32 734 Nederlandse diplomatie

Nr. 30 LIJST VAN VRAGEN EN ANTWOORDEN

Vastgesteld 13 november 2015

De vaste commissie voor Buitenlandse Zaken heeft een aantal vragen voorgelegd aan de Minister van Buitenlandse Zaken over de brief van 11 september 2015 inzake versterking diplomatie (Kamerstuk 32 734, nr. 29).

De Minister heeft deze vragen beantwoord bij brief van 10 november 2015. Vragen en antwoorden zijn hierna afgedrukt.

De voorzitter van de commissie, Eijsink

De griffier van de commissie, Van Toor

De inzet van de motie Van Ojik ter versterking van de Nederlandse diplomatie (Kamerstuk 34 000, nr. 22) is een antwoord op de uitdagingen zoals het kabinet die heeft geduid, zo schreef ik u op 11 september in de brief over «Versterking van de diplomatie» (Kamerstuk 32 734, nr. 30). De motie Van Ojik is een welkome aanvulling op het totaal van onze diplomatieke inzet, en kan dan ook niet los worden gezien van die context. De wijze waarop we onze mensen en middelen inzetten hangt steeds af van de vraag: welke presentie is waar wanneer nodig, en wat is het meest effectief? De Minister van Buitenlandse Zaken besluit op basis daarvan over inzet van de middelen van zijn departement.

Vraag 1

Kunt u een schematisch overzicht geven van welke diplomatieke posten u allemaal precies versterkt en op welke wijze, inclusief de financiële middelen en/of (personele) capaciteiten?

Antwoord

Voor een schematisch overzicht van welke diplomatieke posten in het kader van de motie Van Ojik worden versterkt verwijs ik u naar bijlage 1. Daarbij merk ik op dat de versterking zowel in Den Haag als op de posten geschiedt. Daar waar u in deze en ook andere vragen hieronder vraagt naar de kosten van ingezette FTE’s, gelden de volgende normbedragen: 110.000 euro op het departement (dit geldt Rijksbreed), en 225.000 Euro op de posten. Dit zijn gemiddelde bedragen – inclusief salaris en overhead. De reële kosten zijn afhankelijk van vergoedingen die gerelateerd zijn aan functieniveau, standplaats, gezinssamenstelling etc. Voor FTE’s in het buitenland kunnen de daadwerkelijke kosten bovendien variëren afhankelijk van de lokale context.

Omdat we steeds zullen moeten blijven kijken waar de inzet het meest nodig is, kan een schematisch overzicht van versterkingen van nú er binnen afzienbare tijd weer heel anders uit komen te zien. Belangrijk is het totaalbeeld van diplomatieke presentie, op die beleidsterreinen die onze prioriteit hebben. Voor dit totaalbeeld verwijs ik u graag naar het Sociaal Jaarverslag van het Ministerie van Buitenlandse Zaken (https://www.rijksoverheid.nl/documenten/jaarverslagen/2015/09/11/sociaal-jaarverslag-bz-2014).

Vraag 2

Bent u van mening dat de nieuwe uitgaven in het kader van de versterking van ons postennet op evenwichtige wijze worden besteed aan economie, veiligheid, mensenrechten en ontwikkeling?

Vraag 16

Wat is (grofweg) de verhouding tussen de inzet van de extra financiële middelen op enerzijds de versterking van diplomatieke capaciteit ter bevordering van de internationale rechtsorde en vrede en veiligheid en anderzijds op de economische positie van Nederland?

Antwoord op vragen 2 en 16

Ik ben van mening dat de uitgaven in het kader van ons postennet op evenwichtige wijze worden besteed. Politiek, mensenrechten, veiligheid, ontwikkeling, economie en consulair behoren tot de kerntaken van diplomatie. Diplomatieke capaciteit wordt ingezet op ambassades waar politieke en economische dossiers vaak nauw met elkaar zijn verbonden. Een verhouding is derhalve moeilijk te geven.

Vraag 3

Op welke manier heeft NL naam gemaakt met de succesvolle 3D-benadering? Wat acht u succesvolle voorbeelden van de 3D-benadering (defence, diplomacy, development)?

Vraag 8

Waaruit bestaat de additionele capaciteit op het terrein van de 3D-benadering? Om hoeveel FTE gaat het in dit geval? Waar zullen deze functionarissen gestationeerd worden en wat zullen hun concrete taken zijn? Welke kosten zijn hiermee gemoeid?

Vraag 15

Kunt u de additionele capaciteit op het terrein van de 3D-benadering nader toelichten?

Antwoord op de vragen 3, 8 en 15

In het kader van de motie Van Ojik is capaciteit vrijgemaakt ten behoeve van crisisbeheersing en stabiliteit. Deze thema’s zijn nadrukkelijk onderdeel van de geïntegreerde benadering. Deze geïntegreerde benadering is in de loop der jaren ontwikkeld. De oorzaken van hedendaagse conflicten zijn complex. Het gaat vaak om economische factoren, politieke instabiliteit, sociale en culturele omstandigheden, gebrek aan basisvoorzieningen en zwakke staatsstructuren. De onderliggende oorzaken hiervan variëren van droogte, corruptie, etnische tegenstellingen en verspreiding van wapens. Recente ervaringen (o.a. Bosnië, Kosovo, Irak en Mali) hebben ons geleerd dat een aanpak van dit soort complexe problemen alleen effectief is als defensie, diplomatie en ontwikkelingssamenwerking gecoördineerd worden ingezet. Militaire, diplomatieke en ontwikkelingsactoren beschikken apart geen van allen over de capaciteit om een effectief antwoord te bieden op de complexe problemen in conflictgebieden. Duurzame stabiliteit vergt een multidisciplinaire aanpak die, binnen één strategisch kader, gelijktijdig meerdere doelen nastreeft.

