Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2010-201132733 nr. 44

32 733 Beleidsbrief Defensie

Nr. 44 BRIEF VAN DE MINISTER VAN DEFENSIE

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 31 augustus 2011

Inleiding

Met deze brief geef ik gevolg aan de toezegging in mijn brief van 28 juni jl. (Kamerstuk 32 733, nr. 36) u in augustus te informeren over het Herbeleggingsplan Vastgoed Defensie. Dit plan betreft een herziening van de belegging van het vastgoed op basis van de maatregelen in de beleidsbrief Defensie na de kredietcrisis van 8 april jl. (Kamerstuk 32 733, nr. 1).

De beleidsbrief bevat een aantal hoofdlijnen op het gebied van vastgoed. Zo is duidelijk dat de opheffing van eenheden en andere maatregelen nopen tot een herziening van de belegging van het vastgoed. Doelmatigheid is daarbij een belangrijk uitgangspunt en waar locaties kunnen worden vrijgespeeld zal Defensie daartoe overgaan. Het gebruik van kantoren zal doelmatiger worden door de toepassing van de normen van het «nieuwe werken». Dit zal defensiebrede gevolgen hebben voor de kantoorbezetting.

Vastgoed en infrastructuur zijn bij Defensie ondersteunend aan het operationele proces. Een doelmatige en doeltreffende bedrijfsvoering heeft daarom voorop gestaan bij de opstelling van het herbeleggingsplan en de verschillende opties die daarvoor zijn onderzocht. Defensie is geen eiland, maar onderdeel van de Nederlandse samenleving. Daarom heeft Defensie, samen met andere delen van de rijksoverheid, ook bredere maatschappelijke en economische verantwoordelijkheden. Die komen ook aan de orde in de bredere afwegingen die zijn gemaakt bij de besluitvorming over de herbelegging. In dat verband is gekeken naar de spreiding van de krijgsmacht over het land, omdat die kan bijdragen tot een steviger draagvlak voor Defensie.

In deze brief wordt beschreven welke defensielocaties open zullen blijven, welke locaties zullen worden afgestoten en in welke gevallen nader onderzoek nodig is alvorens definitieve besluiten kunnen worden genomen. Duidelijkheid hierover is vooral van belang voor het personeel, voor wie de herbelegging van eenheden ingrijpende gevolgen kan hebben.

De afgelopen weken is bestuurlijk overleg gevoerd met andere overheden, in het bijzonder provinciebesturen, over de voornemens van Defensie. Deze besprekingen boden de mogelijkheid met betrokken besturen de lokale en regionale gevolgen van de voorgenomen sluiting van locaties onder ogen te zien. Op deze manier heb ik gevolg gegeven aan de moties van de leden Albayrak en Eijsink (Kamerstuk 32 500 X, nr. 55) en van de leden Grashoff en Albayrak (Kamerstuk 32 500 X, nr. 68), waarin onder meer aandacht is gevraagd voor krimpgebieden.

Volgens de beleidsbrief zullen de bezuinigingen op infrastructuur oplopen tot € 50 miljoen structureel vanaf 2016. Deze structurele opbrengsten worden behaald door de verlaging van de bijbehorende exploitatielasten, zoals instandhouding, huisvesting, bewaking en facilitaire ondersteuning. De totale financiële opbrengst van het herbeleggingsplan kan nog niet worden vastgesteld, omdat de herbelegging van een aantal locaties nog in onderzoek is. Zodra dit onderzoek is voltooid, zal ik met de minister van Financiën overleggen over de daaruit voortvloeiende incidentele opbrengsten. Dit zijn de verkoopopbrengsten, waar herhuisvestings- en afstotingskosten tegenover staan.

