Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2010-201132500-VI nr. 120

32 500 VI Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Justitie (VI) voor het jaar 2011

Nr. 120 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN VEILIGHEID EN JUSTITIE

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 20 juli 2011

De Verklaring Omtrent het Gedrag (hierna VOG) is een instrument waarmee werkgevers en contractpartijen de integriteit van toekomstige werknemers, en ondernemingen waarmee men een zakelijke relatie wil aangaan, kan toetsen om zo de risico’s voor de samenleving te verminderen. In 2004 is deze screening centraal belegd bij de Dienst Justis. Dat de VOG een belangrijke maatschappelijk toegevoegde waarde heeft blijkt duidelijk uit het feit dat het aantal aanvragen is gestegen van bijna 200 000 aanvragen in 2004 naar bijna 500 000 aanvragen per jaar nu.

De VOG wordt niet alleen steeds vaker aangevraagd, het instrument is ook op diverse punten in ontwikkeling. Daar waar nu de VOG in principe eenmalig wordt aangevraagd voordat men een functie kan bekleden, is er een groeiende behoefte om – met name beroepsgroepen waarin wordt gewerkt met kwetsbare personen – frequenter te screenen. Voor een goede screening is het ook wenselijk om te beschikken over justitiële informatie uit het buitenland. Daarnaast acht ik het van belang dat de dienstverlening verder wordt verbeterd, zodat de VOG eenvoudiger en goedkoper is aan te vragen.

In mijn brieven van 16 maart 20101 en 12 november 20102 heb ik u reeds geïnformeerd over de ontwikkelingen rond de VOG en toegezegd u hierover nader te informeren. Deze toezegging doe ik hierbij gestand.

Op 1 juli 2011 is gestart met de continue screening van taxichauffeurs2. Deze innovatieve nieuwe systematiek maakt het mogelijk om direct actie te ondernemen op het moment dat een taxichauffeur met justitie in aanraking komt wegens een relevant strafbaar feit. Zo wordt voorkomen dat een taxichauffeur na het plegen van een relevant strafbaar feit langer dan noodzakelijk in zijn functie werkzaam kan blijven.

Om deze nieuwe screeningssystematiek mogelijk te maken zijn tussen de systemen van de betrokken partijen diverse koppelingen gerealiseerd. Middels deze koppelingen wordt het (het)beoordelen van justitiële gegevens technisch mogelijk. Daarnaast zijn op 1 juli 2011 nieuwe bepalingen van het Besluit justitiële gegevens in werking getreden, die de noodzakelijke (her)beoordeling van justitiële gegevens ook juridisch mogelijk maken.

Zoals aangekondigd in de brief van 11 juli 20114 van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en de Minister van Veiligheid en Justitie wordt een soortgelijke vorm van screening ingevoerd in de kinderopvang. Dit sluit aan bij het advies van de Commissie Gunning5 om een geactualiseerde VOG te verlangen van medewerkers die werkzaam zijn in de kinderopvang. Ik acht het van belang dat alle medewerkers van beroepsgroepen waar wordt gewerkt met kwetsbare groepen een VOG dienen aan te vragen voordat zij kunnen werken met deze kwetsbare groepen. Ik doel hier in het bijzonder op medewerkers in de zorg en jeugdzorg. De eerste stappen om te komen tot een wettelijke verplichting voor deze werknemers zijn inmiddels door de betrokken departementen gezet.

Daarnaast ben ik in gesprek met mijn ambtsgenoot van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap over de wenselijkheid om de screening van medewerkers in het onderwijs anders in te richten. Dit zou een wijziging van de inrichting van het huidige stelsel betekenen, waarvoor aanpassing van de huidige wet- en regelgeving noodzakelijk is.

Bij de VOG-screening wordt momenteel geen justitiële informatie uit het buitenland opgevraagd. De Amsterdamse zedenzaak heeft aangetoond dat het uitwisselen van justitiële informatie uit het buitenland niet alleen in het kader van vervolging, berechting en bestraffing, maar ook voor de beoordeling van integriteit van groot belang kan zijn. De aanbeveling van de commissie Gunning, om op korte termijn buitenlandse justitiële gegevens te betrekken bij de VOG-screening, sluit hierbij aan.

Ik heb niet gewacht op de ontwikkelingen op Europees niveau, maar direct maatregelen getroffen om deze gegevens ook op de korte termijn bij de VOG-screening te kunnen betrekken. Dit heeft ertoe geleid dat ik op korte termijn met een aantal Europese landen strafrechtelijke informatie ga uitwisselen in het kader van de VOG-screening, vooruitlopend op de komst van een structurele oplossing met het Europees Strafregister Informatiesysteem. Het akkoord dat de lidstaten van de Europese Unie op 29 juni 2011 hebben bereikt over de richtlijn ter bestrijding van seksuele uitbuiting van kinderen gaat de juridische basis vormen voor uitwisseling met alle landen. Het opvragen van de buitenlandse justitiële gegevens wordt beperkt tot personen die werken met minderjarigen in de kinderopvang, de jeugdzorg en het onderwijs. In een later stadium kan deze groep eventueel worden uitgebreid.

Op korte termijn zal de uitwisseling starten voor aanvragen in de gemeente Amsterdam. Andere gemeentes worden uitdrukkelijk uitgenodigd hierbij zo snel mogelijk aan te sluiten.

Vereenvoudigen aanvraagprocedure

Ik wil het aanvragen van een VOG stimuleren door waar mogelijk het aanvraagproces te vergemakkelijken. Er wordt momenteel proefgedraaid met het informatiesysteem om de VOG elektronisch aan te vragen. Dat heeft als voordeel dat de aanvrager niet meer naar de gemeente hoeft en de aanvraag gedaan kan worden op een tijdstip dat de aanvrager zelf uitkomt.

De kosten van het elektronische systeem zijn lager, mits voldoende aanvragers deze route gebruiken, dan de kosten die verbonden zijn aan de administratieve handelingen die het aanvraagproces bij de gemeente vergt. De leges van een VOG die elektronisch wordt aangevraagd zullen daarom € 5,50 lager zijn dan de gebruikelijke € 30,05. Het wetsvoorstel om het elektronische aanvragen van de VOG mogelijk te maken, ligt thans bij uw Kamer ter besluitvorming voor6. Zodra de wetswijziging van kracht is, wordt het elektronisch aanvragen van de VOG landelijk aangeboden.

Zoals uit het voorgaande blijkt is het instrument van de VOG volop in ontwikkeling. De komende periode wordt gewerkt aan de genoemde nieuwe VOG-producten. Deze verbeteringen zijn erop gericht om ervoor te zorgen dat de VOG ook in de toekomst een belangrijke maatschappelijk toegevoegde waarde blijft behouden.

De staatssecretaris van Veiligheid en Justitie,

F. Teeven


X Noot
1

Kamerstukken II 2009/2010, 31 521, nr. 47.

X Noot
2

Kamerstukken 2010/2011, 31 521, nr. 57.

X Noot
4

Kamerstukken II, 2010–2011, 32 500 VI, nr. 95.

X Noot
5

Kamerstukken II, 2010–2011, 32 500 VI, nr. 79. Kamerstukken II, 2010,2011, 1025.

X Noot
6

Kamerstukken 2010–2011, 32 763, nr. 2.