32 734 Nederlandse diplomatie

Nr. 40 VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEG

Vastgesteld 25 februari 2020

De vaste commissie voor Buitenlandse Zaken heeft een aantal vragen en opmerkingen voorgelegd aan de Minister van Buitenlandse Zaken over de brief van 15 december 2019 over weging Nederlandse vertegenwoordigingen in het buitenland (Kamerstuk 32 734, nr. 39).

De vragen en opmerkingen zijn op 21 januari 2020 aan de Minister van Buitenlandse Zaken voorgelegd. Bij brief van 21 februari 2020 zijn de vragen beantwoord.

De voorzitter van de commissie, Pia Dijkstra

De adjunct-griffier van de commissie, Konings

Vragen en opmerkingen vanuit de fracties en reactie van de Minister

Algemeen

De leden van de VVD-fractie hebben met belangstelling kennisgenomen van de voortgang van het Nederlandse postennet. Deze leden hebben een aantal vragen.

De leden van de D66-fractie hebben met interesse kennisgenomen van de Kamerbrief Weging Nederlandse vertegenwoordigingen in het buitenland. Deze leden hebben naar aanleiding van deze Kamerbrief nog enkele opmerkingen en vragen.

De leden van de GroenLinks-fractie hebben met interesse kennisgenomen van de brief van de Minister betreffende de weging van het Nederlandse postennet. In een vorig overleg over de weging van het postennet hebben deze leden vragen gesteld over de keuze van de Minister om ambassades in bijvoorbeeld Afrika en Latijns-Amerika niet te versterken. Zij hebben toen het belang aangestipt van het versterken van de posten in Venezuela en Nigeria. De leden van de GroenLinks-fractie zijn daarom tevreden om te zien dat de Minister dit jaar gekozen heeft de ambassades in Caracas en Abuja te versterken en een nieuwe ambassade te openen in Niger. Deze leden hebben over de weging van het postennet nog enkele vragen.

De leden van de PvdA-fractie hebben met belangstelling kennisgenomen van de brief over de weging van Nederlandse vertegenwoordigingen in het buitenland.

Weging postennet

De leden van de D66-fractie merken op dat het postennet van een zeer groot belang is voor Nederland. In een snel veranderende en steeds meer verbonden wereld, is het buitenland van steeds grotere invloed op Nederland en andersom. De Nederlandse diplomaten doen vanuit Den Haag en op de posten ontzettend belangrijk werk voor de positie van Nederland in de wereld, onze banden met andere landen, voor onze veiligheid en economie, het ondersteunen van het Nederlandse bedrijfsleven, het beschermen en vertegenwoordigen van onze waarden, het bevorderen van de mensenrechten, en het opkomen voor Nederlanders in het buitenland. De leden van de D66-fractie zijn dan ook verheugd dat er door het regeerakkoord (bijlage bij Kamerstuk 34 700, nr. 34) en het amendement Sjoerdsma-Koopmans (Kamerstuk 35 300 V, nr. 12) en het amendement Voordewind c.s. (Kamerstuk 35 300 V, nr. 10) extra middelen beschikbaar zijn gekomen ter versterking van het postennet. Deze leden zijn echter van mening dat het postennet vanwege bovengenoemde grote belangen, indien mogelijk, nog meer versterking verdient. Mocht de Minister uit de post onvoorzien uit de begroting voor de Homogene Groep Internationale Samenwerking het postennet structureel willen versterken, dan zouden de leden van de D66-fractie daar voorstander van zijn. Graag ontvangen zij daarop een reactie.

Antwoord van de regering:

De HGIS «nog onverdeeld» (nieuwe naam van artikel 6 «nominaal en onvoorzien») is geen onderdeel van de BZ begroting. Het betreft de reservering voor loon- en prijsbijstelling voor apparaatsuitgaven binnen de HGIS. Deze wordt jaarlijks uitgekeerd ten behoeve van loon- en prijsstijgingen van personele en materiele kosten van BZ (departement en posten) en de attachés van de vakdepartementen. Dit beschikbaar budget is gekoppeld aan de ontwikkeling van het prijspeil (inflatie) van het Bruto Binnenlands Product (BBP). Dit is nu net voldoende om voor komende jaren deze loon- en prijsbijstelling uit te keren.

In het verleden is bij uitzondering de dekking voor de motie van het lid Sjoerdsma (Kamerstuk 35 300 V, nr. 30) en motie van het lid Van Oijk (Kamerstuk 34 000, nr. 22) hieruit gefinancierd. Toen was er nog ruimte om dit te kunnen doen. Echter, deze ruimte is er niet meer. Dit kent een aantal oorzaken: 1) De ruimte is in de afgelopen jaren verminderd door structurele financiering van de betreffende twee moties en een aantal andere knelpunten, 2) Door tegenvallende inflatiecijfers is het structurele budget krapper geworden. 3) Als bijdrage aan de Groningengasproblematiek is in 2018 een taakstelling van structureel EUR 30 miljoen verwerkt op dit artikel.

De leden van de D66-fractie vragen of de Minister aan zou kunnen geven waar het postennet nadere versterking zou kunnen gebruiken als er extra geld beschikbaar zou zijn. Welke aanbevelingen uit het advies «De vertegenwoordiging van Nederland in de wereld» van de Adviesraad Internationale Vraagstukken (AIV) zou de Minister overnemen indien middelen beschikbaar zijn?

Antwoord van de regering:

In het Regeerakkoord 2017 werd 40 miljoen Euro gereserveerd voor het postennet. Aanleiding was mede het advies van de Adviesraad Internationale Vraagstukken (AIV) «de vertegenwoordiging van Nederland in de wereld» van mei 2017, dat vaststelde dat voor het postennet structureel een extra bedrag van 70 à 80 miljoen Euro per jaar nodig is om de grootste knelpunten weg te nemen. Met de 40 miljoen is het postennet uitgebreid en versterkt op thema’s die in het AIV-advies en het Regeerakkoord worden genoemd. Tevens zijn deze middelen aangewend om te werken aan het Loket Buitenland: één centrale front office van de Nederlandse overheid voor de ongeveer één miljoen Nederlanders in het buitenland.

