Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2018-201932793 nr. 328

32 793 Preventief gezondheidsbeleid

Nr. 328 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN VOLKSGEZONDHEID, WELZIJN EN SPORT

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 24 september 2018

Op 17 juli jl. (Kamerstuk 32 793, nr. 323) heb ik uw Kamer geïnformeerd over de meest recente suïcidecijfers in Nederland.

Ik heb u laten weten dat ik naar aanleiding van de forse toename van het aantal suïcides onder de jongeren (10–20 jaar) samen met de Minister van VWS, gesproken heb met de meest betrokken organisaties over hoe we deze cijfers kunnen duiden en nader analyseren met het oog op het treffen van passende maatregelen om dit in de toekomst te voorkomen.

Op 31 augustus 2018 heb ik schriftelijke vragen van het Kamerlid Van der Staaij (SGP) en van het Kamerlid Peters (CDA) over dit onderwerp beantwoord (Aanhangsel Handelingen II 2017/18, nrs. 3051 en 3057).

Inmiddels heb ik een eerste duiding ontvangen en een voorstel voor een verdere aanpak en onderzoek. Ik bied u deze eerste duiding mede namens de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport aan. U treft deze duiding aan als bijlage bij deze brief1.

Ik ben geraakt door het verlies van al deze jongeren en het verdriet en onmacht van de ouders en naasten die achterblijven. Ik waardeer de grote inzet en bereidheid van de brede groep van wetenschappers, beroepsbeoefenaren en beleidsmakers om mee te denken en een bijdrage te leveren aan inzicht in deze toename.

Het is duidelijk dat we alles zullen doen totdat we alle relevante informatie op tafel hebben op basis waarvan we met elkaar zo nodig passende maatregelen kunnen treffen. De eerste duiding heeft zich specifiek gericht op meer inzicht in welke jongeren zijn overleden aan zelfdoding (geslacht, leeftijd, herkomst), of er in een specifieke maand of week meer zelfdodingen onder jongeren voorkwamen, of er een toename te zien is in een bepaalde manier van zelfdoding en of er een indicatie is voor clustering in bepaalde regio’s. Er is meer tijd nodig om ook zorggegevens mee te nemen. Daarom volgt dit jaar in december nog een tussenrapportage waarin met behulp van de beschikbare cijfers over de 81 jongeren in beeld zal worden gebracht of de betrokken jongere al dan niet in zorg was. De analyse wordt vanwege de leeftijdsgrens van de Jeugdwet uitgebreid met de leeftijdsgroep tot 23 jaar en vergeleken met de casussen uit eerdere jaren. Daarnaast wordt een vergelijking gemaakt met trends in omliggende landen, op basis van internationale literatuur.

Eind 2018 zal een breder, verdiepend onderzoek(oa. diepte-interviews) starten naar de specifieke context van de 81 jongeren die in 2017 suïcide gepleegd hebben. Dit kwalitatieve onderzoek zal zich zowel richten op het verkrijgen van inzicht in de individuele factoren als de organisatorische factoren. Ook zal er aandacht zijn voor belangrijke aspecten van wet- en regelgeving. In september 2019 zal de eerste beleidsrapportage met aanbevelingen worden aangeboden. De eindrapportage van het verdiepende onderzoek zal eind 2019 beschikbaar zijn, conform de toelichting in de eerste duiding die is opgeleverd door 113Zelfmoordpreventie. Daarop vooruitlopend zullen in die regio’s waar het aantal suïcides in vergelijking tot andere regio’s aanmerkelijk hoger is, al enige op de praktijk gerichte maatregelen worden getroffen. 113 Zelfmoordpreventie zal deze twee regio’s, Noord-Brabant en Gelderland, actief benaderen om deel te nemen aan SUPRANET Community (de lokale/regionale aanpak om het aantal suïcides terug te dringen). Zij zullen worden ondersteund bij het implementeren van aanbevelingen die uit de diepte-interviews komen en met beproefde maatregelen.

Ondanks de zomerperiode en het krappe tijdspad zijn er belangrijke stappen gezet die een bijdrage zullen leveren aan beter inzicht op basis waarvan we straks beter kunnen handelen en mensenlevens kunnen redden.

Naast dit onderzoek en maatregelen zijn ook IGJ en de jeugdzorginstellingen aan de slag met dit onderwerp. IGJ toetst tijdens haar bezoeken aan instellingen de implementatie van de zorgstandaard suïcidepreventie evenals de samenwerking in de keten. Verder bereidt IGJ een project passende hulp voor. Daarbij gaat om de vraag of kinderen de juiste hulp krijgen. Ik zal uw Kamer aan de hand van de tussenrapportage verder informeren.

Tot slot verwijs ik uw Kamer graag naar mijn brief van 17 juli jl. (Kamerstuk 32 793, nr. 323) waarin ik uw Kamer heb geïnformeerd over de jaarlijkse rapportage vermindering suïcidaliteit en de voortgang van de Landelijke agenda suïcidepreventie. Deze brief biedt een overzicht van de maatregelen die worden ingezet in het kader van de in het regeerakkoord (bijlage bij Kamerstuk 34 700, nr. 34) vastgelegde intensivering van suïcidepreventie, waaronder een intensivering van het hulpaanbod door 113Zelfmoordpreventie, uitbreiding van de regionale «proeftuinen» (van zes naar zestien gedurende deze kabinetsperiode), het opschalen van zogenaamde gatekeeperstrainingen en gerichte inzet om LHBTi-jongeren de hulp en steun te bieden die zij nodig hebben.

De Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, P. Blokhuis


X Noot
1

Raadpleegbaar via www.tweedekamer.nl