32 791 Visie op het koningschap

Nr. 3 HERDRUK1 LIJST VAN VRAGEN EN ANTWOORDEN

Vastgesteld 15 oktober 2019

De vaste commissie voor Buitenlandse Zaken heeft een aantal vragen voorgelegd aan de Minister-President, Minister van Algemene Zaken over de brief van 9 september 2019 inzake de uitvoering van de motie van de leden Van Helvert en Koopmans over de internationale inspanningen van de Koningin en de motie van de leden Sjoerdsma en Van Ojik over de politieke verantwoordelijkheid met betrekking tot nevenfuncties van leden van het Koninklijk Huis (Kamerstuk 32 791, nr. 2).

De Minister-President, Minister van Algemene Zaken heeft deze vragen beantwoord mede namens de Ministers van Buitenlandse Zaken en voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking bij brief van 14 oktober 2019. Vragen en antwoorden zijn hierna afgedrukt.

De voorzitter van de commissie, Pia Dijkstra

De griffier van de commissie, Van Toor

1

Op welke manier beschouwt het kabinet de motie van de leden van Helvert en Koopmans (Kamerstuk 32 735, nr. 263) en de motie van de leden Sjoerdsma en Van Ojik (Kamerstuk 32 735, nr. 253) in onderling verband?

Antwoord

Het kabinet constateert dat er in de Kamer brede steun is voor het goede werk dat Máxima in haar functie van speciale pleitbezorger voor inclusieve financiering voor ontwikkeling van de secretaris-generaal van de VN (UNSGSA) verricht en dat er behoefte was aan borging van de ministeriele verantwoordelijkheid bij de uitoefening van nevenfuncties door leden van het koninklijk huis. De bovengenoemde brief is langs beide uitgangspunten uitgewerkt.

2

Stond de afspraak tussen Koningin Maxima en kroonprins Mohammed Bin Salman op de website van het Koninklijk Huis?

Antwoord

Internationale bezoeken die Koningin Maxima in haar functie van UNSGSA brengt worden in algemene zin vooraf aangekondigd door middel van een persbericht of agendabericht. Deze berichten zijn terug te vinden op de website van het koninklijk huis.

3

Is met de aanstelling van Koningin Máxima als speciale pleitbezorger impliciet of expliciet toestemming gegeven voor ontmoetingen die zij zou gaan hebben in het kader van deze functie? Is voor elke ontmoeting die binnen het kader van deze functie plaatsvindt separate toestemming nodig van de Minister?

Antwoord

De Minister van Buitenlandse Zaken is ministerieel verantwoordelijk voor alle gesprekken die leden van het Koninklijk Huis voeren in officiële buitenlandse rollen. Vanuit die wetenschap en verantwoordelijkheid is in 2009 aan uw Kamer medegedeeld dat de Koningin de taak van speciale pleitbezorger voor inclusieve financiering voor ontwikkeling van de secretaris-generaal van de VN (UNSGSA) op zich zou nemen. Ook toen was bekend dat inclusieve financiering een onderwerp is dat vaak speelt in landen waar Nederland zorgen heeft over de mensenrechtensituatie of de democratische situatie. Het gesprek van UNSGSA met de kroonprins van Saudi-Arabië, Mohammed bin Salman, tijdens de G20-top in Osaka, paste binnen de taakopdracht van UNSGSA zoals die vanaf het begin bekend was en vond plaats met instemming van de Minister van Buitenlandse Zaken. Zie te zake ook Kamerstuk 26 150, nr. 183 en Kamerstuk 32 791, nr. 2.

Voor de volledigheid en ter toelichting hecht ik er aan u een beeld te geven hoe het proces is gelopen rondom het onderhoud van UNSGSA met de kroonprins van Saudi-Arabië tijdens de G20-top in Osaka. Dat is exemplarisch voor de wijze waarop in het kader van de ministeriële verantwoordelijkheid afstemming plaatsvindt over het programma van UNSGSA.

Koningin Máxima wordt in haar hoedanigheid van speciale pleitbezorger door het UNSGSA kantoor te New York geadviseerd over haar programma. Dat betreft onder andere bezoeken aan landen, internationale organisaties en internationale bijeenkomsten alsmede de beoogde gesprekspartners. UNSGSA voert deze gesprekken vanuit haar VN-mandaat inzake inclusieve financiering voor ontwikkeling. Nederland onderschrijft het belang van de agenda van UNSGSA nadrukkelijk, omdat deze aansluit bij onze beleidsprioriteiten op het vlak van ontwikkelingssamenwerking.

Het is gebruikelijk dat UNSGSA spreekt met de inkomend voorzitters van de G20, om zeker te stellen dat het onderwerp van haar mandaat op de G20-agenda blijft staan. De ontmoeting met de kroonprins van Saudi-Arabië in Osaka was onderdeel van een breed programma. Net als haar andere ontmoetingen tijdens de G20 in Osaka, heeft het gesprek van UNSGSA met de kroonprins van Saudi-Arabië plaatsgevonden met medeweten van het kabinet. In het kader van de ministeriële verantwoordelijkheid heeft daarover afstemming plaatsgevonden met de ministeries van Algemene Zaken en van Buitenlandse Zaken. Het voorgenomen onderhoud van UNSGSA met de inkomende voorzitter van de G20 is tevoren besproken in een overleg over de reizen van het Koninklijk Huis en de Minister-President.