Vanuit de in bovengenoemde ervaringen heeft Nederland ook in EU en VN verband actief ingezet op het beter verbinden van de verschillende instrumenten en instellingen. Binnen de VN zet Nederland in op betere samenwerking en verbinding tussen peace keeping (Department of Peace Keeping Operations-DPKO), politieke missies (Department of Political Affairs-DPA) en ontwikkeling (voornamelijk UNDP en de inzet op Rule of Law). Nederland draagt ook bij aan het Peace Building Fund gericht op conflictpreventie. Een praktijkvoorbeeld van de wisselwerking tussen veiligheid, goed bestuur en ontwikkeling is de bestrijding van piraterij (door o.a. de EU) in de Hoorn van Afrika, die niet los te zien is van de Nederlandse inspanningen om de oorzaken van instabiliteit te bestrijden. De oplossing van het piraterijprobleem ligt immers uiteindelijk niet op zee, maar op het land. Voor de bescherming van de handelsvaart draagt Nederland bij aan de antipiraterijmissie EU Atalanta. Ook zendt Nederland civiele en militaire experts uit die binnen de EU-missies EUCAP Nestor en EUTM Somalië bijdragen aan een kwalitatieve verbetering van de kustwacht en detentiefaciliteiten in de regio. Voorts draagt Nederland financieel bij aan programma’s ter bevordering van de opbouw van een Somalische rechtsstaat.

Op het departement wordt 1 FTE additioneel vrijgemaakt voor crisisbeheersing in het kader van de geïntegreerde benadering. Daarnaast zal de extra capaciteit op de posten in de ring van instabiliteit in belangrijke mate worden ingezet in het kader van geïntegreerd beleid.

Vraag 4

Wat wordt bedoeld met een «krachtig» buitenlands beleid met betrekking tot de gruweldaden van IS?

Antwoord

Hiermee wordt een buitenlands beleid bedoeld dat er enerzijds op is gericht de ernstige schendingen van fundamentele mensenrechten door ISIS in Irak en Syrië te voorkomen en beëindigen en de burgerbevolking te beschermen, en anderzijds om de grondoorzaken van instabiliteit weg te nemen, om zo de voedingsbodem voor gewelddadig extremisme te verminderen. Het eerste doet Nederland door actief deel te nemen aan de anti-ISIS coalitie. Zo is Nederland actief op het militaire spoor via de luchtcampagne tegen ISIS in Irak en het trainen van Iraakse strijdkrachten en Koerdische Peshmerga. Op de civiele sporen spant Nederland zich in om meer Foreign Terrorist Fighters een halt toe te roepen en de financieringsstromen naar ISIS en daaraan gelieerde individuen te stoppen. Ook richt Nederland zich in coalitieverband op het creëren van een gezamenlijk tegengeluid tegen ISIS-propaganda en het versterken van de stem van burgers in het ISIS-gebied die ISIS proberen te ontmaskeren. Daarnaast financiert Nederland activiteiten specifiek gericht op bescherming van de burgerbevolking zoals ontmijning en bestrijding van IED’s, alsook de inzet van burgerbescherming. Om de grondoorzaken aan te pakken ondersteunt Nederland op verzoening gerichte inspanningen van de VN in Irak en Syrische actoren die op lokaal niveau bijdragen aan stabiliteit en bestuur, zoals politie en lokale bestuursraden, inclusief de betrokkenheid van vrouwen daarin. Door de inzet op onderwijs wordt getracht de risico’s van een «lost generation» te beperken. Bovendien levert Nederland voedselpakketten, medische kits, kleding, dekens en communicatieapparatuur aan gematigde strijders in Syrië, die hiermee beter in staat zijn een alternatief te vormen ten opzichte van terroristische organisaties zoals ISIS en het regime van Assad.

Vraag 5

Wat wordt precies bedoeld met een early-warning eenheid om pro-actiever destabiliserende signalen te herkennen? Om hoeveel FTE gaat het hier? Waar gaan deze functionarissen zich concreet mee bezig houden? Welke kosten zijn hiermee gemoeid? Kunt u toelichten hoe en waar de «early warning» eenheid wordt opgebouwd en ingebed?

Antwoord

De early-warning eenheid is ingebed in de Directie Veiligheidsbeleid en de Directie Stabiliteit en Humanitaire Hulp; dossierhouders van deze twee directies vormen tezamen de eenheid. Ook de Eenheid Strategische Advisering participeert in de eenheid. De eenheid heeft als doel het identificeren van potentiële conflicten en mogelijkheden voor Nederlandse preventieve inzet. Voor deze eenheid wordt in totaal 3,5 FTE vrijgemaakt. Deze medewerkers kunnen ook worden ingezet om het postennetwerk te ondersteunen bij onderbezetting ten gevolge van conflicten.

Vraag 6

Wat betekent het concreet als wordt gesproken over het steviger inzetten op samenwerking in het kader van de Benelux en de Raad van Europa? Om wat voor samenwerking gaat het? Wat is het doel van dit beleid? Gaat deze intensivering samen met een uitbreiding van Nederlandse functionarissen? Zo ja, om hoeveel FTE gaat het? Welke kosten zijn hiermee gemoeid?

Vraag 12

Op welke wijze bent u voornemens steviger in te zetten op samenwerking in het kader van de Benelux?

Antwoord op de vragen 6 en 12

Nederland let scherp op de toegevoegde waarde van de internationale samenwerkingsverbanden waar Nederland deel van uitmaakt. Als enig regionaal samenwerkingsverband binnen de EU is de Benelux Unie in staat om op basis van art. 350 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, verder te gaan dan de bestaande EU-regelgeving. Bovendien beschikt de Benelux Unie over een aantal specifieke juridische instrumenten die het mogelijk maken snel gestelde doelen te bereiken. Dit geeft de Benelux een meer dan evenredige invloed in de EU. Voor de Benelux geldt dat, mede na opmerkingen vanuit de Kamer, in 2014 en 2015 goede stappen zijn gezet om meer focus aan te brengen op economische groei en banen, het vervullen van een voortrekkersrol in de Europese interne markt en gezamenlijk extern beleid. Ook het Benelux parlement is gemoderniseerd. Met deze meer resultaatgerichte en strategische aanpak heeft de Benelux nieuw elan gevonden. De Benelux heeft voor Nederland en de beide partnerlanden nog steeds een duidelijke meerwaarde.

Nederland beschouwt de Raad van Europa als een belangrijke hoeder van mensenrechten, democratie en rechtsstaat in Europa en de ring rond Europa. Het is van groot belang dat landen elkaar aanspreken op de uitvoering van committeringen onder het EVRM.

De beleidsmatige intensivering wordt binnen de bestaande personele inzet voor de Benelux en Raad van Europa opgevangen.

Vraag 7

Hoe groot is de versterking op de PV NAVO? Om hoeveel FTE gaat het? Waar gaan deze extra functionarissen zich in de praktijk concreet primair op richten en waarom? Welke kosten zijn hiermee gemoeid?

