheel. Verdere ontwikkeling is dus nodig. De Universiteit Utrecht die hierover veel kennis heeft, zou dit uit kunnen werken.

Belangrijkst is dat een interventie ook voor elk kind beschikbaar is.

3. Contactmogelijkheden met moeder en lotgenoten

Bezoek en contactmogelijkheden aanpassen aan kind

Bezoektijden

Aangezien de meeste kinderen na detentie weer bij hun moeder gaan wonen is het van belang om de band in stand te houden tijdens detentie (uiteraard indien kind dit wil en het in het belang van het kind is).

Om die band te versterken moeten bezoektijden en mogelijkheden kindvriendelijk gemaakt worden. De gezinscoördinator zorgt ervoor dat elk kind de moeder ook daadwerkelijk kan zien. Belemmeringen zoals kosten van vervoer of gebrek aan begeleiding naar de penitentiaire inrichting worden door de gemeente vanuit de WMO vergoed. Begeleiding en ondersteuning moet, indien nodig, beschikbaar zijn na het bezoek aan de moeder.

Online contact met moeder

Kinderen en moeders moeten de mogelijkheid krijgen met elkaar te chatten als het kind daar behoefte aan heeft. Ga hierbij uit van de wensen van het kind.

Lotgenotengroepen

Kinderen voelen zich als kind van een gedetineerde moeder al een buitenbeentje. Daarnaast zijn ze niet zelden het slachtoffer van pestgedrag. Bied de kinderen de mogelijkheid om met lotgenoten te kunnen communiceren. Dit moet aansluiten bij de belevingswereld van de kinderen. Aanbod zou daarom digitaal en anoniem kunnen zijn. Bijvoorbeeld www.survivalkid.nl. Deze site is voor kinderen van ouders in de GGZ, de XL versie voor kinderen van ouders in de forensische GGZ.

Kindcheck

De kindcheck moet uitgevoerd worden, zoals deze ooit is bedoeld en toegezegd. Bij de arrestatie van de moeder checkt de politie of er kinderen zijn. Dit is eenvoudig te achterhalen in de gemeentelijke basisadministratie. Op het moment dat duidelijk is dat moeder de gevangenis in moet, wordt de gemeentelijke coördinator detentie ingeschakeld. Deze coördinator schakelt vervolgens een gezinscoördinator in die de ondersteuning aan het gezin voor, tijdens en na detentie begeleidt.

De eerste taak is controleren of een kind bij afwezigheid van moeder veilig verblijft. Vervolgens coördineert de gezinscoördinator de vervolgacties indien dit niet het geval is. Uitgesloten moet worden dat het kind vergeten wordt, omdat moeder niet meldt dat ze kinderen heeft.

7. Financiële verantwoording

Indiener sluit met haar voorstellen aan bij de bestaande mogelijkheden. Zij vraagt om het coördineren van die mogelijkheden. Door de bestaande ondersteuning te stroomlijnen kan veel efficiënter en effectiever worden gewerkt, wat uiteindelijk een besparing oplevert.

De kosten die gemaakt moeten worden om per moeder een gezinscoach aan te stellen, zullen op termijn worden gecompenseerd. Verder is de indiener van mening dat met deze voorstellen veel problemen bij met name de kinderen van gedetineerde moeders wordt voorkomen. De indiener denkt daarbij aan psychologische problemen, gedragsproblemen en criminele activiteiten.

Op termijn betekent deze zorgvuldige begeleiding van de kinderen ten tijde van de detentie van de moeder een minder zware druk op de jeugdzorg, de strafrechtelijke keten, de geestelijke gezondheidszorg. En deze voorkomt problemen op school.

Het allerbelangrijkste is dat wordt voorkomen dat kinderen kansloos opgroeien en het rechte pad verlaten. Dat maakt kinderen sterk, voorkomt slachtoffers en bespaart heel veel geld.

Bijlage 1: lijst gebelde gemeenten door «Chantal Visser»

Onderstaande gemeenten en instellingen en CJG’s in die gemeenten heeft indiener gebeld.

Aa en Hunze

Haarlem

Aalsmeer

Hardenberg

Aalten

Hardinxveld-Giesssendam

Alblasserdam

Heeze-Leende

Alblasserwaard

Heiloo

Almere

Hellendoorn

Alphen aan de Rijn

IJburg

Ameland

Leeuwarden

Amersfoort

Leiden

Amstelveen

Lelystad

Amsterdam

Middelharnis

Andijk

Midden-Delfland

Anna Paulowna

Midden-Drenthe

Berkelland

Mill en Sint Hubert

Den Haag

Millingen aan de Rijn

Didam

Moerdijk

Eindhoven

Emmen

Montferland

Enkhuizen

Montfoort

Enschede

Mook en Middelaar

Epe

Muiden

Ermelo

Naarden

Etten-Leur

Nederbetuwe

Ferwerderadiel

Nederlek

Franekeradeel

Nederweert

Geertruidenberg

Neerijen

Geldermalsen

Niedorp

Geldrop-Mierlo

Roosendaal

Gemert-Bakel

Rotterdam

Gennep

Sittard-Geleen

Goes

Tilburg

Groningen

Utrecht


X Noot
1

Tweedekamer 2008–2009, nr. 31 700 XVII, nr. 19, motie Bouwmeester cs; Tweedekamer 2010–2011, 24 587, nr. 406 motie Bouwmeester cs.

X Noot
2

Uitstroomcijfers van de Dienst Justitiële Inrichtingen 2010.

X Noot
3

Wolleswinkel, Gevangen in moederschap, Gouda Quint, Deventer, 1997; Harbers, Kinderen met een gedetineerde vader, psychosociale problematiek en preventie en doctoraalscriptie, 2002; van Nijnatten, Detention en development. Perspective of children and prisoners, Forum Verlag Godesberg, 1998; Murray, The cycle of punishment. Social exclusion of prisoners and their children. 2007.

X Noot
4

Gable and Johnston, Children of incarcerated parents, New York 1995; Myers ea, Children of incarcerated mothers, artikel uit Journal of child and family studies, 2006.

X Noot
5

WODC-onderzoek: Kinderen van gedetineerde moeders VU 2009, Slotboom.

X Noot
6

Braam ea, Moeders in detentie en de omgang met hun kinderen, Uitgave Verwey Jonker instituut 2007; Slotboom ea., Gedetineerde vrouwen in Nederland: over import- en deprivatiefactoren bij detentieschade. Amsterdam: Vrije Universiteit 2008, Wolleswinkel, Gevangen in moederschap, Gouda Quint, Deventer, 1997.

X Noot
7

Arditti ea.. Saturday morning at the jail: Implications of incarceration for families and children. Family Relations 2003.

X Noot
8

Myers ea, Children of incarcerated mothers, artikel uit: Journal of child and family studies, 2006.

X Noot
11

Bloom, Owen & Covington, Gender-responsive strategies: Research,practice and guiding principles for women offenders, Washington 2005; Brandsma, Genderspecifieke re-integratie voor ex-gedetineerde vrouwen met «Toekomst in Balans»?; afstuderscriptie 2007.

X Noot
12

Braam ea, Moeders in detentie en de omgang met hun kinderen, Uitgave Verwey Jonker instituut 2007.

X Noot
14

Murray, The cycle of punishment. Social exclusion of prisoners and their children.2007.