Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2019-202032637 nr. 424

32 637 Bedrijfslevenbeleid

Nr. 424 VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEG

Vastgesteld 3 juli 2020

De vaste commissie voor Financiën heeft een aantal vragen en opmerkingen voorgelegd aan de Minister van Economische Zaken en Klimaat over de brief van 2 juli 2019 over Deelname NFIA in het tax committee van het AmCham (Kamerstuk 32 637, nr. 376).

De vragen en opmerkingen zijn op 21 februari 2020 aan de Minister van Economische Zaken en Klimaat voorgelegd. Bij brief van 1 juli 2020 zijn de vragen beantwoord.

De voorzitter van de commissie, Anne Mulder

De adjunct-griffier van de commissie, Freriks

Inleiding

Hierbij stuur ik u, mede namens de Staatssecretaris van Financiën – Fiscaliteit en Belastingdienst, de antwoorden naar aanleiding het schriftelijk overleg van de vaste commissie voor Financiën op 21 februari 2020 over de op 2 juli 2019 door mij toegezonden brief1 inzake «Deelname Netherlands Foreign Investment Agency (NFIA) in het tax committee van de American Chamber of Commerce in the Netherlands (AmCham)».

Bij dit schriftelijk overleg zijn enkele vragen gesteld en opmerkingen gemaakt door de leden van de fracties van de VVD, D66, GroenLinks en de SP. De vragen en opmerkingen hebben betrekking op: i) het functioneren van de NFIA, ii) de totstandkoming van fiscaal beleid. De eerste valt primair onder verantwoordelijkheid van de Minister van Economische Zaken en Klimaat (EZK), de tweede primair onder de verantwoordelijkheid van de Staatssecretaris van Financiën – Fiscaliteit en Belastingdienst (FFenB).

De link tussen deze twee onderwerpen is dat de uitvoeringsorganisatie NFIA richting de relevante beleidsdepartementen een signaalfunctie heeft over de ontwikkeling van het vestigingsklimaat. Fiscaliteit is een belangrijk onderdeel van dit vestigingsklimaat. Het Ministerie van Financiën is verantwoordelijk voor de totstandkoming van het fiscale beleid en ontvangt daarom dus ook signalen hierover van de NFIA. Vervolgens worden door het kabinet deze signalen, samen met mogelijke signalen van andere belanghebbenden, gewogen om tot beleidsvoorstellen te komen. Deze worden vervolgens aan uw Kamer voorgelegd.

Gezien het duidelijke onderscheid tussen de twee onderwerpen zijn de vragen en antwoorden ook in deze twee blokken opgedeeld. De onderwerpen worden tevens in verschillende commissies van uw Kamer besproken. In de Vaste Commissie voor Economische Zaken en Klimaat wordt regelmatig gesproken over het acquisitiebeleid en het werk van de NFIA. Mocht uw Kamer de behoefte hebben om meer inzicht te verkrijgen in de werkzaamheden van de NFIA, dan faciliteer ik dat graag. Bijvoorbeeld via het organiseren van een technische briefing voorafgaand aan het volgende AO Bedrijfslevenbeleid of een uitnodiging voor een briefing op mijn ministerie.

Vragen en opmerkingen vanuit de fracties en reactie van de bewindspersoon

Blok I: Beantwoording vragen over het functioneren van de NFIA

1.

De leden van de D66-fractie vragen of de Minister de mening deelt dat het ongewenst is dat Nederlandse ambtenaren, in welke rol dan ook, als vaste deelnemer deelnemen aan overleggen van lobbyclubs, bijvoorbeeld lobbyclubs van buitenlandse bedrijven? Zo nee, waarom niet?

Antwoord

Rijksambtenaren dienen zich niet in te zetten voor een lobby bij datzelfde Rijk. Het is uitdrukkelijk wel van belang dat het Rijk op allerlei manieren zicht houdt op hoe beleid in de praktijk uitwerkt. Daarom beschouw ik een dialoog tussen de overheid en maatschappelijke organisaties, belangenorganisaties en bedrijven als waardevol. Het kabinet hecht aan persoonlijk, open en vertrouwelijk contact met allerlei partijen – met soms ook zeer uiteenlopende belangen – om beleidsopties te verkennen en de kwaliteit van wet- en regelgeving te verbeteren. Daaronder vallen ook belangenbehartigers zoals koepels, NGO’s en brancheverenigingen. Dit contact kan inzicht geven in belangen, argumenten en standpunten, of draagvlak creëren voor beleid. Voor de kwaliteit van ons werk is het van groot belang om deze verschillende signalen van de buitenwereld te ontvangen en mee te wegen in beleidsvorming. Het kabinet maakt te allen tijde haar eigen afweging en keuzes, waar het kabinet verantwoordelijk voor gehouden kan worden.