Antwoord

De PV NAVO zal met een beleidsmedewerker (1 FTE) worden versterkt. De veranderingen in de veiligheidsomgeving hebben de NAVO doen besluiten dat structurele aanpassingen nodig zijn om sneller en flexibeler te kunnen reageren. De focus van de extra medewerker is primair gericht op militaire aanpassingsmaatregelen, zij het dat hij/zij net als de overige medewerkers flexibel inzetbaar is en dus ook op andere onderwerpen (politieke/institutionele aanpassing) kan worden ingezet. Met deze extra armslag zal de PV meer mogelijkheden hebben om de discussies te volgen m.b.t. de bedreigingen ten oosten en ten zuiden van het NAVO verdragsgebied c.q. de Nederlandse standpunten binnen deze discussies naar voren te brengen.

Vraag 9

Wat wordt bedoeld met extra inspanningen op het gebied van protection of civilians? Om hoeveel FTE en welke kosten zijn hiermee gemoeid?

Vraag 17

Welke extra inspanningen komen er op het gebied van «protection of civilians»?

Antwoord op vragen 9 en 17

Het Nederlandse beleid ten aanzien van de bescherming van de burgerbevolking in gewapende conflicten is gericht op preventie, de bescherming tijdens gewapende conflicten, de strafrechtelijke vervolging van oorlogsmisdrijven en andere internationale misdrijven en de wederopbouw (zie ook beleidsbrief d.d. 10 juli 2012 met Kamerstuk 29 521, nr. 192). De extra inspanningen omvatten een intensivering op deze beleidslijnen. Er zal daarom op verschillende directies en via civiele uitzendingen in missiegebied extra capaciteit gewijd worden aan dit thema binnen de bestaande personele inzet.

Op de Directie Multilaterale Instellingen en Mensenrechten zal een extra beleidsmedewerker worden geplaatst. Dit zal de Nederlandse inzet op bescherming van burgers op het snijvlak van mensenrechten en veiligheid ten goede komen.

Vraag 10

Op welke wijze zet Nederland in de Arabische regio in op «samenwerking op het gebied van democratisering» met groeperingen en/of landen die helemaal geen democratisering maar bijvoorbeeld de sharia wensen?

Vraag 37

Is er ook extra inzet op economische ontwikkeling in de Arabische regio? Zo ja, welke?

Antwoord op vragen 10 en 37

In de bijlage « beleidsreactie» bij de brief van de Minister van Buitenlandse Zaken van 2 september jl. over de IOB-evaluatie van de Nederlandse bijdrage aan transitie in de Arabische regio (Kamerstuk 32 623, nr. 154) is aangegeven hoe ondersteuning van transitie in de Arabische regio de komende jaren zal worden vormgegeven. Daarbij is tevens vermeld dat de intensiteit van de Nederlandse inzet in de afzonderlijke landen zal afhangen van de perspectieven voor maatschappelijke en democratische transitie en praktische mogelijkheden voor samenwerking. Er zal onder meer aandacht worden gegeven aan economische ontwikkeling met nadruk op de voorwaardenscheppende kant, door ondersteuning van goed economisch bestuur en relevante maatschappelijke organisaties. Bedrijven kunnen een beroep doen op het bestaande bedrijfsleveninstrumentarium van het ministerie, dat open staat voor veel landen in de Arabische regio. Specifiek gaat het daarbij om het Dutch Good Growth Fund (DGGF). Daarnaast is voor een viertal landen in de Arabische regio ook de faciliteit Local Employment in Africa for Development (LEAD) beschikbaar, waarmee maatschappelijke organisaties en sociale ondernemingen een extra impuls kunnen geven aan jeugdwerkgelegenheid. In het kader van de motie Sjoerdsma (Modernisering Nederlandse diplomatie, Kamerstuk 32 734, Nr. 20) zijn ook posten in de Arabische regio op economisch terrein versterkt.

Vraag 11

Met betrekking tot welke Europese posten ziet u de noodzakelijkheid deze te versterken in het kader van veiligheid en stabiliteit en waarom?

Antwoord

Nederland wil met zijn buitenlandbeleid een actieve bijdrage leveren aan veiligheid, stabiliteit en rechtsstatelijkheid en mensenrechten. De prioriteit van het Nederlandse veiligheidsbeleid en diplomatieke inspanningen liggen nu aan de oostelijke en zuidelijke flanken van de Europese Unie. Om die reden wordt een aantal Europese posten versterkt (waaronder Athene, Nicosia, Rome, Skopje en Sofia).

Vraag 13

Kunt u toelichten waarom de capaciteit op de ambassade in Kabul de afgelopen jaren is verminderd, terwijl Nederland in Afghanistan nog steeds actief is met een militaire missie?

Vraag 14

Kunt u toelichten waarom u de ambassade in Kabul niet versterkt?

Antwoord op vragen 13 en 14

De Nederlandse ambassade in Kaboel is sinds de zomer 2014 ingekrompen van 21 uitgezonden medewerkers naar 6 uitgezonden medewerkers. Daarnaast zijn er 38 lokale medewerkers. De afschaling van de uitgezonden medewerkers werd ingegeven door de wijziging in de Afghaanse context, als ook de internationale en Nederlandse inzet en de bezuinigingsdoelstellingen, zoals vastgesteld in de taakstelling van het Regeerakkoord. In 2014 faseerde de ISAF-missie uit, werd de politietrainingsmissie in Kunduz afgerond en verschoof het zwaartepunt van de ontwikkelingsondersteuning naar een civiele inzet in Kaboel. De Nederlandse militaire bijdrage werd kleiner en bedraagt nu maximaal 100 militairen voor de NAVO-missie Resolute Support. Ook levert Nederland 15 functionarissen aan de EU politie trainingsmissie EUPOL. De Nederlandse ontwikkelingssamenwerkings-inzet is gefocust op het speerpunt veiligheid en rechtsorde; de projecten met betrekking tot het speerpunt voedselzekerheid zijn in afronding. Daarnaast werd er op geanticipeerd dat de beheerslast van de ontwikkelingssamenwerkingsprojecten zou verminderen, door een focus op bijdragen via multilaterale kanalen en het maatschappelijk middenveld en een vermindering van bilaterale parallelle activiteiten. Het afgelopen jaar is niettemin gebleken dat er meer capaciteit nodig is voor de brede Nederlandse inzet in Afghanistan, dan in 2014 was voorzien. Dit betreft onder andere de begeleiding van de uitvoering van de programma’s. Hierin wordt de ambassade Kaboel met 2 FTE versterkt.