In zijn briefadvies signaleert de AIV een aantal ontwikkelingen die direct van invloed zijn op Nederland en om extra diplomatieke inzet vragen. Deze zijn onder andere de internationalisering van vrijwel alle beleidsterreinen, de groei van het aantal actoren, de erosie van het multilaterale stelsel en de bilateralisering van de Europese politiek. Deze ontwikkelingen hebben de afgelopen jaren alleen maar aan belang gewonnen. Het geopolitieke speelveld is nog veel complexer geworden, bijvoorbeeld door eenzijdige opzegging van ontwapeningsakkoorden, assertieve regionale mogendheden en druk op het internationale recht. Door globalisering zijn kansen en mogelijkheden voor burgers en bedrijven gecreëerd, maar is tegelijkertijd de ongelijkheid tussen en binnen landen toegenomen. Handel is moeilijker geworden door dreigende handelsconflicten, door vragen die bij internationale handelsverdragen worden gesteld en door de Brexit.

De klimaatproblematiek dwingt (ook) Nederland tot nog meer en snellere actie wereldwijd, op een groeiend aantal parallelle deeltrajecten. En inmiddels is duidelijk dat alle zeilen moeten worden bijgezet om de Duurzame Ontwikkelingsdoelen te realiseren, wat wereldwijd diplomatieke en ontwikkelingsinzet vergt. Het vraagstuk van (irreguliere) migratie zal niet verdwijnen; demografische ontwikkelingen maken een toename van de migratiedruk op Europa onontkoombaar. Dit zal vooral binnen Europa en in herkomstlanden aandacht moeten krijgen, als we grondoorzaken daar effectief willen adresseren en ook als we terugkeer willen bevorderen.

De laatste jaren zijn vrijheid van meningsuiting en vrouwenrechten onder groeiende druk komen te staan, wat landen als Nederland voor extra uitdagingen plaatst.

De zorgen om onze economische veiligheid nemen toe. Zaken als cyberspionage en sabotage van vitale infrastructuur, en de toenemende macht van staatsgeleide economieën, dwingen ons een antwoord te formuleren op de vraag hoe de overheid publieke belangen kan blijven waarborgen in een open economie die blootstaat aan grote geopolitieke en technologische veranderingen. Maar ook andere dreigingen blijven actueel: Nederland kreeg de afgelopen jaren te maken met gevallen van buitenlandse inmenging, spionage en terroristische dreiging.

De consulaire dienstverlening blijft van belang voor Nederland en Nederlanders. Ons visumbeleid dient in de pas te lopen met een globaliserende wereld. Nederlanders in het buitenland die met onveiligheid of calamiteiten zoals het Coronavirus te maken hebben rekenen op de overheid.

Global public goods (zoals klimaat, biodiversiteit, financiële stabiliteit en energie) verdienen aandacht. Door industrialisering, globalisering en een groeiende wereldbevolking is de schaal waarop natuurlijke bronnen worden gebruikt groter dan ooit. Global public goods bevinden zich naar hun aard niet binnen de invloedssfeer van individuele staten en vragen dus om intensieve internationale lobby en samenwerking.

Tegelijkertijd staat het multilaterale stelsel steeds verder onder druk. Het voor Nederland en Europa belangrijke multilaterale en op regels gebaseerde stelsel van internationale samenwerking is aan erosie onderhevig. De dominante wereldmachten VS, China en Rusland gebruiken internationale instellingen alleen als zij menen dat dit in hun belang is. Dit dwingt Nederland en de Nederlandse diplomatie op een andere manier onze belangen te behartigen. Zowel binnen de VN als de EU gebeurt dit onder andere door wisselende coalities waarbij permanente coalities en statische verhoudingen plaats maken voor ad-hoc samenwerking.

De geopolitieke en economische machtsverschuivingen in de wereld maken een eensgezind en slagvaardig Europa, ook geopolitiek, steeds belangrijker. Het Europese postennet is met het oog op de bilateralisering van de Europese politiek en de noodzaak post-Brexit nieuwe coalities te vormen in de afgelopen jaren al voor een deel gerepareerd. Ook behoort een aantal Europese landen tot Nederlands belangrijkste economische partners.

De toegenomen instabiliteit in een aantal regio’s heeft daarnaast direct gevolg voor de veiligheid van onze vertegenwoordigingen in het buitenland. Dit legt een grotere druk op het apparaatsbudget op het terrein van beveiliging, huisvesting en ICT, inclusief administratieve en logistieke ondersteuning. Deze ontwikkeling krijgt een meer structureel karakter waar de huidige apparaatsbegroting niet op is berekend.

Voor Nederland betekenen de hierboven geschetste ontwikkelingen dat een verdere versterking van de diplomatie respectievelijk de Nederlandse vertegenwoordigingen in het buitenland, zoals in Europa en de randen van Europa – en in lijn met het AIV-advies uit 2017 – te verantwoorden is. Nederland moet meer investeren in de posten in Europa en aan de randen van Europa. Permanente Vertegenwoordigingen en posten die zich inzetten voor het halen van de Duurzame Ontwikkelingsdoelen moeten versterkt. Nederland moet meer Consulaten-Generaal openen om Nederlandse bedrijven te steunen. De posten zullen ook adequaat beleidsinhoudelijk en op bedrijfsvoering adequaat moeten worden ondersteund door het departement in Den Haag.

Deze leden merken voorts op dat de Algemene Rekenkamer dit jaar een onderzoek zal starten naar de besteding van de investeringsmiddelen voor het postennet uit het regeerakkoord. De leden van de D66-fractie zijn zeer benieuwd naar dit onderzoek. Wanneer verwacht de Minister de resultaten van dit onderzoek naar de Kamer te kunnen sturen?

Antwoord van de regering:

Het onderzoek van de Algemene Rekenkamer naar de investeringen in het postennet maakt onderdeel uit van het jaarlijks verantwoordingsonderzoek van de Rekenkamer bij het jaarverslag 2019 van het Ministerie van Buitenlandse Zaken. Dit onderzoek wordt samen met het jaarverslag op 20 mei 2020 aan de Kamer aangeboden.

De leden van de D66-fractie zijn verheugd te lezen dat de versterking van het postennet door het aantrekken van extra medewerkers op de posten voortgang vindt. Deze leden moedigen de Minister ook aan om ondanks de genoemde moeilijkheden tempo te blijven maken met het vervullen van de resterende openstaande vacatures.