De toegang van ambtenaren van de Nederlandse overheid tot overleggen van belangenorganisaties van buitenlandse bedrijven kan onderdeel zijn van deze werkwijze die leidt tot betere beleidsvorming. Op deze manier worden signalen ontvangen over hoe beleid in praktijk uitpakt. Zeker als deelname aan een dergelijk overleg daarnaast ook nog een toegevoegde waarde voor de rijksoverheid kan hebben, vind ik deelname te rechtvaardigen. Tot slot is voor mij een voorwaarde voor deelname aan dergelijke overleggen dat er duidelijkheid is welke rol de betreffende ambtenaar daar vervult en dat deze rol passend is bij de taakvervulling van een ambtenaar. Een lobbyrol is daarbij niet aan de orde.

2.

De leden van de D66-fractie merken op dat de Minister spreekt van een toehoordersrol, maar ook aangeeft dat er naast een signaalfunctie sprake is van een promotiefunctie. Hoe verhouden deze functies zich eigenlijk tot elkaar? Hoe weet een ambtenaar nu welke functie hij aan moet nemen? Vervult één en dezelfde persoon zowel een signaal- als promotiefunctie, of zijn deze functies strikt gescheiden? De leden van de D66-fractie lezen dat de desbetreffende toehoorder zou bijdragen aan het creëren van draagvlak onder de andere deelnemers van het overleg. Deze leden vragen of het creëren van draagvlak volgens de Minister beter past bij de signaalfunctie of promotiefunctie en of het creëren van draagvlak past bij de rol van toehoorder.

Antwoord

De NFIA heeft, zoals ook beschreven in de evaluatie van de NFIA die op 17 april jl. met uw Kamer is gedeeld,2 vier kernactiviteiten:

  • a) De NFIA brengt Nederland als vestigingslocatie bij buitenlandse bedrijven onder de aandacht (aantrekken initiële investeringen);

  • b) De NFIA spreekt met in Nederland reeds gevestigde buitenlandse bedrijven over mogelijke vervolginvesteringen (gericht op uitbreiding en/of retentie);

  • c) De NFIA coördineert via het Invest in Holland netwerk de acquisitie-inspanningen van de verschillende regionale acquisitiepartijen;

  • d) De NFIA signaleert knelpunten in het Nederlandse vestigingsklimaat en helpt deze op te lossen.

De eerste drie activiteiten hebben betrekking tot de promotiefunctie van de NFIA en de vierde betreft de signaalfunctie. In praktijk worden deze functies soms gecombineerd. Als er bijvoorbeeld met een bedrijf wordt gesproken over een mogelijke investering in Nederland, vangt de NFIA gelijktijdig mogelijk ook signalen op over eventuele knelpunten in het Nederlandse vestigingsklimaat.

In andere situaties is ook duidelijk dat het niet wenselijk is om deze functies te combineren, bijvoorbeeld wanneer de NFIA als toehoorder deelneemt aan de tax committee van een belangenorganisatie als de AmCham. De rol van toehoorder betekent voor de NFIA dat tijdens het overleg wordt geluisterd naar de inbreng van andere deelnemers, waarbij soms om verduidelijking wordt gevraagd. Daarbij kan de toehoorder, indien daar vraag naar is, een feitelijke toelichting op overheidsbeleid geven. Dit kan mogelijk bijdragen aan het creëren van draagvlak voor dit beleid. Het is daarbij overduidelijk, zoals ook in mijn antwoord op vraag 1 aangegeven, dat de ambtenaar van de NFIA geen lobbyrol dient te vervullen.

Ik heb er vertrouwen in dat NFIA-ambtenaren professioneel genoeg zijn om deze verschillende functies te combineren, een functie alleen vervullen indien deze past bij de situatie en hier ook duidelijk over communiceren naar andere aanwezigen. Zo is in geval van de tax committee van de AmCham voor alle deelnemers duidelijk dat de NFIA daar als toehoorder aanwezig is.

3.

De leden van de D66-fractie vragen in welke jaren het Ministerie van EZK en/of de NFIA financieel heeft bijgedragen aan diners van AmCham. Kunt u een uitputtend overzicht geven van de jaarlijkse financiële bijdragen aan het organiseren van deze diners? Hoe zijn deze bijdragen terug te vinden in de eerdere begrotingen van het Ministerie van EZK? Hoe oordeelt u over de bijdragen van het ministerie aan de organisatie van deze diners?

