Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2017-201833037 nr. 229

33 037 Mestbeleid

Nr. 229 BRIEF VAN DE MINISTER VAN LANDBOUW, NATUUR EN VOEDSELKWALITEIT

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 14 november 2017

In de media is de afgelopen dagen aandacht geschonken aan fraude in de mestketen. Ik ben bekend met het voorkomen van mestfraude in de sector.

Sinds 2014 is uw Kamer met enige regelmaat geïnformeerd over de aanpak van fraude bij mest. Hierbij stuur ik u het door de NVWA opgestelde rapport Evaluatieverslag nalevingmeting intermediairen uit 2015 voor de groep intermediairen1. Dit laat zien dat op basis van controles bij 36 intermediairs bij 61% geen tekortkomingen zijn geconstateerd. Dit nalevingspercentage is ook genoemd in het PBL-syntheserapport evaluatie meststoffenwet 2016. Dit rapport is uw Kamer gestuurd op 30 maart 2017 (Kamerstuk 33 037, nr. 193).

De toenmalig Staatssecretaris van Economische Zaken heeft destijds uw Kamer geïnformeerd over een aantal maatregelen om het risico van fraude te verkleinen (Kamerstuk 33 037, nr. 160). Inmiddels zijn deze maatregelen geïmplementeerd (Kamerstuk 33 037, nr. 201). Als laatste maatregel is het sinds 1 oktober 2017 verplicht gesteld om vaste mest (dikke fractie) te laten bemonsteren door een onafhankelijke monsternemer.

De Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, C.J. Schouten


X Noot
1

Raadpleegbaar via www.tweedekamer.nl.