32 637 Bedrijfslevenbeleid

Nr. 74 BRIEF VAN DE MINISTER VAN VEILIGHEID EN JUSTITIE

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 22 augustus 2013

Met deze brief ga ik in op de motie van het lid Mulder (CDA) inzake de aanpak Veiligheid kleine bedrijven (Vkb), voorgesteld aan de Minister van Economische Zaken tijdens de vergadering van uw Kamer op 4 juli 2013 (Kamerstuk 32 637, nr. 65).

In die vergadering heeft uw Kamer aandacht gevraagd voor een gelijk speelveld en keuzevrijheid van ondernemers binnen de Vkb-aanpak en heeft de regering verzocht de aanpak per direct te evalueren.

De Minister van EZ heeft de motie ontraden vanwege de verantwoordelijkheidsverdeling binnen het kabinet op dit thema. Hij heeft vervolgens toegezegd deze kwestie bij mij onder de aandacht te brengen.

Zoals ik in de antwoorden op de Kamervragen1 van de leden Mulder en Oskam (beiden CDA), alsmede in mijn brief2 aan uw Kamer heb aangegeven, is de Vkb-aanpak na zorgvuldige bespreking met private en publieke partners vormgegeven. De aanpak is anders vormgegeven dan in eerdere jaren. Daarom is gekozen voor een overgangsjaar en is voorzien in een evaluatiemoment gedurende de uitvoering ten behoeve van besluitvorming over de toekomst van deze aanpak.

Inmiddels heb ik drie onafhankelijke onderzoeksbureaus verzocht een offerte uit te brengen voor een dergelijke evaluatie, waarbij procesmatige, organisatorische en beleidsinhoudelijke keuzes die zijn gemaakt voor de invulling en uitvoering van de Vkb-aanpak 2013 worden getoetst. Zodra de evaluatie afgerond is, zal ik uw Kamer informeren over de uitkomsten en de wijze waarop ik aan de conclusies daarvan opvolging zal geven.

De Minister van Veiligheid en Justitie, I.W. Opstelten


X Noot
1

Aanhangsel Handelingen II 2012/13, nr. 1856.

X Noot
2

Kamerstuk 28 684, nr. 382

Naar boven