Vraag 18

Kunt u, per diplomatieke post, toelichten waarom u niet de posten Bagdad, Caïro en Tunis versterkt?

Vraag 23

Kunt u, per diplomatieke post, toelichten waarom u niet de posten Bakoe en Tbilisi versterkt?

Vraag 36

Kunt u, per diplomatieke post, toelichten waarom u niet de posten Moskou, Sint-Petersburg en Kiev versterkt?

Antwoord op vragen 18, 23 en 36

Bij de inzet van extra diplomatieke capaciteit kijkt het kabinet steeds naar waar de vraag het grootst is, naar de formatie van de post en of deze toegesneden is op de grotere beleidsinzet die wordt gevraagd. De door u genoemde posten zijn momenteel voldoende bezet – hetgeen niet wegneemt dat we onze capaciteit flexibel inzetten en derhalve wellicht in de toekomst tijdelijke inzet op de door u genoemde posten beschikbaar maken door het wegnemen van FTE’s elders waar de vraag afneemt.

Vraag 19

Waar worden de «regionale humanitaire medewerkers» precies geplaatst?

Antwoord

Voor de regio’s Midden-Oosten, de Hoorn van Afrika en de Grote Meren worden in Amman, in Nairobi en in Den Haag regionale humanitaire medewerkers geplaatst.

Vraag 20

Kunt u toelichten wat u bedoelt met «in het Midden-Oosten wordt een regionale functie gecreëerd»?

Antwoord

In het Midden-Oosten wordt een regionale functie gecreëerd in het kader van de geïntensiveerde diplomatieke inzet in de Arabische regio gericht op een aantal grondoorzaken van instabiliteit, te weten gebrekkige voedselzekerheid, teruglopende watervoorraden, grondstoffengebruik en duurzame energieontwikkeling. Deze functie fungeert als makelaar tussen Nederlandse bedrijven en kennisinstellingen die expertise hebben op deze onderwerpen, en de landen in de regio die hiernaar vragen. Verder moet nauw worden samengewerkt met multilaterale instellingen en internationale kennisinstellingen, EU Lidstaten, Europese Commissie en regionale «centres of excellence» op genoemde onderwerpen. Het gaat daarbij niet alleen om het wegzetten van Nederlandse expertise op genoemde onderwerpen, maar ook om de noodzakelijke institutionele en bestuurlijke hervormingen in de landen rond deze onderwerpen. Deze functionaris wordt het eerste jaar bij de directie Noord-Afrika en Midden-Oosten (DAM) ondergebracht om het netwerk op te zetten, vervolgens zal de persoon in de regio geplaatst worden. De standplaats is nog nader te bepalen.

Vraag 21

Wat wordt de concrete opdracht van de Tijdelijk Zaakgelastigde in Moldavië?

Antwoord

Onder verantwoordelijkheid van de Chef de Poste in Boekarest, zal de Tijdelijk Zaakgelastigde in Chisinau o.a. de ontwikkelingen op het terrein van goed bestuur, mensenrechten en binnen- en buitenlandpolitieke onderwerpen volgen en analyseren. Monitoring van de implementatie van het associatieakkoord inclusief het vrijhandelsakkoord heeft hierbij prioriteit. De Tijdelijk Zaakgelastigde rapporteert over zijn bevinden naar de Chef de Poste in Boekarest en het Ministerie van Buitenlandse Zaken in Den Haag.

Vraag 22

Wat wordt de concrete opdracht van de Tijdelijk Zaakgelastigde in Wit-Rusland?

Vraag 33

Kunt u nader ingaan op de versterkte inzet in Wit-Rusland wat betreft thema’s, doelen, stafbezetting, en planning?

Vraag 38

Wat zijn de concrete doelstellingen en resultaten van de mensenrechteninzet in Wit-Rusland? Op welke wijze gaat de Tijdelijk Zaakgelastigde in Minsk zich met mensenrechten bezighouden? Welke projecten is het kabinet in dit kader voornemens te ontplooien in Wit-Rusland?

Antwoord op vragen 22, 33 en 38

Onder verantwoordelijkheid van de chef de poste in Warschau, zal de Tijdelijk Zaakgelastigde in Minsk voornamelijk de ontwikkelingen op het terrein van goed bestuur, mensenrechten en binnen- en buitenlandpolitieke onderwerpen volgen en analyseren. De Tijdelijk Zaakgelastigde rapporteert over zijn bevinden aan de Chef de Poste in Warschau en het Ministerie van Buitenlandse Zaken in Den Haag. Het op te richten kantoor zal in beginsel worden bemenst door een Tijdelijk Zaakgelastigde en één lokale assistent. Het kantoor dient met name ter versteviging van contacten met de Wit-Russische autoriteiten, het maatschappelijk middenveld, alsmede het verkrijgen van een betere informatiepositie over de ontwikkelingen in Wit-Rusland. De Tijdelijk Zaakgelastigde zal contacten met het Wit-Russische maatschappelijk middenveld onderhouden en mensenrechten-gerelateerde ontwikkelingen volgen en hierover rapporteren. Voor de activiteiten en resultaten van de Nederlandse mensenrechteninzet in Wit-Rusland verwijs ik u naar de Mensenrechtenrapportage 2014 (blz. 78–79).

Vraag 24

Op welke wijze wordt de post in Teheran versterkt? Om hoeveel FTE gaat het? Waar gaan deze functionarissen zich concreet mee bezig houden?

Antwoord

Ambassade Teheran zal uiterlijk begin 2016 worden versterkt met 1 FTE. Deze diplomaat zal zich bezighouden met advisering van het bedrijfsleven en tevens activiteiten organiseren die de zichtbaarheid van Nederland in Iran zullen vergroten. Vanwege het geldende sanctieregime heeft de ambassade lange tijd geen contacten onderhouden met het bedrijfsleven en dit netwerk zal dus grotendeels weer moeten worden opgebouwd. Daarnaast zal deze diplomaat ook worden ingezet om macro-economische ontwikkelingen te volgen en te analyseren.

