Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2017-201832793 nr. 323

32 793 Preventief gezondheidsbeleid

Nr. 323 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN VOLKSGEZONDHEID, WELZIJN EN SPORT

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 17 juli 2018

Het terugdringen van het aantal suïcides en pogingen tot suïcide staat hoog op mijn agenda. Het raakt mij diep dat mensen in wanhoop en vaak in eenzaamheid worstelen met problemen die hen uiteindelijk drijven tot een daad die onomkeerbaar is. Zij zien maar één mogelijke oplossing om verlost te worden van alle problemen. Familie, vrienden en andere naasten blijven achter met een groot gevoel van onmacht en verdriet. Achter elke suïcide schuilt een persoonlijk drama, zowel voor de betrokkene zelf als voor de mensen in zijn of haar directe omgeving.

Hoopvol is dat het in veel gevallen mogelijk is om mensen die suïcidale gedachten hebben, nieuw perspectief en hoop te bieden en daarmee suïcide te voorkomen. We moeten deze boodschap en hoe je daarin kunt handelen, in alle zorgvuldigheid uitdragen en overbrengen.

Suïcidepreventie vergt veel bredere inbedding dan in de zorg alleen. De activiteiten vanuit de Landelijke agenda suïcidepreventie 2014–2017 bestrijken ook een breder terrein. Er bestaat al jarenlang een verbinding en samenwerking met het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat met het oog op het terugdringen van suïcides op het spoor. De contacten met het Ministerie van Onderwijs en Wetenschappen en verschillende onderwijsorganisaties over het onderwerp suïcidepreventie nemen substantieel toe. Dat vind ik een goede ontwikkeling.

In deze brief wordt eerst stil gestaan bij de intensivering die in het regeerakkoord is afgesproken met betrekking tot suïcidepreventie, vervolgens zal ingegaan worden op de landelijke suïcidecijfers 2017 en op de voortgang van de Landelijke agenda suïcidepreventie (en het onderzoeksprogramma suïcidepreventie bij ZonMw).

Rollen en verantwoordelijkheden

Het Ministerie van VWS vervult in het kader van de uitvoering van de Landelijke agenda suïcidepreventie een faciliterende rol. De verantwoordelijkheid voor de uitvoering van de agenda en de acties daarin ligt bij de betrokken partijen. VWS draagt het belang van het onderwerp suïcidepreventie actief uit, agendeert en neemt zo nodig ook de regie om veldpartijen bijeen te brengen om te komen tot (betere) samenwerking.

VWS stelt met een projectsubsidie 113Zelfmoordpreventie in staat een aanjagende en coördinerende rol te vervullen bij de uitvoering van de Landelijke agenda suïcidepreventie en de bewaking van de voortgang ervan. Daarnaast ondersteunt VWS lokale aanpakken om het aantal suïcides omlaag te brengen en de onderlinge uitwisseling van data en goede voorbeelden binnen de geïntegreerde ggz-instellingen te bevorderen. Bij de Landelijke agenda suïcidepreventie is inmiddels een groot aantal partijen betrokken, zowel binnen als buiten de zorg1.

Intensivering suïcidepreventie

In het regeerakkoord is afgesproken dat extra wordt ingezet op het terugdringen van suïcide en dat daarbij speciale aandacht geschonken zal worden aan lesbiennes, homoseksuele, biseksuele, transgender en interseksuele jongeren (LHBTi).

Uit onderzoek blijkt dat de helft van de lesbische, homo- en biseksuele jongeren wel eens aan zelfmoord denkt en dat lesbische, homo- en biseksuele jongeren bijna vijf keer vaker een suïcidepoging doen dan leeftijdsgenoten (Kuyper, 2016).

