Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2010-201132500-VII nr. 101

32 500 VII Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (VII) voor het jaar 2011

Nr. 101 BRIEF VAN DE MINISTER VAN BINNENLANDSE ZAKEN EN KONINKRIJKSRELATIES

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 19 april 2011

Bij motie-Schouw c.s. van 2 december 2010 (TK 2010–2011, 32 500 VII, nr. 31) heeft u de regering verzocht in het sociaal flankerend beleid ten behoeve van de inkrimping van het Rijkspersoneel zorg te dragen voor een evenwichtig behoud van jonge ambtenaren. Dit gezien het feit dat:

  • bij bezuinigingen op het overheidspersoneel jonge ambtenaren, gezien hun leeftijd en beperkt aantal dienstjaren, als eerste in aanmerking zullen komen voor ontslag, en;

  • een evenwichtig samengestelde rijksdienst baat heeft bij behoud van jonge ambtenaren die door de vergrijzing op termijn hard nodig zullen zijn.

Bij brief van 25 januari jl. (TK 2010–2011, 32 500 VII, nr. 81) heb ik u gemeld dat ik de intentie van de motie onderschrijf en dat dit onderwerp onderdeel uitmaakt van het Cao-overleg met de vakbonden.

In de Regeling van Werkzaamheden van 30 maart jl. heeft u aangegeven nader schriftelijk geïnformeerd te willen worden over de uitvoering van de motie-Schouw c.s. en over het persbericht dat het aantal traineeships bij het Rijk is gehalveerd.

Ik kan u melden dat de motie-Schouw c.s. wordt uitgevoerd. Ondanks dat de CAO gesprekken met de bonden over de loonontwikkeling en de werkgelegenheidsgarantie zijn vastgelopen, wordt met de bonden gesproken over het sociaal flankerend beleid. Het behoud van jonge ambtenaren staat hierbij op de agenda. Eén van de onderwerpen die daarbij aan de orde is, is afstappen van het «last in, first out» principe. Gezien het feit dat het overleg nog loopt, kan ik u over de uitkomsten nog niet informeren.

Met betrekking tot het bericht op de website van Republic van 28 maart jl., dat het aantal traineeplaatsen bij het Rijk is gehalveerd, kan ik u het volgende melden.

Voor de 14e tranche van het Rijkstraineeprogramma, die september 2011 van start gaat, zijn 90 plaatsen beschikbaar. Dit aantal is 42% lager dan het aantal in 2010 gerealiseerde rijkstraineeplaatsen (155).

De ministeries bepalen zelf hoeveel rijkstraineeplaatsen zij jaarlijks beschikbaar stellen. Hierbij wordt gekeken naar de budgettaire en formatieve ruimte in relatie tot de taakstelling Rijk.

Voor 2011 heeft dit geresulteerd in een aantal beschikbare plaatsen dat fors lager is dan het aantal plaatsen dat in de afgelopen jaren is gerealiseerd.

Het traineeprogramma is een belangrijk instrument om jonge getalenteerde mensen voor de rijksdienst te werven. Daarom is ervoor gekozen het programma als zodanig voort te zetten, maar het aantal plekken aan te passen aan de realiteit van de taakstelling. De verwachting is echter dat de daling van het aantal rijkstraineeplaatsen van tijdelijke aard zal zijn en dat het aantal weer zal toenemen zodra de ministeries meer zicht hebben op de concrete invulling van de financiële taakstelling.

Naast het Rijkstraineeprogramma kent het Rijk nog een aantal andere, meer specialistische traineeprogramma’s, zoals bijvoorbeeld voor financieel-economisch beleidsmedewerkers en juristen. Via deze programma’s zijn in de afgelopen jaren jaarlijks in totaal tussen de 130 en 150 plaatsen aangeboden. Het gaat hierbij om kleinere programma’s (tussen de 2 en 40 plaatsen). Bij een aantal van deze programma’s is sprake van een (lichte) daling van het aantal beschikbare plaatsen.

De minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,

J. P. H. Donner