Vraag 25

Op welke wijze wordt het cluster Irak/Syrië, Libië, Jemen op het departement versterkt? Om hoeveel FTE en om welke functies gaat het? Hoeveel van deze functionarissen gaan zich bezighouden met het thema mensenrechten? Welke kosten zijn hiermee gemoeid?

Antwoord

Directie Noord Afrika en Midden Oosten wordt versterkt met 2 FTE ten behoeve van beleidswerk waarbij nadruk ligt op intensivering van de beleidsaccenten zoals in de Kamerbrief wordt genoemd. Het thema mensenrechten maakt hiervan integraal onderdeel uit.

Vraag 26

Op welke wijze worden de posten in Skopje en Sofia versterkt? Om hoeveel FTE gaat het? Welke kosten zijn hiermee gemoeid?

Antwoord

De posten in Skopje en Sofia worden ieder versterkt met één FTE (uitgezonden medewerker).

De Westelijke Balkan blijft een volatiele regio aan de grens van Europa. Er is sprake van hoge jeugd werkloosheid, voortdurende spanningen en politieke retoriek langs etnisch en religieuze lijnen. Ook de forse toename van illegale migratie en vluchtelingenstromen vanuit en via de Westelijke Balkan in 2015 baart zorgen. De stoel in Skopje betreft een regionale stoel voor de Westelijke Balkan met focus op stabiliteit, migratie en grensoverschrijdende criminaliteit.

Voor Sofia ligt de focus op illegale migratie, stabiliteit en veiligheid onder meer vanwege de strategische positie in de Zwarte Zee regio. De uitgezonden beleidsmedewerker wordt met name ingezet op dossiers die raken aan de ring van instabiliteit (waaronder Bulgaars buitenlandbeleid, vluchtelingen en migratie, regionale samenwerking met betrekking tot energiezekerheid).

Vraag 27

Kunt u toelichten waarom u (enkel) Ramallah/Tel Aviv als één post omschrijft? Beschouwt de regering deze twee posten nog steeds als twee separate diplomatieke posten?

Antwoord

Het betreft een gecombineerde functie voor beide posten, die deels in Ramallah en deels in Tel Aviv wordt vervuld. Ramallah en Tel Aviv zijn twee separate posten. Deze functie is gericht op verzoeningsprojecten en het onderwerp «Access and Movement».

Vraag 28

Wat wordt verstaan onder fragiele transitieprocessen?

Antwoord

Onder fragiele transitieprocessen moet worden verstaan de overgang van instabiliteit naar legitieme stabiliteit. Deze fase wordt vaak gekenmerkt door fragiliteit en politieke onzekerheid ten gevolge van corruptie, slecht bestuur en uiteenlopende belangen bij gevestigde partijen. Om dit soort transitieprocessen goed te laten verlopen, is het belangrijk dat positieve krachten in de maatschappij worden ondersteund. Ook is het belangrijk dat voor problemen «eigen» oplossingen worden gevonden om zo de duurzaamheid en het draagkracht te bevorderen. In dit vaak moeizame en complexe proces, wil Nederland een faciliterende rol spelen.

Vraag 29

Welke maatregelen moeten volgens u worden genomen om de relatie met Rusland te herstellen?

Antwoord

Zoals uiteengezet in de Kamerbrief over de betrekkingen met Rusland van 13 mei jl. (Kamerstuk 34 000 V, nr. 69), acht het kabinet het niet eenvoudig om de relatie tussen Nederland en Rusland terug te brengen naar de situatie van voor het uitbreken van de Oekraïne-crisis. In de visie van het kabinet moet Nederland, samen met onze partners en bondgenoten, ernaar streven om op termijn een nieuw evenwicht in de betrekkingen met Rusland te bereiken. De ambitie van partnerschap en convergentie tussen Rusland en het Westen zal de komende tijd bijgesteld moeten worden naar een meer realistische inzet gericht op de-escalatie van het Russische beleid t.a.v. bijvoorbeeld Oekraïne, en waar mogelijk en noodzakelijk op dialoog en functionele samenwerking. Hierbij staat het kabinet een beleid voor waarin druk en dialoog worden gecombineerd.

Vraag 30

In welk opzicht is duurzame stabiliteit in Oekraïne van direct belang voor de veiligheid in Nederland?

Antwoord

Nederland en de Europese Unie zijn gebaat bij stabiele en welvarende buurlanden. Deze vormen een versterking van onze veiligheid en stabiliteit. Stabiele partners aan de oostgrens zijn nodig om oplopende spanningen en toenemende uitdagingen in de landen aan de grenzen van de EU («de ring van instabiliteit») het hoofd te bieden. Ook daarom sluiten we associatieverdragen met deze buurlanden. Deze verdragen dragen ook bij aan de bredere verspreiding van onze democratische waarden en economische standaarden. Dit geldt ook voor het verdrag met Oekraïne. Een veilig en welvarend Europa kunnen we alleen waarborgen met stabiliteit aan onze buitengrenzen. Een democratisch en economisch gezond Oekraïne draagt daaraan bij.

Dit politieke en vrijhandelsakkoord is een goed instrument om Oekraïne te ondersteunen zich te ontwikkelen tot een democratische rechtsstaat en markteconomie. Het bindt beide partijen aan een intensieve mensenrechtendialoog, de uitwisseling van best practices op het gebied van rechtsstaat en goed bestuur, en de ondersteuning daarvan in de praktijk. Door het akkoord verbindt Oekraïne zich aan een politiek en economisch hervormingstraject, dat zal bijdragen aan zijn stabiliteit.

Vraag 31

Bent u van mening dat in Oekraïne een stabiele rechtsstaat gebaseerd op democratische waarden wordt bereikt door het opstellen van een inreisverbod voor Westerse journalisten?

Antwoord

Er is inderdaad aanvankelijk een aantal buitenlandse journalisten op de Oekraïense sanctielijst geplaatst (Aanhangsel Handelingen II 2015/16, nr. 302). Na breed nationaal en internationaal protest zijn de zes journalisten van de sanctielijst gehaald en hebben de Oekraïense autoriteiten excuses aangeboden. Er is geen duidelijke relatie tussen deze gebeurtenis en de ontwikkeling van de rechtsstaat in Oekraïne.

Vraag 32

Op welke manier is de inzet in de regio’s in de Kaukasus en Centraal Azië gericht op het open houden van de relaties zonder daarbij in concurrentie te treden met Rusland?