Financiële middelen

In het regeerakkoord zijn financiële middelen meegenomen om te intensiveren, een totale intensivering gedurende deze kabinetsperiode ter hoogte van € 15 mln. 113Zelfmoordpreventie heeft ten behoeve van de concrete invulling van deze intensivering, een uitgebreid voorstel ingediend. Dit voorstel is met de Voorjaarsnota geëffectueerd. De eerdere reeks die in het regeerakkoord was vastgelegd, is in afstemming met 113Zelfmoordpreventie als volgt aangepast.

2018

2019

2020

2021

2022

3.215

3.987

3.769

3.962

2 (structureel)

Het extra structurele budget dat wordt ingezet bedraagt € 2 mln. Dit bedrag zal structureel worden toegevoegd aan de instellingssubsidie van 113Zelfmoordpreventie waardoor meer mensen die kampen met suïcidaliteit geholpen kunnen worden. De instellingssubsidie wordt daarmee verhoogd van € 3,4 mln. naar € 5,4 mln.

Het bieden van hulp en steun die 24 uur per dag laagdrempelig beschikbaar is, is essentieel. Mijn ambtsvoorganger heeft deze hulp en steun breed beschikbaar gesteld via 113Zelfmoordpreventie. Ik zie voldoende redenen en urgentie om dit hulpaanbod verder te intensiveren waardoor meer mensen bereikt kunnen worden. Daarnaast investeer ik ook in de effectiviteit en kwaliteit, waaronder het verbeteren en doorontwikkelen van de hulpverlening zelf en het inzetten van vernieuwende technologie. Er zijn hierover met 113Zelfmoordpreventie doelstellingen geformuleerd, onder andere met betrekking tot de groei van het aantal afgehandelde crisisgesprekken van 53.000 in 2017 naar 90.000 in 2021.

Daarnaast is het van belang dat mensen de weg naar 113Zelfmoordpreventie goed weten te vinden. Daarom wordt er veel inzet gepleegd om de naamsbekendheid te vergroten (groei van 40% naar 60% in 2021), de duurzame vindbaarheid van 113Zelfmoordpreventie te verbeteren en de inzet van social media te intensiveren. Het ontwikkelen en leveren van gatekeeperstrainingen wordt verder opgeschaald in afstemming met de betrokken professionals om de kennis over dit onderwerp te verspreiden en vaardigheden hierin te verbeteren. Ook zal een interactieve leeromgeving worden ingericht waar met behulp van instructievideo’s vaardigheden kunnen worden aangeleerd om te spreken over suïcide en het bieden van steun.

Verschillende reeds lopende projecten zullen gedurende 2018–2021 geïntensiveerd worden (inzet Landelijke agenda 2018–2021, Suïcidepreventie Actie Netwerk Community (Supranet Community) en Suïcidepreventie Actie Netwerk GGZ (Supranet GGZ)). Supranet Community staat voor een (evidence based) lokale aanpak waarin de GGD en gemeente gezamenlijk met de lokale partijen (scholen, huisartspraktijken, buurtteams, sportverenigingen, vervoersdienst, politie) activiteiten uitvoeren om het aantal suïcides omlaag te brengen. 113Zelfmoordpreventie ondersteunt deze aanpak met haar expertise, lokale campagnes en trainingen. In 2016 is deze aanpak in zes regio’s, zogenaamde proeftuinen, gestart. Er is grote interesse voor deze aanpak vanuit de verschillende GGD’en.

De looptijd van deze lokale aanpakken suïcidepreventie zal worden verlengd, daarnaast zullen er nog tien extra proeftuinen worden gestart. Binnen deze proeftuinen zal extra aandacht uitgaan naar de eerdergenoemde LHBTi-groep.

Aandacht LHBTi-jongeren

Tot slot zal nog dit jaar door Movisie, in samenwerking met verschillende LHBTi-organisaties en 113Zelfmoordpreventie een meerjarig project gestart worden dat gericht is op de LHBTi-jongeren, in samenwerking en afstemming met het Ministerie van OC&W. LHBTi-jongeren blijken kwetsbaarder dan andere jongeren door stress vanwege ervaringen met uitsluiting en discriminatie, de angst voor deze ervaringen, het verbergen van het LHBTi-zijn en geïnternaliseerde homofobie, bi-fobie of transfobie2. Die stress heeft grote impact op het welzijn en de gezondheid van deze jongeren.

