Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2010-201132500-VI nr. 101

32 500 VI Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Justitie (VI) voor het jaar 2011

Nr. 101 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN VEILIGHEID EN JUSTITIE

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 13 mei 2011

Hierbij doe ik u, mede namens de Staatssecretaris van VWS, ter informatie toekomen het derde openbare bericht met bijlagen van de Commissie Samson. Deze Commissie verricht onderzoek naar seksueel misbruik van minderjarigen die sedert 1945 onder verantwoordelijkheid van de overheid in instellingen voor jeugdzorg zijn geplaatst.

Met de toezending van deze informatie geef ik gevolg aan de toezegging die hierover door de toenmalige bewindspersonen aan uw Kamer is gedaan tijdens een algemeen overleg van 1 april 2010.1 Eerdere tussenberichten van de Commissie Samson (nrs. 1 en 2) zijn op respectievelijk 6 oktober 2010 en 26 januari 2011 aan uw Kamer gezonden.2

De staatssecretaris van Veiligheid en Justitie,

F. Teeven

Derde openbaar bericht van de commissie-Samson

De commissie-Samson doet in haar derde openbaar bericht beknopt verslag van haar recente werkzaamheden. Een goede aanleiding vormt het bezoek op 20 april 2011 van voorzitter Rieke Samson-Geerlings aan de Vaste Kamercommissie voor Veiligheid en Justitie.

Onderzoekswerkzaamheden

De taakopdracht van de commissie-Samson is om te kijken hoe vaak en in welke vorm seksueel misbruik zich voordeed bij kinderen die door de overheid tussen 1945–2010 uit huis zijn geplaatst. Welke signalen zijn hierover afgegeven en hoe is daarop gereageerd door de overheid? Naast een overzicht van de gebeurtenissen en ontwikkelingen zal de commissie met aanbevelingen komen om de veiligheid van het kind in de toekomst te verbeteren.

Het onderzoek van de commissie-Samson beslaat een breed scala van onderzoeksvelden en -instrumenten. Zo wordt in de zes deelonderzoeken die de commissie onderscheidt, een beeld geschetst van de historische context, ontwikkelingen in de wetgeving, governance, aard en omvang van seksueel misbruik en hoe daarop gereageerd werd. Daarbinnen zijn nog onderscheidingen gemaakt in de periode tot en met 2007 en die daarna. Voor de laatste jaren die gemakkelijker te onderzoeken is, kunnen de cijfers vergeleken worden met de gegevens uit de Nationale Prevalentiestudie Mishandeling van Kinderen en Jeugdigen (NPM-studie). Hierdoor wordt het verschil duidelijk tussen kinderen die onder verantwoordelijkheid van de overheid in de jeugdzorg zijn geplaatst en overige kinderen.

Ook wordt nog apart onderzoek gedaan naar seksueel misbruik bij kinderen met een verstandelijke beperking, omdat uit literatuuronderzoek blijkt dat deze groep een groter risico op seksueel misbruik loopt.

Bovenstaande deelonderzoeken worden uitgevoerd door universitaire vakgroepen en wetenschappelijke onderzoeksbureaus. De onderzoeksinstrumenten zijn archiefonderzoek, dossieranalyse, surveys, literatuuronderzoek, individuele en groepsinterviews met instellingen, slachtoffers en deskundigen. Ook zullen vanaf de zomer 2011 rondetafelgesprekken met het veld plaatsvinden.

De onderzoekers hebben vrij entree bij de jeugdzorginstellingen. Met het «veld» zijn afspraken gemaakt, waardoor zowel de wetenschappelijkheid en onafhankelijkheid van het onderzoek als de privacy van persoonsgegevens gewaarborgd zijn. In dit kader zijn ook convenanten opgesteld met en getekend door leden van Jeugdzorg Nederland. Met de gehandicaptensector en de vereniging van orthopedagogische behandelcentra zijn die in aantocht.

In verband met de hoge kwaliteitseisen die aan deze onderzoeken worden gesteld, zijn er voor de deelonderzoeken wetenschappelijke begeleidingscommissies ingesteld onder leiding van onafhankelijke wetenschappers (prof dr. P. de Rooy, mr. H.W. Samson-Geerlings, drs. H.H. Sietsma, prof.dr. P.G.M. van der Heijden, prof.dr. W. Slot en prof.dr. J. Hendriks).

