Kamerstuk
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Dossier- en ondernummer |
|---|---|---|---|
| Eerste Kamer der Staten-Generaal | 2022-2023 | 32645 nr. G |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Dossier- en ondernummer |
|---|---|---|---|
| Eerste Kamer der Staten-Generaal | 2022-2023 | 32645 nr. G |
Vastgesteld 1 juni 2023
De leden van de vaste commissie voor Economische Zaken en Klimaat / Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit2 hebben kennisgenomen van de beantwoording van 30 maart 2023.3 De leden van de fracties van GroenLinks, de PvdA en de PvdD gezamenlijk hebben naar aanleiding hiervan nog een aantal vragen en opmerkingen.
Naar aanleiding hiervan is op 25 april 2023 een brief gestuurd aan de Minister voor Klimaat en Energie.
De Minister heeft op 31 mei 2023 gereageerd.
De commissie brengt bijgaand verslag uit van het gevoerde nader schriftelijk overleg.
De griffier van de vaste commissie voor Economische Zaken en Klimaat / Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, De Boer
Aan De Minister voor Klimaat en Energie
Den Haag, 25 april 2023
De leden van de vaste commissie voor Economische Zaken en Klimaat / Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit hebben kennisgenomen van de beantwoording van 30 maart 2023.4 De leden van de fracties van GroenLinks, de PvdA en de PvdD gezamenlijk hebben naar aanleiding hiervan nog een aantal vragen en opmerkingen.
De leden van de fracties van GroenLinks, de PvdA en de PvdD lezen in uw beantwoording bij vraag 9 en 10 dat de oorzaken voor kostenoverschrijdingen bij kerncentrales liggen in de «onvolwassenheid van de ontwerpen, regelgevingswijzigingen, gebrek aan kennis en niet toereikende toeleveringsketens». U geeft aan dat deze problemen zich niet of in mindere mate zullen voordoen, omdat de ontwerpen inmiddels volwassen zijn en kennis, expertise en toeleveringsketens weer zijn opgebouwd. Voorts kan er voor vergunningen en projectmanagement worden voortgebouwd op eerdere trajecten. Kunt u dit nader toelichten? Er zijn recent in Nederland immers geen kerncentrales gebouwd en vergunningverlening is (deels) landspecifiek, benadrukken deze leden. Kunt u toelichten wat precies wordt bedoeld met de opmerking dat kennis, expertise en toeleveringsketens weer worden opgebouwd in Europa? Bedoelt u dat in de specifieke Nederlandse context of in een bredere context?
Deze leden constateren dat u nog geen antwoord heeft gegeven op de vraag wat de productiekosten zijn van een opgewekt kilowattuur in verschillende typen kerncentrales. Zij verzoeken u om deze vraag alsnog te beantwoorden en hierbij de productiekosten overzichtelijk in een tabel op te nemen. Bovendien vernemen deze leden graag of, en zo ja, in welke mate deze kostprijs afwijkt van de prijs die bij de besluitvorming werd beoogd.
Naar aanleiding van vraag 17 vernemen deze leden graag van u of het mogelijk is een analyse aan te leveren waaruit blijkt dat Nederland een problematisch tekort aan elektriciteit/ energie zal krijgen wanneer er geen kerncentrales worden gebouwd. Kunt u daarbij toelichten waarom gericht beleid op energiebesparing, dan wel het inkopen van energie op de Europese markt onvoldoende is om aan de energievraag te voldoen? De beslissing om miljarden te investeren in een nieuwe technologie wordt, volgens deze leden immers anders gewogen indien een probleem zich dagelijks voordoet, dan wanneer het zich slechts af en toe voordoet. Kunt u in dit verband een reflectie geven op het rapport «Energie door perspectief»5 dat volgens deze leden stelt dat kernenergie geen belangrijk onderdeel van de oplossing is om te komen tot een klimaatneutraal energiesysteem.