De leden van de GroenLinks-fractie constateren dat de Minister een aantal beleidsdoelstellingen heeft vastgesteld voor het postennet, waaronder veiligheid, migratie en economische groeikansen. Deze leden zouden graag zien dat daar een nieuwe doelstelling aan wordt toegevoegd: klimaatdiplomatie. De leden van de GroenLinks-fractie zien een grotere rol voor onze vertegenwoordigingen in het buitenland weggelegd als het gaat om het bedrijven van klimaatdiplomatie, maar constateren dat in dat kader geen sturing wordt gegeven vanuit het ministerie. Is de Minister van mening dat er momenteel voldoende aansturing wordt gegeven op het gebied van klimaatdiplomatie? Zo ja, kan hij daar een voorbeeld van geven? Zo niet, zou hij bereid zijn klimaatdiplomatie een beleidsdoelstelling voor het postennet te maken?

Antwoord van de regering:

Binnen de HGIS-doelstellingen valt klimaat onder beleidsthema 6: duurzame ontwikkeling, voedselzekerheid, water en klimaat. Bij de uitbreiding en versterking van het postennet met de middelen uit het Regeerakkoord is gekozen voor de thema’s uit het Regeerakkoord en het AIV-advies (veiligheid, migratie, de ring van instabiliteit rond Europa, economische groeikansen en versterkte inzet op Europa). Daarnaast zijn posten versterkt uit ODA-middelen op het thema stabiliteit en armoedebestrijding. Binnen dit thema passen ook de inspanningen die Nederland verricht om ontwikkelingslanden te assisteren bij het behalen van hun klimaatdoelstellingen.

Los daarvan wordt van vrijwel alle posten op alle niveaus een steeds grotere inzet op het gebied van klimaat verwacht in lijn met de toegenomen erkenning van de urgentie en aandacht voor dit thema. De capaciteit hiervoor wordt in eerste instantie gevonden binnen de huidige bezetting (van de afzonderlijke post én van het ministerie als geheel).

Is de Minister bereid meer aansturing te geven aan ambassades in het kader van klimaatdiplomatie door bijvoorbeeld richtlijnen of stuurpunten op te stellen voor de Nederlandse ambassades?

Antwoord van de regering:

Er wordt gestuurd op klimaatdiplomatie op de posten. Ter uitvoering van het kabinetsbesluit eind 2018 tot intensivering van de klimaatdiplomatie is er een interdepartementale taskforce klimaatdiplomatie opgericht die de posten ondersteunt bij de uitvoering van klimaatdiplomatie (zie de kamerbrief over de Europese en mondiale klimaatdiplomatie d.d. 13 september jl., Kamerstuk 31 793, nr. 189). Daarbij wordt klimaat geïntegreerd in de diverse werkterreinen van een ambassade zoals onder andere politiek, economie, ontwikkelingssamenwerking en publieksdiplomatie. Bij piekbelastingen in klimaatgerelateerd werk zoals ter voorbereiding van grote multilaterale bijeenkomsten als de VN klimaattop en COP26 wordt de capaciteit op een post tijdelijk vergroot.

Amendement Sjoerdsma-Koopmans versterking postennet

De leden van de VVD-fractie zijn positief over de genoemde investeringen in de diplomatieke inzet op mensenrechten en veiligheid. Deze leden vragen of de genoemde samenwerking voor veiligheid in internationaal verband met bondgenoten ook op efficiëntie wordt beoordeeld. Ziet de Minister kansen om de samenwerking met (bijvoorbeeld Europese) bondgenoten te versterken in regio’s waar Nederland handels- of veiligheidsbelangen heeft?

Antwoord van de regering:

Efficiency is een belangrijke overweging voor het bepalen op welke wijze de Nederlandse belangen het best vertegenwoordigd kunnen worden. De Nederlandse diplomatieke vertegenwoordiging is het zwaarst in die landen waar de Nederlandse belangen – of die nu op handels-, veiligheids- of ander gebied liggen – het grootst zijn. Juist daar is ook de samenwerking met Europese partners zeer intensief, in de betrokken landen zelf, maar ook in contacten tussen hoofdsteden. In het internationaal veiligheidsbeleid zijn multilaterale overleggen in NAVO-, EU- of VN- of ad hoc-verband, essentieel om effectief in te kunnen spelen op veiligheidsuitdagingen. Rechtstreekse bilaterale contacten met like-minded landen vormen de basis voor een succesvolle multilaterale samenwerking. Deze bilaterale samenwerking wordt belangrijker nu het multilaterale stelsel onder druk staat. Dit vergt voldoende capaciteit op de posten.

De leden van de VVD-fractie vragen of als resultaat van de recente investeringen in het postennet er ook meer capaciteit is om Nederlandse ondernemers in het buitenland te ondersteunen.

Antwoord van de regering:

Het Nederlandse postennet is in de afgelopen jaren uitgebreid en versterkt met de middelen die hiervoor in het Regeerakkoord ter beschikking werden gesteld. Een sterkere ondersteuning van het Nederlandse bedrijfsleven om groeikansen te benutten was hiervan een belangrijk onderdeel. Er werden consulaten geopend in Atlanta en Bangalore die als voornaamste doel hebben Nederlandse bedrijven in deze kansrijke regio’s te ondersteunen.

Het amendement Sjoerdsma-Koopmans van november 2019 had als doel het postennet te versterken op de thema’s veiligheid, mensenrechten en migratie en is daarvoor ingezet.

De leden van de D66-fractie zijn verheugd dat de middelen van het amendement Sjoerdsma-Koopmans (Kamerstuk 35 300 V, nr. 12) over de versterking van het postennet ingezet zullen worden ter uitbreiding en versterking van het postennet. Om bovengenoemde redenen zijn deze leden van mening dat versterking van het postennet van groot belang is voor Nederland. Zij merken op dat het amendement beoogt om de helft van de beschikbare 3 miljoen euro in te zetten ter bevordering van de mensenrechten. De leden van de D66-fractie vragen op welke posten, naast de in de brief genoemde post in Beijing, deze middelen ingezet zullen worden ter bescherming en promotie van de mensenrechten. Klopt het dat er, zoals het amendement beoogt, 1,5 miljoen euro wordt ingezet ter bevordering van de mensenrechten? Op welke wijze wordt dit ingevuld?

Antwoord van de regering:

Het amendement Sjoerdsma-Koopmans beoogt het postennet te versterken op de thema’s veiligheid, mensenrechten en migratie. Naast de in de brief genoemde uitbreiding van de posten in Beijing en Abuja, zullen ter versterking van de Nederlandse inzet op het terrein van mensenrechten ook de PVVN in New York, de PVVN in Genève en de ambassade in Bagdad worden uitgebreid. Medewerkers die als hoofdtaak migratie hebben, zullen zich in overeenstemming met het Nederlandse beleid op dit terrein, ook inspannen voor het respect voor mensenrechten en de positie van kwetsbare groepen.