Antwoord

De NFIA neemt vanuit haar promotie- en/of signaleringsfunctie deel aan netwerkdiners. Indien hiervoor deelnamekosten zijn, betaalt de NFIA hiervoor net als andere deelnemers. Het aantal deelnames is beperkt, de kosten zijn bescheiden en deelname past bij de promotie- en signaleringsfunctie van de NFIA. Bovendien helpt dit de NFIA bij het opbouwen en onderhouden van een relevant netwerk van buitenlandse bedrijven die (mogelijk) in Nederland willen investeren. Daarbij is het niet meer dan wenselijk en normaal dat de NFIA, net als andere uitgenodigde bedrijven en organisaties, netjes haar deelnamekosten betaalt.

Het is mij tevens bekend dat in 2005 via een subsidie een financiële bijdrage van € 60.000 is geleverd aan AmCham voor de gezamenlijke organisatie van vijf diners. In 2007 is nogmaals een subsidie van € 60.000 verstrekt voor vier soortgelijke diners. De subsidie is verstrekt door het toenmalige Ministerie van Economische Zaken, waar de NFIA onderdeel van was voordat zij in 2010 onderdeel werd van de uitvoeringsorganisatie EVD (voorloper van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland – RVO.nl). Subsidies dienen bij te dragen aan één of meerdere beleidsdoelen. Daar moet bij verstrekking altijd op worden getoetst. Deze subsidies pasten in de toenmalige inzet gericht op het aantrekken van buitenlandse bedrijven naar Nederland. Amerikaanse bedrijven die in Nederland investeren, leveren een positieve bijdrage aan onze economie. IBM-PLI3 geeft aan dat in de periode 2008–2018 circa een derde van de buitenlandse investeringen in Nederland afkomstig is uit de VS en dat deze goed zijn voor circa 40% van de banen in Nederland via buitenlandse investeringen. Zoals ook blijkt uit de door het Ministerie van Buitenlandse Zaken openbaar gemaakte stukken, is in 2012 de afweging gemaakt om niet een nieuwe subsidie te verstrekken aan AmCham voor de organisatie van een dergelijk diner.4 Dat is daarna ook niet meer gebeurd en ik ben dit naar de toekomst toe ook niet voornemens.

Het budget van de NFIA wordt op de EZK-begroting verantwoord onder de bijdrage aan RVO.nl op beleidsartikel 2 Bedrijvenbeleid: innovatie en ondernemerschap voor duurzame welvaartsgroei. Er is geen uitputtende lijst beschikbaar van de verschillende netwerkdiners waarbij de NFIA aanwezig is. Dit heeft mede te maken met het feit dat de NFIA en haar administratie de laatste 10 jaar onderdeel is geweest van de inisteries van Economische Zaken en Buitenlandse Zaken, de EVD en RvO.nl. Uit de evaluatie van de NFIA kwam reeds de aanbeveling om de financiële administratie van de NFIA te verbeteren. In de kabinetsreactie op deze evaluatie heb ik aangegeven hier werk van te gaan maken.5

4.

De leden van de D66-fractie vragen of de Minister kan aangeven met welke belangenorganisaties het Ministerie van EZK nog meer dergelijke dinerbijeenkomsten organiseert en heeft georganiseerd? Welke financiële bijdragen heeft het Ministerie van EZK en/of de NFIA hiervoor geleverd? De leden van de D66-fractie vragen op basis van welke criteria is overgegaan tot het geheel of gedeeltelijk financieren van dergelijke dinerbijeenkomsten. Deze leden vragen hoe het besluit, om dergelijke dinerbijeenkomsten te financieren, is gecommuniceerd met de Tweede Kamer.

Antwoord

Vanaf het moment dat de NFIA onderdeel werd van de uitvoeringsorganisatie EVD – de voorloper van RVO.nl – heeft de NFIA zover we kunnen achterhalen geen financiële bijdrage meer geleverd aan de gezamenlijke organisatie van een dinerbijeenkomst met een belangenorganisatie zoals de AmCham.

Door het Ministerie van EZK worden met grote regelmaat bijeenkomsten georganiseerd om de dialoog met verschillende belangenorganisaties te faciliteren. Indien een bijeenkomst in de avond plaatsvindt, is dat met eten. Zoals reeds in antwoord op vraag 1 aangegeven, beschouw ik een dialoog tussen de overheid en maatschappelijke organisaties, belangenorganisaties en bedrijven als waardevol. Daarbij is telkens van belang dat de dialoog ook bijdraagt aan het realiseren van een beleidsdoel. De totstandkoming van het Klimaatakkoord, waarbij een zeer divers gezelschap van belangenverenigingen aan tafel zat, is hiervan een mooi voorbeeld.