Bij de beantwoording van vraag 11 wordt aangegeven dat er tot 3,2 miljard euro is gereserveerd als garantstelling voor eventuele schade als gevolg van een ongeluk met de kerncentrale in Borssele. Dit bovenop de maximale aansprakelijkheid van exploitanten. Dit bedrag lijkt de leden van de fracties van GroenLinks, PvdA en PvdD wat laag om alle mogelijke schade te kunnen vergoeden. Bij een nucleaire ramp kan een aanzienlijk deel van de Randstad en de twee wereldhavens van Rotterdam en Antwerpen (tijdelijke of permanente) gevolgen ondervinden. Kunt u daarom nog eens uitleggen wat een reële inschatting is van het bedrag dat op exploitanten valt te verhalen onder «maximale aansprakelijkheid»? Kunt u aangeven wat dan, inclusief de staatsgarantie, het totale bedrag is dat beschikbaar is ingeval van schade als gevolg van een ongeval in Borssele? Kunt u voorts aangeven wat een reële inschatting is van de staatsgarantie die zal moeten worden afgegeven voor een nieuwe kerncentrale? Deze leden constateren dat vraag 12, die in het verlengde ligt van vraag 11, deels onbeantwoord is gebleven, graag vernemen zij alsnog een reactie op deze vraag.
Uit het onderzoek van de enquêtecommissie Groningen is, volgens deze leden, duidelijk geworden dat extra waarborgen nodig zijn om het belang van burgers te beschermen tegen het belang van commerciële partijen, zeker wanneer er schade in het spel is. Hierover hebben zij een drietal vragen. Welke lessen trekt het kabinet uit het rapport voor de opwekking van kernenergie in Nederland en de opzet van de publiek/ private samenwerking die hiervoor nodig is? Hoe gaat het kabinet borgen dat bij de afhandeling van schade als gevolg van een nucleair lek of een ander nucleair ongeval, burgers niet (zoals in Groningen, Limburg en rond Schiphol bijvoorbeeld) jarenlang moeten wachten op vergoeding van de schade die zij hebben opgelopen? Welke juridische instrumenten gaat het kabinet daarvoor inzetten?
Tot slot vernemen deze leden naar aanleiding van de beantwoording van vraag 13 graag van u wat het beoogde eindbeeld is voor de omvang van de programmadirectie Kernenergie en wat ten aanzien van deze directie de beoogde verhouding is tussen inhuur en ambtelijke ondersteuning.
De leden van de vaste commissie voor Economische Zaken en Klimaat / Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit zien uw reactie met belangstelling tegemoet en ontvangen deze graag uiterlijk 19 mei 2023.
De voorzitter van de vaste commissie voor Economische Zaken en Klimaat / Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, L.P. van der Linden
Aan de Voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 31 mei 2023
Op 25 april 2023 heb ik een aantal nadere vragen ontvangen op mijn eerdere beantwoording over de nadere uitwerking van de afspraken uit het coalitieakkoord op het gebied van kernenergie (Kamerstuknummer 172624.03u). Deze vragen zijn afkomstig van de leden van de fracties van GroenLinks en de PvdA gezamenlijk en van de leden van de PvdD-fractie. In deze brief ga ik in op de beantwoording van die vragen.
1
De leden van de fracties van GroenLinks, de PvdA en de PvdD lezen in uw beantwoording bij vraag 9 en 10 dat de oorzaken voor kostenoverschrijdingen bij kerncentrales liggen in de «onvolwassenheid van de ontwerpen, regelgevingswijzigingen, gebrek aan kennis en niet toereikende toeleveringsketens». U geeft aan dat deze problemen zich niet of in mindere mate zullen voordoen, omdat de ontwerpen inmiddels volwassen zijn en kennis, expertise en toeleveringsketens weer zijn opgebouwd. Voorts kan er voor vergunningen en projectmanagement worden voortgebouwd op eerdere trajecten. Kunt u dit nader toelichten? Er zijn recent in Nederland immers geen kerncentrales gebouwd en vergunningverlening is (deels) landspecifiek, benadrukken deze leden. Kunt u toelichten wat precies wordt bedoeld met de opmerking dat kennis, expertise en toeleveringsketens weer worden opgebouwd in Europa? Bedoelt u dat in de specifieke Nederlandse context of in een bredere context?
Antwoord
Ik heb inderdaad eerder aangegeven dat de belangrijkste redenen voor de kostenoverschrijdingen in het verleden onvolwassenheid van de ontwerpen, regelgevingswijzigingen, een gebrek aan kennis en niet toereikende toeleveringsketens zijn. Dit komt omdat veel kennis en toeleveringsketens verloren waren gegaan, doordat er in Europa bijna 20 jaar geen kerncentrales gebouwd waren. Inmiddels zijn de ontwerpen volwassen, zijn de eerste nieuwe units operationeel in Europa (zoals Olkiluoto 3 in Finland) en daarbuiten (VS en VAE), en worden kennis, expertise en toeleveringsketens verder opgebouwd. Beschikbaarheid van voldoende vakmensen is essentieel, niet alleen voor de bouw van twee kerncentrales maar ook in algemene zin voor het realiseren van de opgaven uit het Klimaatakkoord. Het kabinet heeft in zijn brief aan de Tweede Kamer6 aangaande de aanvullende maatregelen voor de aanpak van de arbeidsmarktkrapte op dit terrein uiteengezet.