Opwaarderen ambassadekantoren (motie Sjoerdsma) (Kamerstuk 35 300 V, nr. 30)

De leden van de D66-fractie merken op dat de motie van het lid Sjoerdsma (Kamerstuk 35 300 V, nr. 30) over het opwaarderen van ambassadekantoren tot volwaardige ambassades deels is uitgevoerd voor de posten in Niamey (Niger) en Ouagadougou (Burkina Faso). Deze leden kunnen de redenering van de Minister om de posten in Chisinau en Minsk niet op te waarderen tot volwaardige ambassades niet volgen. Deelt de Minister niet de mening dat het hebben van een volwaardige vertegenwoordiging op ambassadeursniveau juist bij zou kunnen dragen aan de genoemde doelstellingen van de Minister op het gebied van democratie en rechtstaat? Kan de Minister de nadelen benoemen van het hebben van een volwaardige ambassadeur in deze landen, waardoor het nu besloten heeft om deze kantoren niet op te waarderen? Kan de Minister ook de nadelen benoemen van het niet hebben van een ambassadeur, zoals nu het geval is? Geldt voor deze landen niet hetzelfde argument als voor de ambassadekantoren in de Sahel, dat een ambassadeur beter toegang heeft tot de hogere regeringsregionen in het land van accreditatie, waarmee Nederland zijn belangen in die landen beter kan behartigen?

Antwoord van de regering:

Bij de inzet van extra middelen voor het postennet is een zorgvuldige afweging gemaakt. Daarbij zijn politieke belangen, de Nederlandse prioriteiten waarvoor we capaciteit willen inzetten in het postennet en het wendbaar houden van de organisatie als uitgangspunten gehanteerd.

Naar aanleiding van de motie van Van Ojik zijn er in 2016 ambassadekantoren geopend in Minsk en Chisinau. Sinds 2016 functioneren beide ambassadekantoren in Chisinau en Minsk onder verantwoordelijkheid van respectievelijk de Chef de Poste in Boekarest en de Chef de Poste in Warschau. De ambassadekantoren hebben beide een beperkt takenpakket, waarbij de focus vooral ligt op het actief volgen en analyseren van de ontwikkelingen op het terrein van goed bestuur, mensenrechten en binnen- en buitenlandpolitieke onderwerpen.

Gelet op het ambitieniveau van Nederland in zowel Moldavië als Wit-Rusland volstaat op dit moment het hebben van een ambassadekantoor. Daarbij geldt dat samenwerking met de ambassades in Boekarest en Warschau ook meerwaarde laat zien, in het bijzonder op het vlak van de mensenrechtenprogramma’s. Echter, het feit dat Nederland in beide landen geen ambassadeur heeft betekent dat Nederland soms minder directe toegang heeft tot hogere regeringsregionen en een lagere dagelijkse vertegenwoordiging heeft dan de overige EU-lidstaten met een ambassadeur. Om deze reden bezoeken de ambassadeurs uit Warschau en Boekarest regelmatig de in hun ressort vallende landen. De status van de ambassadekantoren zal jaarlijks worden bezien.

In dit kader hebben de leden van de D66-fractie ook een vraag over het Nederlandse Handels- en Investeringskantoor in Taipei. Deze leden merken op dat Taiwan een belangrijk handelspartner is voor Nederland en een gelijkgestemd baken van democratische vrijheden en gelijkheden in Zuidoost-Azië. Nederland heeft geen officiële betrekking met Taiwan. Desalniettemin zijn de leden van de D66-fractie van mening dat ondanks het ontbreken van officiële diplomatieke betrekkingen, de goede economische betrekkingen die Nederland met Taiwan onderhoudt en de politieke overtuigingen op het gebied van democratie en respect voor mensenrechten die Nederland met Taiwan deelt, waardering verdienen. Deze leden vragen de Minister daarom te overwegen deze waardering uit te drukken door de Nederlandse Handels- en Investeringskantoor in Taipei op te waarderen naar een Netherlands Representative Office. Volgens de leden van de D66-fractie zou deze naam ook goed passen binnen de rebranding van Nederland in het buitenland naar The Netherlands. Graag deze leden een reactie van de Minister.

Antwoord van de regering:

De rebranding van Nederland in het buitenland naar The Netherlands is aanleiding voor het Netherlands Trade and Investment Office te Taipei om de huisstijl aan te passen, omdat het kantoor tot nu toe gebruikmaakt van het Holland-logo. Daarbij bestaat ook de wens om de naam van het kantoor meer in lijn te brengen met naamgeving die voor soortgelijke kantoren van andere EU-lidstaten wordt gebruikt (bijvoorbeeld: «Belgian Office, Taipei», «French Office in Taipei», «German Institute Taipei»). Het is de bedoeling dat de nieuwe huisstijl in het eerste kwartaal van dit jaar wordt ingevoerd. Formele besluiten hierover worden genomen door het bestuur van de Stichting ter Bevordering van de Uitvoer.

De leden van de GroenLinks-fractie lezen in de brief van de Minister dat in 2018 een aantal ambassadekantoren is geopend in focusregio’s op het gebied van klimaatadaptatie. Ook stelt de Minister dat samenwerkingsprogramma’s in deze landen van start zijn gegaan. Deze leden vragen wat voor invloed de ligging in een dergelijke focusregio heeft op de werkzaamheden van de ambassade. Kan de Minister een overzicht geven van welke activiteiten er nu worden ondernomen en/of op de planning staan in het kader van klimaatadaptatie? Hoe worden deze ambassades ondersteund vanuit het ministerie, en is deze aansturing voldoende? Deze leden zijn tevreden om te zien dat Nederland inzet op het ondersteunen bij klimaatadaptatie. Tegelijkertijd constateren zij dat ook het ondersteunen bij klimaatmitigatie essentieel is. Zij vragen de Minister hoe klimaatmitigatie wordt vormgegeven binnen deze ambassades. Kan de Minister hier een overzicht van geven?

