32 600 Regels inzake de normering van bezoldigingen van topfunctionarissen in de publieke en semipublieke sector (Wet normering bezoldiging topfunctionarissen publieke en semipublieke sector)

P BRIEF VAN DE MINISTER VAN BINNENLANDSE ZAKEN EN KONINKRIJKSRELATIES

Aan de Voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 25 april 2016

Op 6 november 2012 heb ik bij de plenaire behandeling van het voorstel van de Wet normering bezoldiging topfunctionarissen publieke en semipublieke sector (WNT) de toezegging gedaan om de werknemersorganisaties te betrekken bij de uitvoering van onderdelen van het regeerakkoord over maximering van salarissen (T01604). Met deze brief en onder verwijzing naar de brief die ik op 11 april jl. aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal heb gestuurd1, informeer ik u dat het voorstel van wet tot uitbreiding van de personele reikwijdte van de WNT – ook wel aangeduid als WNT-3 – in consultatie is gebracht. Tijdens de consultatieperiode wordt tevens met de sociale partners over dit wetsvoorstel in overleg getreden.

Al eerder heb ik u geïnformeerd over het in overleg treden met de werknemersorganisaties met betrekking tot het eerste deel van de uitvoering van het regeerakkoord, te weten de verlaging van het wettelijke bezoldigingsmaximum naar 100% van het ministersalaris (WNT-2).2 Daarmee had ik reeds gedeeltelijk aan voormelde toezegging uitvoering gegeven. Nu ook bij de voorbereiding van de WNT-3 de werknemersorganisaties daadwerkelijk worden betrokken, is volledig aan mijn hiervoor bedoelde toezegging uit 2012 voldaan.

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, R.H.A. Plasterk


X Noot
1

Kamerstukken II, 2015/16, 30 111, nr. 99.

X Noot
2

Kamerstukken I, 2014/15, 32 600, K.

Naar boven