De insteek van het project is zowel gericht op de jongere zelf en de jongeren in zijn omgeving (gezonde copingsstrategieën) als de ouders en professionals die werkzaam zijn in het onderwijs en zorg (GGD).

Ik ben verheugd dat de uitvoering van al deze activiteiten deze zomer al kan starten. Met deze intensivering wordt een substantiële versteviging en verdere borging gegeven aan kennis en vaardigheden om het aantal suïcides en pogingen terug te dringen. Dit belangrijke onderwerp verdient deze aandacht. Ik zal uw Kamer jaarlijks informeren over de resultaten en voortgang.

Landelijke suïcidecijfers 2017

Op 15 juni 2017 heb ik uw Kamer geïnformeerd over de suïcidecijfers 2015 (Kamerstuk 29 893, nr. 212). Het CBS heeft op 30 juni 2017 de landelijke suïcidecijfers over 2016 definitief vastgesteld en heeft op 3 juli jl. de (voorlopige) suïcidecijfers over 2017 gepubliceerd.

In 2017 overleden 1917 personen door suïcide waarvan 1.304 mannen en 613 vrouwen. In datzelfde jaar hebben 15.400 bezoeken aan de spoedeisende hulp (SEH) plaatsgevonden en 7.700 ziekenhuisopnamen in verband met zelf toegebracht letsel (rapport Kerncijfers Letsels 2017, Veiligheid.nl). Het aantal ziekenhuisopnamen als gevolg van zelf toegebracht letsel was het hoogst onder jonge vrouwen in de leeftijd van 20 tot en met 24 jaar en 30 tot en met 34 jaar. Het aantal vrouwen dat de SEH-afdeling bezocht in verband met zelf toegebracht letsel was het grootst in de leeftijdsgroep 20–24 jaar.

Hierbij past wel de kanttekening dat bij de SEH-bezoeken en de ziekenhuisopnamen niet bekend is of er bij het slachtoffer sprake was van een doodswens.

In absolute aantallen is een stijging te zien van 1894 suïcides in 2016 naar 1917 suïcides in 2017. Het beeld is niettemin stabiel te noemen over de afgelopen jaren (het aantal suïcides in relatie tot de Nederlandse bevolkingsgroei). Het suïcidecijfer in Nederland is in vergelijking met andere Europese laag.

De (voorlopige) CBS-cijfers laten zien dat het aantal suïcides in de groep jongeren onder de 20 jaar, is toegenomen: van 48 suïcides in 2016 naar 81 suïcides in 2017. Dit vind ik een bijzonder verdrietige uitkomst. Voor mij meer dan voldoende reden om de inzet voor dit onderwerp voort te zetten en te intensiveren. Onder personen ouder dan 60 jaar is het aantal suïcides juist afgenomen. Ruim vier op de tien suïcides vindt plaats bij mensen in de leeftijd tussen 40 tot 60 jaar.

Naar aanleiding van de forse toename van suïcides onder de jongeren, heb ik inmiddels, samen met de Minister van VWS, gesproken met de meest betrokken organisaties over hoe we deze cijfers kunnen duiden en nader analyseren. Ik verwacht hierover begin september meer informatie beschikbaar te hebben en uw Kamer nader te kunnen informeren.