Antwoord van de regering:

Nederland blijft zich in het kader van de meerjarenlandenstrategie voor de Sahel in Niger en Burkina Faso inzetten om bij te dragen aan het oplossen van landbouw-, energie en watervraagstukken, die moeten leiden tot de verbetering van leefomstandigheden en vermindering van armoede in de Sahel. Dit geschiedt in een steeds problematischer wordende context, waarin de gevolgen van klimaatverandering, conflict en bevolkingsgroei steeds zichtbaarder worden. Klimaatadaptatie en -mitigatie worden gerealiseerd binnen lokale en regionale programma’s op de genoemde thema’s zoals onder ander Drylands Sahel, 2SCALE, Geodata for Agriculture and Water, Cooperation in International Waters in Africa (CIWA), Climate Risk and Early Warning Systems (CREWS), het Afrika Biogas programma en het ROGEP Sahel Region Offgrid Solar Program. Experts op het departement op het gebied van water, voedselzekerheid/landbouw, energie en klimaat werken samen met het ambassademedewerkers. Op het ambassadekantoor in Burkina Faso werkt sinds enige tijd een medewerker duurzame ontwikkeling, die zich bezighoudt met de genoemde thema’s. In Niger zal binnenkort een nieuwe collega als medewerker duurzame ontwikkeling aantreden. Ook het Sahelcluster van de Directie Afrika is nauw betrokken in een adviserende rol. Deze vorm van aansturing verloopt goed.

Motie Sjoerdsma c.s. over het belang van een consulaire afdeling (Kamerstuk 35 300 V, nr. 31)

De leden van de VVD-fractie hebben met interesse kennisgenomen van de inzet van de Minister om de dienstverlening aan de ruim 1 miljoen Nederlanders in het buitenland te verbeteren. Digitalisering en flexibilisering zijn hierin belangrijke elementen. De leden van de VVD-fractie vragen hoe lang het duurt tot de genoemde ontwikkelingstrajecten afgerond en volledig actief zijn. Kan er in het kader van de intensiveringen van de consulaire dienstverlenging gebruik worden gemaakt van de contactmomenten met Nederlanders in het buitenland om ze te wijzen op stemmen vanuit het buitenland en kan dit beter gefaciliteerd worden?

Antwoord van de regering:

Sinds 2012 zijn vernieuwingen en digitaliseringsmogelijkheden gerealiseerd in het consulaire veld. De digitalisering van aanvraagformulieren voor visa is digitaal beschikbaar, pilots met aanvraagformulieren voor digitale reisdocumenten en consulaire verklaringen draaien. De digitalisering van reisadviezen en het ontwikkelen van apps vond de afgelopen jaren plaats en leidde elk jaar tot concrete resultaten. Ook in de komende jaren zal elk jaar weer een aantal innovaties en digitale producten op consulair terrein en voor Loket Buitenland worden afgerond.

De ontwikkeltrajecten met partnerorganisaties in het kader van project Loket Buitenland richten zich nu op algemene informatie en vraagbeantwoording over diverse producten en diensten via de website Nederlandwereldwijd.nl en het 24/7 contact center. Voor enkele diensten uit de overheid kwam dit reeds tot stand, zoals voor informatie over rijbewijzen.

Het streven is dit in 2020 met alle partnerorganisaties voor tenminste één van hun producten/diensten te hebben bereikt. Dat moet zorgvuldig met de betreffende organisaties worden vormgegeven. Per product/dienst betekent een ontwikkeltraject concreet het opstellen van doelgroepspecifieke informatie voor de website, het trainen van de voorlichters van het 24/7 contact center, het maken van afspraken over gerichte doorverwijzing en het inregelen van de monitoring. Vervolgens wordt op grond van data bepaald welke vervolgstappen kunnen worden gezet om de dienstverlening verder uit te breiden en te verbeteren. Gelijktijdig wordt stapsgewijs gewerkt aan het in samenhang aanbieden van producten en diensten. Dit laatste is bedoeld om het «kastje-muur-effect», waar veel klachten van burgers over bestaan, te reduceren. Burgers krijgen vaak rondom een bepaalde gebeurtenis in hun leven met meerdere overheidsdiensten tegelijk te maken (bijvoorbeeld bij het krijgen van een kind of het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd). Het vergt samenwerking over de grenzen van individuele organisaties heen om het regelen van deze verschillende zaken voor de burger – in dit geval vanuit het buitenland – eenvoudiger te maken.

In het kader van project Loket Buitenland wordt met de gemeente Den Haag gewerkt aan het verbeteren van de informatievoorziening over stemmen in het buitenland via de website Nederlandwereldwijd.nl en het 24/7 ContactCenter. In goed overleg wordt daarbij ook de mogelijkheid meegenomen om Nederlanders in het buitenland die de website Nederlandwereldwijd.nl bezoeken of contact leggen met het 24/7 ContactCenter proactief te wijzen op de mogelijkheid zich te registreren als kiezer.

De moderniserings-, centraliserings- en digitaliseringstrajecten van de consulaire dienstverlening zorgen ervoor dat Nederlanders in het buitenland steeds minder genoodzaakt zijn om fysiek de ambassade te bezoeken. Hierdoor zijn fysieke contactmomenten op ambassades met ambassademedewerkers, waarbij gewezen kan worden op stemmen vanuit het buitenland, afgenomen en nemen deze in de toekomst steeds verder af. Wel wordt er actief ingezet op het bevorderen van registratie en opkomst door middel van een campagnematige aanpak. Daarbij wordt via de bestaande en digitale kanalen actief aandacht gegeven aan de mogelijkheden tot registratie en het bevorderen van opkomst en het deelnemen aan stemmen in Nederland.

De leden van de D66-fractie zijn verheugd te lezen dat dankzij de motie Sjoerdsma c.s. over het belang van een consulaire afdeling (Kamerstuk 35 300 V, nr. 31) er ook een consulaire afdeling geopend zal worden in Atlanta vanwege de relatief grote gemeenschap Nederlanders in dit deel van de VS. De leden van de D66-fractie zijn van mening dat Nederland zo goed als mogelijk moet opkomen voor haar burgers in het buitenland, en dat de dienstverlening voor deze grootste gemeente buiten Nederland nog vele malen beter kan dan het op dit moment is. Wanneer verwacht de Minister dat deze consulaire afdeling in Atlanta daadwerkelijk geopend wordt?

Antwoord van de regering:

De consulaire dienstverlening van het consulaat-generaal te Atlanta start in de loop van 2020. Op dit moment worden door het consulaat-generaal voorbereidingen getroffen om de inrichting van de consulaire dienstverlening in goede banen te leiden.