De onafhankelijke toezichthouder ANVS (Autoriteit Nucleaire Veiligheid en Stralingsbescherming) heeft inmiddels relevante ervaring opgedaan met de vergunningverlening voor PALLAS. Ik voorzie ook verdere uitbreiding van de capaciteit van de ANVS. Vergunningverlening is een nationale bevoegdheid maar dat laat onverlet dat de vergunningverleners ook in een internationale context samenwerken en er wordt voortgebouwd op expertise die elders is opgedaan. Binnen de EU wordt samenwerking en uitwisseling van kennis op het gebied van kernenergie gestimuleerd via de Euratom kaderprogramma’s voor onderzoek. Als extra stimulans heeft Nederland op 28 februari jl. samen met tien andere lidstaten in de marge van de informele energieraad verklaard de samenwerking op het gebied van kernenergie te willen versterken. Hierbij kan worden gedacht aan samenwerking tussen toeleveringsketens, het verkennen van gezamenlijke opleidingsprogramma’s en meer samenwerking op wetenschappelijk gebied. Tot slot zet ik ook in de Nederlandse context in op versterking, bijvoorbeeld door het instellen van leerstoelen op Nederlandse universiteiten.
2
Deze leden constateren dat u nog geen antwoord heeft gegeven op de vraag wat de productiekosten zijn van een opgewekt kilowattuur in verschillende typen kerncentrales. Zij verzoeken u om deze vraag alsnog te beantwoorden en hierbij de productiekosten overzichtelijk in een tabel op te nemen. Bovendien vernemen deze leden graag of, en zo ja, in welke mate deze kostprijs afwijkt van de prijs die bij de besluitvorming werd beoogd.
Antwoord
Zoals in beantwoording op eerdere vragen is aangegeven, zijn de kosten o.a. afhankelijk van het gekozen ontwerp, de bouw, de vorm van financiering, de ontwikkelingen op de energiemarkt. Het is daarom op dit moment niet mogelijk om de productiekosten voor verschillende typen centrales in een tabel te zetten.
Er wordt binnenkort gestart met technische haalbaarheidsstudies, die een eerste beeld gaan geven van de bouwkosten van bepaalde technieken op de beoogde locatie. De financieringslasten zijn grotendeels afhankelijk van het financieringsmodel, ook voor de bepaling hiervan worden de eerste gesprekken en onderzoeken gestart.Er wordt tot slot onderzoek gedaan naar de mogelijke businesscase van toekomstige nieuwe kerncentrales, waarin deze marktomstandigheden worden meegenomen.
In het voorstel dat uiteindelijk ter besluitvorming aan de Tweede Kamer zal worden voorgelegd zal een nader overzicht worden gegeven van de uitkomsten van bovenstaand beschreven onderzoeken. Dan is er ook een beter beeld te geven van de (productie)kosten en opbrengsten van de kerncentrales.
3
Naar aanleiding van vraag 17 vernemen deze leden graag van u of het mogelijk is een analyse aan te leveren waaruit blijkt dat Nederland een problematisch tekort aan elektriciteit/energie zal krijgen wanneer er geen kerncentrales worden gebouwd. Kunt u daarbij toelichten waarom gericht beleid op energiebesparing, dan wel het inkopen van energie op de Europese markt onvoldoende is om aan de energievraag te voldoen? De beslissing om miljarden te investeren in een nieuwe technologie wordt, volgens deze leden immers anders gewogen indien een probleem zich dagelijks voordoet, dan wanneer het zich slechts af en toe voordoet. Kunt u in dit verband een reflectie geven op het rapport «Energie door perspectief» dat volgens deze leden stelt dat kernenergie geen belangrijk onderdeel van de oplossing is om te komen tot een klimaatneutraal energiesysteem.