Suïcides op het spoor

In 2017 vonden op het spoor 215 suïcides plaats, een kleine afname ten opzichte van de 221 in 2016. In de periode 2017–2021 wordt een meerjarig programma voor suïcidepreventie, afhandeling en nazorg op het spoor uitgevoerd. De Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat heeft hiervoor in 2017 een subsidie verleend aan ProRail, die dit programma uitvoert via een integrale, gezamenlijke aanpak samen met de vervoerders en andere partijen. De komende tijd zal ProRail opnieuw risicolocaties en baanvakken voorzien van verscheidene anti-suïcidemaatregelen. Ook krijgt de samenwerking tussen ProRail en 113Zelfmoordpreventie vanuit het nieuwe programma een flinke impuls, onder andere door het aansluiten van ProRail en NS bij de Supranet-initiatieven samen met ggz-instellingen. Tot slot wordt het opleiden van spoorpersoneel om interventies te kunnen doen voortgezet en uitgebreid.

In bijlage 1 treft u de landelijke suïcidecijfers, de aantallen spoorsuïcides en de aantallen zelf toegebracht letsel over 2017 aan.

Voortgang Landelijke agenda suïcidepreventie 2018–2021

Met de eerder genoemde brief van 15 juni 2017 bent u geïnformeerd over de Landelijke agenda 2018–2021. In deze agenda is de inzet geformuleerd van een groot aantal partijen binnen en buiten de zorg om het aantal suïcides terug te dringen. Ik ben blij met het committent en het brede draagvlak, maar ook met de urgentie die hier wordt gevoeld om gezamenlijk actie te ondernemen. Hieronder informeer ik over de voortgang op de verschillende domeinen, te weten zorg, onderwijs, media en sociaaleconomische sector.

a. Zorg

Zes van de vijfentwintig GGD’en zijn vanaf 2016 intensief bezig met een lokale aanpak suïcidepreventie (Supranet Community). In al deze regio’s zijn de afgelopen twee jaar tientallen activiteiten georganiseerd in netwerken van zorgpartijen en het publiek domein. Honderden gatekeepers zijn getraind, een tiental events voor burgers is georganiseerd en er zijn verschillende vormen van ketenafspraken gemaakt tussen partijen om te samenwerking te verbeteren op het terrein van suïcidepreventie. Tientallen huisartsenpraktijken sloten aan. Een van de onderdelen van de aanpak betreft een regionale mediacampagne. Deze campagne heeft het taboe op suïcide verminderd en de naamsbekendheid van 113Zelfmoordpreventie verbeterd.

GGD-en hebben een belangrijke regiefunctie bij deze netwerkaanpak. Met GGD GHOR is contact geweest over het werk binnen de eerder genoemde lokale aanpakken («proeftuinen»). Dit wordt door 113Zelfmoordpreventie opnieuw opgepakt om samen te kijken hoe nieuwe regio’s te bereiken. Een groot deel van de intensiveringsmiddelen wordt in dit traject meegenomen, waardoor het aantal deelnemende GGD’en tot en met zestien kan worden uitgebreid. Selectie zal in oktober 2018 plaatsvinden waardoor twee nieuwe regio’s nog dit jaar zullen instromen.

Op dit moment zijn er dertien van de vierentwintig geïntegreerde ggz-instellingen binnen de Landelijke Agenda die actief hun data uitwisselen en gestructureerd invulling geven aan suïcidepreventie (Supranet GGZ). Dit jaar sluiten één tot drie instellingen hierbij aan.

De vrijgevestigde psychologen en psychiaters hebben aangegeven te zullen inzetten op de bevordering van samenwerking in de keten en het stimuleren van het gebruik van een veiligheidsplan. Het Nederlands Instituut voor Psychologen (NIP) heeft in samenwerking met 113Zelfmoordpreventie een studiedag georganiseerd voor schoolpsychologen, daarnaast is een workshop over dit thema ontwikkeld die zal plaatsvinden voor startende psychologen.

De betrokkenheid en scholing in het kader van suïcidepreventie door huisartsenpraktijken (huisartsen, POH-GGZ, doktersassistenten) vindt plaats via de regionale aanpak suïcidepreventie (Supranet Community). Op deze wijze kan lokale inbedding van dit thema plaatsvinden. Het Nivel doet onderzoek naar de effecten van Supranet binnen de huisartsenpraktijk. Een eerste voorlopig resultaat, gemeten in huisartsenpraktijken die niet meedoen aan Supranet Community, laat zien dat huisartsen bij éénderde van de patiënten met een nieuwe episode van depressie, niet doorvragen naar suïcidaliteit. Dit is wel een doel van Supranet Community. Bij de mensen bij wie wel is doorgevraagd blijken vier op de tien patiënten ernstig suïcidaal te zijn.