Verder merken de leden van de D66-fractie op dat Nederlanders in het buitenland nog steeds geconfronteerd worden met problemen rondom het verkrijgen of vernieuwen van identiteitspapieren, of toegang tot digitale overheidsdiensten. Deze leden merken op dat de EU-verordening over biometrie bij identiteitsbewijzen problemen op kunnen leveren voor Nederlanders in het buitenland die niet in staat zijn om te reizen. Welke maatregen is de Minister voornemens te nemen, om deze groep mensen een alternatieve oplossing te bieden?

Antwoord van de regering:

De EU-Verordening versterking van de beveiliging van identiteitskaarten (Verordening (EU) 2019/1157) verplicht met ingang van 2 augustus 2021 het fysiek verschijnen gedurende de aanvraagprocedure en opname van vingerafdrukken in de identiteitskaart. De Nederlandse wet kent op deze verschijningsregel een uitzondering voor Nederlanders die om fysieke of psychische redenen langdurig niet in staat zijn te verschijnen op de aanvraaglocatie. In 2018 werd bij de posten in Madrid, Berlijn, Parijs, Bern en Rome in totaal ongeveer 775 maal gebruik gemaakt van deze uitzondering.

Deze uitzondering komt in augustus 2021 te vervallen. In de zomer van 2020 wordt de elektronische Nederlandse Identiteitskaart geïntroduceerd. Bij de introductie van de elektronische Nederlandse Identiteitskaart (eNIK) in de zomer van 2020 zal veel aandacht worden besteed aan de voorddelen van de elektronische identiteitskaart en aan het feit dat 1 jaar later de uitzondering vervalt. Ook zal bij de introductie van de eNIK veel aandacht worden besteed aan informatievoorziening over de voordelen van de elektronische identiteitskaart. In de praktijk zal de oplossing nog meer maatwerk vragen van posten. Zo komen Nederlanders in sommige landen in aanmerking voor een lokale identiteitskaart, of heeft men voldoende aan een verklaring van bezit van Nederlanderschap. Soms zullen personen worden bezocht met mobiele apparatuur.

De inzet van mobiele apparatuur is kostbaar. Per land zal bepaald moeten worden hoe dit het meest efficiënt kan worden gedaan. Bijvoorbeeld door het houden van een spreekuur op locatie zodat de kosten voor deze dienstverlening over meerder aanvragers verdeeld wordt.

Samen met mijn collega van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties zoek ik naar oplossingen om ook deze groep mensen te bedienen, voor zover dit betrouwbaar en veilig genoeg kan en mogelijk is binnen de kaders van deze verordening. Daarbij zal ook in EU-verband worden bezien hoe andere partners omgaan met deze vraagstukken.

Zo wordt bekeken of het mogelijk is om met de inzet van mobiele apparatuur samen te werken met andere lidstaten. Ook wordt onderzocht of het mogelijk is de biometrische gegevens en de verschijningsplicht op een ander moment plaats te laten vinden dan dat de aanvraag wordt gedaan. In dit onderzoek wordt ook meegenomen of het wenselijk en mogelijk is de biometrische gegevens uit een vorig document opnieuw te gebruiken.

Verder heeft het ministerie beschikking over mobiele teams die identiteitsverificatie kunnen doen ten behoeve van deze dienstverlening. De leden van de D66-fractie vragen de Minister of het mogelijk is deze teams vaker, en wellicht op roulerende basis in te zetten, in gebieden waar het voor Nederlanders lastig is om naar balie te komen waar dit normaal gesproken mogelijk is. Ook vragen deze leden of het mogelijk is om op verzoek van een groter aantal mensen die behoefte hebben aan deze dienstverlening, een dergelijk mobiel team te «bestellen».

Antwoord van de regering:

Aanvraagbalies beschikken over mobiele apparatuur en geven invulling aan «mobiele brigades». Posten worden geadviseerd de mobiele apparatuur voor het aanvragen van reisdocumenten zo inventief mogelijk op te pakken en zoveel mogelijk te combineren met andere reisdoelen. Daaraan is in 2019 actief invulling gegeven. Ook is tijdens de jaarlijkse ambassadeursconferentie van januari 2020 deze methode weer aan de orde geweest. Consulaire spreekuren op locatie zijn vaak al toegankelijk voor een groot aantal mensen. De inzet van deze apparatuur vergt van de post extra capaciteit en budget. Die capaciteit moet wel beschikbaar zijn. Onder die voorwaarde promoot ik efficiënte inzet van mobiele apparatuur. Ik verwacht echter dat met het verdwijnen van de uitzondering op de verschijningsplicht de vraag naar deze mogelijkheid aanzienlijk zal toenemen.

De leden van de GroenLinks-fractie hebben een aantal vragen over visumverlening. In februari dit jaar zullen op initiatief van de Europese Commissie de kosten voor een Schengenvisum fors omhoog gaan: van zo’n 90 euro maximaal naar 160 euro per persoon.1 Deze leden lezen in de brief van de Minister dat Nederland wat betreft consulaire dienstverlening werkt met het principe van «externe dienstverlening, tenzij...». Visumaanvragen verlopen dus vaak via een externe dienstverlener. Hier komt bovenop dat door onder andere DutchCulture onlangs is aangegeven dat het werken met externe dienstverleners bij visumaanvragen moeilijk kan verlopen. Wanneer een visumaanvraag wordt afgewezen is het onduidelijk waarom dit gebeurt omdat de aanvraag door een particulier bedrijf wordt afgehandeld. Communicatie verloopt stroef.2 Ook volgt er bij afwijzing geen restitutie. De leden van de GroenLinks-fractie maken zich zorgen dat het voor bepaalde groepen in Nederland onbetaalbaar en ingewikkeld wordt om bijvoorbeeld familie of vrienden te ontvangen in Nederland. Deze leden vragen de Minister hoe hij kijkt naar deze constateringen. Wordt het visumbeleid op enig moment geëvalueerd of herzien? Wat is de afweging geweest van de Minister om visumaanvragen door externe dienstverleners te laten afhandelen? Kunnen de visumkosten vanuit Nederland verlaagd worden?

Antwoord van de regering:

Het visumbeleid is een Europese competentie, die in de visumcode (Verordening 810/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 13 juli 2009) is vastgelegd. Per 02-02-2020 is een aangepaste versie hiervan in werking getreden (Verordening 2019/1155 van het Europees Parlement en de Raad van 20 juni 2019), waarin de visumleges inderdaad omhoog gaan om het visumaanvraagproces meer kostendekkend te maken. Deze leges zijn op Europees niveau vastgelegd en Nederland kan daarvan niet eigenhandig afwijken.

