Kamerstuk
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Dossier- en ondernummer |
|---|---|---|---|
| Eerste Kamer der Staten-Generaal | 2025-2026 | 32813 nr. BT |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Dossier- en ondernummer |
|---|---|---|---|
| Eerste Kamer der Staten-Generaal | 2025-2026 | 32813 nr. BT |
Vastgesteld 5 maart 2026
De vaste commissie voor Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit1 heeft nader schriftelijk overleg gevoerd met de Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur over rapporten van de Wetenschappelijke Klimaatraad (WKR) en het Nationaal Klimaatplatform (NKP). Bijgaand brengt de commissie hiervan verslag uit. Dit verslag bestaat uit:
• De uitgaande brief van 3 februari 2026.
• De antwoordbrief van 4 maart 2026.
De griffier van de vaste commissie voor Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, Wolf
Aan de Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur
Den Haag, 3 februari 2026
De leden van de vaste commissie voor Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit hebben in de vergadering van 27 januari 2026 beraadslaagd over uw brief van 1 december 2025 met antwoorden op de vragen over uw reactie op het advies van de Wetenschappelijke Klimaatraad «Boeren in een veranderend klimaat» en op het vierde signalenrapport van het Nationaal Klimaatplatform.2 De leden van de fractie van GroenLinks-PvdA en het lid van de fractie-Visseren-Hamakers wensen u hierover enkele vervolgvragen te stellen.
Vragen en opmerkingen van de leden van de fractie van GroenLinks-PvdA
In uw brief geeft u aan geen nationaal tussendoel voor 2040 vast te leggen en verwijst u naar het Europese traject. Kunt u concreet aangeven welke nationale beleidsankers boeren houvast bieden voor investeringsbeslissingen in de periode 2030–2040? Hoe voorkomt u dat het ontbreken van een nationaal tussendoel leidt tot uitstelgedrag of lock-in van bedrijfsmodellen die op langere termijn niet verenigbaar zijn met klimaat- en natuurdoelen? Indien u geen nationale doelen of kaders voor 2040 vastlegt, kunt u expliciteren welk beleidsmoment of welke evaluatie het eerstvolgende moment vormt waarop alsnog kan worden bijgestuurd, en op basis van welke criteria?
Hoe wordt binnen het Strategisch Overleg Landbouw en Voedsel structureel geborgd dat publieke belangen zoals klimaat, biodiversiteit en volksgezondheid gelijkwaardig worden gewogen? Waarom ontbreken gezondheidsfondsen in dit overleg, ondanks het belang van voeding en preventie in de WKR- en NKP-rapporten? Hoe verhoudt het ontbreken van expliciete ruimtelijke keuzes voor de landbouw zich tot de risico’s rond waterbeschikbaarheid, droogte en verzilting? Welke concrete beslissingen worden doorgeschoven naar de Nationale Klimaatadaptatiestrategie (NAS ’26)? Kunt u aangeven welke risico’s u ziet indien ruimtelijke keuzes voor klimaatadaptatie in de landbouw pas na NAS’26 worden gemaakt, en wie bestuurlijk verantwoordelijk is indien hierdoor onomkeerbare keuzes ontstaan?
Hoe rechtvaardigt u het ontbreken van een marktprogramma voor verduurzaming van plantaardige producten? Wanneer ontvangt de Eerste Kamer een uitgewerkt kader voor de ketenaanpak plantaardige eiwitten? Hoe wordt geborgd dat het WUR-onderzoek naar korte ketens daadwerkelijk leidt tot beleidsaanpassing? Bent u bereid experimenteerruimte te verkennen voor regionale voedselsystemen? Hoe en wanneer wordt de samenhang tussen klimaatdoelen, landbouwbeleid en bestaanszekerheid integraal geëvalueerd?
Vragen en opmerkingen van het lid van de fractie-Visseren-Hamakers
Dit lid leest in uw brief dat u er niet voor kiest om een nationaal tussendoel voor 2040 vast te leggen in de nationale Klimaatwet. Waarom heeft u hiertoe besloten?
Daarnaast lijkt het lid uit beantwoording op te maken dat er geen organisaties vanuit dierenwelzijns-, natuur-, water- en milieusectoren, alsmede gezondheidsfondsen aan tafel zitten bij het Strategisch Overleg Landbouw en Voedsel. Waarom nemen afgezanten van deze sectoren geen deel aan het Strategisch Overleg Landbouw en Voedsel? Graag ontvangt het lid een toelichting per sector.