Van deze bijeenkomsten is geen uitputtende lijst beschikbaar. De kosten hiervan zijn onderdeel van de begroting van EZK.

5.

De leden van de D66-fractie vragen waarom de Minister bij de eerdere beantwoording enkel wijst op incidentele deelnamekosten tussen 2015 en 2017 voor diners waar de NFIA aan deelnam en een éénmalige financiële bijdrage voor een netwerkseminar in 2015. Waarom heeft de Minister niet direct inzicht gegeven in de bijdragen van het Ministerie van EZK aan de organisatie van de dinerbijeenkomsten die het ministerie geheel of gedeeltelijk heeft gefinancierd?

Antwoord

De vraag waar het lid van D66 aan refereert6, richtte zich op de huidige (financiële) relatie tussen de NFIA en AmCham. Hoewel na 2017 vanuit de NFIA geen betalingen aan AmCham zijn gedaan, is proactief gemeend meer inzicht en openheid te geven over betalingen van de NFIA aan AmCham. Dat is in lijn met de vraag gebeurd voor de NFIA. Derhalve is in de administratieve systemen van de NFIA en RVO.nl gezocht.

De NFIA is in 2010 overgegaan van het toenmalige Ministerie van Economische Zaken naar de uitvoeringsorganisatie EVD, één van de voorlopers van RVO.nl. Betalingen van voor 2010, zoals de dinerbijeenkomsten uit 2005 waar de vraagsteller naar verwijst, waren daarom ook niet meegenomen in het antwoord.

6.

De leden van de D66-fractie lezen in de begroting dat de dienstverlening van de NFIA bestaat uit «advies, informatievoorziening en praktische assistentie en discrete toegang tot een breed netwerk van zakelijke partners en overheden».7 Ook andere bronnenwijzen op de snelle assistentie die de NFIA kan bieden wanneer bedrijven een uitbreiding of vertrek overwegen. Kunt u uiteenzetten over wat voor informatie en assistentie dit gaat? Kunt u nader toelichten waarom deze toegang discreet moet zijn?

Antwoord

De activiteiten van de NFIA zijn gericht op buitenlandse bedrijven die overwegen bedrijfsactiviteiten in Nederland te starten of uit te breiden. De NFIA voorziet deze bedrijven van feitelijke informatie die voor het bedrijf relevant is in hun investeringsbesluit. Het gaat hier per definitie om afwegingen en beslissingen die te maken hebben met strategische keuzes van het bedrijf. Zo wordt bijvoorbeeld informatie verstrekt over de specifieke locatiefactoren welke voor een investeringsproject van belang zijn. Dat is concurrentiegevoelige en – bij beursgenoteerde ondernemingen – koersgevoelige informatie die daarom vertrouwelijk moet blijven.

7.

De leden van de D66-fractie lezen dat de verslagen van de reguliere overleggen van het belastingcomité van AmCham van de vaste deelnemer van de NFIA niet openbaar zijn. Deze leden vragen of deze verslagen wel aanwezig zijn. Deze leden vragen de Minister om de Kamer te informeren over de, niet bedrijfsvertrouwelijke, hoofdpunten uit deze overleggen.

Antwoord

Van de bijeenkomsten worden beknopte verslagen gemaakt. Deze zijn niet openbaar. Het is aan AmCham deze verslagen openbaar te maken.

AmCham maakt elk jaar proactief haar Investor’s Agenda of Priority Points openbaar. Hierin is zichtbaar hoe de organisatie kijkt naar het Nederlandse vestigingsklimaat en onderdelen daarvan zoals fiscaliteit. Deze zijn online te vinden.8

8.

De leden van de D66-fractie vragen of, in aanvulling op de deelname van de NFIA aan de tax committee, de rijksoverheid in enige vorm deelneemt aan andere reguliere overleggen van AmCham.

Antwoord

De NFIA neemt geen deel aan andere reguliere overleggen van AmCham. Wel heeft een medewerker van de NFIA op uitnodiging deelgenomen aan een overleg van het Pharmaceutical Committee van AmCham. Dit gebeurde zeer incidenteel en voor het laatst in 2014.

9.

De leden van de D66-fractie constateren dat de executive director van AmCham zitting neemt in de werkgroep Vestigingsklimaat die wordt voorgezeten door een ambtenaar.9 Is deze werkgroep Vestigingsklimaat een ambtelijke werkgroep? Zitten hier meer vertegenwoordigers van externe belangenorganisaties en commerciële organisaties in? Is deze werkgroep nog steeds actief? Sinds wanneer neemt AmCham zitting in deze werkgroep? Is deze werkgroep onderdeel van het Internationaal Strategisch Overleg Nederland of gaat het om een andere werkgroep?

