Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2018-201932813 nr. 303

32 813 Kabinetsaanpak Klimaatbeleid

Nr. 303 BRIEF VAN DE MINISTER VAN ECONOMISCHE ZAKEN EN KLIMAAT

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 8 maart 2019

Op 25 januari 2019 heb ik uw Kamer per brief geïnformeerd over het doelbereik van 25% CO2-reductie in 2020 ten opzichte van 1990 in het kader van de uitvoering van het Urgenda-vonnis (Kamerstuk 32 813, nr. 267). De analyse van het PBL geeft aan dat de opgave om 25% CO2-reductie te realiseren in 2020 groter uitvalt dan eerder voorzien. Op basis van deze nieuwe PBL-prognose werkt het kabinet aan aanvullende maatregelen om de CO2-uitstoot op korte termijn verder terug te dringen.

Het kabinet wil met deze brief alvast een eerste aanvullende maatregel aankondigen, namelijk een vervroegde sluiting van de Hemwegcentrale van Nuon. Daarmee zetten we een belangrijke eerste stap richting de benodigde extra reductie in 2020. Het kabinet kondigt deze maatregel vooruitlopend op de integrale besluitvorming aan zodat de maatregel direct mee kan lopen in de behandeling van het wetsvoorstel verbod op kolen.

Aanscherping wetsvoorstel verbod op kolen

Op 18 mei 2018 heb ik uw Kamer geïnformeerd over een voorgenomen verbod op het gebruik van kolen als brandstof voor de productie van elektriciteit (Kamerstuk 30 196, nr. 600). Een wetsvoorstel moet er toe leiden dat er per 1 januari 2030 geen kolen meer gebruikt worden voor de productie van elektriciteit. Hiermee wordt verzekerd dat het verbod op kolen voor elektriciteitsproductie de maximale bijdrage levert aan de ambitie uit het regeerakkoord van 49% CO2-reductie in 2030.

Het verbod op het gebruik van kolen voor de elektriciteitsproductie heeft onmiddellijke werking. Aan de nieuwste kolengestookte centrales, de centrales van Uniper en ENGIE in Rotterdam en de centrale van RWE in de Eemshaven, wordt een overgangsperiode geboden tot en met 31 december 2029. Eerder heb ik uw Kamer medegedeeld dat voor de Amercentrale van RWE en de Hemwegcentrale van Nuon een overgangsperiode tot 31 december 2024 zal gelden.

In 2017 is uw Kamer echter al geïnformeerd dat, indien de maatregelen uit het energieakkoord onvoldoende effect hebben om de 25% CO2-reductie in 2020 te halen, het sluiten van een kolencentrale die geen biomassa bijstookt in beeld komt (Kamerstuk 32 813, nr. 144). Gezien het feit dat er nu meer nodig blijkt om de 25% CO2-reductie in 2020 te realiseren, heeft het kabinet besloten het verbod op kolen voor de elektriciteitsproductie voor de Hemwegcentrale van Nuon al per 1 januari 2020 effect te laten hebben. De Hemwegcentrale is de enige kolengestookte elektriciteitscentrale die geen biomassa zal bijstoken. Door het ontbreken van een overgangsperiode en de korte termijn waarop het verbod van toepassing wordt voor de Hemwegcentrale, zal vanuit het oogpunt van «fair balance» nadeelcompensatie worden geboden. De hoogte hiervan wordt nader onderzocht. Hierover ben ik in gesprek met de eigenaren van de centrale.

In het kader van het bredere wetsvoorstel verbod op kolen is reeds een onderzoek gestart naar de eventuele werkgelegenheidseffecten als gevolg hiervan en worden er regelmatig gesprekken gevoerd met sociale partners. Ik informeer uw Kamer in het voorjaar over de uitkomsten van het onderzoek. Op basis van de uitkomsten van dit onderzoek maakt het kabinet met sociale partners nadere afspraken over de invulling van de verantwoordelijkheid die de overheid en sociale partners in dat geval hebben, waaronder het beschikbaar stellen van toereikende en tijdige instrumenten, zo mogelijk via een kolenfonds.

De vervroegde sluiting van de Hemwegcentrale is een zeer ingrijpende maatregel voor de betrokken werknemers. Bij het vaststellen van de hoogte van de nadeelcompensatie als gevolg van vervroegde sluiting zal onder andere met de betrokken werknemers en het sociaal plan van Nuon rekening worden gehouden.

Gezien de versnelling die met deze brief wordt aangekondigd voor de Hemwegcentrale, heeft het kabinet tevens oog voor de mogelijke indirecte werkgelegenheidseffecten van dit besluit, zoals bij de kolenoverslag. De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en ik zullen in overleg gaan met de sociale partners om te bezien of en welke maatregelen nodig zijn om deze effecten te mitigeren. Concreet kan hierbij gedacht worden aan werkbegeleiding door middel van een dienstverleningspakket, aangeboden door UWV en sociale partners.

Het wetsvoorstel verbod op kolen bij elektriciteitsproductie zal op korte termijn bij uw Kamer aanhangig gemaakt worden.

De Minister van Economische Zaken en Klimaat, E.D. Wiebes