Defensie heeft het afgelopen decennium als gevolg van eerdere bezuinigingsoperaties al veel vastgoed afgestoten. Mogelijkheden tot relatief gemakkelijk bereikbare besparingen door voor de hand liggende maatregelen zijn in die eerdere rondes al benut. De besparingen worden de komende jaren vooral gevonden in een meer doelmatige gebouw- en terreinbelegging, die in belangrijke mate wordt bereikt door een strikte toepassing van normeringen en het slopen van overtollige infrastructuur. De vermindering van het vastgoed van Defensie is een voortgaand proces.

Algemene uitgangspunten

Langs de lijnen van de beleidsbrief beoogt de herbelegging, zoals in deze brief uiteengezet, een doelmatige en doeltreffende huisvesting van Defensie die de organisatiestructuur en de bedrijfsprocessen ondersteunt. Voor een groot aantal locaties zijn mogelijkheden voor doelmatiger gebruik in kaart gebracht. Sleutelbegrippen zijn concentratie, co-locatie, doelmatig hergebruik en innovatieve huisvestingsconcepten (het «nieuwe werken»). Zo kan door concentreren, clusteren en combineren de opslagcapaciteit van Defensie doelmatiger worden benut. Door voorts de omvang van voorraden kritisch te bezien zal een aanzienlijke reductie van de opslagcapaciteit worden behaald.

Voorts kan de capaciteit worden verkleind door een strikte handhaving van de richtlijn met betrekking tot de toekenning van legering voor militairen. Om onnodige verhuisbewegingen te voorkomen is ervoor gekozen eenheden op locaties die in gebruik blijven zoveel mogelijk ongemoeid te laten. Huur- en splinterlocaties zullen zoveel mogelijk worden afgestoten en de betrokken eenheden worden op andere objecten ondergebracht.

Bij de opstelling van het plan is gestreefd naar de handhaving van gunstige combinaties van objecten en een vergaande clustering van kleinere eenheden op grotere, goed bereikbare locaties, waarbij kan worden gebruikgemaakt van gemeenschappelijke diensten, zoals bewaking en beveiliging, facilitaire dienstverlening, recreatieve faciliteiten, medische voorzieningen en legering. In enkele grote steden is gestreefd naar een combinatie van een grote kantoorlocatie en een kazernefunctie voor ondersteunende activiteiten, zo mogelijk op hetzelfde object. Het huidige plan maakt maximaal gebruik van bestaande locaties. Defensie heeft belang bij een regionale spreiding. De clusters met kantooraccommodatie worden daarom op verschillende plaatsen in Nederland ingericht, zoals in Den Haag, Utrecht, Den Helder en Breda. Er is zoveel mogelijk rekening gehouden met de sociaal-economische en maatschappelijke belangen in verschillende regio’s.

Naast het eigen organisatiebelang heeft Defensie gekeken naar andere overheidsorganisaties waarmee kan worden samengewerkt. Ook de belangen van marktpartijen zijn uitdrukkelijk meegewogen in de besluiten. Allerlei samenwerkingsvormen zijn mogelijk, zoals publiek-private samenwerking, medegebruik van haven- en vliegveldfaciliteiten en samenwerking bij nieuwe kantoorhuisvesting in grote steden. Defensie sluit hiermee qua filosofie tevens aan bij de filosofie van het programma «Compacte Rijksdienst».

De bestemming van oefen- en schietterreinen is vastgelegd in deel vier van het Tweede Structuurschema Militaire Terreinen en in de ontwerp Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte. Deze terreinen zijn niet meegenomen in dit herbeleggingsplan.

Het «nieuwe werken»

Het gebruik van kantoren wordt doelmatiger door de toepassing van de normen van het «nieuwe werken». In het kader van de introductie van het «nieuwe werken» wordt een kantoornorm van 0,8 werkplek per vte geïntroduceerd. Voor de invoering daarvan zijn onder meer investeringen in ICT en aangepaste kantoormiddelen nodig. Bovendien is een voorbereidingsprogramma voor het personeel nodig. Bij Defensie is nu alleen de Kromhoutkazerne gedeeltelijk ingericht voor het «nieuwe werken». De inrichting en het gebruik van deze locatie en van enkele kleinere objecten vormt een pilot project voor de introductie van het «nieuwe werken» op andere defensielocaties.

