32 813 Kabinetsaanpak Klimaatbeleid op weg naar 2020

Nr. 58 BRIEF VAN DE MINISTER VAN ECONOMISCHE ZAKEN

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 9 september 2013

Aanleiding en samenvatting

Ik stuur deze brief naar aanleiding van het wetgevingsoverleg over het jaarverslag van het Ministerie van Economische Zaken (EZ) 2012, onderdeel economie en innovatie, van woensdag 12 juni jl. (Kamerstuk 33 605 XIII, nr. 13) Daar heb ik, naar aanleiding van vragen van het lid Jan Vos over de in het jaarverslag opgenomen indicator voor de CO2-uitstoot van de industrie en energiesector, toegezegd dat in de volgende rapportage een betere CO2-indicator wordt opgenomen. Daarbij heb ik ook toegezegd voor die tijd te beschrijven wat met de getoonde indicatoren werd beoogd en wat de werkelijke realisatie c.q. situatie is. Met deze brief geef ik gevolg aan mijn toezeggingen:

Onder (1) licht ik de achtergrond van de gehanteerde indicatoren toe. Deze zijn overgenomen uit het Nationaal Toewijzingsplan broeikasemissierechten 2008–2012;

Onder (2) ga ik in op de actuele stand van zaken van de CO2-uitstoot. Deze daalde de afgelopen jaren. De uitstoot van bedrijven die meedoen aan het emissiehandelssysteem (ETS) was lager dan de toewijzing;

Onder (3) ga ik in op de beschikbare gegevens voor toekomstige rapportages. De uitstoot onder het ETS wordt door de Nederlandse Emissieautoriteit jaarlijks in kaart gebracht en de uitstoot buiten het ETS door de Emissieregistratie.

Vanwege haar verantwoordelijkheid voor de overkoepelende klimaatdoelen stuur ik deze brief mede namens de staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu. In haar opdracht wordt de broeikasgasuitstoot in Nederland nauwkeurig gemonitord. Emissiecijfers worden onder andere ontsloten via emissieregistratie.nl en publicaties van de Nederlandse Emissieautoriteit, de Emissieregistratie en het Centraal Bureau voor de Statistiek. In de begroting van het Ministerie van Infrastructuur en Milieu staat per sector aangegeven welke streefwaarde er wordt gehanteerd voor 2020 en wat daarbij de laatste raming is. Daartussen staan tevens de getallen voor de sectoren, waar ik voor verantwoordelijk ben.

1. Toelichting op de in het jaarverslag EZ gehanteerde indicatoren

In het jaarverslag van EZ waren de volgende indicatoren opgenomen1:

Indicator

Raming 2012

Realisatie 2012

CO2-uitstoot sectoren industrie/energie

109,2 Mton

109,2 Mton

Waarvan absoluut plafond voor bedrijven die onder ETS-systeem vallen

86,8 Mton

86,8 Mton

Deze gegevens zijn afkomstig uit het nationale toewijzingsplan broeikasemissierechten 2008–2012. Voor Nederland is in Kyoto de klimaatdoelstelling 6% CO2- reductie in de periode 2008–2012 ten opzichte van 1990 afgesproken. In het genoemde plan is de totale emissieruimte over die periode verdeeld over de verschillende sectoren. Voor de industrie (incl. energie) is deze voor de jaren 2008 tot en met 2012 vastgesteld op 109,2 Mton CO2-per jaar. Dit getal omvat de totale CO2-emissieruimte van de Nederlandse industrie, dus inclusief de industriële emissies die niet onder het Europese emissiehandelssysteem (ETS) vielen en een reservering voor nieuwkomers en eventuele juridische procedures.

De tweede indicator, het absolute plafond voor bedrijven die onder ETS systeem vallen, is van de genoemde totale emissieruimte (109,2 Mton) afgeleid. Hoe dit is gedaan staat ook beschreven in het toewijzingsplan. Voor de volledigheid staan die in de box hieronder vermeld.

De in het toewijzingsplan gehanteerde berekening van het plafond voor ETS-bedrijven:

  • 1. Eerst is 19,7 Mton afgetrokken voor de emissies van inrichtingen die buiten de wettelijke criteria van het ETS vallen.

  • 2. Vervolgens is 1,9 Mton toegevoegd als emissieruimte die overgeheveld is van de sectoren landbouw en gebouwde omgeving ten behoeve van inrichtingen uit deze sectoren die meedoen aan ETS.

  • 3. Tenslotte is op last van de Commissie (die het plafond te ruim vond) de totale CO2-ruimte voor alle deelnemers aan emissiehandel verlaagd met 4,6 Mton.