Antwoord

Naast het feit dat landen in de regio samenwerking aangaan met de Europese Unie is het een realiteit dat de meeste landen in de genoemde regio’s ook nauwe banden hebben met de Russische Federatie. Voor Nederland is dit geen zero-sum game en draait het niet om een keuze tussen Oost of West. Nauwere bilaterale banden met de landen uit de regio’s en nauwere banden met de Europese Unie zijn van wederzijds belang. De Nederlandse diplomatieke inzet in de Kaukasus en Centraal Azië richt zich op samenwerking binnen een breed scala van onderwerpen. Hierbij valt te denken aan politieke hervormingen, handelsbelangen, culturele uitwisseling, maar ook dialoog over mensenrechten. In de genoemde regio’s zijn de laatste jaren politieke hervormingen op gang gekomen. Nederland ondersteunt deze transities en moedigt aan deze voort te zetten. Voor het kabinet geldt dat het van belang is dat landen uit deze regio’s betrokken zijn bij bijvoorbeeld het Oostelijk Partnerschap of andere samenwerkingsvormen met de Europese Unie (zoals bijvoorbeeld associatieakkoorden inclusief vrijhandelsakkoorden).

Vraag 34

Op welke wijze komt de versterking van de post in Oekraïne en de versterking van de cluster Oekraïne op het departement ten goede aan de uitvoering van activiteiten als onderdeel van het MATRA-programma?

Antwoord

Versterking van de post in Oekraïne betekent concreet dat de tijdelijk geworven lokale medewerker die zich bezig houdt met het MATRA-programma kan worden behouden. Versterking van het Oekraïne cluster op het departement houdt in dat er binnen de Directie Europa een medewerker is aangesteld die zich met name richt op projecten, waaronder ook MATRA.

Vraag 35

Kunt u aangeven of er op de ambassade in Georgië voldoende capaciteit aanwezig is om het MATRA-programma daar succesvol te blijven uitvoeren en of de eerder geplande halvering van de functie van lokaal medewerker MATRA is teruggedraaid?

Antwoord

De ambassade in Georgië voert een uitgebreid MATRA-programma uit. Een halvering van de functie van de lokale medewerker die zich toelegt op het MATRA-programma heeft niet plaatsgevonden. Het is van belang dat er voldoende capaciteit aanwezig is om het programma adequaat te kunnen uitvoeren.

Vraag 39

Kunt u concreet toelichten welke capaciteiten beschikbaar komen voor verdieping van economische relaties in de Golfregio.

Antwoord

Vanuit de middelen genoemd in de brief zal een extra beleidsmedewerker worden geplaatst op de ambassades in Doha (Qatar) en Muscat (Oman). De extra capaciteit op deze posten zal zowel de politieke rol van de post als de economische belangenbehartiging ten goede komen. Eerder was besloten om in de Golfregio een zogeheten Regional Business Developer te plaatsen in Abu Dhabi, met 2 lokale assistenten in respectievelijk Doha en Muscat. Dit draagt ook bij aan verdieping van economische relaties met de Golfregio.

Vraag 40

Op welke wijze worden de posten in Ankara, Athene, Rome en Nicosia versterkt? Om hoeveel FTE en om welke functies gaat het? Welke kosten zijn hiermee gemoeid?

Antwoord

Deze posten worden versterkt met een uitgezonden beleidsmedewerker. Nicosia heeft op dit moment één uitgezonden medewerker, de ambassadeur, maar wel een breed takenpakket, waaronder consulair. Nicosia wordt uitgebreid met een plaatsvervangend Chef de Poste. Rome, Athene en Londen krijgen er een uitgezonden beleidsmedewerker bij, die zich zal richten op politieke beleidsanalyse en uitvoering ten aanzien van migratie, terrorisme en grensoverschrijdende criminaliteit en rapportage over EU-thema’s. Door de toegenomen spanningen in Turkije, de rol van Turkije in de regio en migratie is het noodzakelijk de post Ankara uit te breiden met een uitgezonden beleidsmedewerker.

Vraag 41

Op welke wijze vindt versterking plaats van de taakgroep migratie en van de afdeling migratie en ontwikkeling? Om hoeveel FTE gaat het? Op welke (sub)thema’s zullen deze FTE zich met name richten?

Vraag 46

Welk deel van de middelen die vrijkomen op grond van de motie van Ojik (Kamerstuk 34 000 nr. 22) gaat naar het begrijpen en aanpakken van de grondoorzaken van de grote migratiestromen?

Antwoord op vragen 41 en 46

Het migratiedossier raakt aan de volle breedte van het werk van BZ: ontwikkelingssamenwerking, Europa, politiek, diplomatie, veiligheidsbeleid. Vanwege de druk op het migratiedossier is binnen het Ministerie van Buitenlandse Zaken een «Task Force Migration» opgericht. In deze Task Force zijn 5 FTE werkzaam, inclusief de Speciaal Gezant Migratie die recent is aangesteld.

Doel van deze Taskforce is om de binnen BZ aanwezige kennis op migratieterrein te coördineren en te werken aan een daadwerkelijke geïntegreerde benadering van de migratieproblematiek door de verschillende beleidsinvalshoeken met elkaar te verbinden en nieuwe, innovatie ideeën te ontwikkelen om de migratieproblematiek aan te pakken en de (inter-)nationale discussie te katalyseren. Daarbij wordt onder andere gewerkt aan de voorbereiding van de verschillende Europese Raden (zoals de JBZ-raad, RAZ, RBZ, RBZ/OS, Europese Raad) en de voorbereiding van internationale bijeenkomsten zoals de bijeenkomst over de Westelijke Balkan en de Valletta Top. Naast de capaciteit die in het kader van de Task Force Migration is vrijgesteld hebben ook andere directies binnen het ministerie hun eigen capaciteit ten aanzien van migratie versterkt door herprioritering binnen de takenpakketten van verschillende medewerkers. Als gevolg van de sterk veranderende internationale migratiecontext zijn in november 2014 de prioriteiten op het gebied van migratie aangescherpt. De focus van het cluster Migratie en Ontwikkeling ligt nu grotendeels op het versterken van migratiemanagement. Andere prioriteiten zijn opvang in de regio, het betrekken van diaspora bij ontwikkeling in hun herkomstland, en het bevorderen van vrijwillige terugkeer en duurzame herintegratie. Belangrijke thema’s hierbinnen zijn de aanpak van mensensmokkel en -handel, bescherming van rechten van migranten, voorlichting van potentiële migranten en het stimuleren van «brain gain». De regionale focus ligt op de noordelijke helft van Afrika en het Midden-Oosten. Het cluster Migratie en Ontwikkeling bestaat momenteel uit 7 FTE totaal; dit is inclusief een extra stoel uit de Versterking Diplomatie-middelen en een detachering vanuit het Ministerie van Veiligheid en Justitie. De Versterking Diplomatie -middelen zijn de facto een vermindering van ingezette bezuinigingen op apparaatskosten; hieruit worden geen beleidsactiviteiten gefinancierd.