Maatregelen op hoofdlijnen

Hieronder volgt een toelichting op de belangrijkste besluiten op het gebied van vastgoed. Defensie beschikt in totaal over meer dan 500 objecten. De opsomming van locaties die open zullen blijven is niet volledig, maar betreft de belangrijkste locaties. Wat de locaties betreft die open blijven, wordt alleen kort ingegaan op de vier hierboven genoemde clusters met kantooraccommodatie. In de bijlage is te zien welke grotere kazernes, legerplaatsen, militaire luchtvaartterreinen en kantoorcomplexen open zullen blijven.

Locaties die worden gesloten

  • In de regio Den Haag worden de Koningin Beatrixkazerne, de Prinses Julianakazerne en het Instituut Defensie Leergangen afgestoten. De Binckhorsthof en diverse huurlocaties, zoals het E-gebouw van het Plein Kalvermarktcomplex, het gebouw aan de Madame Curielaan te Rijswijk en het Wing-gebouw te Rijswijk, waren al voor afstoting bestemd. De functies van het Instituut Defensie Leergangen worden verplaatst naar de Nederlandse Defensie Academie te Breda.

  • Bij het Commando landstrijdkrachten is als gevolg van de opheffing van (delen) van eenheden een herschikking aan de orde. Hierbij wordt, vooral op de Veluwe, hoogwaardige infra herbelegd, zodat oudere infra kan worden gesloopt. Met deze maatregelen vervallen het Kamp Nieuw Milligen te Uddel en de Nassau Dietzkazerne te Budel. De oefenterreinen bij Budel worden aangehouden. Door de verplaatsing van eenheden wordt tevens ruimte vrijgemaakt om de Koninklijke Militaire School in Weert te verhuizen naar Ermelo.

  • Defensie richt een nieuw Financieel Administratie- en Beheerkantoor op. In overleg met de provincie en met andere rijkspartijen zoekt Defensie een nieuwe locatie in Zuid-Limburg voor het huidige kantoor in Eygelshoven, zodat het omvangrijke terrein van de POMS-site kan worden afgestoten.

  • In internationaal verband zal worden gesproken over een andere locatie voor het Cimic Center of Excellence dat nu is gevestigd op Complex Twenthe en het Zuidkamp (beide onderdeel van de voormalige vliegbasis Twenthe). Het Complex Twenthe en de resterende defensiegebouwen op het Zuidkamp zullen worden afgestoten.

Locaties die nog worden onderzocht

  • Op de Van Braam Houckgeestkazerne in Doorn zijn nieuwe investeringen nodig. De gebruiksruimte op de locatie is beperkt: ongeveer de helft van het terrein bestaat uit bos. Als gevolg van de reorganisatie verhuizen enkele organisatieonderdelen. Defensie onderzoekt of de druk op de kazerne kan worden beperkt door nog andere elementen elders onder te brengen. In gesprekken met de provincie Zeeland is gebleken dat er mogelijkheden zijn om de marinierskazerne in die provincie onder te brengen. Deze mogelijkheden worden nu onderzocht.

  • Ten gevolge van de maatregelen uit de beleidsbrief en de concentratie van het Diensten Centrum Personeel & Organisatie Defensie op de Kromhoutkazerne, vervallen functies op het Marine Etablissement te Amsterdam. De toekomst van het Marine Etablissement wordt verder verkend.

  • Met Eindhoven Airport, de civiele medegebruiker van vliegbasis Eindhoven, is een aan het aantal vliegbewegingen gerelateerde verhoging van de medegebruikvergoeding afgesproken. De gevolgen van de besluiten uit de beleidsbrief voor de luchthavenbelegging zijn uitgewerkt, zodat de voorbereiding voor luchthavenbesluiten voor de militaire velden weer kan voortgaan. Dat geldt dus ook voor het luchthavenbesluit Eindhoven. Besprekingen zijn gaande over de toekomstige eigendomsverhoudingen.