Antwoord
Nederland heeft alle schone energiebronnen nodig om de klimaatdoelstellingen te halen en omdat het de wens is om vanaf 2035 geen CO2 meer uit te stoten bij de opwekking van elektriciteit. Afgelopen najaar heb ik een scenariostudie laten uitvoeren7. Deze studie toont aan dat met de toevoeging van kernenergie de stabiliteit van het systeem verbetert en dat de twee nieuwe centrales hierbij een rol vervullen. Door het gebruik van verschillende bronnen wordt de Nederlandse elektriciteitsproductie minder kwetsbaar en wordt de robuustheid van het systeem vergroot, zoals ook het rapport «Energie door perspectief» stelt.
In juni presenteer ik het Nationaal Plan Energiesysteem (NPE), waarin wordt ingegaan op de verschillende energiebronnen. Precisering van de rol van kernenergie zal dan via de toekomstige actualisaties van het NPE kunnen verlopen. Daarbij kunnen ook nadere systeemstudies worden gebruikt. Bij actualisaties is ook meer zicht op op de concrete aanvullende mogelijkheden van kernenergie en de feitelijke ontwikkelrichting van de industrie, waarvoor ik een inventarisatie in voorbereiding heb. Voor nu is het van belang om mogelijke bijdragen van alle technieken voor te bereiden.
Het kabinet pakt de nieuwbouw van de kerncentrales stap voor stap aan, zoals ook uiteengezet in mijn eerdere brief aan de Tweede Kamer8. Het is van groot belang om hiervoor een betrouwbaar en zorgvuldig proces in te richten. In de brief van december staat daarom een routekaart gepresenteerd waarin op hoofdlijnen vier fases te onderscheiden zijn: (1) voorbereiden besluitvorming, (2) uitvoeren tender, (3) vergunningverlening, (4) bouw en ingebruikname. We zitten momenteel in fase 1 en doen onderzoek naar onder andere financierbaarheid, technische haalbaarheid, organisatiestructuren en ruimtelijke inpassing. Na de onderzoeksfase zal een integraal voorstel worden voorgelegd aan de Tweede Kamer. Voor besluitvorming kan dan ook gebruik worden gemaakt van adviezen uit het rapport «Energie door perspectief»9. Pas vanaf fase 2 zullen onomkeerbare stappen worden gezet.
4
Bij de beantwoording van vraag 11 wordt aangegeven dat er tot 3,2 miljard euro is gereserveerd als garantstelling voor eventuele schade als gevolg van een ongeluk met de kerncentrale in Borssele. Dit bovenop de maximale aansprakelijkheid van exploitanten. Dit bedrag lijkt de leden van de fracties van GroenLinks, PvdA en PvdD wat laag om alle mogelijke schade te kunnen vergoeden. Bij een nucleaire ramp kan een aanzienlijk deel van de Randstad en de twee wereldhavens van Rotterdam en Antwerpen (tijdelijke of permanente) gevolgen ondervinden. Kunt u daarom nog eens uitleggen wat een reële inschatting is van het bedrag dat op exploitanten valt te verhalen onder «maximale aansprakelijkheid»? Kunt u aangeven wat dan, inclusief de staatsgarantie, het totale bedrag is dat beschikbaar is ingeval van schade als gevolg van een ongeval in Borssele? Kunt u voorts aangeven wat een reële inschatting is van de staatsgarantie die zal moeten worden afgegeven voor een nieuwe kerncentrale? Deze leden constateren dat vraag 12, die in het verlengde ligt van vraag 11, deels onbeantwoord is gebleven, graag vernemen zij alsnog een reactie op deze vraag.
Antwoord
In artikel 18 van de Wet aansprakelijkheid kernongevallen (Wako) is inderdaad bepaald dat, als de bedragen die op grond van Verdragen van Parijs en Brussel inzake nucleaire aansprakelijkheid beschikbaar moeten worden gesteld (€ 1,5 miljard) ontoereikend zijn, de Staat middelen beschikbaar stelt tot € 3,2 miljard. Dit bedrag is geen reservering maar als garantie opgenomen in de rijksbegroting. De exploitant van Borssele is voor maximaal € 1,2 miljard aansprakelijk omdat dit voor verzekeraars, verenigd in de Atoompool, het maximale bedrag is dat zij bereid zijn te verzekeren. Daarboven wordt € 300 miljoen beschikbaar gesteld door de verdragsstaten op basis van het solidariteitsbeginsel. Het reële risico voor de Staat is dus € 1,7 miljard. Voor die garantie betaalt de exploitant van kerncentrale Borssele jaarlijks een vergoeding aan de Staat. Nieuwe kerncentrales zullen onder de Wako vallen en daarmee onder een staatsgarantie tot € 3,2 miljard.
