Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 5 juli 2018
Op 3 april 2018 nam de Kamer motie Omtzigt c.s. (Kamerstuk 22 112, nr. 2529; (Handelingen II 2017/18, nr. 68, item 13) aan waarin de regering wordt verzocht te onderzoeken of er in de Europese Unie voldoende
draagvlak is voor sanctiemaatregelen op EU niveau tegen plegers van grove mensenrechtenschendingen
en indien er in de EU onvoldoende draagvlak is, wetgeving in Nederland voor te bereiden.
Tevens wordt de regering in de motie verzocht de Kamer binnen vijf maanden te informeren
over de genomen stappen. Conform mijn toezeggingen tijdens het Notaoverleg van 15 mei
jl. deel ik u het volgende mee (Kamerstuk 33 694, nr. 19).
Doel van een thematisch mensenrechtensanctieregime
Mensenrechten vormen voor de Europese Unie een kernwaarde. Door een toename van autocratieën
en onvrije democratieën, komen mensenrechten steeds verder in het gedrang. Een thematisch
sanctieregime tegen mensenrechtenschenders is een waardevolle aanvulling op het bestaande
Europese externe mensenrechteninstrumentarium. Hiermee kan wereldwijd worden ingezet
op het instellen van persoonsgerichte sancties tegen mensenrechtenschenders met als
doel hun gedrag te veranderen. Bovendien moet hier een preventief effect van uit gaan
richting andere (potentiële) mensenrechtenschenders. Sancties zijn het meest effectief
wanneer deze internationaal breed worden gedragen. Nationale sancties hebben slechts
zeer beperkte impact en maken Nederland bovendien kwetsbaarder voor tegenmaatregelen.
Wat is tot nu toe gedaan?
In de afgelopen periode zijn landen die reeds een vorm van sanctiemaatregelen gericht
op mensenrechtenschenders hebben, door Nederland actief bevraagd waarom en hoe deze
tot stand zijn gekomen en wat de ervaringen zijn. Dat heeft het volgende beeld opgeleverd.
In de Verenigde Staten is sinds 2012 de Sergei Magnitsky Rule of Law and Accountability Act van kracht waarmee sancties werden ingesteld tegen o.a. de personen die betrokken
waren bij de dood van de Russische accountant Sergei Magnitsky, die in 2009 in een
gevangenis in Moskou overleed. In 2016 nam het Congres de Global Magnitsky Human Rights Accountability Act aan, waarmee de president geautoriseerd is om sancties in te stellen tegen mensenrechtenschenders
en personen betrokken bij grootschalige corruptie wereldwijd. Deze Act is dus niet
meer specifiek tegen mensenrechtenschendingen en corruptie in Rusland gericht. President
Trump ondertekende op 20 december 2017 Executive Order 13818 waarmee het Global Magnitsky sanctieregime officieel werd ingesteld en de eerste
listings onder dit regime werden opgesteld en gepubliceerd. Personen op deze lijst kunnen
niet langer naar de VS reizen en hun tegoeden in de VS worden (voor zover deze bekend
zijn) bevroren.
De Baltische staten hebben naar het voorbeeld van de VS (de Sergei Magnitsky Rule of Law Accountability Act of 2012) een reisverbod ingesteld voor een aantal personen die in verband worden gebracht
met mensenrechtenschendingen en corruptie in Rusland.
Het VK heeft in voorbereiding op Brexit recent een nieuwe nationale sanctiewet aangenomen.
Hierin is de mogelijkheid opgenomen om een nationaal sanctieregime vergelijkbaar met
de Amerikaanse Global Magnitsky Human Rights Accountability Act in te stellen.
Canada heeft eind vorig jaar, naar voorbeeld van de Amerikaanse Global Magnitsky Human Rights Accountability Act, maatregelen ingesteld door de Special Economic Measures Act (Sema) en de Justice for Victims of Corrupt Foreign Officials Act aan te passen. Deze voorzien nu in onder meer in een visa ban (reisrestricties) en asset freeze (bevriezing tegoeden).
Hoe verder?
Inmiddels heb ik bij verschillende gelegenheden politiek duidelijk gemaakt dat Nederland
interesse heeft in een dergelijke vorm van mensenrechtenwetgeving, mits deze op Europees
niveau kan worden ingevoerd. Het initiëren en verwerven van steun voor een wereldwijd
werkend EU-mensenrechtensanctieregime kost tijd. De benodigde unanimiteit van de Raad
is zeker niet eenvoudig te verkrijgen. De afgelopen maanden is in kaart gebracht hoe
door andere EU-lidstaten over een mensenrechtensanctieregime gedacht wordt. Sommige
lidstaten zijn terughoudend met sanctieregimes. Een deel van de EU-lidstaten heeft
geen uitgesproken positie over een dergelijk thematisch sanctieregime, omdat over
een dergelijk instrument (nog) geen politiek debat wordt gevoerd in de betreffende
EU-lidstaat. Tot slot zijn ook enkele EU-lidstaten positief over een dergelijk sanctieregime
op EU-niveau. Ik ben voornemens om na verder noodzakelijk diplomatieke voorwerk, tijdens
een volgende Raad Buitenlandse Zaken een concreet voorstel te doen aan mijn collega’s.
Het invoeren van een dergelijke sanctiewet op nationaal niveau behoort eveneens tot
de mogelijkheden. Maar het kabinet plaatst grote vraagtekens bij de doeltreffendheid
van dergelijke nationale maatregelen. Immers, de interne markt en het vrij verkeer
van kapitaal binnen de EU maakt louter nationale financiële sancties tegen mensenrechtenschenders
(bevriezen van tegoeden) weinig effectief. Ook zuiver nationale visumrestricties zijn
niet erg doeltreffend, omdat Nederland deel uitmaakt van de Schengenzone. Het kabinet
acht het vooralsnog verstandig de inspanningen nu te blijven richten op een Europees
regime.
Conform de gewijzigde motie van het lid Omtzigt c.s. zal ik uw Kamer in het najaar
nader informeren over de voortgang op het Europese vlak, Nederland zal hiermee in
ieder geval actief doorgaan.
De Minister van Buitenlandse Zaken, S.A. Blok