4

Heeft de Minister van Buitenlandse Zaken, of de Minister-President, de bevoegdheid om ontmoetingen die Koning Máxima in het kader van haar functie als speciale pleitbezorger uitvoert, te voorkomen of tegen te houden? Zo ja, is wel eens gebruik gemaakt van die bevoegdheid?

Antwoord

Er is periodiek contact tussen vertegenwoordigers van het Koninklijk Huis en de ministeries van Algemene Zaken en van Buitenlandse Zaken om bij buitenlandse reizen en ontmoetingen van leden van het Koninklijk Huis de meerwaarde en de risico’s af te wegen. Dat is ook in deze zaak gebeurd. Zie voorts de antwoorden op vraag 3 en Kamerstuk 32 791, nr. 2.

5

Is er voor de benoeming van Koningin Máxima tot speciale pleitbezorger van de VN secretaris-generaal voor inclusieve financiering voor ontwikkeling overleg geweest over de risico’s en wenselijkheid van contacten met landen waar de omgang met grondrechten de bijzondere aandacht van het kabinet geniet?

Antwoord

Zie het antwoord op de vragen 3 en 4.

6

Met welke andere landen waar de omgang met grondrechten de bijzondere aandacht van kabinet geniet, hebben leden van het Koninklijk Huis bij het uitoefenen van hun nevenfuncties nog meer bilaterale overleggen gehad en welke staan gepland?

Antwoord

Of landen vanwege de omgang met grondrechten de bijzondere aandacht van het kabinet genieten is geen statisch gegeven. Dat kan in de loop van de tijd veranderen als gevolg van ontwikkelingen in de betreffende landen of als gevolg van de weging van het kabinet t.a.v. de meest effectieve reactie daarop. Van de ontmoetingen die Koningin Máxima in haar hoedanigheid als UNSGSA heeft gehad, is dan ook geen overzicht bijgehouden met categorisering in landen die bijzondere aandacht van het kabinet genieten vanwege de omgang met mensenrechten en landen waarvoor dat niet geldt. Ook voor andere leden van het KH bestaan zulke overzichten niet. Wel geldt telkens dat in het onder antwoord 4 genoemde periodiek contact de meerwaarde en risico’s worden afgewogen.

7

Is het kabinet bereid een nieuw afwegingskader te maken voor ontmoetingen in het kader van het uitoefenen van nevenfuncties van leden van het Koninklijk Huis met landen waar de omgang met grondrechten de bijzondere aandacht van kabinet geniet?

Antwoord

Met de in de brief van 9 september 2019 geëxpliciteerde procedures en werkwijzen is de ministeriële verantwoordelijkheid voor de nevenfuncties van leden van het Koninklijk Huis op een adequate wijze geborgd.

8

Gaan ontmoetingen van leden van het Koninklijk Huis met landen waar de omgang met grondrechten de bijzondere aandacht van kabinet geniet, gepaard met evenredige overdracht van kritiek op mensenrechtensituaties en andere zorgen door het kabinet?

Antwoord

In het regeerakkoord zijn de bevordering van de internationale rechtsorde en de mensenrechten uitdrukkelijk opgenomen (Bijlage bij Kamerstuk 34 700, nr. 34). Voorop hierbij staat dat standpunten van Nederland helder worden overgedragen. De wijze waarop een boodschap wordt overgedragen kan echter per land en van geval tot geval verschillen. Het is van belang dat de Speciale Pleitbezorger zich aan haar VN mandaat houdt en geen bilaterale of andere inhoudelijke kwesties opbrengt die buiten dit mandaat vallen. Dit betekent echter niet dat ons land op het vlak van de mensenrechten in bepaalde landen, zoals Saudi-Arabië geen mening heeft of geen boodschap heeft overgedragen. Daartoe zijn en worden de reguliere diplomatieke kanalen benut.

9

Was de Minister van Buitenlandse Zaken voorafgaand aan de ontmoeting tussen Koningin Máxima en Mohammed Bin Salman op de hoogte van deze ontmoeting?

Antwoord

Zie het antwoord op de vragen 3 en 4.

10

Was de Minister-President voorafgaand aan de ontmoeting tussen Koningin Máxima en Mohammed Bin Salman op de hoogte van deze ontmoeting?

Antwoord

Zie het antwoord op de vragen 3 en 4.

11

Wanneer heeft contact tussen de vertegenwoordigers van het Koninklijk Huis en de ministeries van Algemene Zaken en Buitenlandse Zaken betreffende het bespreken van de ontmoeting tussen Koningin Máxima en kroonprins Mohammed Bin Salman plaatsgevonden?

Antwoord

Zie het antwoord op de vragen 3 en 4.

