Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2015-201632637 nr. 239

32 637 Bedrijfslevenbeleid

21 501-08 Milieuraad

Nr. 239 BRIEF VAN DE MINISTER VAN ECONOMISCHE ZAKEN

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 11 april 2016

Tijdens het VSO Milieuraad van 2 maart 2016 (Handelingen II 2015/16, nr. 59, item 6) zei de Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu toe dat het kabinet de Tweede Kamer zal informeren over de wijze waarop de overheid het mkb ondersteunt om zo goed mogelijk van Horizon 2020 en de Europese Structuur- en Investeringsfondsen (ESI) gebruik te maken, vanwege de mogelijkheden voor circulaire economie. Met bijgevoegde brief geef ik gehoor aan dit verzoek.

Circulaire economie in Horizon 2020 en de Europese Structuur- en Investeringsfondsen

Met Horizon 2020 en met ESI worden verschillende instrumenten en programma’s gefinancierd. Horizon 2020 financiert onderzoek en innovatie waarbij het merendeel wordt uitgevoerd op basis van een werkprogramma voor drie pijlers: excellente wetenschap, maatschappelijke uitdagingen en industrieel leiderschap. Daarnaast vindt uitvoering van Horizon 2020 plaats door financiering van afzonderlijke publieke en publiek-private programma’s die worden gecofinancierd vanuit respectievelijk lidstaten (zoals Eurostars-2) en private partijen.

De middelen vanuit Horizon 2020 moeten in competitie op Europees niveau worden verkregen. Dit geldt niet voor ESI, waarbij middelen aan lidstaten worden toegekend, op basis waarvan programma’s worden opgesteld. Voor Nederland is ruim € 2 miljard aan Europese middelen beschikbaar voor de periode 2014–2020 (Kamerstuk 21 501-08, nr. 525). Dit betreft het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling (EFRO), het Europees Sociaal Fonds (ESF), het Europees Landbouwfonds voor Plattelandsontwikkeling (ELFPO) en het Europees Fonds voor Maritieme Zaken en Visserij (EFMZV). EFRO is hierbij het meest relevant en dat financiert landsdelige en grensoverschrijdende programma’s (INTERREG). Deze programma’s worden publiek en privaat gecofinancierd.

Circulaire economie in de programma’s

Bij Horizon 2020 bieden al de pijlers mogelijkheden voor circulaire economie. In het werkprogramma 2016–2017 is het bovendien een pijler doorsnijdend thema met het initiatief «Industrie 2020 in de circulaire economie» waarvoor ruim € 650 miljoen beschikbaar. De pijlers maatschappelijke uitdagingen en industrieel leiderschap zijn verder het meest relevant. In het werkprogramma 2016–2017 is € 1,45 miljard beschikbaar voor de maatschappelijke uitdaging «Klimaat en efficiënte hulp- en grondstoffen», waarbij ruimte is voor voorstellen met betrekking op circulaire economie. Daarbuiten is ondersteuning van circulaire economie eveneens mogelijk, waaronder ook bij Eurostars-2, zonder dat hier specifiek op geprogrammeerd wordt.

Binnen ESI biedt vooral EFRO ondersteuning voor circulaire economie, naast ELFPO en EFMZV, door twee prioriteiten in deze programma’s: innovatie en meer specifiek de realisatie van een milieuvriendelijke en hulpbronefficiënte economie. Ondersteunde projecten zijn bijvoorbeeld:

  • onderzoek naar een onzichtbaar watermerk in PET-flessen waardoor afvalscheiding makkelijker is (EFRO landsdelig);

  • innovatie op het gebied van bioaromaten wat bijdraagt aan vermindering van afhankelijkheid van aardolie en verlaging van de CO2-uitstoot (EFRO landsdelig);

  • ontwikkelen van innovatieve afvalwatervoorzieningssystemen met waterhergebruik op bedrijfsniveau en het terugwinnen van grondstoffen uit afvalwater (EFRO INTERREG);

  • onderzoek naar zwerfvuil in zee (EFMZV).

Alle met de EFRO-fondsen gefinancierde projecten staan op de vernieuwde website www.europaomdehoek.nl.

