Aanhangsel van de Handelingen

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarNummerDatum ontvangst
Tweede Kamer der Staten-Generaal2017-20182299

Vragen van het lid Verhoeven (D66) aan de Minister voor Rechtsbescherming over het bericht «Privacywet of niet, Kadaster deelt privégegevens» (ingezonden 8 mei 2018).

Antwoord van Minister Ollongren (Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties), mede namens de Minister voor Rechtsbescherming (ontvangen 1 juni 2018).

Vraag 1

Bent u bekend met het bericht «Privacywet of niet, Kadaster deelt privégegevens»?1

Antwoord 1

Dit bericht is mij bekend.

Vraag 2

Wat is uw reactie op de bevindingen in het artikel wat betreft het gemak waarmee zeer persoonlijke gegevens opgevraagd kunnen worden?

Antwoord 2

Privacy en de bescherming van de persoonlijke levenssfeer vind ik belangrijke waarden in onze samenleving. Een belangrijk element daarbij is de verwerking en openbaarheid van privacygevoelige informatie. Ten aanzien van het gemak waarmee persoonsgegevens kunnen worden opgevraagd bij het Kadaster heeft de Autoriteit Persoonsgegevens advies uitgebracht. Dit advies is uitgebracht naar aanleiding van een verzoek van de Vaste Kamercommissie voor Veiligheid en Justitie (thans Justitie en Veiligheid). Gezien de verantwoordelijkheid voor het Kadaster wordt de kabinetsreactie opgesteld door de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.

Ik verwacht voor het zomerreces de kabinetsreactie hierop toe te kunnen zenden aan de Tweede Kamer. In deze kabinetsreactie ga ik ook in op de vraag van lid Verhoeven.

Vraag 3

Ziet u risico’s op het gebied van identiteitsfraude door het relatieve gemak waarmee persoonsgegevens opgevraagd kunnen worden?

Antwoord 3

Ik acht de kans op identiteitsfraude op basis van informatie uit het Kadaster zeer beperkt.

Uit de meldingen over identiteitsfraude die bij BZK binnenkomen blijkt dat de risico’s voor identiteitsfraude vooral liggen in het combineren van persoonsgegevens zoals het BSN met persoonsgegevens uit andere bronnen. En dan nog is er om identiteitsfraude te kunnen plegen ook vaak (een kopie van) een identiteitsdocument nodig.

In kadastrale registratie zijn alleen NAW-gegevens zichtbaar en opvraagbaar en gegevens zoals geboortedatum, burgerlijke staat en financiële gegevens zoals koopprijs, hypotheekbedrag en de naam van de hypotheekverstrekker. In Notariële akten die worden ingeschreven in de openbare registers van het Kadaster zijn daarnaast gegevens zoals aard en nummer van een identiteitsdocument opgenomen. Ook deze gegevens zijn openbaar. Daar staat tegenover dat noch in de Kadastrale Registratie, noch in de openbare registers van het Kadaster BSN-nummers openbaar zijn. Ook identiteitsdocumenten of kopieën van identiteitsdocumenten worden niet opgenomen in de openbare registers van het Kadaster. Vandaar dat ik stel dat het risico op identiteitsfraude op basis van informatie uit het Kadaster zeer beperkt is.

Vraag 4, 5, 6, 7

Welke afwegingen maakt u in dergelijke gevallen tussen het belang van rechtszekerheid in de vastgoedmarkt en de privacy van personen, zonder dat beiden in het geding komen?

Bent u bereid te onderzoeken op wat voor manier bepaalde persoonlijke gegevens beter afgeschermd kunnen worden, bijvoorbeeld door alleen toegang toe te staan voor personen met een gerechtvaardigd belang, zoals makelaars, notarissen en taxateurs?

Kunt u nader ingaan op de in het artikel genoemde oplossing voor uitzonderingsgevallen? Naar welke algemene maatregel van bestuur wordt in dit kader verwezen?

Wat is uw reactie op het advies van de Autoriteit Persoonsgegevens om het Kadaster adviezen te laten geven aan notarissen over dingen die niet meer in aktes mogen worden opgenomen?

Antwoord 4, 5, 6, 7

Deze punten komen aan de orde in de onder vraag 2 genoemde kabinetsreactie.