Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2014-201532670 nr. 98

32 670 Voortgang Natura 2000

Nr. 98 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN ECONOMISCHE ZAKEN

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 8 april 2015

Overeenkomstig het verzoek van uw Kamer d.d. 12 maart 2015 (Handelingen II 2014/15, nr. 63, item 6) geef ik u hierbij mijn reactie op de uitspraken van Commissaris Timmermans op 10 maart 2015 in het Europees parlement over de Nederlandse implementatiewijze van de Vogel- en Habitatrichtlijn.

In antwoord op vragen van het lid Schreijer-Pierik over de uitvoering van de Europese natuurregels in Nederland gaf Commissaris Timmermans aan: «On the Habitats directive, the review, we are looking at it right now. I for one am not in favour of lowering the standards. I think, if I look at a country I think I know rather well which is The Netherlands, much of the problems have arisen because of the way it was implemented at a national level, although this has always been denied by several agricultural ministers through the history of the Netherlands. I still believe that if you look at the difference in the way the directives have been implemented between member states, one wonders why in certain member states this leads to so many more problems as in others.»

Van deze uitspraken heb ik met enige verbazing kennisgenomen. Het zijn juist de interventies van de Europese Commissie, onder dreiging van inbreukprocedures, en de uitspraken van het Europese Hof van Justitie, die bij herhaling in het verleden hebben genoopt tot aanscherpingen in de Nederlandse wetgeving en uitvoeringspraktijk, in het bijzonder ten aanzien van het Natura 2000-stelsel. Ik verwijs bijvoorbeeld naar:

  • de uitspraak van het Europese Hof van Justitie van 19 mei 1998, waarbij het Hof vaststelde dat Nederland in gebreke was bij het aanwijzen van voldoende speciale beschermingszones voor vogels, welke uitspraak ertoe leidde dat Nederland in plaats van 23 uiteindelijk 79 speciale beschermingszones voor vogels moest aanwijzen;1

  • de uitvoerige discussie in het verleden met de Europese Commissie die ertoe heeft geleid dat Nederland in plaats van 27 uiteindelijk 141 speciale beschermingszones voor habitats en soorten moest aanwijzen en gedwongen werd de door Nederland gehanteerde ondergrens van een minimumoppervlakte van 250 hectare voor de selectie van gebieden los te laten;

  • de uitspraak van het Europese Hof van Justitie van 14 april 2005, waarin het Hof vaststelde dat de toen in Nederland geldende wettelijke en bestuursrechtelijke maatregelen een onvoldoende en deels onjuiste omzetting van de Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn omvatten;2

  • de uitspraak van het Europese Hof in de Kokkelvisserijzaak3 waardoor Nederland werd gedwongen ook bestaande activiteiten onder het Natura 2000-beschermingsregime te brengen en waardoor bij de toetsing van de mogelijke gevolgen van projecten voor Natura 2000-gebieden een veel strikter voorzorgsbeginsel bleek te moeten worden toegepast dan tot dan toe in Nederland gebruikelijk was;

  • de verdere aanscherping van de natuurwetgeving in 2009 naar aanleiding van een door de Europese Commissie gestarte inbreukprocedure wegens een onvoldoende wettelijke bescherming van Natura 2000-gebieden die op de lijst van gebieden van communautair belang waren geplaatst, maar nog niet naar nationaal recht zijn aangewezen;4

  • de door de Europese Commissie destijds gestarte inbreukprocedure wegens onvoldoende maatregelen voor natuurbehoud en -herstel in het Westerschelde-estuarium;

  • de recente uitspraak van het Europese Hof van Justitie in de zaak over het tracébesluit A2 ’s-Hertogenbosch-Eindhoven, waardoor de door Nederland in de praktijk soms toegepaste saldobenadering ten aanzien van natuurwaarden binnen één en hetzelfde gebied niet langer mogelijk is.5

Het Hof hanteert een strikte toetsing waar het gaat om het bereiken van de doelen: het in een gunstige staat van instandhouding brengen van de relevante Europese natuurwaarden. Alle lidstaten moeten alles op alles zetten om de verwezenlijking van de gunstige staat van instandhouding van de Natura 2000-waarden te bereiken en te handhaven. Wie Nederland kent, weet dat de resterende natuurgebieden sterk versnipperd zijn en dat veel Natura 2000-waarden niet in een gunstige staat van instandhouding verkeren, hetgeen het een uitdaging maakt om een gunstige staat van instandhouding te realiseren.

Ik vraag Commissaris Timmermans dan ook om hierover met mij in gesprek te gaan. Het kan niet zo zijn dat Nederland enerzijds door het Europese Hof en de Europese Commissie wordt teruggefloten omdat het te soepel zou zijn en anderzijds nu te horen krijgt dat het te streng zou zijn.

Verder zal ik in het kader van de fitnesscheck pleiten voor meer werkbare Europese kaders, zonder afbreuk te doen aan de doelstellingen. Ik verwijs u naar mijn brieven op dit vlak.6 Dat er overigens ook in de nationale wetgeving zaken verbeterd kunnen worden, onderschrijf ik. Ik verwijs naar het bij uw Kamer aanhangige wetsvoorstel natuurbescherming.7 De ruimte daarvoor wordt evenwel begrensd door de strikte kaders van de Vogel- en Habitatrichtlijn. Tegen die achtergrond is het van belang dat de Europese Commissie niet volstaat met te verwijzen naar de implementatiepraktijk van de lidstaten, maar de hand ook in eigen boezem steekt en serieus werk maakt van «Better regulation», ook waar het de Vogel- en Habitatrichtlijn en de gemeenschappelijke marktordening betreft.

In dit verband heb ik de Commissie erop gewezen dat Nederland ook op andere gebieden aanloopt tegen knelpunten die verband houden met de strikte uitleg van Europese regels. In het bijzonder heb ik daarbij gewezen op het gemeenschappelijk marktordeningsdossier groenten en fruit. Onduidelijkheden op enkele cruciale punten in de verordening leiden hier tot interpretatiekwesties en rechtsonzekerheid voor zowel de lidstaat als de aanvragers. Ook hier wordt Nederland genoodzaakt de wetgeving en uitvoeringspraktijk steeds verder aan te scherpen om verdere financiële risico’s te vermijden, zonder echter te kunnen garanderen dat dit toetsing achteraf door de Europese Commissie doorstaat.

De Staatssecretaris van Economische Zaken, S.A.M. Dijksma


X Noot
1

Zaak C-3/96 (Commissie tegen Nederland).

X Noot
2

Zaak C-441/03 (Commissie tegen Nederland).

X Noot
3

HvJ 7 september 2004, zaak C-127/02 (Kokkelvisserij).

X Noot
4

Wet van 29 december 2008, houdende wijziging van de Natuurbeschermingswet 1998 in verband met de regulering van bestaand gebruik en enkele andere zaken (Stb. 2009, 18), voorgaande Kamerstukken: 31 038.

X Noot
5

Hof van Justitie van 15 mei 2014 in zaak C-521/12.

X Noot
6

Kamerstuk 33 576, nr. 41.

X Noot
7

Kamerstuk 33 348.