De leden van de vaste commissie voor LNV zien uw reactie met belangstelling tegemoet en ontvangen deze graag uiterlijk 3 maart 2026.
Voorzitter van de vaste commissie voor Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, G.J. Oplaat
Aan de Voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 4 maart 2026
Op 3 februari jl. heeft u een brief gestuurd met enkele vervolgvragen van de leden van de fractie van GroenLinks-PvdA en het lid van de fractie-Visseren-Hamakers naar aanleiding van de beantwoording van vragen over de rapporten van de Wetenschappelijke Klimaatraad (WKR) en het Nationaal Klimaatplatform (NKP). Hierbij stuur ik u mijn reactie op deze vervolgvragen.
De Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur, J. van Essen
Met belangstelling heb ik kennisgenomen van de vervolgvragen en de opmerkingen van de leden van de fractie van GroenLinks-PvdA en het lid van de fractie-Visseren-Hamakers. Hieronder treft u de beantwoording aan, gegroepeerd per thema.
Nationaal tussendoel
Vragen en opmerkingen van de leden van de fractie van GroenLinks-PvdA
In uw brief geeft u aan geen nationaal tussendoel voor 2040 vast te leggen en verwijst u naar het Europese traject. Kunt u concreet aangeven welke nationale beleidsankers boeren houvast bieden voor investeringsbeslissingen in de periode 2030–2040? Hoe voorkomt u dat het ontbreken van een nationaal tussendoel leidt tot uitstelgedrag of lock-in van bedrijfsmodellen die op langere termijn niet verenigbaar zijn met klimaat- en natuurdoelen? Indien u geen nationale doelen of kaders voor 2040 vastlegt, kunt u expliciteren welk beleidsmoment of welke evaluatie het eerstvolgende moment vormt waarop alsnog kan worden bijgestuurd, en op basis van welke criteria?
Vragen en opmerkingen van het lid van de fractie-Visseren-Hamakers
Dit lid leest in uw brief dat u er niet voor kiest om een nationaal tussendoel voor 2040 vast te leggen in de nationale Klimaatwet. Waarom heeft u hiertoe besloten?
Dit jaar komt de Europese Commissie met voorstellen voor maatregelen om het Europese doel van netto 90% broeikasgasemissiereductie in 2040 t.o.v. 1990 te realiseren. Dan wordt ook voorgesteld welke doelen lidstaten krijgen om invulling te geven aan dit overkoepelende EU 2040 doel. Zoals aangegeven in het Coalitieakkoord zal Nederland zich inspannen voor een ambitieus Europees 2040-maatregelenpakket ten behoeve van een gelijk speelveld. Indien na het vaststellen van het Europees 2040-maatregelenpakket blijkt dat dit onvoldoende is om het 2040 doel te halen, zal het kabinet aansluitend hierop in het voorjaar van 2027 aanvullende nationaal geborgde maatregelen nemen. Hiermee zetten we vol in op lange termijnbeleid en een slimme Europese aanpak. Dit biedt meer houvast en duidelijkheid aan boeren voor investeringsbeslissingen op de lange termijn.
In de Bonaire klimaatzaak heeft de rechtbank bevolen dat het kabinet nationale tussendoelen dient te formuleren om de kans te vergroten dat het bindende nationale klimaatdoel voor 2050 wordt gerealiseerd. Vanwege deze uitspraak zal het kabinet overwegen welke bindende nationale tussendoelen geformuleerd dienen te worden om hier invulling aan te geven.
Strategisch overleg Landbouw en Voedsel
Vragen en opmerkingen van de leden van de fractie van GroenLinks-PvdA
Hoe wordt binnen het Strategisch Overleg Landbouw en Voedsel structureel geborgd dat publieke belangen zoals klimaat, biodiversiteit en volksgezondheid gelijkwaardig worden gewogen? Waarom ontbreken gezondheidsfondsen in dit overleg, ondanks het belang van voeding en preventie in de WKR- en NKP-rapporten?
Vragen en opmerkingen van het lid van de fractie-Visseren-Hamakers
Daarnaast lijkt het lid uit beantwoording op te maken dat er geen organisaties vanuit dierenwelzijns-, natuur-, water- en milieusectoren, alsmede gezondheidsfondsen aan tafel zitten bij het Strategisch Overleg Landbouw en Voedsel. Waarom nemen afgezanten van deze sectoren geen deel aan het Strategisch Overleg Landbouw en Voedsel? Graag ontvangt het lid een toelichting per sector.