Daarnaast zijn verschillende beroepsverenigingen aan de slag om het aantal uren dat besteed wordt aan suïcidepreventie onderwijs in de eigen curricula, in kaart te brengen. Zij zullen dit nog dit jaar inzichtelijk maken aan 113Zelfmoordpreventie. Aan de hand van dit inzicht kan beter beoordeeld worden of uitbreiding van deze scholing nodig is.

Met betrekking tot de verdere inzet op het terrein van familie en naasten is de training suïcidepreventie voor cliënten en naasten ontwikkeld door 113Zelfmoordpreventie en een onderdeel van het vaste 113-trainingsaanbod. Met MIND en de LSFVP wordt een plan gemaakt om de generieke module «diagnostiek en behandeling van suïcidaal gedrag» beter te implementeren. Deze module geeft op hoofdlijnen weer waaraan goede zorg voor patiënten met suïcidaal gedrag moet voldoen. De persoongerichte benadering staat hierbij voorop.

De spoedeisende hulpdiensten zien veel van de suïcidepogingen in Nederland. Er is veel winst te behalen in verbetering van kennis, inzicht en vaardigheden op het terrein van suïcidepreventie, met name in het bieden van nazorg en behandeling op de SEH en achterliggende afdelingen zoals de intensive care. Er worden in samenwerking met de V&VN klinische lessen ontwikkeld voor verpleegkundigen die werkzaam zijn op de SEH, de eerste pilot hiermee vindt plaats na de zomer in een algemeen ziekenhuis. Vijf ziekenhuizen zullen deelnemen aan een traject waarin de verschillende barrières voor goede suïcidepreventie binnen het ziekenhuis en tijdens het follow-up traject zullen worden weggenomen. Een eerste expertbijeenkomst heeft inmiddels plaatsgevonden waarin een basis is gelegd voor een verbeterplan dat breed kan worden ingezet en getest in de praktijk, waarna verspreiding kan plaatsvinden met behulp van koepelorganisaties zoals de NVZ en de NFU.

b. Onderwijs

Er is met een tiental koepels concrete afspraken gemaakt over hun doelen op het gebied van suïcidepreventie, verspreiding van materiaal en kennisverbreding. Er zal zowel in het magazine van de VO-raad als in het magazine dat bestemd is voor schooldecanen en leerlingbegeleiders, aandacht worden gegeven aan het belang van suïcidepreventie binnen het onderwijs.

Onderzoek van 113Zelfmoordpreventie heeft inmiddels bevestigd dat de gatekeepertraining ook in ons land effectief is: de kennis over suïcidepreventie en het vertrouwen van de deelnemers om er over te praten nemen toe.

In het onderwijs is er van een toenemende belangstelling voor het volgen van gatekeeperstrainingen. In de eerste drie maanden van dit jaar zijn binnen het onderwijs 150 personen getraind en is aan 600 personen een voorlichting over suïcidepreventie gegeven. Er is een filmpje gemaakt om bestuurders, zorgteams en docenten te motiveren om suïcidepreventie op school vorm te geven: https://www.youtube.com/watch?v=lMMx_jBSziw (binnen 1,5 week ruim 500 views).

c. Media

Het eerste concept van de nieuwe «10 tips voor journalisten» over een verantwoorde wijze van berichten over suïcide-incidenten, is door het Trimbos-instituut en 113Zelfmoordpreventie verrijkt met wetenschappelijke inzichten en input van journalisten en is eind juli gereed voor verspreiding.