Kansen voor het mkb

In zowel Horizon 2020 als ESI is het mkb een belangrijke doelgroep. De landsdelige EFRO-programma’s richten zich zelfs primair op het mkb en de grensoverschrijdende INTERREG-programma’s kennen als vereiste dat mkb’ers in relevante mate als partners deelnemen. De programma’s zijn in 2015 opengesteld. Dit betekent dat er al projectvoorstellen zijn gehonoreerd, maar dat het nog te vroeg is om een reëel beeld te geven over het deelnamepercentage van het mkb aan de programma’s. Voor Horizon 2020 zijn de eerste deelnamepercentages al wel bekend1. Nederlands mkb heeft tot nu toe € 160 miljoen toegewezen gekregen, wat 55,1% van het budget is dat naar de bedrijven gaat. Het slagingspercentage van het Nederlandse mkb op de regelingen die worden uitgevoerd onder de maatschappelijke uitdaging «Industrie 2020 in de circulaire economie» in 2014–2015 is 18% (hoger dan het gemiddelde slagingspercentage voor Nederland van 13,6%, wat weer hoger is dan het EU gemiddelde van 11,8%). Nederlands mkb presteert daarmee goed in Horizon 2020 en benut ook de kansen die toegespitst zijn op het mkb en waar zij in de top-3 van Europa qua deelname staan: het mkb-instrument, Fast Track to Innovation (FTI) en Eurostars-2. Hoewel niet specifiek op circulaire economie gericht passen vier van de elf Nederlandse succesvolle projectvoorstellen in FTI binnen het thema circulaire economie en in Eurostars-2 zijn 9 duurzame projecten gefinancierd.

Stimuleren van deelname van het Nederlandse mkb

Het kabinet is positief over de goede resultaten van Nederlandse mkb’ers aan Europese onderzoek- en innovatieprogramma’s. Het mkb krijgt op verschillende manieren ondersteuning om hun slagingskansen te vergroten:

  • Horizon 2020: Het mkb wordt voor alle onderdelen van dit programma ondersteund met dienstverlening van de Rijkdienst voor Ondernemend Nederland (RVO.nl) door informatievoorziening, trainingen en het voeren van adviesgesprekken. Daarbij werkt RVO.nl ook samen met regionale partijen (regionale ontwikkelingsmaatschappijen, provincies, Kamer van Koophandel, waterschappen) en Topconsortia voor Kennis en Innovatie aan mkb-voorlichtingsbijeenkomsten. Bovendien organiseert RVO.nl activiteiten ter verhoging van de betrokkenheid van juist het eco-innovatief mkb door periodieke informatiedagen voor deze groep.

  • ESI: Hoewel de verschillende ESI-fondsen besteed worden via verschillende programma’s, worden deze ten behoeve van de doelgroep op één portal ontsloten via de website Europaomdehoek.nl. Voor de EFRO-programma’s hebben (regionale) managementautoriteiten de zorg voor de operationele uitvoering, waaronder stimulering van deelname door voorlichting en advies aan het mkb. Deze ondersteuning richt zich op beide prioriteiten (innovatie en realisatie van een milieuvriendelijke en hulpbronefficiënte economie). Daarnaast hebben in diverse landsdelen de regionale ontwikkelingsmaatschappijen de taak om het mkb te begeleiden bij het samenstellen van consortia voor samenwerking en het concretiseren van projectvoorstellen.

Naast het stimuleren van deelname van het mkb door voorlichting, training en advies is de inzet van het kabinet ook om dit te bereiken door vereenvoudigen van Europese regelgeving. Bij het Horizon 2020 mkb-instrument zijn de slagingspercentages in Nederland relatief hoog, maar moeten wegens het grote aantal aanvragen en het beperkte budget veel mkb’ers worden teleurgesteld. Dat kan ertoe leiden dat het programma als moeilijk toegankelijk wordt ervaren. Daarom heeft Nederland er bij de Europese Commissie op aangedrongen de huidige steunpercentages te verlagen zodat met hetzelfde budget meer bedrijven gesteund kunnen worden. Met betrekking tot de EFRO-programma’s is op Europees niveau de High Level Group on simplification ingesteld die onder meer mogelijkheden voor vermindering van administratieve lasten voor begunstigden in kaart brengt. Deze lasten worden deels veroorzaakt door controledruk. Binnen Nederland werken de autoriteiten die betrokken zijn bij de uitvoering van EFRO daarom gezamenlijk aan verbetering van het controlesysteem, met als doel de controledruk voor ondernemers te verlagen.

De Minister van Economische Zaken, H.G.J. Kamp


X Noot
1

Peildatum 26 februari 2016