Er is een breed palet aan partijen aanwezig bij het Strategisch Overleg Landbouw en Voedsel, vertegenwoordigers van primaire producenten, branches en ketenpartijen en maatschappelijke partijen. Natuur- en milieupartijen worden vertegenwoordigd door Boerennatuur, LandschappenNL en Natuur&Milieu. De laatste twee partijen zijn afgevaardigd vanuit de Groene11. Hiermee wordt geborgd dat verschillende publieke belangen meegenomen worden in de gesprekken over de toekomst van de landbouw en het voedselsysteem. De samenstelling van het overleg is gebaseerd op de mogelijke onderwerpen waarvan de verwachting was dat deze besproken zouden worden aan deze tafel, zoals voedselzekerheid, ruimte, innovatie, uitvoeringskracht en verdienvermogen. Afhankelijk van concrete onderwerpen op de agenda kan besloten worden andere partijen, waaronder mogelijk (een vertegenwoordiging van) de gezondheidsfondsen, dierenwelzijnspartijen of wetenschappelijke instellingen, uit te nodigen.
Naast het Strategisch Overleg Landbouw en Voedsel zijn er andere overleggen waarin verschillende partijen en sectoren vertegenwoordigd zijn. Zo spreken in het Klimaatoverleg landbouw en landgebruik, natuur- en milieuorganisaties, landbouworganisaties, kennisinstellingen, overheden en financiële instellingen met elkaar om te praten over de klimaatopgave voor de landbouw en het landgebruik.
Overig
Vragen en opmerkingen GroenLinks-PvdA
Hoe verhoudt het ontbreken van expliciete ruimtelijke keuzes voor de landbouw zich tot de risico’s rond waterbeschikbaarheid, droogte en verzilting? Welke concrete beslissingen worden doorgeschoven naar de Nationale Klimaatadaptatiestrategie (NAS ’26)? Kunt u aangeven welke risico’s u ziet indien ruimtelijke keuzes voor klimaatadaptatie in de landbouw pas na NAS’26 worden gemaakt, en wie bestuurlijk verantwoordelijk is indien hierdoor onomkeerbare keuzes ontstaan?
In de ontwerp-Nota Ruimte houden we rekening met de huidige en toekomstige water- en bodemcondities, zoals waterbeschikbaarheid, die door droogte en verzilting als gevolg van klimaatverandering verder onder druk komt te staan. Dit brengt stevige uitdagingen voor watergebruikers, zoals de landbouw, met zich mee. In de ontwerp-Nota Ruimte zijn hierover duidelijke signalen afgegeven en richtinggevende keuzes gemaakt zodat overheden en watergebruikers hierop kunnen anticiperen. Denk aan het in de landbouwpraktijk verder toepassen van adaptieve maatregelen op het gebied van duurzaam water- en bodembeheer en klimaatrobuuste gewassen en teeltsystemen. Het Actieprogramma klimaatadaptatie landbouw stimuleert en ondersteunt de agrarisch ondernemers hierin. Ook andere trajecten en programma’s geven uitwerking aan deze toekomstperspectieven in de Nota Ruimte, zoals het Deltaprogramma Zoetwater en de te verwachten nieuwe Nationale Klimaatadaptatiestrategie (NAS’26), zodat tijdig de juiste (ruimtelijke) keuzes gemaakt kunnen worden door Rijk en regio. De ontwerp-NAS zal naar verwachting in het tweede kwartaal van dit jaar worden vastgesteld waarna deze ter inzage zal worden gelegd
Hoe rechtvaardigt u het ontbreken van een marktprogramma voor verduurzaming van plantaardige producten? Wanneer ontvangt de Eerste Kamer een uitgewerkt kader voor de ketenaanpak plantaardige eiwitten?
De huidige inzet op verduurzaming van plantaardige producten is verspreid over specifieke aandachtsgebieden, zoals in het Uitvoeringsprogramma Toekomstvisie Gewasbescherming 2030, het Convenant Energietransitie Glastuinbouw, koolstofcertificaten voor telers en verwerkers gericht op biobased bouwen, het Actieplan «Groei van biologische productie en consumptie», en in algemenere ondersteuning zoals in het kader van het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid. Ik kom nog terug op andere stappen om de plantaardige productie te verduurzamen.
In lijn met de toezegging in de kamerbrief «Teelt en afzet eiwitrijke gewassen en vervolg Bean Deal» (kamerstuk 101312428) ben ik in gesprek met de ketenpartijen om de ketenaanpak verder vorm te geven. De huidige beleidsinzet richt zich op het versterken van de Nederlandse teelt en verwerking van plantaardige eiwitten, monitoring van de eiwitconsumptie, informatievoorziening over de Schijf van Vijf, onder andere via het Voedingscentrum, en het samen optrekken in Europa. Ik kom terug op verdere stappen voor een ketenaanpak plantaardige eiwitten.