In het eerste kwartaal van 2018 is 408 keer door (nieuws)media naar 113Zelfmoordpreventie verwezen. Dit wordt gevolgd en in kaart gebracht met een specifiek ontwikkeld instrument (Monalyse). Met journalisten heeft 113Zelfmoordpreventie tot nog toe 22 keer een dialoogsessie georganiseerd om mythes te doorbreken over suïcidepreventie en verantwoorde berichtgeving te stimuleren. 113Zelfmoordpreventie brengt de kwaliteit van de berichtgeving periodiek in beeld en toetst of de berichten al dan niet de «mediacode in acht nemen. In de praktijk is een positieve trend richting betere naleving van de 10-tips, het verwijzen naar 113Zelfmoordpreventie. Steeds meer journalisten nemen vooraf contact op om af te stemmen.

d. Sociaaleconomische sector

Suïcides komen vaker voor onder personen die een uitkering (bijstand-, arbeidsongeschiktheid- of WW- uitkering) ontvangen dan onder personen die een inkomen hebben. Ook schuldenproblematiek speelt vaak een rol bij suïcidaliteit. Het is dan ook belangrijk om onder bijvoorbeeld uitkeringsinstanties, deurwaarders en incassobureaus kennis te verspreiden om suïcidale klachten te kunnen signaleren en zo nodig door te verwijzen naar de hulpverlening. Gatekeeperstrainingen (waarmee deze vaardigheden worden opgedaan) worden in deze sector zeer beperkt afgenomen, korte voorlichtingen (1,5 uur) komen meer in zwang. Daarmee wordt duidelijk dat suïcidepreventie in deze sector langzaam wel de aandacht krijgt die het verdient, maar dat de behoefte aan kennis en vaardigheden zeer uiteenlopend is.

De inzet op dit terrein is om, via training of voorlichting, de aandacht voor en kennis over suïcidepreventie te verhogen en te borgen door de training in te voegen in het eigen opleidingscurriculum. Dit gebeurt nu concreet met het UWV en een drietal deurwaarderskantoren (groot, middel, klein). Voor deze partijen is het belangrijk dat er naast training ook aan interne randvoorwaarden wordt voldaan. Hoe moet een medewerker concreet handelen en bij wie kan hij/zij terecht met een suïcidale klant? 113Zelfmoordpreventie helpt partijen daarom ook met het ontwikkelen van adequaat beleid hieromtrent, waaronder het opstellen van protocollen. Het Ministerie van SZW is hierbij aangesloten.

Overige ontwikkelingen

a. Onderzoeksprogramma Suïcidepreventie ZonMw

Er zijn in 2016 tien onderzoeksprojecten gestart die kennis opleveren om preventie van suïcide verder vorm te geven. De projecten richten zich op de verschillende prioriteiten die experts hebben vastgesteld: het doorbreken van taboe, gericht implementatieonderzoek, sluitende ketenzorg, de inzet van naasten en ervaringsdeskundigen en fundamenteel onderzoek ten behoeve van de ontwikkeling van nieuwe interventies.

In 2017 zijn twee extra projecten gestart specifiek gericht op jongeren: depressie- en suïcidepreventie op ROC’s en suïcidepreventie onder LHBT-jongeren. Hiermee omvat het programma twaalf projecten. De projecten hebben een looptijd van twee tot vier jaar. Op dit moment zijn nog geen resultaten bekend; de meeste projecten rapporteren eind van dit jaar over hun voortgang.

Ieder jaar wordt in het kader van de maatschappelijke evaluatie van het programma een projectleidersbijeenkomst georganiseerd met als doelen samenwerking stimuleren, kennis delen en de impact van het programma vergroten.

b. Sterkere benadering van familie en nabestaanden

Met de eerdergenoemde brief van 15 juni 2017 is uw Kamer geïnformeerd over de ontwikkelingen en de stappen die worden gezet om familie en nabestaanden meer te benaderen en te betrekken. In dit kader is uw Kamer ook geïnformeerd over het onderzoek dat in opdracht van de inspectie werd uitgevoerd door het Nivel samen met Erasmus School of Health Policy & Management, naar de ervaringen met het betrekken van patiënten, familie, naasten en nabestaanden door zorgaanbieders bij calamiteitenonderzoek in de ggz. Bij dit onderzoek is óók gekeken naar het handelen bij een suïcide(poging).