  • Defensie onderzoekt met het ministerie van Veiligheid en Justitie de mogelijkheden tot synergie in de bedrijfsvoering van de politie en de krijgsmacht. Als zich kansrijke mogelijkheden voordoen, zullen deze nader worden bezien, ook op de gevolgen voor de huisvesting. Na dit onderzoek wordt ook bekeken wat dit betekent voor het werk en de locatie van het Dienstencentrum Human Resources.

Locaties die open blijven

  • In de Haagse regio wordt Defensie geconcentreerd op twee grote objecten: het Plein-Kalvermarktcomplex met hoofdzakelijk een kantoorfunctie en de Frederikkazerne die naast een kantoorfunctie tevens beschikt over noodzakelijke kazernefunctionaliteiten, zoals legering, medische voorzieningen en facilitaire diensten. Op het Plein-Kalvermarktcomplex worden de Bestuursstaf, de Militaire Luchtvaart Autoriteit, de Staf Koninklijke marechaussee en het Mediacentrum (waar de Audiovisuele Dienst Defensie in opgaat) ondergebracht. De Frederikkazerne wordt gevuld met onder andere de Defensie Materieel Organisatie, de Militaire Inlichtingen- en Veiligheidsdienst, de Koninklijke marechaussee, SPEER en het Nederlands Instituut voor Militaire Historie. Daarmee worden beide locaties maximaal benut.

  • De Kromhoutkazerne in Utrecht is een in 2010 opgeleverd complex met kantoren en ondersteunende functies. De staf van de landstrijdkrachten en eenheden van het Commando DienstenCentra zijn de eerste gebruikers van het complex, dat nog verder wordt gevuld met andere eenheden. Dit betreft nagenoeg het gehele, nieuw op te richten Diensten Centrum Personeel & Organisatie Defensie en de staf van het Defensie Bedrijf Grondgebonden Systemen. Zowel financieel als functioneel is Defensie gebaat bij een optimale benutting van de 3450 werkplekken in de Kromhoutkazerne. In overeenstemming met de normen van het «nieuwe werken» worden ongeveer 4100 vte’n in Utrecht gehuisvest. Dit is nog niet het maximum. Een volledige bezetting van de Kromhoutkazerne blijft prioriteit houden bij de verdere uitwerking en fasering van huisvestingsplannen. Hierbij worden ook de mogelijkheden onderzocht voor vulling door andere rijksdiensten. Met deze herbelegging worden onder meer de Binckhorsthof vrijgemaakt (was reeds voorzien) en een deel van het Marine Etablissement Amsterdam, en kunnen de geplande investeringen in Leusden ten behoeve van het Defensie Bedrijf Grondgebonden Systemen achterwege blijven.

  • Bij de laatste grote herstructurering van de defensieorganisatie in 2003 is de staf van de luchtstrijdkrachten verplaatst naar Breda Prinsenbeek. Nu is ervoor gekozen in Breda een combinatie kantoorcomplex – kazerne tot stand te brengen voor de regio Zuidwest. In het kantoorcomplex worden, naast de staf van de luchtstrijdkrachten, andere eenheden geconcentreerd die een binding hebben met de regio Zuidwest-Nederland. Het gaat om elementen van het Logistiek Centrum Woensdrecht en van het Commando DienstenCentra uit de regio Zuidwest Brabant. Daarmee wordt het complex optimaal belegd en kan een aantal kleinere locaties in de regio worden afgestoten. In Breda is tevens de Nederlandse Defensie Academie gevestigd.