Hoe wordt geborgd dat het WUR-onderzoek naar korte ketens daadwerkelijk leidt tot beleidsaanpassing? Bent u bereid experimenteerruimte te verkennen voor regionale voedselsystemen?
De pluriformiteit in korte ketens is groot. Het WUR-onderzoek gaat het scala ordenen in Archetypen (verschillende typen activiteiten zoals b.v. boerderijverkoop). Ieder Archetype zal naar verwachting andere vragen, uitdagingen en behoeften hebben. Dat kan bijvoorbeeld zijn advies, aanpassing van beleid (nationaal, provinciaal of lokaal), aanvullend onderzoek of experimenteerruimte. Na de publicatie van het definitieve rapport zal ik bekijken wat nodig is om de verschillende Archetypen te ondersteunen.
Hoe en wanneer wordt de samenhang tussen klimaatdoelen, landbouwbeleid en bestaanszekerheid integraal geëvalueerd?
Het kabinet zet zich in voor een duidelijke, landelijke en integrale aanpak voor klimaat, stikstof en water. Met de Klimaat- en Energieverkenning (KEV) van het PBL wordt periodiek gekeken naar de voortgang van het klimaatbeleid en de verwachte effecten van het gevoerde beleid om de klimaatdoelen te realiseren. Voor de klimaatopgave voor de landbouw is een groot gedeelte van de reductie te danken aan het stikstof- en bredere landbouwbeleid. Zo zorgen de bedrijfsbeëindigingsregelingen vanuit het stikstofbeleid ook voor broeikasgasreductie voor de landbouw. Ook dragen andere duurzaamheidsinspanningen waartoe landbouwers worden gestimuleerd bij aan broeikasreductie, zoals bijvoorbeeld via subsidieregelingen uit het Europees Gemeenschappelijk Landbouw Beleid (GLB), het Agrarisch Natuurbeheer en het Investeringsfonds Duurzame Landbouw. Om inzicht te krijgen in de ontwikkelingen van inkomens van landbouwers in diverse sectoren worden jaarlijks inkomensramingen uitgevoerd door de WUR. Deze zijn niet direct te relateren aan specifiek landbouwbeleid of de klimaatdoelen, omdat marktomstandigheden ook van grote invloed zijn op het inkomen.
Samenstelling:
Van Aelst-Den Uijl (SP), Baumgarten (JA21), Beukering (Fractie-Beukering), Fiers (GroenLinks-PvdA), Van der Goot (OPNL), Van Gurp (GroenLinks-PvdA) (ondervoorzitter), Holterhues (ChristenUnie), Janssen-van Helvoort (GroenLinks-PvdA), Jaspers (BBB), Kanis (D66), Kemperman (FVD), Van Kesteren (PVV), Kluit (GroenLinks-PvdA), Van Knapen (BBB), Van der Linden (VVD), Van Meenen (D66), Nicolaï (PvdD), Oplaat (BBB) (voorzitter), Perin-Gopie (Volt), Prins (CDA), Rietkerk (CDA), Van Rooijen (50PLUS), Straus (VVD), Thijssen (GroenLinks-PvdA), Visseren-Hamakers (Fractie-Visseren-Hamakers), De Vries (SGP), Walenkamp (Fractie-Walenkamp)
Samenstelling:
Van Aelst-Den Uijl (SP), Baumgarten (JA21), Beukering (Fractie-Beukering), Fiers (GroenLinks-PvdA), Van der Goot (OPNL), Van Gurp (GroenLinks-PvdA) (ondervoorzitter), Holterhues (ChristenUnie), Janssen-van Helvoort (GroenLinks-PvdA), Jaspers (BBB), Kanis (D66), Kemperman (FVD), Van Kesteren (PVV), Kluit (GroenLinks-PvdA), Van Knapen (BBB), Van der Linden (VVD), Van Meenen (D66), Nicolaï (PvdD), Oplaat (BBB) (voorzitter), Perin-Gopie (Volt), Prins (CDA), Rietkerk (CDA), Van Rooijen (50PLUS), Straus (VVD), Thijssen (GroenLinks-PvdA), Visseren-Hamakers (Fractie-Visseren-Hamakers), De Vries (SGP), Walenkamp (Fractie-Walenkamp)
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-32813-BT.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.