Antwoord

Als Minister van EZK ben ik beleidsverantwoordelijk voor de coördinatie van het Nederlandse vestigingsklimaat. Vanuit die rol houd ik de vinger aan de pols over hoe het vestigingsklimaat zich ontwikkelt en waar het mogelijk kan worden verbeterd.10

Aan deze verantwoordelijkheid wordt onder meer invulling gegeven via de publiek-private werkgroep vestigingsklimaat, die wordt georganiseerd door het Ministerie van EZK. In deze werkgroep zitten leden die i) signalen over de ontwikkeling van het vestigingsklimaat kunnen inbrengen, zoals de NFIA, AmCham, VNO-NCW en de gemeentelijke Economic Boards, en ii) departementen die beleidsverantwoordelijk zijn voor verschillende aspecten van het vestigingsklimaat. De doelstelling van de werkgroep is om de verschillende signalen over de stand van het vestigingsklimaat te bundelen en waar mogelijk concrete verbeterpunten op te pakken. De rol van AmCham is dus om signalen over de ontwikkeling van het vestigingsklimaat in te brengen.

De werkgroep vestigingsklimaat wordt sinds 2014 georganiseerd door EZK en heeft altijd onder voorzitterschap van EZK gefunctioneerd. De portefeuillehouder vestigingsklimaat in het publiek-private ISO NL is ook voorzitter van de werkgroep vestigingsklimaat, en zo wordt deze input ook in het ISO NL ingebracht.

10.

De leden van de D66-fractie zien in de begroting van het Ministerie van EZK dat de evaluatie van de NFIA in 2019 zou worden afgerond.11 Klopt het dat deze evaluatie nog niet is afgerond? Wanneer wordt de evaluatie en de kabinetsappreciatie naar de Tweede Kamer gestuurd? Op welke wijze wordt daarbij ingegaan op de doelstellingen, doeltreffendheid en doelmatigheid van de NFIA?

Antwoord

De externe evaluatie van de NFIA is inmiddels afgerond en op 17 april jl., samen met een kabinetsappreciatie, aan uw Kamer gestuurd.12

De evaluatie is uitgevoerd door een onderzoeksconsortium bestaande uit MIR, SEOR, Erasmus School of Economics en KU Leuven. Zij concluderen dat er voor de overheid meerdere legitieme argumenten zijn voor de werkzaamheden van een organisatie als de NFIA en dat het aannemelijk is dat de NFIA grotendeels doeltreffend is. De onderzoekers stellen dat de doelmatigheid niet echt goed te beoordelen is, mede gezien de complexiteit om alle maatschappelijke kosten en baten die raken aan de activiteiten van de NFIA mee te nemen. Wel concluderen de onderzoekers dat de kostenefficiency van de NFIA internationaal de vergelijking met andere investeringsagentschappen kan doorstaan.

11.

De leden van de D66-fractie vragen welk deel van de bijdragen aan agentschappen en RVO, zoals opgenomen in de begroting van EZK, is gereserveerd voor de NFIA? Hoe heeft deze bijdragen zich over de periode van 2010 tot en met heden ontwikkeld?

Antwoord

In 2020 is € 16,8 miljoen van de bijdrage RVO.nl gereserveerd voor de apparaatskosten van de NFIA. Naast dit budget voor apparaat is op de EZK-begroting in 2020 ook een budget van ca. € 0,6 miljoen beschikbaar voor de NFIA waarmee subsidies aan de regionale ontwikkelingsmaatschappijen (ROM’s) wordt verstrekt ten behoeve van het gezamenlijke Investor Relations Programma.

Het totale budget van de NFIA heeft zich ontwikkeld van € 12,8 miljoen in 2010 tot € 18,3 miljoen in 2020. Dit bedrag van € 18,3 miljoen is inclusief de tijdelijke extra opdracht in het kader van Brexit vanuit het Ministerie van Buitenlandse Zaken en de tijdelijke extra opdracht ter versterking van het Nederlandse LSH-ecosysteem als gevolg van de verhuizing van de EMA. Het budget voor de NFIA zonder deze extra tijdelijke opdrachten betreft in 2020 € 15,9 miljoen.

De jaarlijkse ontwikkeling van het budget van de NFIA is ook opgenomen in het eindrapport van de NFIA-evaluatie.

12.

De leden van de SP-fractie vragen de Minister, in reactie op de beantwoording van vragen van de leden Van Weyenberg en Leijten, om een uiteenzetting van de frequentie van deelname aan de belastingoverleggen van de verschillende buitenlandse kamers van koophandel en sinds wanneer aan deze overleggen wordt deelgenomen.

