Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 24 september 2018
Op 17 juli jl. (Kamerstuk 32 793, nr. 323) heb ik uw Kamer geïnformeerd over de meest recente suïcidecijfers in Nederland.
Ik heb u laten weten dat ik naar aanleiding van de forse toename van het aantal suïcides
onder de jongeren (10–20 jaar) samen met de Minister van VWS, gesproken heb met de
meest betrokken organisaties over hoe we deze cijfers kunnen duiden en nader analyseren
met het oog op het treffen van passende maatregelen om dit in de toekomst te voorkomen.
Op 31 augustus 2018 heb ik schriftelijke vragen van het Kamerlid Van der Staaij (SGP)
en van het Kamerlid Peters (CDA) over dit onderwerp beantwoord (Aanhangsel Handelingen
II 2017/18, nrs. 3051 en 3057).
Inmiddels heb ik een eerste duiding ontvangen en een voorstel voor een verdere aanpak
en onderzoek. Ik bied u deze eerste duiding mede namens de Minister van Volksgezondheid,
Welzijn en Sport aan. U treft deze duiding aan als bijlage bij deze brief1.
Ik ben geraakt door het verlies van al deze jongeren en het verdriet en onmacht van
de ouders en naasten die achterblijven. Ik waardeer de grote inzet en bereidheid van
de brede groep van wetenschappers, beroepsbeoefenaren en beleidsmakers om mee te denken
en een bijdrage te leveren aan inzicht in deze toename.
Het is duidelijk dat we alles zullen doen totdat we alle relevante informatie op tafel
hebben op basis waarvan we met elkaar zo nodig passende maatregelen kunnen treffen.
De eerste duiding heeft zich specifiek gericht op meer inzicht in welke jongeren zijn
overleden aan zelfdoding (geslacht, leeftijd, herkomst), of er in een specifieke maand
of week meer zelfdodingen onder jongeren voorkwamen, of er een toename te zien is
in een bepaalde manier van zelfdoding en of er een indicatie is voor clustering in
bepaalde regio’s. Er is meer tijd nodig om ook zorggegevens mee te nemen. Daarom volgt
dit jaar in december nog een tussenrapportage waarin met behulp van de beschikbare
cijfers over de 81 jongeren in beeld zal worden gebracht of de betrokken jongere al
dan niet in zorg was. De analyse wordt vanwege de leeftijdsgrens van de Jeugdwet uitgebreid
met de leeftijdsgroep tot 23 jaar en vergeleken met de casussen uit eerdere jaren.
Daarnaast wordt een vergelijking gemaakt met trends in omliggende landen, op basis
van internationale literatuur.
Eind 2018 zal een breder, verdiepend onderzoek(oa. diepte-interviews) starten naar
de specifieke context van de 81 jongeren die in 2017 suïcide gepleegd hebben. Dit
kwalitatieve onderzoek zal zich zowel richten op het verkrijgen van inzicht in de
individuele factoren als de organisatorische factoren. Ook zal er aandacht zijn voor
belangrijke aspecten van wet- en regelgeving. In september 2019 zal de eerste beleidsrapportage
met aanbevelingen worden aangeboden. De eindrapportage van het verdiepende onderzoek
zal eind 2019 beschikbaar zijn, conform de toelichting in de eerste duiding die is
opgeleverd door 113Zelfmoordpreventie. Daarop vooruitlopend zullen in die regio’s
waar het aantal suïcides in vergelijking tot andere regio’s aanmerkelijk hoger is,
al enige op de praktijk gerichte maatregelen worden getroffen. 113 Zelfmoordpreventie
zal deze twee regio’s, Noord-Brabant en Gelderland, actief benaderen om deel te nemen
aan SUPRANET Community (de lokale/regionale aanpak om het aantal suïcides terug te
dringen). Zij zullen worden ondersteund bij het implementeren van aanbevelingen die
uit de diepte-interviews komen en met beproefde maatregelen.
Ondanks de zomerperiode en het krappe tijdspad zijn er belangrijke stappen gezet die
een bijdrage zullen leveren aan beter inzicht op basis waarvan we straks beter kunnen
handelen en mensenlevens kunnen redden.
Naast dit onderzoek en maatregelen zijn ook IGJ en de jeugdzorginstellingen aan de
slag met dit onderwerp. IGJ toetst tijdens haar bezoeken aan instellingen de implementatie
van de zorgstandaard suïcidepreventie evenals de samenwerking in de keten. Verder
bereidt IGJ een project passende hulp voor. Daarbij gaat om de vraag of kinderen de
juiste hulp krijgen. Ik zal uw Kamer aan de hand van de tussenrapportage verder informeren.
Tot slot verwijs ik uw Kamer graag naar mijn brief van 17 juli jl. (Kamerstuk 32 793, nr. 323) waarin ik uw Kamer heb geïnformeerd over de jaarlijkse rapportage vermindering suïcidaliteit
en de voortgang van de Landelijke agenda suïcidepreventie. Deze brief biedt een overzicht
van de maatregelen die worden ingezet in het kader van de in het regeerakkoord (bijlage
bij Kamerstuk 34 700, nr. 34) vastgelegde intensivering van suïcidepreventie, waaronder een intensivering van
het hulpaanbod door 113Zelfmoordpreventie, uitbreiding van de regionale «proeftuinen»
(van zes naar zestien gedurende deze kabinetsperiode), het opschalen van zogenaamde
gatekeeperstrainingen en gerichte inzet om LHBTi-jongeren de hulp en steun te bieden
die zij nodig hebben.
De Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,
P. Blokhuis