Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2015-201632851 nr. 29

32 851 Grensoverschrijdende samenwerking (GROS)

Nr. 29 BRIEF VAN DE MINISTER VAN BINNENLANDSE ZAKEN EN KONINKRIJKSRELATIES

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 21 januari 2016

Om werken en ondernemen over de grens makkelijker te maken heeft het kabinet op 17 juli 2015 de instelling van een Actieteam voor grensoverschrijdende economie en arbeid aangekondigd.1 Dit Actieteam moet zorgen voor een significante impuls door onder meer de informatievoorziening voor werkzoekenden en ondernemers te verbeteren en belemmeringen die spelen bij grensoverschrijdende diploma erkenning en arbeidsbemiddeling te verminderen en weg te nemen. Ook de relatief hoge werkeloosheid in sommige grensstreken is aanleiding voor deze extra impuls. Het Actieteam moet er voor zorgen dat de economie en de arbeidsmarkt aan weerszijden van de grens beter op elkaar gaan aansluiten.

Met deze brief informeer ik, mede namens de Ministers van Economische Zaken, Sociale Zaken en Werkgelegenheid, en Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, uw Kamer over de voortgang van het Actieteam. Deze brief gaat tevens in op de openbare raadpleging van de Europese Commissie over het overwinnen van obstakels in de grensregio’s en op grenseffecten bij nieuwe wet- en regelgeving.

Actieteam grensoverschrijdende economie en arbeid

Op 1 oktober 2015 is het Actieteam aan de slag gegaan. Het Actieteam bestaat uit vertegenwoordigers van enkele grensgemeenten, de grensprovincies, de VNG, MKB NL, de Euregio’s en de Ministeries van Economische Zaken, Sociale Zaken en Werkgelegenheid, Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Het Actieteam staat onder leiding van de heer drs. M.E. Huizing. Inmiddels heeft het Actieteam vastgesteld op welke belemmeringen en kansen zij zich primair zal richten. De komende maanden zal samen met (regionale) ervaringsdeskundigen, vanuit het perspectief van werkgevers, werknemers, onderwijs- en onderzoeksinstellingen, intermediaire organisaties, uit binnen- en nabije buitenland worden nagegaan welke oplossingsrichtingen en acties nodig en haalbaar zijn. Insteek van het actieteam daarbij is om voort te bouwen op en een impuls te geven aan de diverse lopende initiatieven in de grensregio’s, de regionale grensinformatiepunten, de Euregio’s en het Secretariaat-generaal van de Benelux.

Het Actieteam geeft prioriteit aan de aanpak van de volgende onderwerpen:

  • Informatievoorziening voor werkzoekenden en bedrijven die aan de andere kant van de grens aan de slag willen gaan;

  • Grensoverschrijdende arbeidsbemiddeling;

  • Erkenning van Nederlandse diploma’s in onze buurlanden;

  • Buurtaalonderwijs en cultuur;

  • OV-bereikbaarheid van Duitse en Belgische grensstreek;

  • Knelpunten voor ondernemen over de grens.

Voor bovenstaande onderwerpen worden de komende maanden door het Actieteam in nauwe samenwerking met diverse instanties in Nederland en onze buurlanden oplossingsrichtingen verkend en geformuleerd. Veel van de grensoverschrijdende belemmeringen die wij in Nederland ervaren, zullen met behulp van onze buurlanden moeten worden opgelost en sommige vragen om een regiospecifieke aanpak.

Ik zal met de betreffende Ministers uit Noordrijn-Westfalen, Nedersaksen, en België bespreken op welke wijze we de uit het Actieteam voortkomende oplossingen in gezamenlijke grensoverschrijdende actielijsten kunnen vastleggen.2 Na de zomer van 2016 zal het Actieteam zijn werkzaamheden afronden. Ik zal u in het laatste kwartaal 2016 informeren over de resultaten.

