32 623 Actuele situatie in Noord-Afrika en het Midden-Oosten

Nr. 266 BRIEF VAN DE MINISTER VAN BUITENLANDSE ZAKEN

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 12 juni 2019

Bij het Ministerie van Buitenlandse Zaken zijn op 22 juni 2018 acht Wob-verzoeken ingediend naar documenten inzake de Nederlandse inzet in Syrië.

In reactie op deze Wob-verzoeken werd op 18 september, 8 en 20 november 2018 informatie openbaar gemaakt. Hierover bent u per Kamerbrief geïnformeerd (Kamerstuk 32 623, nrs. 226, 243 en 245).

De gepubliceerde documenten werden op 22 november 2018 offline gehaald, nadat gebleken was dat bepaalde informatie niet was weggelakt die wel weggelakt had moeten worden. Vervolgens is melding gemaakt van een data-lek bij de Autoriteit Bescherming Persoonsgegevens en de Beveiligingsambtenaar van het Ministerie van Buitenlandse Zaken. De Secretaris-generaal van het Ministerie van Buitenlandse Zaken heeft op 27 november 2018 op advies van de Beveiligingsambtenaar een Commissie van Onderzoek ingesteld. Op 9 mei is het onderzoeksrapport gedeeld met de Kamer (Kamerstuk 32 623, nr. 257).

Per brief van 25 januari 2019 (Kamerstuk 32 623, nr. 254) informeerde ik u dat het kabinet maximale zorgvuldigheid wilde betrachten bij de herpublicatie van de Wob-documenten. De lessen van het recent gepubliceerde onderzoeksrapport zijn betrokken in de hernieuwde controle van deze documenten. Bij de controle is toegezien op consistente toepassing van de Wob door informatie weg te lakken die op grond van de uitzonderingsgronden van de Wob niet verstrekt had mogen worden.

In het Wob-verzoek over het non-lethal assistance (NLA)-programma zijn daartoe ca 300 additionele lakhandelingen uitgevoerd op een totaal van circa 25.000–30.000 eerder reeds uitgevoerde lakhandelingen. Een overzicht van deze additionele lakhandelingen wordt vertrouwelijk ter inzage met de Kamer gedeeld1.

Voor de volledigheid wijs ik u erop dat de Wob-documenten opnieuw online zijn gezet op rijksoverheid.nl (documenten/Wob-verzoeken).

Het Ministerie van Buitenlandse Zaken heeft tevens op 11 februari een Wob-verzoek ontvangen over de behandeling van de vorige acht Wob-verzoeken inzake de Nederlandse inzet in Syrië. In reactie op dit Wob-verzoek worden documenten (gedeeltelijk) openbaar gemaakt. Voor de volledigheid wijs ik u erop dat deze documenten zijn gepubliceerd op rijksoverheid.nl (documenten/Wob-verzoeken).

De Minister van Buitenlandse Zaken, S.A. Blok


X Noot
1

De vertrouwelijke bijlage is alleen voor de leden te raadplegen via de griffier van de vaste commissie voor Buitenlandse Zaken conform de werkwijze van de Kamercommissie voor de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten (CIVD)

Naar boven