32 851 Grensoverschrijdende samenwerking (GROS)

Nr. 30 BRIEF VAN DE MINISTER VAN BINNENLANDSE ZAKEN EN KONINKRIJKSRELATIES

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 28 april 2016

Met deze brief informeer ik u, mede namens de Minister van Economische Zaken, over een tweetal toezeggingen van de Minister van Economische Zaken tijdens het Algemeen Overleg Bedrijfslevenbeleid en Innovatie van 11 februari 2016 met betrekking tot het actieteam grensoverschrijdende economie en arbeid, en het weergeven van eventuele grensgevolgen in de memorie van toelichting bij nieuwe wetgeving. Met deze brief beschouw ik deze toezeggingen als afgedaan.

Tevens reageer ik met deze brief op het verzoek van de vaste commissie voor Binnenlandse Zaken d.d. 8 april 2016 over de uitkomsten van de openbare raadpleging van de Europese Commissie over obstakels in grensregio’s.

Actieteam grensoverschrijdende economie en arbeid

Op 21 januari 2016 heb ik u schriftelijk geïnformeerd over de start (1 oktober 2015) en de voortgang van het actieteam grensoverschrijdende economie en arbeid.1 In het najaar van 2016 zal ik u, conform de brief van de vaste commissie voor Binnenlandse Zaken d.d. 8 april 2016, informeren over de resultaten van het actieteam. Ik zal daarbij ook ingaan op een eventuele voortzetting van het actieteam na 1 oktober 2016.

Grenseffecten

Over de manier waarop grenseffecten een plek krijgen in de memorie van toelichting bij nieuwe wet- en regelgeving bent u onder andere in de brief van 21 januari 2016 geïnformeerd2.

In het Algemeen Overleg over bedrijfslevenbeleid en innovatie d.d. 11 februari 2016 (Kamerstuk 32 637, nr. 236) heeft mevrouw Mulder (CDA) aangegeven ook te willen dat, als er geen grenseffecten zijn geconstateerd, dit wordt opgenomen in de memorie van toelichting. De afwegingen die de rijksoverheid maakt ten behoeve van de vaststelling van nieuwe wet- en regelgeving liggen vast in het Integraal Afwegingskader beleid en regelgeving (IAK). Het IAK bepaalt dat de consequenties van deze keuzes, namelijk de mogelijke gevolgen van wet- en regelgeving in kaart worden gebracht. Deze worden vermeld in de memorie van toelichting. De rijksbrede schrijfwijzer voor de memorie van toelichting schrijft voor dat de te verwachten effecten en neveneffecten moeten worden geduid. De lezer van het wetsvoorstel mag er dan ook van uitgaan dat (substantiële) gevolgen, grensgevolgen of anderszins, in de toelichting staan vermeld. Als naar gevolgen is gekeken en deze blijken er niet te zijn, dan ligt het voor de hand om dat in de memorie van toelichting te vermelden indien er anders twijfel over de (omvang van de) gevolgen zou kunnen bestaan.

Resultaten raadpleging Europese Commissie naar obstakels grensregio’s

U heeft mij op 8 april j.l. verzocht per brief mede te delen wanneer de uitkomsten van de openbare raadpleging van de Europese Commissie inzake het overwinnen van obstakels in grensregio’s worden verwacht. De Europese Commissie heeft op 8 april j.l. de resultaten van de raadpleging gepubliceerd.3 De Commissie werkt aan een bredere «Cross Border Review» dat uiteindelijk in 2017 moet resulteren in een «Issue Paper» met daarin de belangrijkste bevindingen en aanbevelingen voor grensoverschrijdende samenwerking in de EU. Ik zal het traject met belangstelling volgen en u berichten nadat de Europese Commissie met haar bevindingen en aanbevelingen is gekomen.

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, R.H.A. Plasterk

Naar boven