De commissie-Samson neemt voorts in haar onderzoek mee het optreden van politie en OM. Daartoe worden gegevens van haar eigen Meldpunt gebruikt. De commissie heeft zelf enkele meldingen ontvangen waar sprake is geweest van aangifte. In veel gevallen blijkt dat er wel een gesprek met de politie heeft plaatsgevonden, maar dat er niet formeel aangifte is gedaan. Kortom, het gesprek heeft niet geresulteerd in een ondertekend proces verbaal. De commissie-Samson kijkt in enkele van haar wetenschappelijke deelonderzoeken naar wat aan aangiften vooraf ging: hoe reageerden instellingen en overheidsorganen bij vermoedens en meldingen van seksueel misbruik?

Er is geregeld overleg met de commissie-Deetman, waar de opdrachtgever de Rooms-Katholieke Kerk is. Zo wordt de beschrijving van het juridische kader ook gedaan ten behoeve van deze commissie. Verder wordt er met goedkeuring van de melders informatie uitgewisseld als het om kinderen gaat die ooit door de overheid op katholieke internaten geplaatst werden.

Meldpunt

Een belangrijke basis voor de commissie is haar eigen Meldpunt waar tot nu toe 500 meldingen zijn binnengekomen. Daar komen naar aanleiding van publiciteit vooral telefonische meldingen binnen. Voornamelijk ouders en inmiddels volwassen slachtoffers zoeken contact.

Het Meldpunt gebruikt een gestructureerde vragenlijst die – in verhouding tot vergelijkbare meldpunten in andere landen – leidt naar een zeer uitgebreid beeld van de handelingen en de context. Deze informatie wordt ook geanonimiseerd verschaft aan de onderzoekers, zodat zij mede op basis hiervan hun focus kunnen bepalen.

In de gestructureerde interviews met melders wordt uitgebreid gevraagd naar de aard en duur van het seksueel misbruik, de omstandigheden en plaats van het seksueel misbruik, wie de pleger was, of er eerder melding van is gedaan in de instelling en bij andere instanties. Tevens wordt gevraagd of betrokkene behoefte heeft aan hulpverlening.

Het aantal meldingen ligt op dit moment op ca. 500, maar het zal waarschijnlijk nog toenemen. De commissie merkt dat zij tot nu toe weinig meldingen van kinderen, plegers, professionals en allochtonen heeft gekregen. Via extra publiciteit wordt daar op dit moment aan gewerkt. Allochtone organisaties werken hieraan mee.

De komende tijd worden er door de commissie statistische analyses op de meldingen uitgevoerd.

Op basis van de 500 meldingen zijn nu reeds de volgende uitspraken te doen:

  • de aard van het misbruik is ernstig te noemen, zoals de commissie ook al in het tweede openbaar bericht meldde. Veel gemeld misbruik hield – zeker in het verleden – meerjarig aan en vaak met een grote frequentie (dagelijks/wekelijks);

  • de 500 meldingen hebben betrekking op alle jaren na 1945, instellingen en zijn regionaal gespreid; de helft van de meldingen betreft niet verjaarde zaken; voor de laatste 5 jaar beschikt de commissie nu over 65 meldingen;

  • de meldingen betreffen kinderen in instellingen en in pleeggezinnen; de verschuiving in de laatste 15 jaar van kinderen in instellingen naar kinderen in pleeggezinnen ziet het Meldpunt ook terug in de meldingen;

  • naarmate het seksueel misbruik verder in de tijd terugligt, lijkt het misbruik zich meer voor te hebben gedaan bij jongens die in instellingen verbleven;

  • plegers zijn in hoofdzaak degenen met wie het slachtoffer in een afhankelijkheids- of kwetsbare relatie staat (groepsleiders of oudere groepsgenoten in instellingen, en pleegouders).