Daarmee is de totale CO2-ruimte voor deelnemers aan emissiehandel inclusief nieuwkomers over 2008–2012 berekend op 109,2–19,7+1,9–4,6= 86,8 Mton per jaar

Omdat de emissies van de sectoren die onder het ETS vallen geplafonneerd zijn (de absolute reductiedoelstelling is vertaald naar een maximaal hoeveelheid beschikbare rechten), wordt de daarvoor geldende Europese doelstelling automatisch gehaald. Daarom is dit getal tevens als realisatie gehanteerd. De realisatie hoeft overigens niet per se in Nederland plaats te vinden maar wel binnen de Europese lidstaten of via rechten aangekocht van toegestane Joint Implementation (JI) en Clean Development (CDM) projecten.

2. Stand van zaken/actuele gegevens

De totale CO2-uitstoot van de sectoren industrie en energie in Nederland was in 2011 94,4 Mton2. Het merendeel van deze emissies valt onder het ETS. In september zal het Centraal Bureau voor de Statistiek de voorlopige emissiecijfers over 2012 publiceren.

Voor wat betreft de uitstoot van bedrijven onder het ETS heeft de Nederlandse Emissieautoriteit (NEa) onlangs informatie gepubliceerd over de toewijzing en de werkelijke uitstoot gedurende de tweede handelsperiode (2008–2012)3:

Totale toewijzing en CO2-uitstoot, 2008–2012 aan de ETS sectoren
 

2008

2009

2010

2011

2012

2008–2012

Toewijzing (in Mton)

79,2

82,0

85,9

87,4

86,8

421,3

Uitstoot (in Mton)

83,5

81,0

84,7

80,0

76,4

405,6

Balans

-4,3

+1

+1,2

+7,4

+10,2

+15,7

Bovenstaande getallen omvatten naast de emissies van installaties in de industrie en elektriciteitssector ook de emissies van installaties uit de glastuinbouw en gezondheidssector die meedoen met ETS. Op basis van deze gegevens kan men constateren dat de uitstoot van bedrijven in de ETS-sectoren daalt en lager was dan de totale toewijzing. Dit is mogelijk, omdat bedrijven een overschot aan emissierechten mogen meenemen naar volgende jaren. De lagere uitstoot is voor een deel veroorzaakt door de veel lagere economische groei dan verwacht in 2007 toen de doelstelling werd geformuleerd.

3. Toekomstige rapportages

Inmiddels is de eerste Kyoto periode voorbij. De momenteel voor Nederland internationaal verplichte klimaatdoelen, vastgelegd in het EU-klimaat en energiepakket uit 2009 zijn:

  • In 2020 – 21% t.o.v. 2005 voor de ETS-sectoren (onder een EU-breed plafond)

  • In 2020 – 16% t.o.v. 2005 voor het totaal van de Nederlandse non-ETS sectoren, in het kader van de Effort Sharing Decision (ESD), wat door het vorige kabinet vertaald is naar sectorale streefwaarden, waaronder één voor de industrie4.

De emissies van de industrie en energie vallen zoals gezegd voor het merendeel binnen de ETS en voor een kleiner deel binnen de non-ETS. Over de emissies en de toewijzing – op basis van Europese regelgeving – binnen het ETS wordt jaarlijks door de NEa gerapporteerd. Tot op heden werd in de jaarlijkse monitoring van de Emissieregistratie het onderscheid tussen ETS en non-ETS nog niet gemaakt.

In toekomstige rapportages zal dat wel worden gedaan. De emissies van industrie en energie buiten het ETS kunnen dan worden afgezet tegen het in 2011 vastgestelde sectorale emissieplafond van 10,7 Mton in 2020, of een update daarvan als het kabinet nieuwere doelen afspreekt. PBL en ECN gaven in de laatste actualisatie van de referentieramingen overigens aan dat het doel van 10,7 Mton voor 2020 naar verwachting met staand beleid gehaald wordt5. Dit zal gedaan worden in de gebruikelijke rapportages en in de begroting van het Ministerie van Infrastructuur en Milieu. In de begroting van het Ministerie van Economische Zaken zal in de toekomst geen CO2-indicator meer worden opgenomen.

De Minister van Economische Zaken, H.G.J. Kamp


X Noot
1

Kamerstuk,33 605 XIII, nr. 1 blz. 66.

X Noot
2

National inventory report 2013 opgesteld door AgentschapNL 23-01-2013.

X Noot
3

NEa, 2012: «Jaarverslag 2012».

X Noot
4

Kamerstuk 32 813 nr. 1 «Kabinetsaanpak klimaatbeleid op weg naar 2020», brief van de Staatsecretaris van IenM aan de Tweede Kamer van 8 juni 2011.

X Noot
5

PBL en ECN, 2012: Referentieraming energie en emissies: actualisatie 2012.

Naar boven