  • Het Commando zeestrijdkrachten blijft uiteraard haar zwaartepunt behouden rondom de vlootbasis in Den Helder. De regio Den Helder is een complexe aaneenschakeling van objecten. Objecten in de periferie worden mogelijk afgestoten en verplaatst naar de Nieuwe Haven. De herbelegging van kantoorruimte geeft mogelijkheden voor vrijval van investeringen. De totale gevolgen van de beleidsbrief voor deze regio zullen nader in kaart worden gebracht.

  • Over de toekomst van het Maritiem Vliegkamp De Kooy zijn besprekingen gevoerd met de civiele medegebruiker, de Luchthaven Den Helder B.V. en met gemeentelijke en provinciale bestuurders. Volgens de nieuw te sluiten overeenkomst verdrievoudigt de door de Luchthaven Den Helder B.V. te betalen medegebruiksvergoeding de komende jaren tot € 3,4 miljoen. Gedeputeerde Staten van Noord-Holland hebben zich bereid verklaard de komende vijf jaar € 1,1 miljoen per jaar bij te dragen.

    Daarom heb ik kunnen besluiten dat het Maritiem Vliegkamp De Kooy open blijft.

Ten slotte

De uitvoering van deze maatregelen krijgt haar beslag in de jaren 2012–2016.

Het herbeleggingsplan krijgt in twee opzichten nog een vervolg: in de eerste plaats zullen de defensieonderdelen plannen uitwerken om de opslag en ook het aantal opslaglocaties te verminderen. In de tweede plaats worden de verdere gevolgen van de reorganisatie van Defensie voor de belegging in kaart gebracht. Voor het overgrote deel van de defensieorganisatie schep ik met deze brief echter duidelijkheid over de herbelegging van het vastgoed bij Defensie.

De minister van Defensie

J. S. J. Hillen

BIJLAGE Overzicht van de belangrijkste objecten die openblijven1

Onderdeel

Object

Plaats

BS

Plein Kalvermarkt Complex

Den Haag

BS

Frederikkazerne

Den Haag

CDC

Trip van Zoudtlandtkazerne

Breda

CDC

Koninklijke Militaire Academie

Breda

CDC

Camp New Amsterdam

Huis ter Heide

CLAS

Kromhoutkazerne

Utrecht

CLAS

Oranjekazerne

Schaarsbergen

CLAS

De Ruyter van Steveninckkazerne

Oirschot

CLAS

Groep Geleidewapens de Peel

Vredepeel

CLAS

Lkol Tonnetkazerne

’t Harde

CLAS

Legerplaats bij Oldebroek

’t Harde

CLAS

Legerplaats Stroe

Stroe

CLAS

Johan Willem Frisokazerne

Assen

CLAS

Dumoulinkazerne

Soesterberg

CLAS

Soldaat Ketting Olivierkazerne

Soesterberg

CLAS

Bernhardkazerne

Amersfoort

CLAS

Kamp Holterhoek

Eibergen

CLAS

Lunettenkazerne

Vught

CLAS

Van Brederodekazerne

Vught

CLAS

Engelbrecht van Nassaukazerne

Roosendaal

CLAS

Johannes Postkazerne

Havelte

CLAS

Legerplaats Ermelo

Ermelo

CLAS

Prinses Margrietkazerne

Wezep

CLSK

Commando Luchtstrijdkrachten

Breda

CLSK

Vliegbasis Leeuwarden

Leeuwarden

CLSK

Vliegbasis Volkel

Volkel

CLSK

Vliegbasis Woensdrecht

Hoogerheide

CLSK

Vliegbasis Gilze Rijen

Gilze

CLSK

Militair luchtvaartterrein Deelen

Schaarsbergen

CLSK

Kamp AOCS Nieuw Milligen

Uddel

CLSK

Maritiem Vliegkamp De Kooy

Den Helder

CZSK

Nieuwe Haven

Den Helder

CZSK

Marinekazerne Erfprins

Den Helder

CZSK

Van Ghentkazerne

Rotterdam

KMAR

Koning Willem III kazerne

Apeldoorn


X Noot
1

Deze lijst is geen limitatieve opsomming.