Overgedragen zaken aan Openbaar Ministerie

Veel meldingen zijn niet verjaard. Na afstemming met het Openbaar Ministerie (OM) en zoveel mogelijk in overleg met het slachtoffer draagt de commissie zaken over aan het OM. De commissie-Samson wordt door het OM regelmatig geïnformeerd over de uitkomsten.

In 2010 zijn er in totaal 48 zaken aan het OM voorgelegd:

  • 36 zaken zijn overgedragen om te onderzoeken of strafrechtelijke vervolging nog mogelijk is,

  • 3 voor een verjaringstoets en

  • 9 ter informatie anoniem (er heeft al een veroordeling plaatsgevonden of de zaak is verjaard).

In 2011 zijn er tot nu toe 3 zaken overgedragen om te onderzoeken of een strafrechtelijke vervolging nog mogelijk is en 2 zaken voor een verjaringstoets.

In een brief van 31 maart 2011 aan de commissie heeft het Openbaar Ministerie informatie verschaft over de in 2010 overgelegde zaken. Bij de verjaringstoets bleken twee van de drie zaken verjaard te zijn.

Er zijn nog 18 zaken in onderzoek, 15 zaken zijn afgerond en bij 3 zaken heeft men nog geen contact kunnen krijgen met de melder.

Van de 15 afgeronde zaken is het beeld:

  • In 2 zaken betrof het een valse aangifte (sepot)

  • 1 zaak leidde al tot een veroordeling

  • 1 persoon heeft afgezien van het doen van aangifte

  • 1 persoon heeft aangegeven geen actie meer van de politie/het OM te verwachten, omdat er al diverse strafrechtelijke onderzoeken hebben plaatsgevonden.

  • In 2 zaken waren er te weinig aanknopingspunten om een onderzoek te starten

  • In 5 zaken is overgegaan tot het dagvaarden van een verdachte.

  • 3 zaken zijn in het verleden al geseponeerd.

Gesprekken met slachtoffers

De commissie onderhoudt via haar Meldpunt veel contact met melders. Er vinden ook vervolggesprekken aan de telefoon plaats. De commissie voert daarnaast met een aantal slachtoffers individuele gesprekken. Deze vaak intensieve en emotionele gesprekken vallen de betrokkenen en hun begeleiders niet licht. Toch geven de betrokkenen nadien aan dat het goed is geweest dat zij bij de commissie zijn geweest.

Van de gesprekken hebben er inmiddels 10 plaatsgevonden. De komende maanden zullen er nog enkele tientallen gesprekken plaatsvinden. De functie van deze gesprekken is dat mensen hun verhaal kwijt kunnen en ook erkenning krijgen voor wat hen overkomen is. Veel betrokkenen geven aan dat het gesprek met de commissie een begin is van verwerking.

De gesprekken helpen de commissie ook om op enkele opvallende punten in een melding in te gaan, die ook in de latere rapportage terug kunnen komen als een verduidelijking. Dit zijn bijvoorbeeld aspecten als hoe misbruik kon stoppen of waar signalen van het slachtoffer over seksueel misbruik terechtkwamen wat ermee gebeurde. Altijd komt aan bod de vraag hoe in het kwetsbare bestaan als tehuis of pleeggezin het misbruik kon optreden en wat voor een impact het gebeurde gehad heeft op het latere leven.

De commissie heeft op dit moment nog niet met plegers en met professionals werkzaam in de jeugdzorg gesproken.

Hulpverlening

Het blijkt de commissie dat veel melders behoefte hebben aan hulp. De commissie heeft in augustus 2010 goede afspraken gemaakt met Slachtofferhulp Nederland. 16 mensen worden op dit moment door Slachtofferhulp Nederland begeleid in langdurige trajecten. Bij 11 mensen is deze begeleiding afgerond en een 40-tal hebben eenmalig contact gehad. Mensen hebben daardoor uitgebreider hun verhaal kunnen vertellen, een begin gemaakt met verwerking of therapie. De commissie verneemt regelmatig van cliënten dat zij de snelle en professionele begeleiding van Slachtofferhulp Nederland op prijs stellen.


X Noot
1

Kamerstukken II, 2009–2010, 32 123 VI, nr. 100.

X Noot
2

Kamerstukken II, 2010–2011, 32 500 VI, nr. 5 en 80.