Het gebruik van externe dienstverleners (EDV’s) wordt ook gefaciliteerd in de aangepaste visumcode. Nederland gebruikt externe dienstverleners om dichter bij de klant betere dienstverlening te realiseren: zo kunnen visumaanvragers met behulp van EDV’s op meer locaties hun aanvraag indienen dan toen dit alleen op diplomatieke posten mogelijk was. Aanvragers hoeven hierdoor minder te reizen. EDV’s hebben doorgaans eveneens ruimere openingstijden dan diplomatieke posten. Besluitvorming op aanvragen blijft onverkort een overheidstaak, en vindt dan ook niet plaats door Externe Dienstverleners.

De aangepaste visumcode voorziet in een nieuw artikel met betrekking tot controle en evaluatie. In artikel 2 van Verordening 2019/1155 is vastgelegd dat de Europese Commissie uiterlijk 2 augustus 2022 een evaluatie zal doen waarin de bereikte resultaten worden getoetst aan de doelstellingen en wordt nagegaan hoe de Verordening is toegepast. De evaluatie zal worden gedeeld met het Europees Parlement en de Raad. Los daarvan wordt de werking van de Verordening ook gemonitord door de Schengen-posten op locatie en in de daartoe aangewezen Brusselse gremia. Als feiten en omstandigheden daar op enig moment aanleiding toe geven, is herziening van EU-wetgeving op visumgebied altijd mogelijk op voorstel van de Europese Commissie via de normale wetgevingsprocedure van de EU.

De leden van de PvdA-fractie hebben een paar vragen over het belang van een consulaire afdeling. Zoals de Minister schrijft is een van de kerntaken van de Nederlandse diplomatieke aanwezigheid in het buitenland het verlenen van consulaire diensten aan Nederlanders. Om dit zo effectief mogelijk te doen en diensten wereldwijd 24/7 te kunnen aanbieden voor Nederland en Nederlanders, werkt Nederland volgens de principes «digitaal, tenzij» en «externe dienstverlening, tenzij». Op locaties waar direct contact met de klant vaak nodig is, wordt op de post een consulaire afdeling ingericht. Nu blijkt dat in de praktijk verkiezingen en registratie problematisch zijn voor veel Nederlanders buiten Nederland. Hoe kijkt de Minister aan tegen het bieden van de mogelijkheid om het moment dat mensen fysiek naar het consulaat komen, Nederland in de gelegenheid te stellen zich te kunnen registreren voor bijvoorbeeld Kompas, verkiezingen (via www.stemmenvanuithetbuitenland.nl), nieuwsbrieven van belangenorganisaties voor Nederlanders in het buitenland?

Antwoord van de regering:

Slechts een beperkt deel van de Nederlanders in het buitenland woont in de buurt van een ambassade. Het plaatsen van een balie of informatieplek om Nederlanders in het buitenland de mogelijkheid te geven om zich te registreren voor Kompas, voor verkiezingen, voor nieuwsbrieven van belangenorganisaties voor Nederlanders in het buitenland heeft daarom slechts beperkte toegevoegde waarde. Om die reden is de dienstverlening van BZ digitaal en/of uitbesteed aan derden waar mogelijk, maar persoonlijk contact via het 24/7 ContactCenter en/of de ambassade waar nodig.

Op het moment dat Nederlanders persoonlijk contact hebben met ambassademedewerkers kan uiteraard van de gelegenheid gebruik gemaakt worden om Nederlanders te wijzen op mogelijkheden voor registratie.

De moderniserings-, centraliserings- en digitaliseringstrajecten zorgen er echter voor dat Nederlanders in het buitenland minder genoodzaakt zijn om fysiek de ambassade te bezoeken. Hierdoor zijn noodzakelijke contactmomenten op ambassades met ambassademedewerkers, waarbij gewezen kan worden op onder andere stemmen vanuit het buitenland of Kompas, afgenomen.

Zonder dat hiervoor uiteraard een aparte dienst op te richten, maar bijvoorbeeld met gebruikmaking van digitale hulpmiddelen. En in het verlengde daarvan: hoe denkt de Minister over een tijdelijke (financiële) versterking voor ambassades tijdens verkiezingstijd in gebieden waar relatief veel Nederlanders wonen? Dit zou dan ingezet kunnen worden ter versterking van voorlichting aan, en het betrekken van Nederlanders al dan niet met behulp van (formele) belangorganisaties waarbij het nadrukkelijk gaat om begeleiding bij het proces van de wijze waarop men een stem kan uitbrengen en uiteraard niet over beïnvloeding.

Antwoord van de regering:

Het Ministerie van Buitenlandse Zaken (BZ) en de ambassades zullen zich voor de komende Tweede Kamerverkiezingen actief inzetten voor opkomst- en registratiebevordering. Beschikbare communicatiekanalen van het Ministerie van BZ en de ambassades zullen in de aanloop naar de Tweede Kamerverkiezingen in meerdere mate gebruikt worden om bewustwording en registratie van kiezers te vergroten en kiezers te wijzen op mogelijkheden zoals het stemmen per volmacht.

De Kieswet regelt al dat Nederlanders in het buitenland hun stem kunnen opsturen naar en afgeven op de ambassades. De ambassades zorgen er dan voor dat de tijdig ontvangen briefstemmen doorgestuurd worden naar de gemeente Den Haag die, conform de Kieswet, verantwoordelijk is voor de organisatie van de verkiezing voor de Nederlanders in het buitenland. De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties heeft uw Kamer reeds geïnformeerd in de Kamerbrief van 16 november 2018 (Kamerstuk 35 012, nr. 7) over een voorgenomen wijziging van de Kieswet, waarbij onder andere meer tijd wordt ingeruimd om stemmen uit het buitenland te kunnen ontvangen door het briefstembureau dat door de gemeente Den Haag wordt ingesteld. Die extra tijd zorgt ervoor dat er gelegenheid is om alle binnenkomende stemmen ook te betrekken bij de uiteindelijke uitslagbepaling. Mede omdat BZ en de ambassades een informerende en faciliterende rol hebben hoeft voor een actieve inzet op opkomst en registratie geen additionele (financiële) capaciteit vrij te worden gemaakt.

Loket Buitenland

De leden van de D66-fractie zijn van mening dat de ongeveer miljoen Nederlanders in het buitenland makkelijke digitale toegang moeten hebben tot de Nederlandse overheid. Deze leden zijn daarom groot voorstander van de snelle invoer van alle noodzakelijke online dienstverlening van de overheid via het Loket Buitenland, waar deze groep terecht moet kunnen voor belangrijke diensten. Deze leden vragen voor welke diensten Nederlanders in het buitenland eind 2020 nu echt terecht kunnen bij Loket Buitenland.