5
Uit het onderzoek van de enquêtecommissie Groningen is, volgens deze leden, duidelijk geworden dat extra waarborgen nodig zijn om het belang van burgers te beschermen tegen het belang van commerciële partijen, zeker wanneer er schade in het spel is. Hierover hebben zij een drietal vragen. Welke lessen trekt het kabinet uit het rapport voor de opwekking van kernenergie in Nederland en de opzet van de publiek/private samenwerking die hiervoor nodig is?
Antwoord
In het rapport van de enquêtecommissie staat onder andere dat de kennisopbouw- en deling binnen het Ministerie van EZK gebrekkig was en dat de samenwerking met de oliemaatschappijen zo hecht was dat kritische geluiden als «slechts een mening» konden worden afgedaan. In de besluitvorming waren daardoor belangen als waardemaximalisatie, leveringszekerheid en voorzieningszekerheid geborgd, maar de veiligheid en het welzijn van bewoners onvoldoende. De risico’s in het gaswinningsgebied zijn bovendien te lang buiten het zicht van de toezichthouder gebleven, en later ontbrak het de toezichthouder aan escalatiemogelijkheden. De enquêtecommissie spreekt daarom van een ongekend systeemfalen en legt daarbij de nadruk op het morele perspectief van het overheidshandelen en de NAM.
De lessen die het kabinet trekt uit dit rapport die van belang zijn voor kernenergie zijn de maatregelen 36 tot en met 50 in hoofdstuk 4 «Bouwen aan een betere overheid» van de brief van de Minister-President en de Staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat van 25 april 2023 «Nij begun: op weg naar erkenning, herstel en perspectief» (Kamerstuknummer 2023Z07612). Hierbij worden alle maatregelen uiteraard ter harte genomen. Er is een aantal maatregelen die ik expliciet meeneem in de verdere stappen. Vooral de volgende maatregelen hebben direct betrekking op de publiek/private samenwerking omtrent kernenergie:
– maatregel 36: Direct contact tussen Kamer en toezichthouder,
– maatregel 37: Actief openbaar maken van adviezen van rijksinspecties,
– maatregel 39: Waarborgen voor onafhankelijke taakuitoefening Inspecties krijgen plek in Wet op de rijksinspecties,
– maatregel 40: Aanpassen ambtseed en stimuleren tegendenken binnen ministeries,
– maatregel 41: Betere spreiding van de rijkswerkgelegenheid,
– maatregel 42: Bewindslieden en beleidsambtenaren gaan op grote schaal in gesprek met burgers, en
– maatregel 46: Toets op borgen publiek belang in strategie staats- en beleidsdeelnemingen.
Deze lessen heeft het kabinet getrokken en fungeren als randvoorwaarden bij de opzet van de publiek/private samenwerking bij kernenergie. Het kabinet heeft overigens bij de kerncentrales nog geen concrete voorstellen bij de opzet van de publiek/private samenwerking in de zin van de formele aandelenverhouding tussen private en publieke partijen. In het zogenoemde «Gasgebouw» was de aandelenverhouding 50/50, waardoor de Staat weliswaar feitelijk over een vetorecht beschikte maar de Staat kwam als aandeelhouder desondanks niet voldoende op voor de veiligheid en het welzijn van bewoners. Dit wijst uit dat de formele aandelenverhouding niet van doorslaggevend belang is voor de borging van de publieke belangen waaronder de veiligheid en het welzijn van bewoners. Het kabinet ziet de opzet van de publiek/private samenwerking dan ook veel breder dan het aandeelhouderschap.
Zoals ik in mijn brief Kabinetsvisie op burgerparticipatie10 aangeef, vind dit kabinet het belangrijk om open en transparant te zijn over de keuze voor uitbreiding van het aandeel kernenergie in de energiemix. Het kabinet zet daarom in op een dialoog met de samenleving. Hierbij maak ik onderscheid tussen het nationale en het lokale dialoog, benader ik de energieprojecten in de regio integraal waar mogelijk, en betrek ik burger vroegtijdig in een dialoog over de randvoorwaarden voor de nieuwbouw. Daarnaast vindt er intensieve afstemming plaats met de gemeenten en provincies, onder andere over communicatie en participatie. Het communicatie-participatie-plan dat voor deze zomer ter inzage wordt gelegd, gaat hier uitgebreid op in.