Inmiddels is dit onderzoek afgerond3. Het onderzoek levert een aantal waardevolle inzichten op voor de sector zelf om patiënten en familie/naasten meer te betrekken bij zowel de zorgverlening als ook bij het onderzoek naar een calamiteit of een suïcide(poging).

De onderzoekers concluderen dat betrokkenheid van patiënten en naasten bij calamiteitenonderzoek in de ggz nog beperkt lijkt te gebeuren. Deze betrokkenheid heeft een toegevoegde waarde, tegelijkertijd wordt geconcludeerd dat het niet altijd haalbaar is om patiënten en naasten te betrekken. Een calamiteitenonderzoek, als het voorkomt, is slechts «een moment» in een lang zorgtraject. Een belangrijke conclusie van het onderzoek is daarom dat het productief is om vooral in te zetten op betrokkenheid bij het behandelproces, en in het vertrouwen tussen patiënten, naasten en zorgaanbieders.

Het rapport levert ook waardevolle inzichten op voor het toezicht. De inspectie heeft al geruime tijd aandacht voor het betrekken van patiënten en cliënten bij de wijze waarop de zorgverlening wordt vormgegeven en ook bij het onderzoek naar aanleiding van een calamiteit of een suïcide (poging). Een deel van de bevindingen van de onderzoekers wordt al (in toenemende mate) toegepast. De inspectie wil het betrekken van patiënten en naasten bij onderzoek naar aanleiding van calamiteitenonderzoek of suïcide(pogingen) verder stimuleren. De inspectie gaat hierover in dialoog met de veldpartijen (waar onder GGZ Nederland, Mind en de NVvP). Daarbij zal speciale aandacht zijn voor de betrokkenheid van patiënten en naasten bij de dagelijkse zorg; het uitleggen en transparanter communiceren van het handelen rond incidenten en de aanpak van calamiteiten; en het onderling leren en uitwisselen van praktijkvoorbeelden om van te leren voor adequaat calamiteitenonderzoek.

Slot

Het onderwerp suïcidepreventie staat op het netvlies van veel mensen en organisaties en daagt een ieder uit tot het nemen van actie. Op 26 juni jl. vond op initiatief van VWS, in samenwerking met 113Zelfmoordpreventie, een bijeenkomst met de landelijke koepelorganisaties plaats over het terugdringen van het aantal suïcides en hun bijdrage daarin. De opkomst overtrof alle verwachtingen. Er waren meer dan 20 organisaties vertegenwoordigd, nog los van het onderwijs waarvoor in dit najaar een aparte bijeenkomst zal worden georganiseerd. In de bijeenkomst zijn de acties die elk van de partijen onderneemt, uitgewisseld en worden concrete vervolgafspraken gemaakt.

Deze inzet en betrokkenheid geven mij het vertrouwen dat we met elkaar het taboe om te spreken over suïcidale gedachten de komende jaren verder zullen doorbreken waardoor we mensen die in wanhoop verkeren een reikende hand, steun en perspectief zullen kunnen bieden.

De Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, P. Blokhuis


X Noot
1

NVvP, NIP, POH GGZ, MIND, GGZ NL, IvdVen, V&VN, LHV, GGD GHOR, NVSHA

Prorail, NS, VU A’dam, Nivel, VO raad, LOS hbo, School en Veiligheid, LBS WO, Politie, UWV, ministeries IenM, V&J, SZW en OC&W, 113 Zelfmoordpreventie

X Noot
2

Baams, Grossman, Russell 2015; Meyer, 2003).

X Noot
3

www.igj.nl