Antwoord

De toehoordersrol van de NFIA binnen de tax committee van Amcham wordt sinds omstreeks 2004 vervult. De overleggen van deze commissie vinden ongeveer éénmaal per kwartaal plaats. Naast deze commissie neemt de NFIA geen deel aan andere belastingoverleggen van een buitenlandse Kamer van Koophandel.

13.

Tevens vragen de leden van de SP-fractie in hoeverre de Nederlandse Kamer van Koophandel dergelijke overleggen in het buitenland organiseert en in hoeverre aan politieke beïnvloeding wordt gedaan. Welke verslaglegging wordt gedaan, hoe wordt de informatie gedeeld met de diverse betrokken departementen en hoe wordt politieke controle van deze processen mogelijk gemaakt? Deze leden vragen om het geheim verklaren van deze informatie nader te beargumenteren indien zij deze vragen niet wenst te beantwoorden.

Antwoord

De verschillende Kamers van Koophandel wereldwijd zijn zeer divers van karakter. Zo bestaan er zowel private, publieke als publieke-private Kamers van Koophandel. Een Kamer van Koophandel is dan ook geen beschermde titel.

De Nederlandse Kamer van Koophandel is een volledig publieke organisatie, een ZBO die onder verantwoordelijkheid van het Ministerie van EZK valt. Haar belangrijkste taken zijn het houden van het handelsregister, het informeren en adviseren van ondernemers en een bijdrage leveren aan efficiëntere fraudepreventie. Belangenbehartiging, in Nederland of in het buitenland, behoort niet tot het takenpakket van de Nederlandse Kamer van Koophandel.

Vaak organiseren ook Nederlandse bedrijven zich in het buitenland. Daarbij gebruiken zij soms ook de term Kamer van Koophandel. Dit zijn private organisaties, dus ik heb geen zicht op of, en zo ja op welke wijze, zij aan belangenbehartiging doen.

14.

De leden van de SP-fractie vragen de regering of uit de contacten van het NFIA met de diverse kamers van koophandel contacten tussen bedrijven en departementen zijn voortgekomen en of het NFIA advies heeft gegeven aan deelnemers aan de belastingoverleggen over verlaging van de grondslag voor de vennootschapsbelasting.

Antwoord

Het netwerk van de NFIA, waaronder die met verschillende Kamers van Koophandel, leveren direct en indirect verschillende contacten op met bedrijven over (potentiële) investeringsprojecten. De NFIA voorziet deze bedrijven van feitelijke informatie over het Nederlandse vestigingsklimaat. Indien een bedrijf om informatie vraagt, die bijvoorbeeld van belang is voor het investeringsbesluit, waarover de NFIA niet beschikt, komt het voor dat de NFIA het bedrijf introduceert bij het beleidsverantwoordelijke departement. Indien het om fiscaliteit gaat introduceert de NFIA een bedrijf dan bij het Ministerie van Financiën of de Belastingdienst.

De NFIA geeft zelf geen belastingadvies aan bedrijven, of advies over hoe zij het gesprek met het Ministerie van Financiën of de Belastingdienst moeten aangaan.

Blok II: Beantwoording vragen over de totstandkoming van fiscaal beleid

1.

De leden van de D66-fractie vragen of er ook vergelijkbare ambtelijke werkgroepen zijn voor de aanpak van belastingontwijking- en ontduiking, één van de andere fiscale prioriteiten van dit kabinet. Deze leden vragen of daar ook externe belangenorganisaties, waaronder ngo’s die zich inzetten voor het beperken van belastingontwijking en -ontduiking, vertegenwoordigd zijn.

2.

De leden van de D66-fractie vragen voorts of Nederlandse ambtenaren als vaste deelnemer, in welke rol dan ook, deelnemen aan reguliere overleggen van maatschappelijke organisaties en belangenorganisaties die zich inzetten voor de aanpak van belastingontwijking- en ontduiking. Deze leden vragen of de Minister kan bevestigen dat de aanpak van belastingontwijking- en ontduiking net als lagere lasten op arbeid, en aantrekkelijk vestigingsklimaat, verdere vergroening en goede uitvoerbaarheid van het belastingstelsel de vijf beleidsprioriteiten van dit kabinet zijn als het gaat om het belastingstelsel.

Antwoord

Bij de uitvoering van wet- en regelgeving signaleert de Belastingdienst gevallen van belastingontwijking die in voorkomende gevallen kunnen leiden tot aanscherping van bestaande wetgeving. Ook draagt internationale transparantie op belastinggebied bij aan het signaleren van belastingontduiking- en ontwijking. Zowel binnen de OESO als binnen de EU wordt hierover intensief overlegd en zijn er diverse maatregelen genomen. De Wet implementatie EU-richtlijn meldingsplichtige grensoverschrijdende constructies, die met ingang van 1 juli 2020 in werking treedt, zal hier verder aan bijdragen. Op basis van de uitgewisselde informatie kan namelijk onverwijld worden gereageerd op schadelijke fiscale praktijken en kunnen gesignaleerde mazen worden gedicht door wetgeving vast te stellen.