6
Hoe gaat het kabinet borgen dat bij de afhandeling van schade als gevolg van een nucleair lek of een ander nucleair ongeval, burgers niet (zoals in Groningen, Limburg en rond Schiphol bijvoorbeeld) jarenlang moeten wachten op vergoeding van de schade die zij hebben opgelopen? Welke juridische instrumenten gaat het kabinet daarvoor inzetten?
Antwoord
Een kernongeval vormt mogelijk een gevaar voor de bevolking indien radioactiviteit buiten de installatie treedt. Er zijn binnen een kerncentrale meerdere veiligheidsniveaus met op ieder niveau vergaande veiligheidseisen en maatregelen, die voorkomen dat radioactiviteit in de leefomgeving terechtkomt. Mocht dit zich toch voordoen, dan is op voorhand niet te voorspellen wat de precieze gevolgen daarvan zullen zijn. Daarmee kan ook niet bij voorbaat voorspeld worden hoe de afhandeling van eventuele schade zal plaatsvinden. In het Landelijk Crisisplan-Straling (LCP-Straling)11 zijn voor de huidige nucleaire installaties in Nederland preparatiezones uitgewerkt. Bij de realisatie van nieuwe kerncentrales zal het LCP-Straling worden aangepast. Op basis van een aangepast crisisplan voor kernongevallen kunnen de regionale crisisplannen, daar waar nodig, geactualiseerd worden, zodat een adequate respons verzekerd blijft.
7
Tot slot vernemen deze leden naar aanleiding van de beantwoording van vraag 13 graag van u wat het beoogde eindbeeld is voor de omvang van de programmadirectie Kernenergie en wat ten aanzien van deze directie de beoogde verhouding is tussen inhuur en ambtelijke ondersteuning.
Antwoord
Op dit moment werken er ongeveer 30 fte bij de programmadirectie en dit zal door de loop van het jaar veranderen. Zoals eerder gezegd, ben ik op advies van BCG12 bezig met de verkenning en uitvoering van eerste concrete stappen naar een op te richten programmaorganisatie. Deze programmaorganisatie zal een deel van de huidige taken van de programmadirectie overnemen, bijvoorbeeld rondom de onderhandelingen met marktpartijen. Hoewel de precieze inrichting hiervan in ontwikkeling is, zal het mogelijk een effect hebben op de omvang van de programmadirectie. Daarnaast geldt dat voor diverse onderwerpen externe expertise noodzakelijk is. De behoefte hieraan wisselt gedurende het verloop van het programma en betreft veelal kortlopende periodes, bijvoorbeeld voor het toetsen van de door het ministerie opgestelde planningen, analyses en verwachtingen. Er is daarom geen eenduidig antwoord te geven op de vraag naar de beoogde verhouding tussen inhuur en ambtelijke ondersteuning en het beoogde eindbeeld van de programmadirectie.
Ik hoop hiermee de vragen van de leden beantwoord te hebben.
Minister voor Klimaat en Energie, R.A.A. Jetten
Samenstelling:
Koffeman (PvdD), Faber-Van de Klashorst (PVV), Van Strien (PVV), Gerkens (SP), Atsma (CDA) (ondervoorzitter), Pijlman (D66), Schalk (SGP), Klip-Martin (VVD), Van Rooijen (50PLUS), Van Ballekom (VVD), Vos (VVD), Crone (PvdA), Dessing (FVD), Van Gurp (GL), Huizinga-Heringa (CU), Kluit (GL), Van der Linden (Fractie-Nanninga) (voorzitter), Meijer (VVD), Otten (Fractie-Otten), Prins (CDA), vacant (GL), Van der Voort (D66), Berkhout (Fractie-Nanninga), Raven (OSF), Karakus (PvdA) en N.J.J. van Kesteren (CDA).
Rapport «Energie door perspectief: rechtvaardig, robuust en duurzaam naar 2050», door Expertteam Energiesysteem 2050 (https://www.rijksoverheid.nl/documenten/rapporten/2023/04/13/energie-door-perspectief-rechtvaardig-robuust-en-duurzaam-naar-2050).
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-32645-G.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.