Vraag 42

Hoe past het opwaarderen van het handelskantoor in Birma/Myanmar naar een volwaardige ambassade in Yangon in een buitenlands beleid waarvan de prioriteit ligt aan de Oostelijke en Zuidelijke flanken van de Europese Unie? Hoe is deze keuze te rijmen met de huidige geopolitieke situatie waarmee Nederland zich geconfronteerd ziet? Wat is de motivatie achter deze keuze? Graag een uitgebreide toelichting.

Antwoord

Het opwaarderen van de Economische Missie in Yangon past binnen de ambitie van het kabinet om wereldwijd de Nederlandse belangen te behartigen. Birma/Myanmar is een groot land, met 51 miljoen inwoners en een belangrijke geostrategische positie tussen India en China. De economische ontwikkeling biedt kansen én uitdagingen voor het Nederlands bedrijfsleven. Nederland is nu de tiende investeerder in Birma/Myanmar. Maar Birma/Myanmar is ook nog één van de armste landen in Zuidoost-Azië, met een grote inkomensongelijkheid. Vooral op het gebied van water en landbouw kan Nederland een belangrijke bijdrage leveren aan de inclusieve transitie van het land. Maar het kabinet is van mening dat voor Birma/Myanmar een bredere lens nodig is dan alleen het economische perspectief. Het kabinet heeft grote zorgen over de mensenrechtensituatie van etnische en religieuze minderheden, in het bijzonder de Rohingya. Dit heeft ook regionale migratiestromen tot gevolg en consequenties voor de regionale stabiliteit, zoals eerder dit jaar bleek tijdens de bootvluchtelingencrisis op de Andaman Zee.

Door een volwaardige ambassade te openen heeft Nederland betere toegang tot de autoriteiten voor het verzilveren van economische kansen en voor onze inzet ter verbetering van de mensenrechtensituatie en het democratiseringsproces.

Vraag 43

Hoeveel FTE zullen extra nodig zijn voor de opwaardering naar een volwaardige ambassade in Yangon? Hoeveel FTE zullen zich op deze ambassade met het thema mensenrechten bezig houden? Welke kosten zijn hiermee gemoeid?

Vraag 47

Wat zijn de kosten voor het opwaarderen van het handelskantoor Birma/Myanmar naar een volwaardige ambassade in Yangon?

Antwoord op vragen 43 en 47

De Economische Missie in Yangon kent één uitgezonden laptopdiplomaat en een parttime landbouwattache. Het kabinet heeft afgelopen zomer op verzoek van de Tweede Kamer (Kamerstuk 32 735, nr. 121) een uitgezonden medewerker politiek en mensenrechten toegevoegd aan de post in afwachting van de formele opwaardering. Voor de opwaardering naar een volwaardige ambassade wordt een residerend ambassadeur benoemd.

Vraag 44

Wat houdt de uitbreiding van regionale capaciteit in Ethiopië precies in? Met hoeveel FTE wordt de Nederlandse aanwezigheid in Ethiopië uitgebreid en met welke projecten gaan Nederlandse functionarissen zich hier bezighouden? Kunt u tevens toelichten op welke wijze deze projecten de Nederlandse migratie-inzet ten goede komen?

Antwoord

Op de ambassade in Addis Abeba wordt de regionale capaciteit op het gebied van radicalisering en migratie uitgebreid, door de aanstelling van in totaal twee FTE. Eén FTE richt zich specifiek op het tegengaan van radicalisering op het Afrikaanse continent, en zal in het bijzonder de inzet van de Afrikaanse Unie (AU) en andere regionale organisaties op dit vlak volgen. De migratie-coördinator zal zich bezighouden met de Nederlandse inzet op een geïntegreerde aanpak van de migratieproblematiek in de Hoorn van Afrika, inclusief de aanpak van grondoorzaken. Deze medewerker verzorgt ook de Nederlandse coördinerende rol op landenniveau voor het EU Regional Development and Protection Programme.

Vraag 45

Wat moet worden verstaan onder de Nederlandse «footprint»?

Antwoord

Het is de ambitie van het kabinet om wereldwijd zoveel mogelijk met onze diplomatieke vertegenwoordiging aanwezig te zijn, juist vanwege onze veelvormige belangen die overal ter wereld spelen. Het is een bewuste keuze om een breed netwerk van kleinere posten in stand te houden, die alle onderdelen van het Rijk bedienen. Een breed netwerk – een grote global «footprint» – stelt Nederland ook in staat om snel in te zetten op nieuwe coalities om internationale ontwikkelingen te beïnvloeden.

Vraag 48

Wat zijn de kosten voor het opschalen van het huidige Nederlandse handelskantoor naar een ambassade in Abidjan?

Vraag 51

Kunt u nader ingaan op welke leidende rol Ivoorkust volgens u waarom in de regio kan gaan spelen en op waarom versterking van de betrekkingen van Nederland met Ivoorkust in dit kader van belang is?

Antwoord op vragen 48 en 51

Na de tumultueuze verkiezingen van 2004 en 2010 is de stabiliteit teruggekeerd in Ivoorkust, mede dankzij de VN-missie in Ivoorkust (UNOCI – United Nations Operation in Côte d'Ivoire). De recente verkiezingen (25 oktober 2015) zijn vreedzaam en rustig verlopen.

Vanuit deze stabielere binnenlandse situatie ontwikkelt Ivoorkust zich tot een krachtige regionale speler. Nederland ziet kansen om samen te werken op het gebied van het tegengaan van instabiliteit in de Sahel, de bestrijding van illegale handel, migratie, de-radicalisering, en maritieme veiligheid in de Golf van Guinee. Zo draagt Ivoorkust net als Nederland bij aan de VN-missie in Mali (MINUSMA). Ook is Ivoorkust gastland van het regionale coördinatiecentrum voor de aanpak van maritieme criminaliteit in de Golf van Guinee.