Antwoord van de regering:

Zoals eerder met uw Kamer gedeeld wordt in het kader van het project Loket Buitenland voortgebouwd op de website Nederlandwereldwijd.nl en het 24/7 contact center. De producten en diensten waarvoor het Ministerie van Buitenlandse Zaken verantwoordelijk is zijn al via deze kanalen ontsloten. Naast rijbewijzen, waarmee vorig jaar een eerste slag is gemaakt, wordt in 2020 voor diverse andere producten en diensten algemene informatie en vraagbeantwoording opgenomen. Voor DigiD, AOW en de Registratie Niet-Ingezetenen (inclusief Burgerservicenummer) staat dit al concreet gepland; voor andere producten en diensten (zoals stemmen, nationaliteitsvraagstukken, diploma’s, belastingzaken, buitenlandregeling zorgverzekering, uitkeringen) is dit nog onderwerp van overleg met de daarvoor verantwoordelijke organisaties. Het streven is eind 2020 met ieder van de betrokken organisaties op in ieder geval één van hun producten en diensten voor de doelgroep algemene informatie en vraagbeantwoording via de website en het contact center te hebben ontsloten. Dit moet uiteraard zorgvuldig met de betreffende organisaties vorm worden gegeven. Voor ieder product of dienst geldt voorts dat gaandeweg op grond van data wordt bekeken welke additionele stappen in dienstverlening mogelijk zijn.

Verder hebben de leden van de D66-fractie enkele vragen naar aanleiding van de problematiek rond het gebruik van DigiD voor Nederlanders in het buitenland. Wat is de huidige stand van zaken omtrent het verkrijgen van toegang tot en het gebruik van DigiD voor Nederlanders in het buitenland? Hoe zit het op dit moment met de toegankelijkheid voor online dienstverlening via DigiD voor Nederlanders in het buitenland, zeker nu steeds meer organisaties gaan over tot het vereisen van een hoger betrouwbaarheidsniveau zoals tweestapsverificatie via sms? Welke mogelijkheden heeft de Minister onderzocht en gevonden om de dienstverlening aan Nederlanders in het buitenland op dit punt te verbeteren?

Antwoord van de regering:

Op 10 september 2019 heeft de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties uw Kamer mede namens mij geantwoord op vragen over het bericht «Nederlander in buitenland moet op pad voor extra check DigiD» (Aanhangsel Handelingen II 2018/19, nr. 3936).

Eerder is aan uw Kamer gemeld dat er gewerkt werd aan een oplossing voor Nederlanders in het buitenland die al een DigiD-account hebben om zonder brief naar tweestapsverificatie over te gaan. Deze oplossing is geïmplementeerd. Sinds september 2019 kan de DigiD-app en de sms-controle worden geactiveerd zonder dat de brief met activeringscode aan een balie moet worden opgehaald. Dit is mogelijk door aanvullend gebruik te maken van de NFC-technologie op Android en Apple telefoons, iets dat voor Apple telefoons sinds kort mogelijk is. Een uitzondering voor deze oplossing vormen vooralsnog de Nederlanders met een in het buitenland uitgegeven paspoort.

Daarnaast wordt er met de betrokken partijen Logius, de Rijksdienst voor Identiteitsgegevens en de Ministeries van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en Buitenlandse Zaken onderzoek gedaan naar andere wijze van uitgifte van DigiD op het hoogste betrouwbaarheidsniveau voor Nederlanders in het buitenland die nog geen DigiD hebben. In dit onderzoek wordt ook de eerder gecommuniceerde mogelijke oplossing meegenomen waarin in het buitenland van het netwerk van externe dienstverleners gebruik wordt gemaakt.

Voorts wordt medio maart de informatievoorziening en vraagbeantwoording over DigiD in het buitenland via de website Nederlandwereldwijd.nl en het 24/7 Contact Center uitgebreid. Op grond van de ervaringen hiermee wordt bekeken hoe de dienstverlening nog verder kan worden verbeterd.

De leden van de D66-fractie zouden de Minister voorts graag attenderen op een voorstel van de Stichting Nederlanders Buiten Nederland (SNBN) om het moment dat mensen fysiek naar een consulaat komen aan te grijpen om hen meteen de mogelijkheid te geven zich te registeren voor Kompas, voor verkiezingen, voor nieuwsbrieven van belangenorganisaties voor Nederlanders in het buitenland. Te denken valt aan een zuil, of balie, of informatieplek, waar mensen dit ter plekke kunnen doen. Is de Minister bereid deze suggestie over te nemen?

Antwoord van de regering:

Zie antwoord hierboven op de vragen van GroenLinks.

De leden van de D66-fractie zijn bezorgd dat, net als bij de vorige verkiezingen, Nederlanders in het buitenland hinder of moeite ondervinden bij het stemmen voor verkiezingen in Nederland. De leden van de D66-fractie zijn van mening dat het hoge prioriteit verdient om ervoor te zorgen dat deze grote groep kiezers zonder problemen uitvoering kunnen geven aan hun democratische rechten door te stemmen voor de verkiezingen. De problemen rond niet of te laat aangekomen stembiljetten moeten voorkomen worden. Daarom attenderen de leden van de D66-fractie de Minister graag op een voorstel van de SNBN om budget vrij te maken voor ambassades in gebieden waar relatief veel Nederlanders wonen, om de infrastructuur optimaal te maken zodat juist bij de aanstaande Tweede Kamerverkiezingen meer Nederlanders goed bereikt kunnen worden. De leden van de D66-fractie vragen een reactie van de Minister op dit voorstel.

Antwoord van de regering:

Zie antwoord hierboven op de vragen van GroenLinks.


X Noot
1

Blik op nieuws.nl, 28 november 2019, «Toeristen gaan meer betalen voor bezoek aan Nederland» (https://www.blikopnieuws.nl/ezpress/277974/toeristen-gaan-meer-betalen-voor-bezoek-aan-nederland.html).

X Noot
2

NOS.nl, 19 februari 2019, «Van afropopsters tot dansers: deze artiesten zijn niet welkom in Nederland» (https://nos.nl/artikel/2272611-van-afropopster-tot-dansers-deze-artiesten-zijn-niet-welkom-in-nederland.html).

Naar boven