Daarnaast vinden tussen ambtenaren van het Ministerie van Financiën en maatschappelijke organisaties, belangenorganisaties of bedrijven regelmatig contacten plaats om beleidsopties te verkennen en de kwaliteit van wetgeving te verbeteren. Dergelijk contact vindt ook plaats voor beleid en wetgeving op het gebied van de aanpak van belastingontwijking en -ontduiking. Ook met ngo’s is er regelmatig ambtelijk contact over beleid en wetgeving op het terrein van belastingontwijking. Zo is in de context van de totstandkoming van de Wet bronbelasting 2021 bewust contact gezocht met gesprekspartners en organisaties die een verscheidenheid aan opvattingen over het voetlicht konden brengen.13 Daarnaast is bijvoorbeeld Tax Justice uitgenodigd voor een dialoogbijeenkomst over belastingontwijking en ontduiking. Een ander voorbeeld is het rondetafeloverleg dat een aantal keer per jaar door het Ministerie van Financiën wordt georganiseerd in overleg met het Ministerie van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking en het maatschappelijk middenveld (waaronder ook ngo’s), waarbij de fiscale actualiteiten met betrekking tot ontwikkelingslanden worden besproken.

De aanpak van belastingontwijking- en ontduiking is evenals lagere lasten op arbeid, een aantrekkelijk vestigingsklimaat, verdere vergroening en goede uitvoerbaarheid van het belastingstelsel een beleidsprioriteit van dit kabinet. Ook op andere terreinen, zoals klimaat, is de afgelopen periode zeer intensief ambtelijk en bestuurlijk overleg geweest met ngo’s. De contacten tussen ambtenaren en maatschappelijke organisaties, belangenorganisaties of bedrijven, en de manier waarop die contacten plaatsvinden wordt niet systematisch bijgehouden.

3.

De leden van de fractie van GroenLinks vragen de Minister of hij in beeld kan brengen hoe het speelveld eruitziet op fiscaal lobbygebied. Hoe vaak spreekt de NFIA bijvoorbeeld met ngo’s en andere organisaties die pleiten voor eerlijkere belastingen voor multinationals? Hoe vaak spreekt de NFIA met lobbyisten die pleiten voor lagere belastingen voor multinationals? Kunnen deze vragen ook beantwoord worden voor ambtenaren in het algemeen (EZK, Financiën, etc.)? De leden van de fractie van GroenLinks vragen de Minister of hij het speelveld op fiscaal lobbygebied evenwichtig vindt. Zo ja, waarom?

4.

De leden van de SP-fractie vragen de Minister in welke mate regeringsbeleid in de afgelopen jaren is beïnvloed door wat het NFIA heeft vernomen bij deze bijeenkomsten, bijvoorbeeld bij de grillige beleidskeuzes omtrent de afschaffing van de dividendbelasting. Deze leden vragen de Minister waarom een dergelijke bijzondere positie is gecreëerd voor deze groep bedrijven en of hij van mening is dat een dergelijke toehoordersrol ook zou moeten gecreëerd voor burgers die ontevreden zijn over de ontwikkelingen van het Nederlandse fiscale vestigingsklimaat.

Antwoord

Het Ministerie van Financiën is verantwoordelijk voor beleid en wetgeving op fiscaal gebied. Hiervoor vinden regelmatig contacten plaats tussen ambtenaren van het Ministerie van Financiën en maatschappelijke organisaties, belangenorganisaties of bedrijven om beleidsopties te verkennen en de kwaliteit van wetgeving te verbeteren. Daaronder vallen ook ngo’s. Het kabinet beschouwt een open dialoog tussen de overheid en maatschappelijke organisaties, belangenorganisaties en bedrijven als waardevol. Het kabinet is van mening dat dit speelveld evenwichtig is. Het kabinet maakt te allen tijde haar eigen afweging en keuzes, waar het kabinet verantwoordelijk voor gehouden kan worden. Daarom is het ook belangrijk om transparant te zijn over externe contacten, zodat de Kamer inzage heeft in de belangenafweging die het kabinet heeft gemaakt naar aanleiding daarvan. Het Ministerie van Financiën kent daarom een gedragslijn voor externe contacten. Hierin staat onder andere dat bij wetgevingsvoorstellen een lobbyparagraaf wordt opgenomen. Deze paragraaf bevat een verslag van de internetconsultatie en andere contacten met externen, inclusief een reactie en inzage in de belangenafweging op hoofdlijnen. Voorbeelden hiervan zijn de lobbyparagrafen bij de Wet implementatie tweede EU-richtlijn antibelastingontwijking (ATAD2)14 en de Wet bronbelasting 202115.