Het handelskantoor in Abidjan zal worden opgeschaald tot een volwaardige ambassade. Dit betekent een uitbreiding met drie FTE. Naast de huidige handelsattaché komt er een ambassadeur, een hoofd interne zaken en een lokaal te werven handelsmedewerker. Door deze opschaling kan Nederland tegemoet komen aan de groeiende interesse van het Nederlands bedrijfsleven, dat in Ivoorkust economisch potentieel ziet. De huidige vraag overstijgt de capaciteit van het handelskantoor. Sinds de opening van dit kantoor in 2014 zijn er een tiental individuele bedrijvenmissies georganiseerd. Tegelijkertijd is het ondernemingsklimaat in Ivoorkust relatief zwak. Dit maakt dat de meerwaarde van economische diplomatie groot kan zijn.

De haven van Abidjan is de tweede grootste haven in West Afrika en is als zodanig een belangrijk punt op de doorvoerroutes (zowel spoorlijn als wegen) naar het binnenland van West-Afrika, in het bijzonder Bamako en Ouagadougou. 70% van de regionale handel vindt plaats op de handelsroute tussen Abidjan en Lagos. In het kielzog van de recent teruggekeerde African Development Bank – een belangrijke partner voor het Nederlandse Afrikabeleid – zullen waarschijnlijk ook andere Afrikaanse banken en bedrijven een vestiging in Abidjan willen openen.

Vraag 49

Op welke wijze weegt u het verloop van de verkiezingen in Myanmar later dit jaar mee bij de beslissing het Nederlandse handelskantoor in dat land te upgraden tot volwaardige ambassade?

Vraag 50

Kunt u nader ingaan op het voorziene tijdspad voor het upgraden van het Nederlandse handelskantoor in Myanmar tot volwaardige ambassade en dit mede in relatie tot het verloop van de aanstaande verkiezingen concretiseren?

Antwoord op vraag 49 en 50

De parlementsverkiezingen in Birma/ Myanmar van 8 november a.s. vormen een historisch moment, maar zullen geen eindstation zijn. Diplomatieke betrekkingen worden van staat tot staat onderhouden, en niet van staat tot regering. Er was reeds een diplomatieke missie gevestigd in Yangon. De Nederlandse ambassadeur in Bangkok is tot op heden geaccrediteerd in Birma/Myanmar. Om als volwaardige ambassade te kunnen functioneren loopt momenteel een procedure om een residerend ambassadeur te werven en te benoemen. Inzet is om deze ambassadeur te laten aantreden begin 2016.

Vraag 52

Ziet u op termijn ruimte om ook op andere groeimarkten in Afrika diplomatiek in te spelen?

Antwoord

Ja, inspelen op economische kansen in nieuwe markten behoort tot het standaard takenpakket van ons postennetwerk. Daarnaast heeft Nederland het afgelopen jaar geïnvesteerd in extra capaciteit op posten in Afrikaanse regio’s waar kansen liggen voor het Nederlands bedrijfsleven. Sinds zomer 2015 is er een «regional business developer» in West Afrika, gestationeerd in Lagos, die in aanvulling op de reguliere handelsbevorderingsactiviteiten voor de langere termijn strategische kansen voor het Nederlands bedrijfsleven identificeert en tot concrete business cases uitwerkt. Daarnaast is in Dar es Salaam een regionale energie-coördinator geplaatst, die bijdraagt aan capaciteitsopbouw en kansen exploreert in de energiesector in Tanzania en Mozambique. De post in Angola is versterkt met een handelsmedewerker. Ook door het organiseren van handelsmissies stelt Nederland het bedrijfsleven in de gelegenheid om hun netwerk in opkomende markten in Afrika uit te breiden. Er zijn de afgelopen jaren veel Afrikaanse landen met handelsmissies bezocht. Uw Kamer ontvangt over deze handelsmissies reguliere rapportages.

Vraag 53

In welk opzicht bieden de Zuidelijke flanken van de Europese Unie en de toegenomen migratiestromen een economische kans voor Nederland?

Antwoord

De Zuidelijke flanken van de Europese Unie zijn (potentieel) interessante handelspartners voor Nederland waar economische kansen voor Nederland gevonden (kunnen) worden. Ten aanzien van de huidige migratiecrisis werkt het kabinet dagelijks aan het vinden van oplossingen. Voor het kabinet speelt de vraag of hierbij economische kansen gevonden kunnen worden op dit moment een ondergeschikte rol.

Vraag 54

Wat wordt bedoeld met «zwart/wit denken» en «denken in termen van oneliners» met betrekking tot de veranderde veiligheidsomgeving in de wereld? Kan dit met voorbeelden onderbouwd worden?

Antwoord

De wereld is complex en de ontwikkelingen niet eenduidig. Daarom is het juist belangrijk ook naar de kleine bewegingen te kijken. Soms lijken deze op korte termijn onbeduidend maar kan het effect op termijn significant zijn. Wanneer men niet bereid is (verder) te kijken, en te luisteren, loopt men het risico tweedimensionaal te gaan kijken. Het kabinet ziet daar een primaire verantwoordelijkheid van de diplomaat: niet alleen te begrijpen wat wordt gezegd, maar ook juist te horen wat niet wordt gezegd.

Bijlage 1 - schematisch overzicht versterking posten als gevolg van Motie Van Ojik

EUROPA

Ankara

Almaty

Athene

Chisinau

Londen

Minsk

Nicosia

PV NAVO

Rome

Skopje

Sofia

SUB SAHARA AFRIKA

Abidjan

Addis Abeba

Bangui (detachering EDEO)

Regionale humanitaire medewerkers Midden-Oosten, Hoorn van Afrika en Grote Meren (3fte)

Surge capaciteit programmering tbv veiligheid en stabiliteit crisisgebieden (2fte)

NOORD-AFRIKA EN MIDDEN-OOSTEN

Algiers

Amman

Beiroet

Doha

Muscat

Rabat

Ramallah/Tel Aviv

Syrië/Istanbul

Teheran

Den Haag (DAM)/ na 1 jaar in de regio Noord-Afrika en Midden-Oosten

AZIË EN OCEANIË

Kabul

Yangon

Naar boven