12

Welk contact is er geweest tussen het VN-team rond de functie van speciale pleitbezorger over de invulling van deze ontmoeting, en de vertegenwoordigers van het Koninklijk Huis en de ministeries van Algemene Zaken en van Buitenlandse Zaken? Is deze ontmoeting ter goedkeuring voorgelegd, of ter kennisgeving?

Antwoord

Zie het antwoord op de vragen 3 en 4.

13

Is er intern beraad geweest op het Ministerie van Buitenlandse Zaken voorafgaand aan de ontmoeting tussen Koningin Máxima en Mohammed Bin Salman over de vraag of dit een verstandige en wenselijke ontmoeting was? Zo ja, wat kwam daar uit?

Antwoord

Zie het antwoord op de vragen 3 en 4.

14

Is bij de afspraak tussen de vertegenwoordigers van het Koninklijk Huis en de ministeries van Algemene Zaken en Buitenlandse Zaken over de ontmoeting tussen Koningin Máxima en kroonprins Mohammed Bin Salman expliciet gesproken over risico’s?

Antwoord

Zie het antwoord op de vragen 3 en 4.

15

Lag bij de afspraak tussen de vertegenwoordigers van het Koninklijk Huis en de ministeries van Algemene Zaken en Buitenlandse Zaken over de ontmoeting tussen Koningin Máxima en kroonprins Mohammed Bin Salman het scenario op tafel om deze ontmoeting niet door te laten gaan?

Antwoord

Zie het antwoord op de vragen 3 en 4.

16

Heeft de Minister van Buitenlandse Zaken voorafgaand aan de ontmoeting tussen Koningin Máxima en Mohammed Bin Salman expliciete toestemming gegeven aan deze ontmoeting?

17

Heeft de Minister-President voorafgaand aan de ontmoeting tussen Koningin Máxima en Mohammed Bin Salman expliciete toestemming gegeven aan deze ontmoeting?

Antwoord op de vragen 16 en 17

In de aangehaalde brief heb ik de verschillende politieke verantwoordelijkheden ten aanzien van de vervulling van een nevenfunctie door een lid van het koninklijk huis uiteengezet. De Minister-President heeft de algemene ministeriële verantwoordelijkheid voor het Koninklijk Huis. De Minister van Buitenlandse Zaken is ministerieel verantwoordelijk voor de activiteiten van Koningin Máxima in kader van haar VN-mandaat. De Minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking is ministerieel verantwoordelijk voor de raakvlakken van het UNSGSA-mandaat met het BHOS-beleid. In het kader van de ministeriële verantwoordelijkheid heeft daarover afstemming plaatsgevonden met de ministeries van Algemene Zaken en van Buitenlandse Zaken.

18

Wat bedoelt u concreet met «Er is periodiek contact tussen vertegenwoordigers van het Koninklijk Huis en de ministeries van Algemene Zaken en van Buitenlandse Zaken om bij concrete werkzaamheden, in het bijzonder bij buitenlandse reizen en ontmoetingen, de meerwaarde en de risico’s af te wegen. Dat is ook in deze zaak gebeurd. hierbij past enige terughoudendheid van de zijde van het kabinet, om de goede uitoefening van de functie niet te hinderen»? Welke terughoudendheid moet u hierin betrachten? Hoe verhoudt die terughoudendheid zich tot uw ministeriële verantwoordelijkheid voor de nevenfunctie?

Antwoord

De genoemde terughoudendheid houdt verband met de geschetste politieke verantwoordelijkheden voor het aanvaarden en vervullen van deze nevenfunctie. De onder vragen 16 en 17 genoemde ministers en hun ambtsvoorgangers hebben ingestemd met de aanvaarding en periodieke verlengingen van haar aanstelling in deze functie. Een zinvolle uitoefening van deze VN-functie kan ook leiden tot ontmoetingen met vertegenwoordigers van regimes waar ook schendingen van de mensenrechten een punt van zorg zijn. Tegelijkertijd is het van belang dat de Speciale Pleitbezorger zich aan haar VN mandaat houdt en geen bilaterale of andere inhoudelijke kwesties opbrengt die buiten dit mandaat vallen.

19

Hoe gaat het kabinet de betere borging van de politieke verantwoordelijkheid voor het inschatten en voorkomen van risico’s met betrekking tot nevenfuncties van leden van het Koninklijk Huis concretiseren?

20

Op wat voor manier wilt U de invulling van Uw ministeriële verantwoordelijkheid beter borgen, om dergelijke ontmoetingen van leden van het Koninklijk Huis te voorkomen?

Antwoord op de vragen 19 en 20.

In de aangehaalde brief heb ik de verschillende politieke verantwoordelijkheden ten aanzien van een de vervulling van een nevenfunctie door een lid van het koninklijk huis uiteengezet, en hoe dit heeft plaatsgevonden in het geval van de ontmoeting tussen Koningin Maxima en Mohammed Bin Salman. Het kabinet beschouwt het aldus geëxpliciteerde kader als voldoende.


X Noot
1

I.v.m. een tekstuele correctie

Naar boven