In het voorjaar van 2016 zal de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap uw Kamer separaat informeren over de voortgang bij de aanpak van de belemmeringen op het gebied van grensoverschrijdende samenwerking en het onderwijs. Diploma-erkenning is hierbij een belangrijk onderwerp. Momenteel lopen bilaterale gesprekken hierover met de betrokken Duitse overheden, zowel op landelijk als op deelstaatniveau. Er zijn concrete afspraken gemaakt om de meest dringende knelpunten binnen met de name de verzorging snel bilateraal in kaart te brengen en oplossingen voor te stellen. Ook binnen de Benelux wordt bezien wat er in het kader van de erkenning verbeterd kan worden.

Over het onderwerp grensoverschrijdende arbeidsbemiddeling hebben sociale partners, alle grensprovincies en VNG een sectorplan ingediend bij de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.3 Met de maatregelen zoals opgenomen in het sectorplan wordt beoogd de komende twee jaren mensen in het gehele Nederlandse grensgebied te ondersteunen bij arbeidsbemiddeling over de grens. Op 7 december 2015 heeft de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid besloten om extra middelen vrij te maken voor het deelnemen van de Bureaus Belgische en Duitse Zaken aan regionale spreekuren over grensarbeid (grensinformatiepunten). Bij deze spreekuren zijn alle relevante partijen uit de grensregio aanwezig om vragen over grensarbeid van (potentiële) grensarbeiders te beantwoorden. Deze tijdelijke extra bijdrage vanuit het Rijk zal gelden voor de periode 2016–2018. Deze middelen komen naast de middelen die in 2014 beschikbaar zijn gesteld voor de periode van 2015–2018 voor de vorming van een backoffice bij de Bureaus Belgische en Duitse Zaken voor beantwoording van complexe vragen van grensarbeiders, die niet door de regionale grensinformatiepunten beantwoord kunnen worden.

Grenseffecten

De Minister van Economische Zaken heeft tijdens het Algemeen Overleg over Bedrijfslevenbeleid en Innovatie, d.d. 29 oktober 2015 toegezegd met mij in overleg te treden over de manier waarop grenseffecten verwerkt kunnen worden in de memorie van toelichting van relevante nieuwe wetgeving. Nieuwe wet- en regelgeving moet voldoen aan het Integrale Afwegingskader (IAK). Het IAK bepaalt dat er antwoord gegeven moet worden op een 7-tal vragen. Één van die vragen is: Wat zijn de gevolgen? Als er gevolgen zijn, grenseffecten of anderszins, dan dienen die in de toelichting op de voorgenomen wet- en regelgeving zichtbaar te zijn gemaakt. Zoals op 17 juli 2015 al per brief aan uw Kamer is gemeld, zal het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties vanuit zijn verantwoordelijkheid voor goed openbaar bestuur, toetsen of bij nieuw beleid of regelgeving, in gevallen waarin dit aan de orde kan zijn, grenseffecten (mede) in beschouwing zijn genomen. Als dit niet zo is dan zullen de desbetreffende departementen hierover worden aangesproken en zal dit vervolgens zo nodig bij de besluitvorming aan de orde worden gesteld. Hiermee acht ik de toezegging van de Minister van Economische Zaken als afgedaan.4

Openbare raadpleging

Op 3 februari 2015 heb ik u geïnformeerd dat er ook in toenemende mate in EU-verband aandacht is voor grensoverschrijdende samenwerking en dat ik in nauw overleg met de Nederlandse grensregio’s grensoverschrijdende samenwerking in Europees verband waar mogelijk wil bevorderen.5 In dat verband heb ik de grensregio’s gewezen op de openbare raadpleging van de Europese Commissie inzake het overwinnen van obstakels in grensregio’s.6 De provincie Limburg heeft mede namens de grensprovincies, Euregio’s en VNG gereageerd op de raadpleging. Namens het kabinet heb ik de Europese Commissie geïnformeerd over de multilevel government aanpak van het Actieteam Grensoverschrijdende Economie en Arbeid waarmee in Nederland obstakels op het gebied van grensoverschrijdende economie en arbeid aangepakt worden. De Europese Commissie is voornemens om over de uitkomsten van haar openbare raadpleging in 2016 te rapporteren.

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, R.H.A. Plasterk