De NFIA valt onder de verantwoordelijkheid van het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat. De NFIA is een uitvoeringsorganisatie en heeft daarmee geen verantwoordelijkheid voor de vorming van beleid. De NFIA heeft wel de taak om signalen over het vestigingsklimaat te verzamelen. De belangrijkste taak van de NFIA is om buitenlandse bedrijven aan te trekken en daarom zullen de meeste signalen van de NFIA ook vanuit deze bedrijven afkomstig zijn. De NFIA houdt niet systematisch bij van wie welke signalen afkomstig zijn. De signalen van de NFIA worden vervolgens doorgegeven naar het beleidsverantwoordelijke departement. Het is vervolgens aan het departement om deze signalen, samen met alle andere signalen uit het veld, te wegen en tot beleidskeuzes te komen.

5.

De leden van de SP-fractie vragen de regering in hoeverre de multinationale ondernemingen die bij de diverse belastingoverleggen aanwezig zijn om over het Nederlandse fiscale vestigingsklimaat te praten met vertegenwoordigers van de Nederlandse rijksoverheid ook reeds vertegenwoordigd zijn via de werkgeverskoepels VNO-NCW en MKB-Nederland en het zeer uitgebreide landschap van vakorganisaties dat Nederland rijk is en waarom deze een andere behandeling krijgen. Welk deel van deze bedrijven is niet dusdanig substantieel gevestigd in Nederland dat het zich enkel bij de belastingoverleggen van de Kamers van Koophandel heeft aangesloten en deelt zij daarmee de conclusie dat deze bedrijven enkel in Nederland gevestigd zijn om fiscale redenen?

Antwoord

Bedrijven organiseren zich in belangenorganisaties omdat zij gedeelde belangen hebben, bijvoorbeeld omdat zij actief zijn in dezelfde sector of in hetzelfde land. Het is daarom ook mogelijk dat bedrijven zich door meerdere belangenorganisaties laten vertegenwoordigen. De belangen van bedrijven kunnen via verschillende vertegenwoordigende belangenorganisaties worden behartigd. Het kabinet maakt te allen tijde haar eigen afweging en keuzes, waar het kabinet verantwoordelijk voor gehouden kan worden. Daarbij wil het kabinet dat Nederland een aantrekkelijk vestigingsklimaat heeft voor bedrijven met reële economische activiteiten in Nederland. Daar profiteert Nederland namelijk als geheel van door (hoogwaardige) banen, een hogere productiviteit en daarmee hogere economische groei. Tegelijkertijd erkent het kabinet dat de internationale oriëntatie van het belastingstelsel onbedoeld aantrekkelijk is geworden voor structuren om belasting te ontwijken, zoals voor doorstroomactiviteiten naar niet-coöperatieve en laagbelastende landen. Daarom heeft dit kabinet verschillende maatregelen genomen tegen belastingontwijking, waaronder een conditionele bronbelasting op renten en royalty’s die vanaf 2021 in werking zal treden, en zal het kabinet aanvullende maatregelen uitwerken om vanaf 1 januari 2024 ook dividendstromen naar deze landen te belasten die op dit moment nog niet in alle gevallen belast zijn.


X Noot
1

Kamerstuk 32 637, nr. 376.

X Noot
2

Bijlage bij Kamerstuk 32 637, nr. 415.

X Noot
3

IBM-PLI is een wereldwijd competentiecentrum binnen IBM Global Business Services dat bedrijven adviseert in hun internationale locatiekeuzes en daarnaast een database onderhoudt over buitenlandse directe investeringen.

X Noot
5

Kamerstuk 32 637, nr. 415.

X Noot
6

Aanhangsel Handelingen II 2019/20, nr. 846, vraag 13.

X Noot
7

Kamerstuk 35 300 XIII, nr. 1, p. 78.

X Noot
10

Kamerstuk 32 637, nr. 415.

X Noot
11

Kamerstuk 35 300 XIII, nr. 1, p. 229.

X Noot
12

Bijlage bij Kamerstuk 32 637, nr. 415.

X Noot
13

Kamerstuk 35 305, nr. 3, p. 13.

X Noot
14

Kamerstuk 35 241, nr. 3, p. 30.

X Noot
15

Kamerstuk 35 305, nr. 3, p. 13.